Hoe is Vaderdag ontstaan?

Op zondag 16 juni is het Vaderdag. Of je nu net vader bent geworden, iets voor je eigen vader wil doen of wil stilstaan bij een vader die er niet meer is: deze dag staat volledig in het teken van het vaderschap. De een viert het uitgebreid met een ontbijt op bed, een ander vindt het misschien maar onzin. Hoe dan ook: het is natuurlijk wél leuk om te weten waar Vaderdag vandaan komt (en waarom we bijvoorbeeld jarenlang asbakken moesten kleien). Net als bij Moederdag spelen een vleugje cultuur en een vleugje commercie een rol in het ontstaan van Vaderdag. Lees gerust verder!

Vaders eren

De eerste Vaderdag zoals wij die kennen, werd gevierd op 19 juni 1910 in de stad Spokane in Washington. Het initiatief hiervoor kwam van Sanora Smart Dodd, die op 16-jarige leeftijd haar moeder verloor. Samen met haar vijf jongere broers werd ze verder opgevoed door haar vader, een boer en veteraan uit de Amerikaanse Burgeroorlog. Toen Dodd in 1909 een kerkelijke ceremonie op Moederdag bijwoonde, was ze verontwaardigd over het feit dat alleen moeders werden geëerd voor hun opvoedkundige kwaliteiten. Haar eigen vader had zo hard gewerkt om haar en haar broers een goed leven te geven. Dodd maakte er meteen werk van. Een jaar later werd de eerste Vaderdag gevierd in de protestantse kerken van Spokane.

Officiële dag

Hoewel Moederdag al in 1914 werd uitgeroepen tot nationale feestdag, bleef Vaderdag nog jarenlang een feest in de marge. Uiteindelijk kwam er met de hulp van de kleding- en de tabaksindustrie steeds meer aandacht voor Vaderdag. In tegenstelling tot Anna Jarvis, die Moederdag had geïntroduceerd en de commerciële overname van die dag verafschuwde, vond Dodd het geen enkel probleem dat ‘haar’ dag werd aangewend voor de verkoop van stropdassen en sigaren. Pas in 1972 werd Vaderdag door president Nixon uitgeroepen tot officiële feestdag in Amerika.

Fruithandelaren en sigarenboeren

In Nederland werd de eerste Vaderdag officieel in 1937 gevierd. Dit is volledig te danken aan de inzet van winkeliers. Fruithandelaren probeerden de dag al begin jaren dertig van de grond te krijgen om zo hun producten aan de man te brengen, maar uiteindelijk wonnen de sigarenboeren deze slag om de commercie. Zij riepen de tweede zondag in oktober uit tot Vaderdag, waarop je je vader eens lekker kon trakteren op een doosje sigaren. Misschien dat we daarom allemaal tot ver in de vorige eeuw zo veel asbakken hebben gekleid voor onze vaders? Dat Vaderdag uiteindelijk is verplaatst naar de derde zondag in juni komt door de inbreng van de Nederlandse Bond van Herenmodedetaillisten. Zij vonden de datum in oktober te dicht bij het Sinterklaas- en Kerstfeest liggen en besloten de datum in 1948 gelijk te trekken met de Amerikaanse datum.

Religieuze oorsprong

Vaderdag heeft echter niet alleen maar een commerciële achtergrond. Al in middeleeuwen was er aandacht voor het vaderschap, in de vorm van de naamdag van Sint Jozef. Het feest van Jozef werd al in de negende eeuw op 19 maart in Midden-Europa gevierd en in de achttiende eeuw werd het verplicht voor alle rooms-katholieken. Jozef, de timmerman uit Nazareth, werd als pleegvader van Jezus en man van de heilige maagd Maria, gezien als ideaalbeeld voor vaders in het algemeen. Toen de commerciële Vaderdag kwam overwaaien uit de Verenigde Staten, besloten veel landen met een sterk katholieke traditie deze dag te laten samenvallen met de naamdag van Sint Jozef. In onder andere Italië, Portugal, Spanje (en Antwerpen!) wordt Vaderdag daarom nog altijd op 19 maart gevierd.

st. jozef

 

Doet Steck aan Vaderdag?

We vinden het een mooie gedachte om vaders in het zonnetje te zetten, op wat voor manier dan ook. Wil je je vader iets geven, dan hebben we van alles in de winkel dat hiervoor geschikt is: prachtige tuinplanten, kamerplanten, tuingereedschap en noem maar op! 
Deze week krijg je bovendien 20% korting op alle fruitbomen en -struiken van Fruithof en 20% korting op alle tuingereedschap van Gardena. Ook bij Oogst vind je mooie Vaderdagaanbiedingen. 

Kamerplanten stekken: zo laat je stekjes van (bijna) elke plant goed groeien

verschillende transparante glazen vaasjes met daarin stekjes van verschillende kamerplanten

Monstera’s, bananenplanten of pannenkoekplanten stekken? Of wil je babyplantjes van die ene mooie cactus of aloë vera? Voor het stekken van kamerplanten zijn er verschillende manieren. In deze blog lees je over kopstekken, stengelstekken en bladstekken. Klaar om je huis om te toveren tot een plantenwalhalla? 

Deze kamerplanten kun je stekken

In principe kun je elke kamerplant stekken, als de plant maar gezond is. Leef je uit! Maar let op: de manier waarop je stekken maakt, hangt af van de plant. Van de Rhipsalis, Monstera, Schefflera, Philodendron, Dracaena en Peperomia bijvoorbeeld laat je de kop, het topje dus, wortelen. En van het Kaaps viooltje, de bladbegonia, Sansevieria en Peperomia stek je het blad. Stengelstekken kun je doen bij de Ceropegia, Epipremnum, Hedera en Tradescantia. 

Hoe werkt stekken?

Hieronder lees je stap voor stap hoe je van moederplantjes prachtige nakomelingen maakt.  

In de winkel van Steck Utrecht vind je handige instructieboekjes voor alle verschillende manieren om te stekken

Kopstekken

Een van de meest bekende én makkelijkste manieren om te stekken is kopstekken. Je knipt of snijdt dan de bovenkant van de plant, de kop, af. Zoek bij een gezonde plant naar een scheut van ongeveer 10 centimeter met een paar blaadjes eraan. Snijd deze net onder een bladknop af. Dit is het plekje waar een nieuw blaadje uit zou groeien. Je hebt nu een stengel met een topje en wat blad eraan. Haal de onderste blaadjes weg. Doop de stek eventueel in een beetje stekpoeder en steek hem in een potje met stekgrond. Geef een scheut (regen)water. Dek eventueel het potje af met folie of een plastic zakje. Zo houd je de luchtvochtigheid op peil. Als de stekjes geworteld zijn, kun je ze na ongeveer vier weken verpotten in grotere potjes met gewone potgrond.

Stengelstekken

Bij stengelstekken maak je meerdere stekjes uit één plantenstengel. Zo krijg je er lekker veel. De stekjes hebben geen ‘kop’. Zo werkt het: snijd een lange, volgroeide stengel met veel blaadjes eraan af, net onder de bladknop. Snijd de stengel in verschillende stukken. Zorg daarbij dat elke stek minstens één blad heeft en een bladknop waaruit de wortels zich kunnen ontwikkelen. Doop de stekjes eventueel in een beetje stekpoeder en steek ze in aparte potjes met stekgrond. Geef een scheut (regen)water en voorkom dat de stekjes de komende weken uitdrogen. Dek eventueel de potjes af met een plastic zakje of zet ze in een kweekkasje. Als ze geworteld zijn, verpot je ze na ongeveer vier weken in grotere potjes met gewone potgrond.

Bladstekken

Van sommige planten kun je het blad stekken. Dit kan op twee manieren: mét of zonder steel.

Zonder steel: Snijd een blad van een gezonde plant. Maak aan de onderkant overdwars inkepingen in de nerven. Leg het blad met de inkepingen onder plat in een pot met potgrond. Zorg dat het blad de aarde goed raakt (leg er bijvoorbeeld steentjes op). Dóór het blad heen zullen nieuwe plantjes verschijnen. Als deze ongeveer 5 cm zijn, zet je ze voorzichtig in een nieuw potje. 

Met steel: Snijd een blad met steel van een gezonde plant. Doop de steel eventueel in wat stekpoeder. Steek de steel in een potje met stekgrond. Je kunt meerdere stekjes in één potje zetten. De plantjes die opkomen, zet je in een eigen potje.

Wanneer kun je het beste stekken

De beste periode om planten te stekken is het voorjaar. In de lente is er voldoende licht voor de stek om zich te ontwikkelen. Vermijd wel direct zonlicht.

Stekjes kopen en ruilen in Utrecht

Wil je eerst beginnen met een kant-en-klare stek? Check je lokale plantenbieb of vraag rond bij familie, buren en vrienden. Of sluit je aan bij een stekjesruilplatform, ruil met andere plantenliefhebbers of kom langs bij Steck. Hier vind je ook stekgrond, vloeibare plantenvoeding en stekpoeder, dat de groei van planten stimuleert. 

Met deze tips móet het lukken om een weelderige plantencollectie te laten groeien!

Kamerplanten verzorgen in de lente en de zomer

Op een tafel staat een Monstera Deliciosa, een meisje dat in een tuinbroek aan tafel zit houdt een blad voor haar gezicht

Tussen maart en oktober groeien je kamerplanten het hardst, want dan is er het meeste zonlicht. In dit groeiseizoen hebben je planten andere verzorging nodig dan in de winter. Meer water en voeding bijvoorbeeld. Door je kamerplanten goed te verzorgen, hou je ze gezond en sterk. Lees hieronder de 7 tips om dit voor elkaar te krijgen.

1. Zorg voor voldoende licht

Misschien heb je je kamerplanten in de winter op een lichtere plek gezet. Of heb je je cactussen verplaatst naar een koelere kamer, waar het zonlicht anders valt. In maart is het tijd om deze planten terug te zetten op hun vertrouwde plek. Elke plant heeft een eigen lichtbehoefte. Zoek deze op en hou je eraan. Een raam op het zuiden is in de zomer voor bijna alle planten problematisch. Zelfs vetplanten kunnen verbranden door een te felle, aanhoudende zon. Zet je planten in de warme zomermaanden daarom verder van het raam af. Of zorg dat er bijvoorbeeld vitrage tussen de zon en de plant in zit. De hele dag je gordijnen dicht houden tegen de zon, is ook niet fijn voor je planten. Ze hebben het (indirecte) zonlicht echt nodig om gezond te blijven.

Verschillende kamerplanten staan voor een raam

2. Verpot op tijd

De lente is de ideale tijd om je planten te verpotten. Een plant heeft een grotere pot nodig als zijn wortels niet meer goed in zijn huidige pot passen. Als de wortels rond de buitenkant van de kluit groeien, dan is het tijd om te verpotten! Kies een pot met een diameter die 10 tot 15 cm groter is dan de oude pot. Vul de pot met verse, biologische potgrond. Hiermee geef je je plant meteen wat extra voeding.

Op een tafel staat een Monstera Deliciosa, een meisje dat in een tuinbroek aan tafel zit houdt een blad voor haar gezicht

3. Bemest je planten

Om te groeien hebben planten water, licht en voedingsstoffen nodig. De voedingsstoffen in de potgrond raken na verloop van tijd op. Die moet je daarom regelmatig aanvullen. Geef je planten daarom van begin maart tot eind september regelmatig een beetje (liefst biologische) voeding. Dat kan in vloeibare vorm, gemengd met je gietwater, of in de vorm van korrels of staafjes die je rechtstreeks in de grond steekt. Voor sommige planten bestaat speciale voeding, zoals voor cactussen, vetplanten en orchideeën. Hou je aan de aanbevolen hoeveelheid en frequentie op de verpakking.

Iemand geeft met een witte gieter een kamerplant water

4. Verhoog je gietbeurten

In de lente begin je voorzichtig met wat meer water geven aan je planten. Cactussen haal je uit hun winterslaap door ze nu voor het eerst weer een slok water te geven. Andere planten willen nu misschien meer dan één keer per week water. Voordat je enthousiast gaat gieten, voel éérst hoe nat de grond nog is. Dat doe je door je vinger een of twee kootjes in de aarde te steken. Voelt het nog nat? Wacht dan even met water geven. Planten hebben in dit seizoen meer water nodig, maar het risico op overbewatering blijft. Je kunt dit eventueel voorkomen door hydrokorrels onder in de pot te doen. Of gebruik een terracotta pot met een schoteltje eronder. In de hete zomermaanden hebben je planten misschien nóg meer dorst. Hou dat goed in de gaten.

Met een roze gieter worden verschillende planten in een vensterbank water gegeven

5.  Let op de luchtvochtigheid

Als de verwarming uitgaat, wordt de lucht in huis automatisch een stuk vochtiger. Dat vinden je planten heerlijk! Ze gedijen het best in een luchtvochtigheid van 40-60%. Dit meet je met een hygrometer. Heb je in de warme zomermaanden een airco aan? Dan wordt de lucht weer droger. Overweeg een luchtbevochtiger of plaats schoteltjes water in de buurt van je planten. Daarmee hou je de luchtvochtigheid op peil.

Iemand besproeit een kamerplant

6. Controleer op ziektes en plagen

Warmere temperaturen kunnen beestjes in je plant aantrekken. Inspecteer je planten regelmatig en handel snel bij de eerste tekenen van plagen. Zet de besmette plant in elk geval ergens in quarantaine, zodat andere planten niet besmet worden. Lees hier bijvoorbeeld wat je kunt doen bij rouwvliegjes.

In een kamerplant is een gele plantensteker helemaal bedekt met rouwvliegjes

7. Geef je planten af en toe een douchebeurt

Net als de meubels in je huis vangen je planten stof op hun blad. Los van dat het er weinig feestelijk uitziet, belemmert veel stof op het blad de fotosynthese. Zet je planten daarom af en toe buiten als het regent. Daar knappen ze helemaal van op! Het blad afsproeien onder de douche kan ook, maar regenwater is beter, omdat er geen kalk in zit. En het is nog gratis ook. De meeste planten kunnen overigens alleen naar buiten als de temperatuur boven de 15 graden is.

Met deze 7 tips kun je aan de slag om je kamerplanten zo goed mogelijk te verzorgen. Op naar een urban jungle vol gezonde, sterke planten! En als het oktober wordt, dan lees je hier hoe je je planten verzorgt in de winter. Succes!

Inloopspreekuur plantendokter

een mooie caladium, kamerplant

Inloopspreekuur plantendokter

Datum
23 maart 2024

Tijd
13:00 - 16:00

Toegang
Gratis

Locatie
Steck Utrecht

Plantendokter tussen de kamerplanten bij tuincentrum Steck in Utrecht Overvecht

Antwoord op al je plantenvragen

Hangt je lievelingsplant slap? Of maakt je gatenplant geen gaten? Voor al je kamerplantenvragen kun je zaterdag 23 maart terecht bij de Plantendokter! Je vindt hem van 13.00 tot 16.00 uur in zijn witte jas in de Kamerkas.

Binnenkort bij Steck

Maak een feest van je kamerplanten

Heb je geen plek voor een kerstboom, of wil je geen kerstboom? Dan kun je natuurlijk ook gewoon je kamerplanten versieren! Hartstikke leuk om te doen en je geniet er elke dag van. We geven je wat inspiratie en tips om het zodanig te doen dat je planten er zo min mogelijk last van hebben.

Ook leuk voor na de Kerst

Veel van je kamerplanten – zowel grote als kleine – laten zich prima omtoveren tot gezellige winterboom. Eentje met lampjes en leuke decoratie in een winters thema. Zo houd je de gezelligheid nog wat langer vast, ook na de feestdagen.

Verrassend materiaalgebruik

Helaas kan niet zomaar alles je kamerplant ingehangen worden. Zo loop je met ophanghaakjes het risico om je plant te verwonden en moet je ook oppassen met zwaardere decoraties. Je wilt natuurlijk niet dat je plant hierdoor gaat hangen en zijn mooie vorm verliest. Bij Steck kun je terecht voor geschikte versiering voor je kamerplant-transformatie. Wat te denken van de vilten decoratie van Felt So Good en Sjaal met een Verhaal? Of de fairtrade slingers en ballen van Colours of the Chars?

Geschikte kamerplanten

Om te bepalen welke van je planten geschikt zijn om een tweede functie te geven als kerstboom/winterboom, kun je het beste kijken naar soorten met een dikke(re) stam, stevige bladeren en veel vertakkingen. Symmetrische planten doen het daarbij vooral erg goed. Wij zijn groot fan van een palm, de kamerden en ficussen als kerstboom 2.0. Maar ook met een gatenplant, calathea of polyscias kun je prima uit de voeten.

Zorg goed voor je kamerplantenboom

Het is ook ‘s winters heel belangrijk om goed voor je – tot gezelligheidsplant omgetoverde – kamerplant te blijven zorgen. Zet hem niet in het donkerste hoekje van de kamer (‘want dat staat zo gezellig’), maar geef je planten in dit jaargetijde zo veel mogelijk licht. Dit helpt hen bij de fotosynthese, een essentieel proces om de plant in goede gezondheid te houden (en te laten groeien in het voorjaar). Anders tips voor het verzorgen van je kamerplanten in de winter vind je in deze blog.

Lookbook

Behoefte aan wat inspiratie voor je zelf aan de slag gaat? Hieronder vind je een paar voorbeelden van decoratie die je ook bij Steck vindt. Deel je creatie met #steckutrecht. Veel succes!

Hoe verzorg je een cactus in de winter?

Handen die met wat modder uit een emmer een cactus pot vullen

Net als andere planten heeft een cactus in de winter een andere verzorging nodig dan in het groeiseizoen. Een cactus heeft vooral rust nodig in de koude maanden. Met een goede winterrust zal je cactus – afhankelijk van de soort – je belonen door te bloeien in de lente. Maar wat is dat precies: een goede winterrust? Hieronder vind je 5 verzorgingstips!

1. Zet je cactus op een koelere plek

Vanaf oktober verhuis je je cactus naar een koelere plek in huis. Het beste is een ruimte waar de temperatuur zo’n 10 tot 12 graden blijft. Dat is bijvoorbeeld in een garage of een kamer in huis waar de verwarming niet aangaat. Let erop dat er genoeg daglicht in de ruimte komt. 

Een paar mooie cactussen in aardewerken potjes

2. Laat de potgrond uitdrogen vanaf november

De cactus komt van oorsprong uit Mexico. Inmiddels zijn er meer dan 3000 soorten, die in het wild groeien in heel Amerika. Ook in Europa komen wilde cactussen voor, bijvoorbeeld rond het Middellandse Zeegebied. Ze groeien voornamelijk op plekken waar lange droge periodes zich afwisselen met minder droge periodes. Probeer deze cyclus thuis na te bootsen. Geef in oktober nog één keer een beetje water. Vanaf november geef je geen water meer. Een cactus in rust neemt geen water op, maar spreekt heel langzaam zijn opgeslagen watervoorraad aan.  

Handen die met wat modder uit een emmer een cactus pot vullen

3. Hou je cactus in de gaten

Het is normaal dat je cactus een beetje krimpt in de winter. Dat komt doordat hij het water uit zijn eigen cellen verbruikt en geen nieuw water opneemt. Er zijn erg veel verschillende soorten cactussen en ze doen dit allemaal op een eigen manier. Heb je het idee dat je cactus wel heel erg verschrompeld is, geef dan toch een extra slokje water.

4. Let op met kleine cactusjes

Kleine cactusjes hebben niet zo’n grote watervoorraad. Waarschijnlijk moet je deze af en toe wel een beetje water geven in de winter. Let er bij deze cactusjes extra goed op of ze niet te veel verschrompelen of rimpelen.

Cactussen in een tableau onder de bladeren

5. Verplaats je cactus in de lente

In maart zet je je cactus weer terug op zijn zonnige plek. Door de warme zonnestralen wordt je cactus vanzelf actief. De wortels gaan weer water opnemen. Als je geluk hebt, trakteert je stekelige vriend je in de lente of zomer ook nog eens op prachtige bloemen! Ook dit is afhankelijk van de soort. Vanaf maart begin je weer met water geven. Doe dit eens in de twee tot vier weken met een flinke plens. Tussendoor laat je de grond helemaal opdrogen. Zo heeft je cactus het ‘t liefst.

Cactussen opstelling in de kamerkas van Steck

Wil je je cactuscollectie uitbreiden? Bij Steck vind je de mooiste soorten! Van bolvormige Echino’s en bloeiende Mammillaria tot de statige, zuilvormige Cereus. En nog veel meer!

10 tips om je kamerplanten te verzorgen in de herfst en de winter

In de winter is het vroeg donker. De zon staat overdag lager en straalt minder krachtig dan in de zomer. Net zoals wij ons terugtrekken met een dekentje op de bank, hebben planten ook meer behoefte aan rust in deze periode. Dat betekent dat je anders voor je planten moet zorgen dan in de zomer. Dat is belangrijk, want anders is de kans groot dat een aantal van je groene vrienden de volgende lente niet halen. Hieronder vind je tien tips waarmee je planten, net als jij, niets tekortkomen tijdens de donkere dagen.

1. Laat ze meer met rust

Net als veel dieren gaan ook veel planten in een soort winterrust. De dagen zijn korter en het licht is minder fel overdag. Doordat er minder licht is, remt de fotosynthese af. Planten produceren daardoor minder energie om actief te zijn. Het verzorgen van je planten moet in de winter daarom een tandje omlaag en daarmee begin je al in de herfst. Je planten wíllen niet groeien, dus doe daar dan ook je best niet voor. Sommige planten groeien tijdelijk zelfs helemaal niet. Dat je in deze periode wat bladuitval ziet, is vaak niet erg, zolang het niet te veel bladeren zijn.  

2. Let op de lichtinval

Doordat de zon lager staat in de winter, kan het zijn dat een plant die in de zomer behoorlijk wat licht ontving, nu ineens de hele dag in de schaduw staat. Als het een plant is die afkomstig is uit de tropen, dan vindt hij dat meestal niet zo fijn. Hij laat dit merken door zijn blad te verliezen. Kijk of je dit exemplaar op een lichter plekje kunt zetten, zodat je alsnog tegemoetkomt aan zijn lichtbehoefte. 

Een plant die halfschaduw staat in de zomer, kan in de winter min of meer in het donker komen te staan. Alle bladeren worden langzaamaan flets en geel en vallen op den duur uit.  Nieuwe blaadjes komen niet meer goed door en de stengels hangen slap. Dat zijn allemaal signalen van te weinig licht. Zet ook zo’n plant dichter bij natuurlijk licht. Een plant die in de zomer op het noorden of het oosten staat, mag in de winter zelfs best op het zuiden. Zet hem, zodra de eerste sterkere zonnestralen doorbreken in de lente, wel weer gauw terug op zijn oude plek. Anders verbranden de bladeren. 

Kijk hier voor 5 kamerplanten voor donkere hoekjes

3. Geef minder – en zeker geen koud- water

Planten hebben in de winter echt minder water nodig. Ga over naar één keer in de week water geven (in plaats van bijvoorbeeld twee keer in de week in de zomer). Planten die al minder frequent water nodig hadden, geef je per keer wat minder. 

Cactussen kun je gerust nóg minder water geven, zij zijn gewend om hun watervoorraad aan te spreken vanaf het najaar. De meeste cactussen kun je zelfs helemaal droog laten staan. Als je favoriete cactus nou heel erg gaat verschrompelen en/of krimpen, geef hem dan toch een klein slokje water. In de lente begin je weer met het opbouwen van de watergift. 

Twijfel je of een plant water nodig heeft? Steek dan je vinger 4 cm diep in de aarde. Als het daar nog vochtig voelt, wacht dan even met water geven. Pas hoe dan ook op met gedachteloos water geven. Geef planten ook geen water direct uit de kraan of van buiten. Het water is dan echt te koud. Laat het water eerst op kamertemperatuur komen. Een koude douche in de winter vindt niemand fijn, ook je planten niet.  

4. Laat plantenvoeding achterwege

Doordat er in de winter minder fotosynthese plaatsvindt, is een plant veel minder actief in deze periode. De wortels doen bijvoorbeeld niet zo veel, behalve de plant aarden en wat water opnemen voor de celspanning. Extra voeding blijft gewoon in de grond zitten, en daar doet het vervolgens meer kwaad dan goed. Ga je toch stug door met wekelijks plantenvoeding geven, dan heb je kans dat de wortels van de plant beschadigd raken door het teveel aan voedingsstoffen in de aarde. Ze gaan dan in het slechtste geval een onwenselijke chemische verbinding aan met andere aanwezige stoffen, waardoor wortels bijvoorbeeld kunnen verzuren. Kortom: plantenvoeding geef je alleen als ze extra voeding nodig hebben en dát is in de lente en de zomer. 

5. Zorg voor een goede luchtvochtigheid

We zetten onze verwarming lekker hoog zodra het kouder is, maar daardoor wordt de lucht in huis een stuk droger. De ideale luchtvochtigheid in huis ligt tussen de 40% en 60%. Dat vinden niet alleen onze ogen en huid fijn, maar planten ook. Veel van onze kamerplanten zijn afkomstig uit in tropische gebieden waar het juist heel vochtig is. 

Het is handig om een hygrometer in huis te halen, waarop je ziet hoe het met de luchtvochtigheid in je huiskamer is gesteld. Bij een te laag percentage zijn er allerlei dingen die je kunt doen om de luchtvochtigheid omhoog te brengen. Zo kun je van die ouderwetse waterbakjes aan je verwarming hangen (of bakjes met water los op je verwarming zetten), of je kunt een elektronische luchtbevochtiger aanschaffen. Je kunt ook je planten wat dichter bij elkaar zetten. Het weinige water dat de een verdampt, kunnen andere planten weer opnemen. Zo creëer je een mini-ecosysteempje. Wat ook helpt, is je planten regelmatig – liefst wekelijks – een sproeibeurt geven. Overigens moet je Begonia’s en planten met fijne haartjes op hun blad dan echt overslaan. Die krijgen hier lelijke plekjes van op hun blad. Vetplanten en cactussen hoef je ook niet te besproeien, liever niet zelfs. 

6. Zet je planten niet direct op de verwarming

Niet alleen droge lucht is een probleem voor planten in de winter. Ook stralingshitte van bijvoorbeeld de haard, kachel of verwarming is een gevaar voor je planten. De warmte is voor veel planten niet het echte probleem, maar de grote schommelingen in temperatuur wel. Planten met veel blad die direct boven of vlak bij een warmtebron staan, krijgen steeds een groot temperatuurverschil te verwerken als de verwarming in de ochtend of aan het einde van de dag aanslaat. Vetplanten en cactussen kunnen hier beter tegen, maar we raden aan alle planten die geen cactussen of vetplanten zijn in de winter uit de buurt te houden van alle warmtebronnen. 

Heb je geen mogelijkheid om je planten te verplaatsen en laat je ze toch boven de verwarming op de vensterbank staan, plaats dan een bakje met water naast je plant of op de vloer. Dat komt de luchtvochtigheid enigszins ten goede. Let er wel op dat er geen levende delen van de plant direct in aanraking komen met de verwarming. Die verbranden.

7. Zet ze ook niet op de tocht

Planten verafschuwen tocht. In de herfst en winter is het verschil in temperatuur tussen binnen en buiten groter dan in de zomer. Heb je enkelglas, haal dan je planten weg uit de vensterbank en zet ze (tijdelijk) op een tafeltje in de buurt van het raam. Dan hebben ze dezelfde hoeveelheid licht, zónder de tocht. Zij blij, jij blij. 

8. Controleer op plantenplagen

Op plantenplagen controleren doe je het hele jaar door. Ook als de zomer voorbij is dus. Hoewel veel insecten (en schimmels) niet van winterse temperaturen houden, houden ze zeker wel van onze broeierige, droge binnenruimtes. Wanneer je planten binnenhaalt die je in de zomer buiten hebt gehad, let dan ook even goed op of je geen luis of spint mee naar binnen haalt. Die kans is best groot. Het blijft helaas, ook in in de winter, een beetje opletten geblazen. 

9. Stel verpotten uit tot in de lente

Voor een plant is verpot worden een behoorlijk stressvolle bedoening. Wortels raken beschadigd en het herstel hiervan kost een plant veel energie. Door het gebrek aan zonlicht heeft hij daar in dit donkere seizoen weinig van. Voor verpotten kun je dus beter die eerste heerlijke zonnestralen afwachten, dan mag je weer. 

10. Raak niet in paniek (raak nóóit in paniek!)

Mocht je nu ondanks al je goede zorgen toch nog dorre bladeren aantreffen bij je planten of zien ze er niet zo fris uit als je gehoopt had, raak dan niet meteen in paniek. Veel planten kunnen best wat hebben. Ze hebben het dan gewoon moeilijk, maar ze gaan niet meteen dood. Blijf kalm en doe geen gekke dingen. Je zult zien dat een plant, net als veel mensen, zich in de lente weer herpakt. Ook voor een plant geldt: een goede (winter)slaap doet wonderen.

Steck heeft een uitgebreide collectie kamerplanten én de mooiste potten waarin je ze kunt laten shinen. Kom snel een kijkje nemen op Gageldijk 3 in Utrecht!

Je planten verzorgen tijdens je vakantie

Je planten verzorgen tijdens je vakantie

5 tips om je planten water te geven terwijl je er niet bent

De vakantie komt er weer aan en oh, wat hebben we er zin in! Maar wat te doen met je planten? Hoe ga je ze van water voorzien als je een paar weken weg bent? We geven 5 tips om je planten water te geven tijdens je vakantie zonder dat je steeds op en neer hoeft. Kun jij tenminste écht genieten van je uitzicht op de zee/bergen/bossen/ondergaande zon. 

1. Vraag iemand uit de buurt (liefst iemand met ‘plantenervaring’)

Als je iemand kent die je planten wil verzorgen, dan is dat absoluut de makkelijkste optie. Zet de gieter en alle planten bij elkaar in het zicht, zodat je buurman of je zus er geen speurtocht van hoeft te maken. Bedenk ook of je buitenplanten aandacht nodig hebben, bijvoorbeeld als er weinig regen wordt voorspeld of als je planten hebt die onder een afdak staan. Potplanten hebben op zomerse dagen dagelijks water nodig. Bespreek dit met je plantenoppas. Als deze weinig ervaring heeft met groen, wees dan heel duidelijk over de hoeveelheid water per plant. Waarbij het aloude adagium geldt: beter te weinig dan te veel water.

2. Zet je planten bij elkaar

Planten vinden het over het algemeen heel fijn om dicht bij elkaar te staan. Samen creëren ze een microklimaat met meer luchtvochtigheid, omdat planten (als ze genoeg water krijgen) water uitwasemen via hun bladgroen, vooral als ze grote bladeren hebben. Planten profiteren zo van elkaars vocht. Ideaal! Belangrijk hierbij is dat ze niet op de tocht staan en niet in direct zonlicht.

Door je planten bij elkaar te zetten zorg je voor een gunstig microklimaat | Bron: Gruun

3. Zorg voor voldoende licht

Als je je rolluiken voor drie weken omlaag rolt, dan tref je bij thuiskomst geen happy jungle aan. Planten hebben licht nodig voor de fotosynthese, en zonder gaan ze dood. Maak het niet te donker voor ze tijdens je afwezigheid. Een beetje minder licht is overigens prima. Heb je lichte gordijnen, dan kun je die best dichttrekken. Heb je planten op een vensterbank waar de zon op staat? Zet die dan wat verder in de kamer: dan drogen ze minder snel uit.

4. Geef water voor je vertrekt, maar zéker niet te veel

De verleiding is groot om je planten extra veel water te geven voor je op vakantie gaat. Doe het niet! Natuurlijk moet je ze water geven, maar als er water onder in de pot blijft staan, dan is de kans groot dat de wortels van je plant gaan rotten. Planten houden nu eenmaal niet van natte voeten. En aarde die continu nat is, is een aantrekkelijke voedingsbodem voor rouwvliegjes. Daar zit je ook niet op te wachten als je terugkomt van vakantie. Gewoon water geven zoals je altijd doet dus.

5. Maak een watergeefsysteem

Het klinkt misschien ingewikkeld, maar je hoeft echt geen ingenieur te zijn om een watergeefsysteem in elkaar te knutselen. Er zijn verschillende manieren, zoals PET-flesjes omtoveren tot druppelaars, minikasjes maken of een touwtjes in een emmer water hangen. Op WikiHow wordt elk systeem stap voor stap uitgelegd.

Zelfs met een simpele wijnfles kun je een ingenieus watergeefsysteem maken | Bron: Cnet

Vind je het toch te veel gedoe? Elho heeft speciale bewateringsbollen die je bij je plant kunt steken (te koop bij Steck).

Tip 2 t/m 5 zijn óók handig als je een plantenoppas hebt. Als je die niet kunt vinden, helpen die tips ook om je planten wat langer zonder menselijke hulp te laten overleven. Maar als je langer weggaat dan anderhalf à twee weken, dan moet je toch écht even doorzoeken naar een oppas, of je planten tijdelijk verhuizen naar een plek waar ze verzorgd kunnen worden.  

We wensen jou en je planten veel plezier in de zomermaanden!

Wat kruipt daar nou? 3 supercoole natuurlijke vijanden tegen plagen op je kamerplanten

Plagen kamerplanten

Vroeg of laat krijgt iedere plantenliefhebber te maken met plagen, ook in huis. Misschien ben je geneigd om meteen naar de winkel te gaan voor het halen van een fles bestrijdingsmiddel, maar er is een meer verantwoorde oplossing: natuurlijke vijanden! We vertellen je graag over 3 supercoole veelvraatjes, die zich maar wat graag tegoed doen aan die vervelende knagers. Het klinkt misschien gek om insecten in huis te halen, maar je zult zien dat dat in de praktijk heel goed uitpakt. Lees onderaan hoe dat zit. 

Als trotse plantenbezitter besteed je veel tijd aan het verzorgen van je groene vrienden. Je geeft ze water als ze het nodig hebben, je zorgt voor voldoende licht en je geeft voeding in de lente en de zomer. Alles lijkt goed te gaan tot ineens je blik valt op op iets vreemds: groene kruipende beestjes die je pannenkoekenplant te lijf gaan! En wat vliegt er nou omhoog vanaf je zonnebloemen op de vensterbank? Geen paniek, er is (vrijwel) altijd iets aan te doen. De natuurlijke vijanden komen to the rescue.

1. Lieveheersbeestje (larve)

Dit rood-met-zwarte-stippen-diertje kom je in elke tuin tegen. Het lieveheersbeestje heeft vooral een schattig imago, maar is bovenal een harde werker. Hij kan in huis dan ook veel voor je dierbare kamerplanten betekenen.

De larve van het lieveheersbeestje eet voordat hij volwassen wordt gemiddeld zo’n 600 bladluizen. Eenmaal volwassenen eet hij er wel tot 100 op een dag! Een ware veldslag waar de bladluis niet tegenop kan. Het lieveheersbeestje legt zijn eitjes midden in een bladluis kolonie voor een echte invasie. Je kunt de larven van het lieveheersbeestje ook in je tuin uitzetten. Hoe je dat doet, lees je in het blog van Natuurmonumenten.

Bron: huisentuinmagazine | Het lieveheersbeestje in actie

2. Sluipwesp

Ook de sluipwesp zet de aanval in op de bladluis, maar is ook niet vies van de witte vlieg. Je herkent ze aan hun slanke ‘wespentaille’, maar voor het blote oog zijn ze bijna niet zichtbaar. Ze worden de laatste jaren steeds meer ingezet voor de bestrijding van plagen, vooral ook in de landbouw.

Zet je de larven uit bij een plaag, dan is er geen houden meer aan. Voor de voortplanting leggen ze hun eitjes namelijk in het plaagbeestje. Met hun legboor dringen ze zich naar binnen bij het insect. De larven eten vervolgens hun gastheer op en transformeren vervolgens tot volwassen sluipwesp. Vervolgens legt die zijn eitjes weer in het volgende plaagbeestje en zo winnen ze steeds sneller de oorlog tegen de plaag. Meer weten over de sluipwesp? Raadpleeg dan de informatie van IVN.

Bron: IVN | Restanten van oude gastheren waaruit de sluipwesplarve zich heeft ontwikkeld

3. Aaltjes

Waar je bladluizen en witte vlieg nog weleens over het hoofd kunt zien, is dat bij de favoriete traktatie van de rouwvarenmug wel anders. De rouwvarenmug (ook wel rouwvliegje genoemd) verspreidt zich razendsnel en vliegt al snel vrolijk rond je planten. Het gekrioel van deze irritante beestjes zorgt bij veel plantenbezitters voor frustratie en wanhoop. Gelukkig zijn daar de aaltjes om je plantencollectie te redden.

Aaltjes – ook wel bekend als nematoden – doen zich graag tegoed aan de larven van de rouwvarenmug, maar ook aan de poppen van trips, een andere veelvoorkomende plaag op kamerplanten. De minuscule beestjes worden niet groter dan 0,7 millimeter. Eenmaal in de bodem gaan ze op zoek naar larven en poppen van plaaginsecten. Ook zij dringen hun gastheer binnen, welke afsterft en geen schade meer kan aanrichten aan je planten. In een enkele insectlarve kunnen wel duizenden aaltjes leven en zich tegoed doen aan hun gastheer. 

Bron: All That’s Interesting | Aaltjes zijn met het blote oog niet te zien

Insecten IN huis?

Het klinkt misschien niet als het meest frisse idee, maar je hoeft niet bang te zijn dat deze beestjes je huis over zullen nemen. Ze concentreren zich alleen op de plagen op je planten en hebben op andere plekken in huis niets te zoeken. In het geval van het lieveheersbeestje overleven alleen de sterksten, ze eten elkaar op bij een tekort aan voeding. Uiteindelijk zal ook de laatste verdwijnen, maar nog beter is om ze in de natuur uit te zetten om hun werk daar voort te zetten.

Sluipwespen en aaltjes zijn zeer klein en amper met het blote oog te zien. Ook zijn ze niet schadelijk voor mensen of huisdieren. Ze zullen je nooit lastigvallen. Zodra er geen voeding meer voor handen is, sterven beide beestjes zonder resten achter te laten. Insecten in huis halen om andere insecten te bestrijden is dus helemaal niet zo’n gek idee!

Welk insect zit er op jouw kamerplant?

Voor je aan de slag gaat met het inzetten van natuurlijke vijanden, moet je eerst achterhalen welke knager zich huishoudt op je plant. In dit handige overzicht van Milieu Centraal vind je een aantal kenmerken om tot de juiste conclusie te komen. De meest voorkomende plagen zijn:

  • Bladluizen
  • Witte vlieg
  • Rouwvarenmuggen
  • Tripsen
  • Spintmijten

Welke planten zijn gevoelig voor plagen?

Plagen hebben het vooral gemunt op planten met grote, dunne bladeren. In het algemeen geldt dat plagen zich vooral zullen richten op jong blad aan je plant. Het beste kun je dus de nieuwe groei in de gaten houden op de aanwezigheid van ongewenste beestjes. Laat je ze hun gang gaan, dan kan je plant erg verzwakt raken doordat de insecten noodzakelijke voedingsstoffen uit de plant halen. Uiteindelijk kan een plant zelfs afsterven hierdoor.

Bron: Milieu Centraal | Een kolonie bladluizen doet zich tegoed aan een kamerlelie

Voorkomen is (nog altijd) beter dan genezen

Om te voorkomen dat plagen als bladluis en witte vlieg telkens terugkomen kun je een aantal preventieve stappen zetten:

– Zet je plant eens op een andere plek
– Zorg ervoor dat je gebruikte potten goed schoonmaakt voor je er een nieuwe plant in zet.
– Pas op met erge tocht of hele droge (verwarmings)lucht
– Houd je potgrond niet te nat
– Geef je planten niet te veel voeding

Gaat het inzetten van natuurlijke insecten je net iets te ver? Probeer dan eens een mengsel van water, zeep en een heel klein beetje spiritus. Of kies voor een ecologische bestrijding. 

Natuurlijke vijanden kopen?

Er zijn online een aantal goede verkopers van natuurlijke vijanden. We verwijzen je hiervoor graag naar Biogroei. Zij weten precies hoe ze de beestjes goed kunnen houden voor en tijdens verzending zodat je geen miskoop doet.