7 manieren om planten te beschermen tegen de vorst

Ondanks dat onze winters steeds warmer worden, is er nog altijd kans op een flinke vorstperiode in Nederland. Niet alle tuin- en potplanten kunnen daar goed tegen. De meeste vaste planten beschermen zichzelf tegen de winter: ze gaan een tijdje ondergronds en in de zomer groeien ze weer opnieuw. Maar er zijn ook matig winterharde en niet-winterharde planten die je een beetje moet beschermen tegen de vrieskou. Hoe je dat doet, lees je hieronder!

1. Blad laten liggen

Vroeger betekende je tuin ‚Äėwinterklaar‚Äô maken vooral je tuin ‚Äėnetjes‚Äô maken. Inmiddels weten we dat een rommelige tuin beter is voor bijvoorbeeld insecten en egels. Zo kunnen ze zich er goed in verstoppen. Met rommelig bedoelen we de blaadjes gewoon laten liggen in je borders en uitgebloeide planten laten staan. Dat laatste geeft vaak ook nog eens een mooi aanzicht. Blaadjes op de grond zijn goed voor het bodemleven √©n ze vormen een natuurlijk dekentje tegen de kou.

2. Vorstgevoelige planten extra beschermen

Voor veel exotische planten is zo’n bladerdekentje onvoldoende om een vorstperiode door te komen. Een beetje nachtvorst overleven ze vaak wel, maar als het echt kouder dan -5 graden wordt, dan kun je ze beter extra beschermen. Het gaat om planten als bijvoorbeeld palmen, Agapanthus, Eucalyphus en Amerikaanse Sering. Bij aanschaf van een plant staat de winterhardheid vermeld op het label. Heb je het label niet meer, dan kun je het opzoeken op internet. Elke plant die normaal in een warme streek groeit, heeft waarschijnlijk Eerste Hulp Bij Vorst nodig. Dit kan bijvoorbeeld door een constructie met kippengaas rond de plant te maken, waarin je afgevallen bladeren, stro en/of coniferentakken stopt. Bij heel strenge vorst kun je de bovenkant van de plant extra beschermen met een speciale beschermhoes voor planten.

3. Planten in potten en bakken verhuizen of inpakken

Een plant in een pot of bak kan veel minder goed tegen de kou dan een plant in volle grond. Oleanders, vijgen- en olijfboompjes in een pot kun je het beste in een schuur of berging zetten voor de wintermaanden. Let erop dat er daglicht bij de planten kan komen en vergeet niet om ze af en toe water te geven. Heb je geen goede overwinterplek, pak dan je potplant in met jute, vliesdoek of een rietmat. Pak de pot mee in, want deze kan ook vorstschade oplopen. En dan maar hopen dat je plant het redt.

4. Zomerbloeiende bloembollen uit de grond halen

Zo goed als alle zomerbloeiende bloembollen zijn niet winterhard. Daarom kun je het beste je dahlia’s, ranonkels en gladiolen in het najaar uit de grond halen. Laat ze eerst goed drogen en bewaar ze daarna op een donkere, droge plek, waar de temperatuur niet onder de 4 graden komt. Na IJsheiligen (half mei) kun je ze weer terug in de grond doen.

5. Planten in een tuinkas plaatsen

Als een tuinkas hebt, dan kun je deze met noppenfolie en een klein elektrisch kacheltje vorstvrij houden. Op die manier is het een prima plek om je planten te laten overwinteren.

6. Emmer als bescherming

Mocht je worden overvallen door de vorst en zoek je een snelle oplossing om je planten te beschermen, dan kun je er een emmer overheen zetten. Dit werkt natuurlijk alleen bij kleine planten. Als de vorst voorbij is, haal je de emmer meteen weg, zodat de plant weer licht krijgt.

7. Drainage regelen

Planten sterven in de winter overigens eerder door een teveel aan water dan een teveel aan kou. In de winter regent het vaker, en als het water niet goed wegloopt, dan kunnen de wortels van een plant gaan rotten. Zorg dus dat je drainage op orde is! Potplanten wil je in een pot met een gat onderin hebben staan. In de zomer kun je hier een schoteltje onder zetten, maar in de winter haal je dat schoteltje juist weg.

Hopelijk komen je planten met deze tips goed de winter door. Veel succes!

5 kamerplanten voor donkere hoekjes

Kentia

Alle planten hebben licht nodig om te groeien. Groeien doen ze door middel van fotosynthese. Licht is superbelangrijk voor een blije plant. Maar welke plant moet je kiezen als er niet zo veel licht beschikbaar is?

Gelukkig voor ons zijn er veel soorten kamerplanten die genoegen nemen met weinig licht. Planten die in de natuur ook al op een schaduwrijke bosgrond groeien, voelen zich in een donker hoekje prima thuis. Hieronder stellen we 5 kamerplanten aan je voor die maar weinig licht nodig hebben.

Asplenium of ‘nestvaren’

1. Varen

Varens zijn de koning(inn)en van de schemer. In het wild groeien ze vaak op de met mos bedekte bodem van dichtbegroeide bossen. Hier vangen ze weinig licht. Ze komen voor in vele soorten en maten: van mini-varentjes in de vorm van hartjes tot gigantische groene toeven. Sommigen hebben net wat meer licht nodig dan anderen. De varen die echt het beste tegen weinig licht kan, is de Asplenium. Ook de hertshoornvaren kan goed wat donkerder staan. 

Varens vinden het absoluut niet fijn om uit te drogen. Als je een varen in huis haalt, let er dan op dat deze genoeg water krijgt. Niet alleen houden varens van een licht vochtige bodem, ook gedijen ze een stuk beter in een vochtige omgeving. Zet een varen dus niet in de buurt van je verwarming en zorg voor een goede luchtvochtigheid. Zéker in de winter. Het kan zijn dat ze na aankoop even moeten wennen aan je huis. Dat komt doordat de lucht vaak wat droger is dan in de bossen waar ze oorspronkelijk groeien. Als je zorgt dat ze nooit uitdrogen, passen ze zich meestal vanzelf weer aan.

2. Sansevieria

Sansevieria‚Äôs zijn makkelijke planten. Ze vinden het niet erg om in een donker hoekje te groeien. Ze leven in het wild op droge, steenachtige grond. In hun vlezige bladeren slaan ze water op. Ze vergeven je als je ze per ongeluk een keertje overslaat bij het watergeven. Sterker nog, als je Sansevieria op een donker plekje staat, heeft deze echt maar weinig water nodig. Op het moment dat de bladeren een beetje beginnen te rimpelen, en de grond helemaal droog is, voeg je weer een scheutje toe. 

Sansevieria’s bestaan in verschillende patronen en kleuren. Van melkachtig wit tot fel gestreepte bladeren. Als je er eenmaal eentje hebt, wil je ze allemaal sparen!

3. Aglaonema

Mooie patronen vind je ook bij de Aglaonema. Met strepen of vlekken in groen, grijs of zelfs roze en paars, zijn de grote bladeren een aanwinst voor je huiskamer. Aglaonema‚Äôs groeien van origine in tropische wouden, in de schaduw van andere begroeiing. Het blad komt direct uit de grond en wordt niet hoger dan een meter. In huis groeien ze dus ook prima in een donkerder hoekje. Zelfs op vier √† vijf meter afstand van een raam op het zuiden doen ze het goed. Dat geldt vooral voor de groen-grijze soorten. De echt kleurrijke exemplaren hebben meer zonlicht nodig om hun kleur te behouden. 

Aglaonema‚Äôs doen niet moeilijk over wat meer of minder water. Zolang ze maar niet te lang met hun wortels in het water staan. In de zomer zijn ze op hun best in een licht vochtige grond. In de winter laat je de grond even opdrogen tussen twee gietbeurten in. 

4. Scindapsus (Epipremnum)

Zoek je een hangende plant voor een schaduwrijk plekje? Dan is de Scindapsus jouw plant. Of wil je juist een klimmende plant? Dat kan de Scindapsus ook! Als je jouw Scindapsus laat hangen, blijven de blaadjes wat kleiner. En als de Scindapsus ergens tegenaan kan klimmen, worden haar bladeren juist groter. In het wild groeien ze vaak in vochtige bossen tegen een boomstam aan, op weg naar het licht. De Scindapsus houdt niet van natte voeten, beter iets te droog dan te nat. Geef pas water als de blaadjes een beetje beginnen te krullen, dan zit je goed.

Er zijn verschillende soorten Scindapsus. De meest voorkomende zijn de Scindapsus Pictus, Scindapsus Trebie en Scindapsus Moonlight. Die hebben allemaal net even een andere zilveren tekening op hun bladeren. De Scindapsus Aureum is de sterkste en meest verkochte hang- en klimplant.

5. Kentia

Deze weelderige palm gedijt heel goed op een donker plekje in je huis. De Kentia (Howea forsteriana) groeit van nature alleen op Lord Howe eiland, dat ligt tussen Australi√ę en Nieuw-Zeeland. Door de ge√Įsoleerde ligging zijn hier bijzondere plantensoorten ontstaan, waaronder dit prachtige exemplaar. De frisgroene bladeren waaieren als een paraplu uit in de ruimte. Daardoor krijg je al snel een jungle-gevoel in huis. 

Vergeleken met andere palmen kan de Kentia vrij donker staan. Heb je het idee dat de plant na een tijdje geen nieuw blad meer aanmaakt? Plaats hem dan iets dichter naar het raam toe. Wordt het blad geel, zet hem dan wat donkerder. Op een licht vochtige grond gedijt de Kentiapalm het best. En in de winter krijgt ‚Äėie graag af en toe een sproeibeurt als de lucht binnen erg droog is. 

Bovenstaande planten vind je bij Steck samen op één tafel in de Kamerkas. Lekker makkelijk! Er zijn nog veel meer planten die minder licht nodig hebben. Vraag gerust een medewerker om advies. En lees hier hoe je je nieuwe planten het beste verzorgt in de winter.

De Chamaedorea (of Mexicaanse Dwergpalm)