Zaaien voor beginners

6 veel voorkomende vragen over zaaien (en het antwoord)

Zelf bloemen of planten zaaien is superleuk en leerzaam. Het geeft veel voldoening om een complete plant te zien opkomen uit zo’n minuscuul zaadje. In de natuur gebeurt dit om de haverklap, maar wil je gericht plantjes zaaien voor je eigen tuin, dan is jouw eigen rol heel belangrijk. Wie voor het eerst aan de slag gaat met zaaien kan ontzettend veel informatie vinden op internet. Misschien wel té veel! In deze blog nemen we je stap voor stap mee in de zaaiwereld aan de hand van 6 veel voorkomende vragen over zaaien.

1. Welke planten kun je zaaien?

Alle planten met bloemen kunnen gezaaid worden, maar… niet elke plant laat zich gemakkelijk zaaien. Van nature groeien planten op de plek die het meest geschikt voor ze is. Zaadjes ontkiemen als de omstandigheden goed zijn: ze hebben een voorkeur voor een bepaalde grondsoort, temperatuur en voeding en een bepaalde hoeveelheid licht en vocht. Over het algemeen geldt dat planten die behoefte hebben aan een hoge temperatuur, moeilijker te zaaien zijn in Nederland.

Sommige planten kun je binnen voorzaaien (zie punt 4) en vanaf half mei in de volle grond zetten. Dit is na IJsheiligen als de kans op vorst nihil is en je planten niet meer kapot kunnen vriezen. Vaak zijn eenjarige planten gemakkelijker te zaaien dan vaste planten, heesters en bomen. Eenjarige planten zijn erop voorbereid dat ze alles in één jaar moeten doen: kiemen, groeien, bloeien en voortplanten. Het zijn planten die er echt zin in hebben! In dit filmpje wordt het verschil tussen eenjarige, tweejarige en vaste (eetbare) planten goed uitgelegd.

2. Met welke zaadjes kan ik het beste beginnen?

Je kiest natuurlijk de zaadjes van de planten die je graag in je tuin of op je balkon wil laten groeien. Relatief eenvoudige bloemen zijn: Goudsbloem, Korenbloem en Oost-Indische Kers. Deze zijn ook nog eens eetbaar! Andere makkelijk te kweken eetbare planten zijn bijvoorbeeld sla, wortel, koriander en radijs. Hou rekening met de zaaitijd: die staat altijd aangegeven op het zakje zaden dat je in de winkel koopt. Koop je zaden los (op een plantenmarkt of iets dergelijks)? Vraag er dan expliciet naar. Of google even op ‘zaaikalender’.

Kijk hier voor 10 eetbare planten die je vroeg in het jaar kunt zaaien.

3. Hoe weet je of de zaadjes nog goed zijn?

Het toverwoord is: kiemkracht. Hoe hoger de kiemkracht, des te meer kans dat de zaadjes ontkiemen (bij de juiste omstandigheden). Verse zaadjes hebben een hoge kiemkracht. Dat zijn bijvoorbeeld zaadjes die iemand het afgelopen seizoen zelf heeft verzameld uit eigen tuin. Die moeten in de tussentijd wel goed zijn bewaard: op een droge, koele plek. Zaadjes uit een zakje hebben vaak een houdbaarheidsdatum. Meestal wordt de kiemkracht van de zaden gegarandeerd tot twee jaar na aankoop, bij een dicht en goed bewaard zakje. Daarna kunnen ze het gerust ook nog doen, maar de kans dat ze niet ontkiemen wordt met het verstrijken van de tijd groter. Niets remt je om het toch te proberen. Je ziet het snel genoeg of de zaadjes uitkomen.

4. Welke planten moet je voorzaaien en hoe werkt dat?

De meeste planten kun je gewoon in de volle grond zaaien. Je zou ze ook binnen kunnen voorzaaien, omdat je dat leuk lijkt of omdat je je planten eerder wil oogsten. Maar het hóeft niet. Voorzaaien betekent dat je de zaadjes laat ontkiemen in potjes of zaaitrays op je vensterbank of in een kas. Zomergroenten als tomaat, courgette, komkommer en pompoen móet je rond april binnen zaaien, als je er in de zomer van wil eten. Ze hebben een lange periode van warmte en licht nodig om vruchten te kunnen maken. Jelle van de Makkelijke Moestuin legt uit hoe voorzaaien in zijn werk gaat (en waarom hij zo min mogelijk voorzaait).

5. Waar moet ik op letten bij het zaaien in mijn moestuin?

De meeste planten kun je meteen zaaien op de plek waar je ze wil hebben: in een bak op je balkon of in de volle grond in je tuin. Als je een zakje koopt, dan staat op het zakje hoe het moet. Het is belangrijk om je aan de beschrijving te houden, dus bestudeer deze goed! Bedenk vooraf hoeveel je gaat zaaien. Dertig kroppen sla krijg je waarschijnlijk niet in een week opgegeten, dus het is slimmer om niet dertig zaadjes in één keer in de grond te stoppen, maar bijvoorbeeld vijf tot tien, waarbij je er rekening mee houdt dat sommige zaadjes niet zullen ontkiemen.
Als je een moestuinbak hebt, dan kun je met je vinger gaatjes prikken op de aanbevolen zaaiafstand. Dat hoeft niet te diep te zijn: je zaait ongeveer twee keer zo diep als de grootte van het zaadje. Bij kleine zaadjes kun je een paar zaadjes per gaatje zaaien, dan is de kans groot dat er op die plek iets gaat groeien. Als er meerdere zaailingen verschijnen, dan hou je de sterkste over, de rest haal je weg. Daarna doe je een klein beetje aarde over de zaadjes en geef je voorzichtig water. Bij moestuinieren in de volle grond kun je werken met ondiepe geultjes om in te zaaien in plaats van gaatjes. Hou wel altijd de aanbevolen zaaiafstand aan!

IVN heeft hele goede moestuintips voor zaaien, inclusief het maken van een moestuinplan.

6. Hoe zaai ik bloemen in mijn border?

Vanaf half april kun je de meeste eenjarige bloemen rechtstreeks in je tuin zaaien. Om lang te kunnen genieten van je bloemen, kun je het beste op drie verschillende momenten zaaien. Als de ene set bloemen is uitgebloeid, komt de volgende bloemenpracht erachteraan! Maak je grond onkruidvrij en schoffel de aarde een beetje los. Strooi niet te veel zaadjes op een plek, maar zaai breeduit. Je kunt gerust verschillende bloemen door elkaar zaaien, als je dat mooi vindt. Als er te veel zaailingen opkomen, is het ook hier slim om de boel een beetje uit te dunnen. Op de website van Bolster zaden vind je handige tips voor het zaaien van bloemen, ook over grondsoorten waarmee je rekening moet houden.

Bij Steck vind je alles wat je nodig hebt voor je moestuin en je bloemenborders, waaronder biologisch zaaigoed van Bolster, en Buzzy. Onze medewerkers geven je graag advies!


 

10 Groenten en kruiden om aan het begin van de lente te zaaien

Niets zo lekker als de eerste zonnestralen van het jaar op je gezicht te voelen! Krokussen, narcissen en bloesem in de bomen brengen weer wat kleur in tuinen, parken en velden. Heb je ook zo’n zin om weer lekker aan de slag te gaan in de tuin? Je kunt nu al beginnen met het zaaien van allerlei groenten en kruiden. Maar: de nachtvorst is nog niet helemaal verdwenen en voor allerlei zaadjes is het nog veel te koud. Wat kan dan wel? Hieronder vind je 10 groenten en kruiden die je al vroeg in het jaar kunt zaaien.

1. (Mei)raap (en raapstelen)

De raap is een oudhollandse groente die je tegenwoordig niet zo vaak op je bord vindt. Toch is het een heerlijke knol met een scherpe, radijsachtige smaak. Vanwege de grote hoeveelheid vitamine C, kalium, vitamine K en mangaan kun je het gerust een supergroente noemen! Je kunt meiraap al in maart in je tuin zaaien en 6-8 weken later kun je ervan eten. Het mooie van deze groente is dat je de blaadjes ook kunt eten: dat zijn de welbekende raapstelen. Als het blad zo’n 30 cm hoog is, kun je het oogsten. Dat is meestal na zo’n 6 weken. Het is een gemakkelijke plant om te telen, dus perfect voor een beginnende moestuinierder.

2. Spruit

Spruitjes hebben begin maart nog graag een glazen dak boven hun hoofd als je ze zaait in de volle grond, maar eind maart doen ze het ook prima zonder. Als je de zaadjes in maart de grond in doet, dan kun je aan het einde van de herfst (eind november) genieten van je eigen spruitjes. Er zijn verschillende soorten spruiten, zorg dus wel dat je de frühsorten te pakken krijgt. Die zijn speciaal om in de lente gezaaid te worden. De spruit heeft veel ruimte nodig en de teeltduur is lang (5-6 maanden), maar het wachten wordt beloond: een plant vol spruiten levert een grote oogst op.

3. Radijs

De radijs is familie van de (bloem)kool. Het is een van de makkelijkst te kweken gewassen voor de beginnende moestuinier. Ze houden niet zo van vrieskou, maar in de vroege lente kun je ze prima zaaien in een pot. Tijdens koude nachten haal je ze even naar binnen. Zaai ze wel gelijk op de plek waar je ze oogst, want zaailingen verplanten werkt niet bij radijzen. Na ongeveer 7 weken zitten je eigen gekweekte radijsjes in je frisse salade.

4. Wortel

Ook worteltjes zijn heel geschikt voor beginnende moestuiniers. Je kunt ze vanaf maart in de volle grond zaaien en dan liggen ze in juni op het bord. Het duurt zo’n 1-2 weken voor de kiemblaadjes van de wortel de grond uit piepen. Na 3 weken is het verstandig om ze uit te dunnen, zodat iedere wortel genoeg ruimte heeft om te groeien. Net als bij radijzen werkt voorzaaien niet goed bij wortels, dus laat dat maar achterwege.

5. Snijbiet

Deze prachtige groente heeft een mooi palet aan kleuren en spreidt zijn bladeren als een soort van pauwenstaart. Ook dit zaadje kan in maart al de grond in. Het leuke is dat het blad steeds opnieuw aangroeit. Als de bladeren zo’n 10 cm zijn, dan kun je ze oogsten. Haal je een blad weg, dan groeit er een nieuw blad voor terug.

6. Peultjes

Peultjes: ook een makkelijke groente! Ze hebben weinig last van ziekten en plagen. En met een klein beetje humus groeien ze als een malle. Het zijn vrolijke klimmers, dus je moet ze wel opbinden, zodat ze de lengte in kunnen. Je kunt ze direct zaaien in de volle grond vanaf maart. Zorg wel dat je ze diep genoeg plant: zo’n 3-4 cm. De vogels lusten namelijk wel pap van deze zaadjes. Peultjes zijn ook weer zo’n twee-in-één groente. De peul is namelijk het hoesje van de doperwt. Je kunt deze vroeg oogsten als er nog geen erwtjes in zitten. Zodra er erwtjes bevatten wordt de peul minder smakelijk om te eten. Ga je juist voor de erwtjes, dan wacht je gewoon wat langer.

7. Prei

Prei is een plant voor de ervaren kweker. Je hebt er veel liefde, tijd en geduld voor nodig. Als beginnende moestuinierder kun je het beste beginnen met herfst- of zomerprei. Deze zaai je al in februari en maart. Ze kunnen goed tegen vorst. Net als spruitjes kun je prei pas in de herfst oogsten, maar zo kun je je vast verheugen op de heerlijkste maaltijden in het najaar!

8.  Knoflook

Knoflook is een stuk gemakkelijker dan prei. Deze smaakmaker ‘zaai’ je niet, maar ‘poot’ je. Voor de hoogste productie knoflook kun je ze het beste in de herfst poten, maar het kan ook nog tussen eind februari en begin april. Het grootste voordeel van deze makkelijk te kweken knol is dat het goede buren zijn voor aardbeien, wortelen, tomaten en aardappelen. Ze zullen elkaars groei versterken en knoflook beschermt de andere gewassen tegen plagen.

9.  Tomaten (op je vensterbank)

Tomaten zijn echte zomergroenten, maar ze hebben ongeveer vier maanden nodig om van zaad naar tomaat te gaan. Daarom moet je tomaten in Nederland binnen voorzaaien. En dat doe je het liefst rond eind maart. Als de vorst uit de grond is, kun je de voorgekweekte planten verhuizen naar de volle grond. Andere zomergroenten, zoals courgette, komkommer en pompoenen hoef je pas begin mei voor te zaaien.

10. Kruiden

Tuinkers, salie en peterselie zijn perfecte kruiden om vroeg in het jaar mee te beginnen. Tuinkers ontkiemt heel snel, dus je hoeft niet lang te wachten op resultaat. Je zaait het liefst tussen half februari en half april. Salie en peterselie kun je voorzaaien vanaf maart en in april in de grond zetten. Na 6-8 weken kun je ervan oogsten. Het zijn beide fijne smaakmakers en salie is ook nog eens lekker als thee.

Tot slot een bonustip voor mensen met fruitgewassen in hun tuin: Zaai vanaf half maart wat eetbare bloemen en kruiden in de buurt. Buiten dat het er leuk uitziet en weinig onderhoud vraagt, helpt het ook bijen te lokken. Die zorgen voor extra bevruchting en dus meer fruit in het najaar!

Lees hier waarop je moet letten als je gaat zaaien.



Een voedselbos op je balkon

‘s Ochtends stap je je balkonnetje op, je plukt verse kruiden voor in je thee en zelf geteeld fruit voor bij je ontbijt. Zie je het al voor je? Héérlijk toch? Het planten van een mini-voedselbos op je balkon lijkt een hele uitdaging, maar het kan prima! In deze blog leer je wat je nodig hebt voor een voedselbos op postzegelformaat.

Wat is een voedselbos?

Een voedselbos is een ecosysteem van (deels) eetbare planten en gewassen, dat bestaat uit zeven tot negen lagen van kruiden en groente, klimplanten, struiken, lagere en hogere fruitbomen. Door de zeven lagen van een voedselbos goed in te zetten, beschermen de planten elkaar tegen de zon, bespaar je ruimte en zorgen de planten voor een natuurlijke airco op je balkon. Bovenal zorgt jouw voedselbos voor heerlijke oogst.

Hoe je zo’n eetbare tuin in de volle grond inricht, lees je in deze blog, maar op een balkon heb je natuurlijk geen volle grond om de verschillende lagen groen in te zetten. Je maakt dan beter gebruik van bakken en potten. Op deze manier kun je de beperkte ruimte optimaal benutten. Op een balkon kun je bovendien ook goed de hoogte in. Je planten hang je bijvoorbeeld op aan een pallet. Hieronder lees je nog meer tips om voluit te genieten van een voedselbosje op postzegelformaat.

Ook kruiden doen het goed op je balkon.

Wat kan ik planten in mijn ‘balkonbos’?

Allereerst is het belangrijk om te kijken hoeveel zon je op je balkon krijgt. In de (half)schaduw groeien andere planten dan in de volle zon. Bij weinig zon of ruimte kun je de bovenste lagen overslaan. Het is ook van belang dat de planten die je uitkiest goed gedijen in een pot. Laten we per laag eens bekijken wie zich thuis voelt op een balkon:

Laag 1 – Wortels en knollen:

De aardpeer is zo’n knol die het in een ruime pot erg goed doet. Je pot ze in de winter of voorjaar. In de herfst kun je deze nootachtige knol oogsten. In de tussentijd siert deze plant je balkon met kleine, gele zonnebloemachtige bloemen.

Laag 2 – Klimplanten:

De exotische kiwi groeit gestaag in een pot. Daarbij heeft hij de volle zon nodig. Er is wel ondersteuning nodig om de kiwi in de juiste banen te leiden. Deze woekeraar moet af en toe gesnoeid worden om de groei in te perken. De druif is ook een goede gegadigde als klimmer. Het is weliswaar een wat grotere uitdaging qua onderhoud, maar voelt zich zeker net zo thuis op jouw balkon, mits je zon kan bieden.

Laag 3 – Bodembedekkers (0 tot 20 cm )

Spinaziezuring is een makkelijke bodembedekker die het goed doet in een pot. Het groeit goed in de zon en ook in de halfschaduw heeft hij het naar zijn zin. Je kunt het jonge blad het hele jaar door oogsten. Ook postelein met zijn ondiepe wortels kan goed vertoeven op je balkon.

Laag 4 – Kruidlaag ( 20 – 100 cm) 

Bij de kruidlaag heb je ruime keus. Bieslook, chocolademunt, citroenmelisse, citroenverbena en krulpeterselie doen het goed. Kies wel voor een plek in halfschaduw. Basilicum, oregano, rozemarijn, tijm, kerriekruid en salie gaan ook lekker in een pot, maar zij zien wel graag wat meer zon. Salie heeft een bijkomend voordeel: Het is niet alleen voedzaam voor jou, maar bloeit ook lang en rijkelijk. Bovendien lokt dit kruid hommels en bijen.

Laag 5 – Struiklaag (kleine heesters, 1 tot 3 m)

Aan struiken voor op het balkon geen gebrek: (bos)aardbeien, vossebes, framboos en blauwe bes. Ze gedijen allen even goed. Houd ze in potten in de zon. De (doornloze) braam groeit graag tegen de muur voor nog wat extra warmte. Het enige nadeel aan braam is dat hij het vaak snel en goed naar zijn zin kan hebben, waardoor hij de rest kan overwoekeren.

Laag 6 – Tussenlaag (kleine bomen, grote heesters, 3 tot 8 m)

Een kleine boom op je balkon? Past dat wel? Jazeker! De eerder beschreven ‘patioboompjes’ zijn steeds meer verkrijgbaar. Denk aan kleine appelbomen en kersenbomen. Ook perzikbomen kunnen in een pot verder groeien. In de winter staan ze wel liever op een warm plekje. Dan moet je ze tijdelijk naar binnen halen of beschermen tegen het koude weer. Kwekerij Fruithof biedt mooie gezonde exemplaren aan, die je kunt vinden in het buitenplantenassortiment van Steck.

Laag 7 – Kruinlaag (grote bomen groter dan 8 m)

Bij de kruinlaag gaat het om bomen die hoger dan acht meter worden. Deze laag kun je op je (kleine) balkon beter overslaan. Want deze ooit kleine kruinlaag is op een dag ineens best groot.

Stekkers

Bij Steck vind je een heel assortiment aan eetbare planten. Hier kun je met gemak je voedselbos op postzegelformaat komen vullen. Extra leuk is dat stadskwekerij Stekkers tegenwoordig op het achterterrein te vinden is. Een deel van hun planten zijn ook bij Steck te koop, maar je kunt ook rechtstreeks bij hen kopen. Hun doel? ‘Planten zelf vermeerderen is onze missie. Zelf stekken en opkweken zonder gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen en met biologische potgrond.’

Kom dus gerust een keer langs bij Steck en/of Stekkers voor advies en de beste planten en materialen!