Terugblik tweede informatieavond toekomstplannen Steck

Op 12 maart 2024 was de tweede informatieavond bij Steck over de transformatie van het tuincentrum naar een publiek park en ontmoetingsplek. Er was een mooie opkomst. De droom van eigenaar Bob Scherrenberg? Een groene, levendige ontmoetingsplek waar je kunt verblijven, winkelen, verwonderen en ondernemen. 

Het enthousiasme van de sprekers spatte eraf op deze avond onder leiding van Lara Simons van Bureau Brick. Bob Scherrenberg, Gabrielle Muris, Zecc architecten, Flux landschapsarchitecten, Raumkultur en Bureau Brick namen de aanwezigen mee in de ontwikkelingen sinds de eerste informatieavond op 20 september 2023: een terugblik, de onderzoeken, de ontwerpen en het vervolg. 

Verder uitgewerkte plannen 

Op basis van onderzoeken en de feedback van Overvechters en bewoners uit andere stadsdelen en gemeente De Bilt zijn de ontwerpen verder uitgewerkt en aangepast. Hieronder lees je een greep uit de plannen. 

Bereikbaar voor iedereen 

We vinden het belangrijk dat iedereen het gehele gebied goed kan bereiken. Of je nu met de fiets, de auto, lopend of met het OV komt. Ook komen er bijvoorbeeld leen(bak)fietsen, een bezorgservice en meer. De bestaande ontwerpen voor het parkeren zijn aangepast. We zorgen er ook voor dat het extra verkeer geen extra druk in de omgeving oplevert. 

De historie van het landschap

Het unieke landschap ligt midden in de Hollandse Waterlinie en heeft Unesco Werelderfgoed status. We willen het zo inrichten dat je de historie ervan nog beter kunt beleven en ervaren. Je vindt de historie bijvoorbeeld terug in de forten, maar ook in het uitzicht en de ‘lange lijnen.’ We laten de openheid van het landschap terugkomen in een nieuw aan te leggen park rond Steck. We laten de natuur floreren en het landschap beter aansluiten op de open structuur van het Noorderpark. Zo min mogelijk hekwerken dus.

Zo komen de gebouwen eruit te zien

De gebouwen zoals het tuincentrum, de groene broedplaats, het hotel en het restaurant zijn zo ontworpen dat ze passen in het landschap. Ze worden gebouwd met groene en duurzame materialen. Het tuincentrum krijgt een lichte en transparante uitstraling. Straks winkel je in het groen! De broedplaats wordt een plek waar groene denkers en makers werken aan een duurzame toekomst. Dit gebouw wordt verscholen in het groen. Het hotel zal een groene gevel hebben die als huis dient voor vogels. Dit gebouw krijgt een carrévorm met een centrale binnentuin. En het restaurant? Dat wordt aanpasbaar aan de seizoenen: opener in de lente en zomer, dichter in de herfst en winter. 

Wanneer begint de bouw? 

Wanneer we beginnen met bouwen is afhankelijk van de toetsing van de plannen en de besluitvorming door de gemeente. Wat ons betreft kunnen we hopelijk in 2026 beginnen met de eerste nieuwbouw. Intussen zitten we niet stil en blijven we mensen bij de ontwikkeling betrekken. Spreek ons vooral aan of stuur een bericht op info@steckutrecht.nl.

Meer informatie

Kon je niet bij de informatieavond zijn? Of wil je alles rustig nalezen? Bekijk hier de presentatie of lees hier het volledige verslag.

Tweede informatieavond toekomstplannen Steck

Tweede informatieavond toekomstplannen Steck

Op 20 september vorig jaar was de eerste bijeenkomst over de plannen bij Steck. Nu nodigen we je graag uit voor de tweede informatiebijeenkomst op 12 maart 2024 (ook als je er de eerste keer niet bij was).

De afgelopen maanden werkten we aan een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPVE) voor de ontwikkeling van het eigen terrein. We namen daarbij de meningen en ideeën van de bezoekers van de vorige informatieavond mee. Het resultaat? Dat presenteren we je graag op 12 maart. 

Op een tafel liggen visuele representaties van de toekomstplannen van Steck, met daarop briefjes waarop omwonenden hun zorgen, opmerkingen en tips hebben geschreven
Eigenaar van Steck, Bob Scherrenberg, geeft op een informatieavond een presentatie over de toekomstplannen van Steck

Wat kan ik verwachten op de informatieavond?

Je hoort op deze avond hoe de onderzoeken en inbreng van betrokkenen terugkomen in de plannen van Steck. Ook zullen we nu opnieuw vragen naar de reacties van de aanwezigen op de plannen. We sluiten de avond af met een hapje en een drankje. 

Wat zijn de plannen van Steck?

De komende jaren wil Steck het hele gebied rond het tuincentrum verder ontwikkelen. Bijvoorbeeld door het groen dat nu is afgesloten, toegankelijk te maken. Er zijn plannen voor nieuwbouw van het tuincentrum, een groene broedplaats en een hotel en restaurant in een parkachtige omgeving in verbinding met het Noorderpark. Het wordt een nog levendiger plek waar je kunt winkelen, verblijven, ontmoeten en ondernemen. Alle toekomstplannen staan in het teken van de missie van Steck: heel Utrecht groen denken én doen.  

Visuele weergave van de toekomstplannen van Steck
Visuele weergave van de toekomstplannen van Steck, zoals gepresenteerd op de informatieavond in september 2023
Tijdens een informatieavond krijgen bezoekers een rondleiding over het terrein van Steck. In de voorgrond is een groepje mensen te zien, in de achtergrond de kassen van Steck en tuincafé Noordertuin

Meer informatie

Wil je meer weten over de vorige informatieavond? Een terugblik naar de eerste informatieavond lees je hier. Het verslag met beelden uit de presentatie download je hier

Wanneer

Dinsdag 12 maart 2024

Hoe laat

Inloop vanaf 19.00 uur, aanvang programma om 19.30 uur. Einde 21.00 uur.

Waar

Tuincafé Noordertuin bij Steck
Gageldijk 3
3566 ME Utrecht   

Toekomstplannen gebiedsontwikkeling Steck

De omgeving van Steck en Utrecht Overvecht vanuit de lucht gezien

Toekomstplannen gebiedsontwikkeling Steck

Steck en het omliggende gebied breiden uit. Het doel van de herontwikkeling? Steck wil een groene schakel worden tussen stad en land. Met andere woorden, de grond en natuur toegankelijker maken voor iedereen. Het Noorderpark bijvoorbeeld. In deze blog nemen we je mee in de gebiedsplannen. 

Een reis door de tijd: van 1969 tot 2029

In 1969 opende Utrechter Wim Scherrenberg het eerste tuinwarenhuis van Nederland: Tuincentrum Overvecht. In 2019 nam zoon Bob het roer over. Hij veranderde van naam: die werd Steck. Én van koers. Er kwam bij Steck bijvoorbeeld meer aandacht voor duurzaamheid en biodiversiteit. Bob betrok meer groene ondernemers bij het bedrijf. Zo groeide Steck uit tot een geliefde plek waar van alles te doen is.

Maar we zijn er nog niet: in 2029 wil Steck een groene stadsoase zijn die een doorgang is tussen stad en land. 

Dat gebeurt niet van de ene op de andere dag. Om alle gebiedsplannen uit te kunnen voeren, moet rekening gehouden worden met verschillende dingen. Een voorbeeld? Steck valt binnen een groen en beschermd gebied. Daarom hebben we uitgangspunten voor het ontwerpen geformuleerd, die lees je hieronder.

Steck Tuincentrum Overvecht 1969
De vader van Bob opende in 1969 het eerste tuinwarenhuis van Nederland.
De entree van Steck in 2023
De entree van Steck in 2023
Ringslang in het Noorderpark achter Steck

Groen en beschermd gebied en UNESCO werelderfgoedstatus

Steck ligt midden in het groen. Het terrein is een bijzonder en beschermd gebied: hier leven ijsvogels, ransuilen, ringslangen en nog veel meer andere dieren. Daar gaan we zorgvuldig mee om: Steck wil in harmonie zijn met de natuur. 

Steck is ook onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie dat UNESCO werelderfgoedstatus is. Het is een belangrijk stuk militair-historische geschiedenis van Nederland. 

De plannen van Steck bevinden zich voor een deel buiten de ‘rode contouren’ die de gemeente en provincie hebben aangegeven. Bouwen buiten deze rode contouren mag alleen bij hoge uitzondering. De gemeente heeft positief gereageerd op het idee van Steck om ook buiten de rode contouren lage bebouwing toe te staan. Dat komt omdat er in de plannen van Steck veel groen bij komt. En omdat de natuur toegankelijk wordt gemaakt.

Ontwerpprincipes

Bij het ontwerpen van de lage bebouwing horen wél speciale ontwerpprincipes. De architectuur van de bebouwing zal bijvoorbeeld een verbinding aangaan met het landschap. Verder moeten we rekening houden met de toekomstige Noordelijke Randweg Utrecht (NRU). En met de huidige natuurwaarden in het gebied.

Impressie van het gebied rondom Steck dat in de toekomstplannen van Steck is opgenomen

In beeld: huidige situatie en concept Steck in 2029

Zo pakken we het aan: onderzoek

Voordat het gebied rondom Steck herontwikkeld kan worden, horen daar bepaalde stappen bij. Er moeten bijvoorbeeld onderzoeken worden gedaan. En gesprekken gevoerd worden met omwonenden op de informatieavonden bij Steck. 

Tot nu toe heeft Steck al verschillende onderzoeken laten doen rondom natuur, water en infrastructuur. En onderzoeken die te maken hebben met bebouwing en het uitzicht. Denk bijvoorbeeld aan: wat zie je als je door het toekomstige Steck loopt? En hoe past dat bij de omgeving? We zijn er nog niet: er komen nog meer onderzoeken aan. 

Ook: ontwerpen en herinrichten

Verder moet Steck rekening houden met regelgevingen. Want je mag niet zomaar op elke plek bouwen. Of zomaar de inrichting van een terrein veranderen. Steck moet nog andere stappen doorlopen voordat er een stedenbouwkundig plan gemaakt kan worden. Mensen die in de buurt van Steck wonen en andere belanghebbenden worden bij de plannen betrokken, bijvoorbeeld tijdens bijeenkomsten. Om op de hoogte gehouden te worden van de ontwikkelingen kan je je aanmelden voor onze nieuwsbrief.

Impressie van de toekomstplannen van Steck voor 2029

Voorbeelden van onze plannen

Je merkt, voordat het zover is, moet nog veel gebeuren. Die nieuwe groene stadsoase en de schakel tussen stad en land, worden we niet zomaar. Maar we hopen dat we in 2029 ver zijn gekomen. We geven je hier een inkijk in de plannen zoals we die nu voor ons zien.

Boetiekhotel

Stel je voor: je bent dol op fietsen en de natuur. En je moet in Utrecht zijn voor familie, vrienden of zaken. Hoe fijn zou het dan zijn om te verblijven in een klein hotel van waaruit je zó het Noorderpark inloopt? Of fietst? Na een fijne wandeling, fietstocht of vergadering geniet je van lokale en kakelverse lekkernijen in het hotel.

Impressie van het hotel dat in de toekomstplannen van Steck is opgenomen

Amfitheater

Het is een heerlijke avond en je hebt zin in een gezellig uitje. Gewoon in je eigen buurt. Met of zonder kinderen. Dan bezoek je straks het amfitheater. Bij het mini theater op het terrein van Steck is dan van alles te beleven. Een vrolijke voorstelling van theatermakers uit Overvecht bijvoorbeeld. Of een inspirerende lezing over duurzamer leven.

Bamboebos

Vanuit het maïsdoolhof bij Steck (dat is open tussen juni en oktober) loop je zo het bamboebos in. Je gaat een bruggetje over en je stapt het landschap in. Hier leven kinderen zich naar hartelust uit. Ze ontdekken de natuur. Van klimmen over torens tot klauteren door tunneltjes. Vies worden mag. Na dit avontuur plof je neer bij Tuincafé Noordertuin voor limonade en wat lekkers.

In het maisdoolhof van Steck in Utrecht Overvecht loopt een moeder met haar zoon

Wildopvang Stichting Snorhaar

Stichting Snorhaar vangt wilde zoogdieren op als ze ziek of gewond zijn. Van egels tot hazen en van konijnen tot eekhoorns. De vrijwilligers van de stichting verzorgen de dieren. En dat is hard nodig: het aantal wilde dieren neemt in Nederland snel af. Daar moet verandering in komen. Daarom krijgt Stichting Snorhaar een mooie plek op het terrein van Steck. Zo zorgen we samen voor onze stadsnatuur.

Broedplaats

Ben je een duurzame ondernemer? Een groene maker? Dan wordt de broedplaats die Steck wil bouwen een inspirerende plek voor je. Hier broed je mét en tussen andere ondernemers op vernieuwende ideeën. Advies nodig of een duurzaam product? Of een kop koffie? Je loopt hiervoor gewoon even bij je buur binnen. Circulair bouwen en maatschappelijke betrokkenheid staan op deze kweekplekken centraal.

Ontdekhal

De naam zegt het al: de ontdekhal is een plek waar kinderen, jongeren en volwassenen ontdekken. Uitpluizen, bedenken, doen en maken. De makers van de toekomst leren hier spelenderwijs van alles over techniek, innovatie en creativiteit. Van timmeren tot zagen en meer.

Heb je vragen? Ideeën? Wil je meedenken? Mail ons op info@steckutrecht.nl

Terugblik informatieavond toekomstplannen Steck

Op een informatieavond bekijken mensen een presentatie over de toekomstplannen van Steck

Vorige week onthulden we onze plannen voor de gebiedsontwikkeling rondom Steck. We kijken terug op een geslaagde avond. Wat waren er veel geïnteresseerden en belanghebbenden! De nieuwsgierigheid hing in de lucht. 

De avond begon met rondleidingen langs pluktuin Glitter Gladiool, Kwekerij Stekkers, het Maïsdoolhof, De Clique en de Voedseltuin. Wat een enthousiaste reacties! 

Na deze rondleidingen heette eigenaar Bob Scherrenberg alle aanwezigen hartelijk welkom in tuincafé Noordertuin. Hij en andere sprekers namen ons vervolgens mee in de plannen, ambities en dromen van Steck en het gebied eromheen voor de komende jaren. Alles in het teken van de missie van Steck: heel Utrecht groen denken en doen. In een notendop? Het gebied rondom Steck wordt een nóg levendiger plek waar je winkelt, verblijft, ontmoet en onderneemt. Van nieuwbouw van het tuincentrum tot een groene broedplaats en een hotel.

We zijn blij met en dankbaar voor de betrokkenheid van de aanwezigen bij de toekomstplannen van het gebied. Er was ruimte voor vragen, ideeën, zorgen en kritische noten. Zo werd het een interactieve en waardevolle avond. 

We kijken uit naar de volgende informatieavond! Op de hoogte blijven van de ontwikkelingen? Schrijf je in voor de nieuwsbrief

Hoe gaat het met de Voedseltuin?

Radijsjes en peultjes en een paardebloem

Twee jaar geleden werd het kale asfalt naast de kassen van Steck omgetoverd tot een prachtige moestuin. Inmiddels werken er vrijwilligers uit Overvecht, die in ruil voor hun inzet een deel van de oogst mee naar huis nemen.

Maar de groente vinden ook hun weg naar jouw bord. Als je hebt geluncht in ons tuincafe heb je waarschijnlijk ook Voedseltuingroenten gegeten. Tuincafé Noordertuin maakt namelijk dankbaar gebruik van een deel van de oogst. Dit is een mooie ontwikkeling: vrijwilligers en bezoekers kunnen hun eten direct zien groeien, zo lokaal als het maar kan. Zelfs nu, in de winter, kan er geoogst worden. Met name palmkool en boerenkool staan op het menu.

boerenkool in de voedseltuin met de noordertuin op de achtergrond
Boerenkool in de Voedseltuin

Plannen voor de toekomst

Maar Mark Verhoef, de coördinator van de Voedseltuin, wil meer. ‘Het idee van de oprichting van de Voedseltuin was altijd al met in ons achterhoofd: een Overvechts netwerk oprichten, zodat zoveel mogelijk groente de weg naar de wijk kan vinden. Daarom ben ik nu met mijn collega Caro op zoek naar allerlei initiatieven, groepen en organisaties die daaraan bij kunnen dragen.’

Nieuwe uitdagingen

Mark wil graag de hele wijk Overvecht van gezond voedsel voorzien. Dat kan direct afkomstig zijn uit een van de drie Voedseltuinen, maar in de toekomst misschien ook wel van lokale boeren of andere moestuinen die oogst opleveren. Om te zorgen dat die oogst zo veel mogelijk mensen kan bereiken, is hij in gesprek met verschillende locaties in Overvecht waar buurtbewoners mee kunnen eten. Uit die gesprekken blijkt enorm veel interesse voor een lokale oogst, maar ook nieuwe uitdagingen. Want een lokale oogst betekent ook een wisselend aanbod in groente. 

‘Zo zijn we bijvoorbeeld in gesprek met Buurttafels in Overvecht, over de manier waarop ze meer gebruik kunnen maken van seizoensgroenten,’ vertelt Mark. ‘Alleen de afhankelijkheid van seizoensgroente zorgt voor wisselende oogst en dat vergt best wat creativiteit van de koks die daar werken. Om koken met seizoensgroente makkelijker te maken, is bijvoorbeeld het idee ontstaan om een “‘wijk-kookboek’” maken met recepten die bij het seizoensaanbod passen.’

Vrijwilligers hard aan het werk in de Voedseltuin bij Steck
Vrijwilligers hard aan het werk in de Voedseltuin bij Steck

Een voedselnetwerk in Overvecht

Om ervoor te zorgen dat gezond, vers, duurzaam en lokaal voedsel voor iedereen toegankelijk is, is het belangrijk dat lokale partijen samenwerken. Zodat biologisch voedsel uit de buurt bijvoorbeeld niet alleen te koop is bij duurdere winkels, maar juist ook beschikbaar is voor mensen met een kleinere portemonnee.

Daarom spreken Mark en Caro met lokale horecaondernemers, boeren, moestuineigenaren en diverse inwoners uit Overvecht om te kijken waar ruimte is voor samenwerking. ‘Aan het einde van de verkenning willen we de voedselstromen binnen de wijk zo veel mogelijk in kaart te brengen,’ zegt Mark. 

Voedsel in de toekomst

Mark droomt van het oprichten van een coöperatieve supermarkt. Eentje die beheerd wordt door bewoners en lokale ondernemers en bevoorraad door lokale leveranciers. Door dat lokale beheer dient zo’n supermarkt niet de doelen van zo veel mogelijk geld verdienen, maar die van de wijk zo gezond mogelijk houden.

‘Het zou moeten gaan om een groter verhaal dan “wij verkopen eten omdat jij een lunch nodig hebt”,’ vertelt Mark. ‘Dat grotere verhaal moet zijn: ik verkoop lokaal eten uit Overvecht en omgeving rekening houdend met de wijk, de mensen, biodiversiteit en gezondheid.’

Meer weten of bijdragen?

Ben jij nou een creatieve kok, handige harry, of groene ondernemer met een hart voor duurzaam, lokaal en sociaal ondernemen? Of denk je op een andere manier bij te kunnen dragen aan een Overvechts voedselnetwerk, bijvoorbeeld door kennisdeling, donaties of arbeid? Laat het Mark en Caro weten! Mail naar info@voedseltuinovervecht.nl

Het werk in de Voedseltuin gaat ondertussen gewoon door. Nu het winter is, zie je daar nog niet zoveel groeien, maar straks in de lente explodeert het smakelijke groen de tuin uit.

Duurzame kwekerij Fruithof: biologisch is niet altijd logisch

Vanaf deze lente kun je bij Steck fruitbomen en -planten kopen van Fruithof, een kwekerij in Kapelle in Zeeland. Hun fruitgewassen vallen op doordat ze mooi vol zijn én veel vruchten geven. Op de kwekerij, die in 2000 is opgericht, wordt goed nagedacht over duurzaamheid. Hun fruitgewassen zijn zo biologisch mogelijk, hoewel ze niet dat keurmerk mogen voeren. Eigenaar Wim Kersten legt uit hoe dat zit. 

Tekst: Anoek van der Leest

In 2000 ben je samen met je vrouw Amanda een kwekerij begonnen. Wat was de aanleiding om Fruithof op te richten?
‘Ik werkte in die tijd als bedrijfsleider bij een fruitteeltbedrijf, dat een fruitboomkwekerij als neventak had. Het viel me op dat de magere en ielere boompjes naar de consument gingen en de volle, mooie bomen naar de fruittelers. Dat vond ik jammer voor de consument en zo ging ik nadenken of dat niet anders kon. In 2000 begonnen mijn vrouw en ik zelf fruitbomen en -struiken te kweken onder de vlag van Fruithof om consumenten een beter aanbod te geven.’

Wim en Amanda met zoons

De gewassen van Fruithof zijn populair bij de consument vanwege hun mooie vorm. Wat is het geheim achter de kwaliteit van jullie fruitbomen en -struiken?
‘Alle bomen die wij kweken, laten we groeien op traaggroeiende onderstammen. Hierdoor zijn de bomen heel geschikt voor grote en kleine achtertuinen, en zelfs voor op een balkon. We kweken de bomen in potten, waardoor het gemakkelijker is om voeding en watergift te doseren. Doordat we op deze manier veel aandacht geven aan de bomen, worden ze sterk en vol van vorm. En dat ziet er mooi uit. In de eerste jaren waren verschillende tuincentra wat terughoudend om de bomen van Fruithof te verkopen, omdat deze door het aandachtige kweekproces wat duurder waren. Maar al gauw merkten ze dat consumenten erg gecharmeerd waren van onze aantrekkelijke bomen. Nu, ruim twintig jaar later, bestaat ons familiebedrijf uit 36 medewerkers en worden er meer dan 150 fruitrassen geteeld.’

Jullie lopen graag voorop in de sector. Een paar jaar geleden was Fruithof de eerste kwekerij die overstapte op gerecyclede plantenpotten. Hoe is dat ontstaan?
‘Er worden heel veel kweekpotten gebruikt in de tuinbouw. Plastic wordt gezien als ongewenst materiaal, milieutechnisch gezien, maar het is enorm veelzijdig. Als we het goed kunnen recyclen, dan kunnen we het positief inzetten. Met deze gedachte ging in ik gesprek met een bevriende pottenleverancier. Ik zei: “Als het je lukt om kweekpotten te maken van huisvuil, dan ga ik om.” Hij heeft toen speciaal hiervoor een productielijn opgezet. In het begin zagen de potten er niet uit, maar na wat ge-experimenteer lukte het om mooie, egale potten te maken van gerecycled plastic. Inmiddels zijn veel meer kwekerijen hiermee aan de slag gegaan. Dit geeft overigens een nieuw probleem: er kan niet genoeg plastic uit het Nederlandse huisvuil worden onttrokken om al die potjes te maken. Inmiddels wordt een deel van het plastic uit het buitenland gehaald’

Ook op andere vlakken zijn jullie met duurzaamheid bezig, maar toch staat Fruithof niet te boek als biologische kwekerij. Hoe komt dat?
‘Dat heeft alles te maken met regelgeving. De voorwaarden om in Nederland te voldoen aan het label biologisch zijn veel strenger dan in andere Europese landen. Sommige grote tuincentra halen hun biologische fruitbomen bijvoorbeeld uit Duitsland. Wat daar het etiket biologisch mag dragen, wordt in Nederland niet als biologisch gezien. Tegelijkertijd mag de Nederlandse toezichthouder (Skal) de producten uit het buitenland niet herkeuren. Zo kunnen deze tuincentra gewassen verkopen met het etiket biologisch, terwijl Nederlandse kwekers veel meer moeite moeten doen om dat etiket te mogen voeren. We hebben lang geprobeerd om onze gewassen volledig biologisch op te kweken. Maar inmiddels zie ik de meerwaarde in van het adagium: biologisch als het kan, chemisch als het moet. Als je alles biologisch doet, dan kom je soms voor het probleem te staan dat een hele kas vol planten wordt aangevreten door een schimmel. Kun je al je planten weggooien, terwijl je ze met een chemisch middel had kunnen redden. Dat is in zichzelf ook niet erg duurzaam. Wij mensen proberen zo gezond en natuurlijk mogelijk te leven, maar bij ernstige ziekte grijpen we naar de antibiotica of andere chemische middelen. Ik denk dat het realistischer is om er zo in te staan. Daarnaast geeft een boom al biologische vruchten als je een jaar lang geen kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Een boom is van zichzelf biologisch. Vroeger wilde ik dat niet horen, maar inmiddels kan ik niet om deze waarheid heen. We kweken nu zo dus biologisch mogelijk, maar soms doen we een chemische ingreep als dat nodig is.’

Op welke vlakken zijn jullie nog meer bezig met verantwoord ondernemen?
‘Wat nu heel erg speelt, is de energietransitie. Daar proberen wij ook zo goed mogelijk in mee te doen. Op de nieuwbouw die er binnenkort komt, gaan we zonnepanelen leggen. Op de kassen hebben we dat achterwege gelaten, omdat die het gewicht van de panelen niet goed kunnen dragen. Ook hergebruiken we al het tuinafval, en dat is behoorlijk wat bij ons, als compost. Verder zit het hele bedrijf – gebouwen, paden, velden en kassen – aangesloten op een ondergronds buizensysteem dat het water recyclet.’

Op vrijdag 11 maart heeft Fruithof een inloopspreekuur bij Steck. Je kun dan met al je vragen over fruitgewassen terecht bij de kenners!

The making of Steck

Een inkijkje in onze (duurzame) verbouwing |

Wie al bij Steck is geweest, weet dat er flink verbouwd is. Nog steeds komen er nieuwe stukjes bij, waardoor Steck steeds meer Steck wordt. Het verbouwen hebben we zo verantwoord mogelijk gedaan, want waarom zou je ‘slecht’ materiaal gebruiken, als er zo veel goeds voorhanden is? De verbouwing wordt geleid door Triomf, een creatief bureau uit Utrecht met veel ervaring in de festivalsector. David Hünneman, ontwerper en bedenker bij Triomf, vertelt over het materiaal dat je terugziet bij Steck en tuincafé Noordertuin (dat overigens ook gerund wordt door Triomf).

Oude decorstukken
‘Festivallocaties zijn tijdelijk en veel van de dingen die je er bouwt, gaan maar even mee. We hebben het altijd belangrijk gevonden om gebruikte decorstukken te bewaren. Niet alleen omdat je zo voordelig nieuwe decorstukken kunt bouwen, maar ook omdat het gek zou zijn om al dat materiaal weg te doen. We hebben een enorme loods, waarin we veel kunnen opslaan. Toen we begonnen bij Steck hebben we eerst gekeken naar welke materialen we nog hadden en wat we daarmee konden doen. De lichtgevende informatieborden (lichtbakken) met de productgroepen erop hebben we bijvoorbeeld gebouwd voor een festival. De touwhuisjes in de Tuinkas (waar je binnenkomt) komen ook van een festival vandaan. Verder zie je een aantal romneyloodsen (tunnelloodsen) op het terrein en als keukenruimte bij Noordertuin: die verhuren we normaal aan festivals, maar hier zijn ze ook heel handig. De houten wand achter de bar bestaat uit bielzen, die we in plakken hebben laten zagen door iemand uit ons netwerk.’


Europees hout en Ecoplex van populieren
‘Niet alles komt uit onze loods natuurlijk. Wat we niet van tweedehands materiaal konden bouwen, hebben we gehaald bij duurzame leveranciers als Van Vliet en Iboma. Van Vliet levert alleen hout uit Europa, voornamelijk van kastanjebomen, lariksen en douglassparren.

Onder andere de houten constructies op de parkeerplaats, bij de ingang, op het terras bij Noordertuin en bij de kassa’s zijn gemaakt van hout van Van Vliet. Het plaatmateriaal dat je bijvoorbeeld tegenkomt bij de ombouw van de tussendeuren, de klimaathoeken en de voorbeeldbalkons komt van Iboma. Het materiaal heet Ecoplex en is gemaakt van gekweekte populieren. Het voordeel van deze bomen is dat ze relatief snel groeien. Bovendien hoef je er geen oerbossen voor om te kappen. Voor elke populier die Iboma laat omzagen, planten ze een nieuwe in de plaats.’


Tweedehands en handgemaakt
‘Al het andere materiaal is tweedehands. Het meubilair op het terras van Noordertuin hebben we bij elkaar geschraapt op Marktplaats. Dat doen we heel veel: rondstruinen op Marktplaats. Daar is zo ontzettend veel bruikbaars te vinden. Ook het materiaal waar de bar mee afgewerkt is, is tweedehands. De grote stoffen lampen zijn handgemaakt door Sammie de Hommel van Bureau Kleurstof. Het is voor ons echt een sport om zo onze spullen bij elkaar te vinden. En het past ook nog eens perfect bij de doelstellingen van Steck.’

Benieuwd geworden naar hoe dit er ‘in het echt’ uitziet? Kom gerust kijken! En kom over een tijdje dan nog een keer, want we kunnen het niet vaak genoeg benadrukken: we zijn een stadsoase in aanbouw. En we zijn nog wel even onderweg. Het voordeel: elke keer als je komt, ontdek je weer iets nieuws.

“Kinderen groeien, fietsen niet”

Ontmoet BikeFlip bij Steck

In de Noorderkas, verstopt achter de Koopjeshoek, kom je ineens een boel fietsen tegen. Hier zit BikeFlip, een jonge start-up en een van de partners van Steck van het eerste uur. Ze knappen gebruikte kinderfietsen op en verhuren deze via een abonnementensysteem: zodra een fiets te klein is voor je kind, dan komt BikeFlip langs met een groter exemplaar. Ook trekken ze de wijk in met betaalbare fietsen, want, zo vinden ze, iedereen in Utrecht zou over een fiets moeten kunnen beschikken. We spraken oprichter Casparis Beyer en zijn compagnon Paul Remie over de plannen van BikeFlip.

Voor elke ouder met kinderen die om de haverklap een nieuwe fiets nodig hebben, moet zo’n circulair abonnement als muziek in de oren klinken. Hoe zijn jullie op dit idee gekomen?

Casparis: ‘Ik heb Sustainable Business and Innovation gestudeerd aan de Universiteit van Utrecht. Daar deed ik een onderzoek naar wat duurzame startups kunnen betekenen voor de grotere duurzaamheidstransitie. Die blijken een behoorlijke impact te kunnen maken, maar het probleem is dat veel talentvolle mensen worden weggekaapt door grote consultancybedrijven. Intussen had ik in 2019 met een paar andere studenten BikeFlip opgezet als afstudeerproject. De anderen haakten vrij snel af, maar ik dacht: het is een leuk idee en duurzame start-ups zijn nodig: laat ik het gewoon gaan dóen. Toen ben ik lekker gaan klussen aan fietsen in een anti-kraakpand. Ik was geen fietsenmaker, maar dat heb ik mezelf aangeleerd door veel uit te proberen. Op een gegeven moment werd het echt te druk om het in mijn eentje te doen. Toen heb ik Paul erbij gevraagd.’

Paul: ‘Ik werkte toen bij een gemeente op de afdeling Duurzame Mobiliteit, dus dat paste goed bij elkaar. Ik heb er nog geen moment spijt van gehad, want er gebeurt zo veel elke dag!’

Wat doen jullie nog meer, naast de kinderfietsabonnementen?

Paul: ‘We werken veel samen met gemeentes om mensen aan een betaalbare fiets te helpen. Zo staan we geregeld met een container fietsen in wijken waar relatief weinig gefietst wordt. We praten met buurtbewoners over de voordelen van het hebben van een fiets, zoals dat het goed is voor je gezondheid, beter voor het milieu en dat je er veel vrijheid door krijgt. Verder zijn we een leerwerkbedrijf: mensen die moeten re-integreren kunnen bij ons in de werkplaats aan de slag.’

Casparis: ‘Naast het duurzaamheidsaspect vinden het belangrijk om maatschappelijke impact te hebben. Bij alles wat we doen, denken we daarover na. Zo hebben we ook een project met een asielzoekerscentrum. Tegelijkertijd moeten we ook gewoon geld verdienen.’

Paul: ‘We willen laten zien dat die twee prima samengaan. Ondernemen én verantwoord bezig zijn. In feite verkopen en verhuren we fietsen, maar we zijn ook activistisch bezig.’

‘We willen iets doen met die 4 miljoen ongebruikte fietsen in Nederlandse schuurtjes’

En zo passen jullie ook goed binnen het gedachtengoed van Steck.

Casparis: ‘Precies! Op een gegeven moment kwam ik in gesprek met Bob Scherrenberg, de eigenaar van Steck. We zochten een nieuwe plek voor onze leerwerkplaats en al gauw bleek ons idee van verantwoord ondernemen heel goed op elkaar aan te sluiten.’

Wat maakt BikeFlip anders dan andere fietsenzaken?

Paul: ‘Er is nog zo veel te verbeteren in de sector. Daar willen we echt in voorop lopen. Uit onderzoek blijkt dat er zo’n 4 miljoen fietsen ongebruikt in schuurtjes staan. Tegelijkertijd worden er 1 miljoen nieuwe fietsen per jaar gekocht. Dat is zo zonde. De reststroom van oude fietsen wordt nu heel slecht benut. Hierin kunnen we echt van betekenis zijn. Mensen zijn er ook blij mee. Vooral ouders: die vinden het vaak zonde om een nieuwe fiets voor hun kinderen te kopen, die ze toch alweer binnen een jaar ontgroeid zijn. En de tweedehandsfietsenmarkt is soms behoorlijk schimmig. Bij ons weet je gewoon waar je aan toe bent: je betaalt een abonnement en je krijgt steeds een fiets die bij je past. Én die weinig impact heeft op het milieu, doordat ie steeds hergebruikt wordt.

Hoe zien jullie de toekomst van BikeFlip?

Casparis: ‘We zijn amper twee jaar bezig. Er is nog zo veel te ontdekken voor ons. We gaan nu eerst inzetten op het vergroten van onze naamsbekendheid. En we staan open voor mooie projecten die op ons pad komen. Ik heb er vertrouwen in dat BikeFlip hartstikke goed gaat lopen. Fietsen is van alle tijden én mensen vinden het steeds belangrijker om rekening te houden met de omgeving en met elkaar.’

Van Tuincentrum Overvecht naar stadsoase Steck: het verhaal van Bob Scherrenberg

Steck Tuincentrum Overvecht 1969

Overvecht, de wijk waar mijn vader in 1969 zijn eerste tuinwinkel startte. Een winkel waar de hele familie meewerkte aan zijn vooruitziende blik. Toen al de pionier die hij zijn hele leven is gebleven. Overvecht is ook de wijk waar ik opgroeide en waar ik mij zo thuis voel. 

Maar op dit moment voel ik een gezonde spanning. Die bijzondere plek uit mijn jeugd wordt namelijk nieuw leven ingeblazen. Want na meer dan 50 jaar treed ik voor een deel in mijn vaders voetsporen. Tuincentrum Overvecht heropent eindelijk zijn deuren als Steck. 

Steck_Verbouwing

Met vele anderen bouwen we sinds vorig jaar achter de schermen aan een stadsoase waar de groene detailhandel, horeca, innovatie en kunst en cultuur samenkomen. We dromen niet alleen van een groenere stad, van verticale tuinen, van een kippenren en een natuurspeelplaats voor kinderen, maar we willen deze ook daadwerkelijk realiseren. We spreken over een plek waar we de producten soms van ver, maar steeds vaker van zo dichtbij mogelijk willen halen. Waar diensten, producten en de prijs toegankelijk blijven voor jong en oud, voor zowel hipsters als voor oudgedienden zoals het een goed tuincentrum betaamt, maar waar we tegelijkertijd ook kiezen voor het duurzame alternatief wanneer dat zich aandient. Een plek waar wanneer het verantwoorder, biologisch of lokaal kan, we daarvoor zullen gaan. Net zolang totdat duurzaam niet meer ‘duur’ is, maar de ‘nieuwe standaard’ voor zo veel mogelijk mensen uit verschillende milieus, diverse culturen, met uiteenlopende perspectieven. 

We hebben een geweldig team met wie we ons hard gaan maken om heel Utrecht meer en meer groen te laten denken én vooral te doen! We kijken uit naar de samenwerking met De Clique. Zij vestigen zich binnenkort op het terrein van Steck. Bikeflip, een circulair fietsenabonnement voor kinderen, is al vol enthousiasme begonnen. De Voedelstuin Overvecht begint op 12 april met het inrichten van onze eetbare tuin. Met Timmermans Tuinmeubelen hebben we een geweldige partner gevonden voor ons assortiment tuinmeubelen. Met mijn nieuwe kompanen van Triomf (Joop, Rinke, Thijs en Jasper) werken we op dit moment hard aan de komst van de Noordertuin, een supergave horecaplek als kloppend hart van Steck. Hier kun je straks proeven hoeveel lekkers en gezonds er uit de directe omgeving komt. We zijn dus nog volop in aanbouw en ontwikkeling, maar ontzettend trots op deze partners van het eerste uur.

Steck zijkant

We gaan ons inspannen voor een plek voor groen experiment, een kweekvijver voor spannend nieuw (jong) ondernemerschap én een podium voor Utrechtse creatieve en ambachtelijke makers. En net als bij onze eigen ontwikkeling hoeft het allemaal niet meteen 100% goed te zijn, maar zetten we die stappen samen met gezonde durf, al onderzoekend en lerend. Gedreven door goede hoop en gedragen door enthousiasme. 

Maar we zijn er nog lang niet en gelukkig maar, zou ik haast willen zeggen. Dit avontuur wordt namelijk veel te mooi om al een eindpunt van iets te zijn. Ondanks of dankzij mijn gezonde spanning. We beginnen gewoon met het zetten van de eerste stap. En zien dan wat en wie er volgt. Dus heb jij een bijzonder idee of product dat goed bij Steck past? Wil jij ook bijdragen, meedoen, inspireren? En durf je net als wij ook soms de minder gebaande paden te betreden? Neem dan contact met ons op. Tips en suggesties zijn zeer welkom. Schroom bovendien niet om je eerlijke mening te geven. Want van gezonde feedback is nooit iemand slechter geworden, wél beter. En dat is wat we uiteindelijk allemaal willen. Een betere wereld voor ons allemaal. 

Meer informatie vind je bij onze plannen, maar beter nog:

Kom dit voorjaar eens langs!