Planten scheuren: hoe doe je dat?

Planten scheuren

Er zijn verschillende manieren om de planten in je tuin te vermeerderen. Je kunt ze stekken, afleggen of je verzamelt de zaadjes van uitgebloeide planten. Maar je kunt ook planten vermeerderen door ze te scheuren. Dat doe je het liefst in de herfst óf in het voorjaar. Het mooie is dat ze er ook nog eens van opknappen. Hieronder lees je hoe het werkt.

Verjongingskuur

Een plant scheuren betekent letterlijk dat je een plant in tweeën scheurt. En opdeelt in meerdere stukken. Niet alleen is het een handige manier om van één plant meerdere planten te maken. Het is ook nog eens goed voor de plant. Na een aantal jaar groeien kunnen planten te groot worden voor de plek waar ze staan. En ze kunnen minder vitaal worden. Vaste planten groeien van binnen naar buiten. Door ze te scheuren en de buitenste, jonge delen terug te planten, geef je ze een welkome verjongingskuur.

Zo scheur je een plant

1. Verwijder eerst alle uitgebloeide onderdelen van de plant en graaf dan voorzichtig de kluit op. Zorg dat je zo veel mogelijk wortels meepakt. Schud de losse aarde van de kluit.

2. Kleinere planten of planten met een losse kluit kun je gemakkelijk met de hand uit elkaar trekken. Bij grotere planten steek je eerst een schep in de kluit en trek je het laatste stuk uit elkaar. Hoe meer je met de hand kunt doen, des te beter. Op die manier blijven de wortels het meest intact.

3. Leg de oudere delen uit het midden van de plant apart. Die kun je wegdoen. De jongere delen aan de buitenkant kun je opdelen in zo veel stukken als je wilt. Zo lang er aan elke ‘nieuwe’ plant maar een goede set wortels zit.

4. Meng wat compost en organische mest door de oude grond en zet dan de jonge delen weer terug. Druk de aarde aan en geef een flinke plens water.

5. Wil je planten weggeven? Dan kun je ze ook in een bak met verse potgrond zetten. Op die manier kunnen ze aansterken totdat ze bij hun nieuwe eigenaar zijn. Ook als je nog flink koud weer verwacht in het voorjaar, dan kun je de planten het beste eerst even laten aansterken in een pot in een kas, koude bak of serre.

6. Als de plant na het terug planten snel bloemen maakt, haal die de eerste weken nog even weg. De plant heeft eerst al haar energie nodig om opnieuw te wortelen in de grond.

Welke planten zijn geschikt?

De meeste vaste planten die in een polvorm groeien zijn geschikt om te scheuren. Hierbij kun je denken aan: Helleborus, Rudbeckia, Vrouwenmantel, Varens, Zonnehoed en siergrassen. En nog veel meer – te veel om op te noemen. Het liefst scheur je deze om de 4 à 6 jaar. Doe dit alleen als de planten gezond zijn.

Door planten te scheuren geef je de planten in de tuin een opknapbeurt. Én je kunt er andere tuinvrienden blij mee maken.

10 Groenten en kruiden om aan het begin van de lente te zaaien

Niets zo lekker als de eerste zonnestralen van het jaar op je gezicht te voelen! Krokussen, narcissen en bloesem in de bomen brengen weer wat kleur in tuinen, parken en velden. Heb je ook zo’n zin om weer lekker aan de slag te gaan in de tuin? Je kunt nu al beginnen met het zaaien van allerlei groenten en kruiden. Maar: de nachtvorst is nog niet helemaal verdwenen en voor allerlei zaadjes is het nog veel te koud. Wat kan dan wel? Hieronder vind je 10 groenten en kruiden die je al vroeg in het jaar kunt zaaien.

1. (Mei)raap (en raapstelen)

De raap is een oudhollandse groente die je tegenwoordig niet zo vaak op je bord vindt. Toch is het een heerlijke knol met een scherpe, radijsachtige smaak. Vanwege de grote hoeveelheid vitamine C, kalium, vitamine K en mangaan kun je het gerust een supergroente noemen! Je kunt meiraap al in maart in je tuin zaaien en 6-8 weken later kun je ervan eten. Het mooie van deze groente is dat je de blaadjes ook kunt eten: dat zijn de welbekende raapstelen. Als het blad zo’n 30 cm hoog is, kun je het oogsten. Dat is meestal na zo’n 6 weken. Het is een gemakkelijke plant om te telen, dus perfect voor een beginnende moestuinierder.

2. Spruit

Spruitjes hebben begin maart nog graag een glazen dak boven hun hoofd als je ze zaait in de volle grond, maar eind maart doen ze het ook prima zonder. Als je de zaadjes in maart de grond in doet, dan kun je aan het einde van de herfst (eind november) genieten van je eigen spruitjes. Er zijn verschillende soorten spruiten, zorg dus wel dat je de frühsorten te pakken krijgt. Die zijn speciaal om in de lente gezaaid te worden. De spruit heeft veel ruimte nodig en de teeltduur is lang (5-6 maanden), maar het wachten wordt beloond: een plant vol spruiten levert een grote oogst op.

3. Radijs

De radijs is familie van de (bloem)kool. Het is een van de makkelijkst te kweken gewassen voor de beginnende moestuinier. Ze houden niet zo van vrieskou, maar in de vroege lente kun je ze prima zaaien in een pot. Tijdens koude nachten haal je ze even naar binnen. Zaai ze wel gelijk op de plek waar je ze oogst, want zaailingen verplanten werkt niet bij radijzen. Na ongeveer 7 weken zitten je eigen gekweekte radijsjes in je frisse salade.

4. Wortel

Ook worteltjes zijn heel geschikt voor beginnende moestuiniers. Je kunt ze vanaf maart in de volle grond zaaien en dan liggen ze in juni op het bord. Het duurt zo’n 1-2 weken voor de kiemblaadjes van de wortel de grond uit piepen. Na 3 weken is het verstandig om ze uit te dunnen, zodat iedere wortel genoeg ruimte heeft om te groeien. Net als bij radijzen werkt voorzaaien niet goed bij wortels, dus laat dat maar achterwege.

5. Snijbiet

Deze prachtige groente heeft een mooi palet aan kleuren en spreidt zijn bladeren als een soort van pauwenstaart. Ook dit zaadje kan in maart al de grond in. Het leuke is dat het blad steeds opnieuw aangroeit. Als de bladeren zo’n 10 cm zijn, dan kun je ze oogsten. Haal je een blad weg, dan groeit er een nieuw blad voor terug.

6. Peultjes

Peultjes: ook een makkelijke groente! Ze hebben weinig last van ziekten en plagen. En met een klein beetje humus groeien ze als een malle. Het zijn vrolijke klimmers, dus je moet ze wel opbinden, zodat ze de lengte in kunnen. Je kunt ze direct zaaien in de volle grond vanaf maart. Zorg wel dat je ze diep genoeg plant: zo’n 3-4 cm. De vogels lusten namelijk wel pap van deze zaadjes. Peultjes zijn ook weer zo’n twee-in-één groente. De peul is namelijk het hoesje van de doperwt. Je kunt deze vroeg oogsten als er nog geen erwtjes in zitten. Zodra er erwtjes bevatten wordt de peul minder smakelijk om te eten. Ga je juist voor de erwtjes, dan wacht je gewoon wat langer.

7. Prei

Prei is een plant voor de ervaren kweker. Je hebt er veel liefde, tijd en geduld voor nodig. Als beginnende moestuinierder kun je het beste beginnen met herfst- of zomerprei. Deze zaai je al in februari en maart. Ze kunnen goed tegen vorst. Net als spruitjes kun je prei pas in de herfst oogsten, maar zo kun je je vast verheugen op de heerlijkste maaltijden in het najaar!

8.  Knoflook

Knoflook is een stuk gemakkelijker dan prei. Deze smaakmaker ‘zaai’ je niet, maar ‘poot’ je. Voor de hoogste productie knoflook kun je ze het beste in de herfst poten, maar het kan ook nog tussen eind februari en begin april. Het grootste voordeel van deze makkelijk te kweken knol is dat het goede buren zijn voor aardbeien, wortelen, tomaten en aardappelen. Ze zullen elkaars groei versterken en knoflook beschermt de andere gewassen tegen plagen.

9.  Tomaten (op je vensterbank)

Tomaten zijn echte zomergroenten, maar ze hebben ongeveer vier maanden nodig om van zaad naar tomaat te gaan. Daarom moet je tomaten in Nederland binnen voorzaaien. En dat doe je het liefst rond eind maart. Als de vorst uit de grond is, kun je de voorgekweekte planten verhuizen naar de volle grond. Andere zomergroenten, zoals courgette, komkommer en pompoenen hoef je pas begin mei voor te zaaien.

10. Kruiden

Tuinkers, salie en peterselie zijn perfecte kruiden om vroeg in het jaar mee te beginnen. Tuinkers ontkiemt heel snel, dus je hoeft niet lang te wachten op resultaat. Je zaait het liefst tussen half februari en half april. Salie en peterselie kun je voorzaaien vanaf maart en in april in de grond zetten. Na 6-8 weken kun je ervan oogsten. Het zijn beide fijne smaakmakers en salie is ook nog eens lekker als thee.

Tot slot een bonustip voor mensen met fruitgewassen in hun tuin: Zaai vanaf half maart wat eetbare bloemen en kruiden in de buurt. Buiten dat het er leuk uitziet en weinig onderhoud vraagt, helpt het ook bijen te lokken. Die zorgen voor extra bevruchting en dus meer fruit in het najaar!

Lees hier waarop je moet letten als je gaat zaaien.



Hoe gaat het met de Voedseltuin?

Radijsjes en peultjes en een paardebloem

Twee jaar geleden werd het kale asfalt naast de kassen van Steck omgetoverd tot een prachtige moestuin. Inmiddels werken er vrijwilligers uit Overvecht, die in ruil voor hun inzet een deel van de oogst mee naar huis nemen.

Maar de groente vinden ook hun weg naar jouw bord. Als je hebt geluncht in ons tuincafe heb je waarschijnlijk ook Voedseltuingroenten gegeten. Tuincafé Noordertuin maakt namelijk dankbaar gebruik van een deel van de oogst. Dit is een mooie ontwikkeling: vrijwilligers en bezoekers kunnen hun eten direct zien groeien, zo lokaal als het maar kan. Zelfs nu, in de winter, kan er geoogst worden. Met name palmkool en boerenkool staan op het menu.

boerenkool in de voedseltuin met de noordertuin op de achtergrond
Boerenkool in de Voedseltuin

Plannen voor de toekomst

Maar Mark Verhoef, de coördinator van de Voedseltuin, wil meer. ‘Het idee van de oprichting van de Voedseltuin was altijd al met in ons achterhoofd: een Overvechts netwerk oprichten, zodat zoveel mogelijk groente de weg naar de wijk kan vinden. Daarom ben ik nu met mijn collega Caro op zoek naar allerlei initiatieven, groepen en organisaties die daaraan bij kunnen dragen.’

Nieuwe uitdagingen

Mark wil graag de hele wijk Overvecht van gezond voedsel voorzien. Dat kan direct afkomstig zijn uit een van de drie Voedseltuinen, maar in de toekomst misschien ook wel van lokale boeren of andere moestuinen die oogst opleveren. Om te zorgen dat die oogst zo veel mogelijk mensen kan bereiken, is hij in gesprek met verschillende locaties in Overvecht waar buurtbewoners mee kunnen eten. Uit die gesprekken blijkt enorm veel interesse voor een lokale oogst, maar ook nieuwe uitdagingen. Want een lokale oogst betekent ook een wisselend aanbod in groente. 

‘Zo zijn we bijvoorbeeld in gesprek met Buurttafels in Overvecht, over de manier waarop ze meer gebruik kunnen maken van seizoensgroenten,’ vertelt Mark. ‘Alleen de afhankelijkheid van seizoensgroente zorgt voor wisselende oogst en dat vergt best wat creativiteit van de koks die daar werken. Om koken met seizoensgroente makkelijker te maken, is bijvoorbeeld het idee ontstaan om een “‘wijk-kookboek’” maken met recepten die bij het seizoensaanbod passen.’

Vrijwilligers hard aan het werk in de Voedseltuin bij Steck
Vrijwilligers hard aan het werk in de Voedseltuin bij Steck

Een voedselnetwerk in Overvecht

Om ervoor te zorgen dat gezond, vers, duurzaam en lokaal voedsel voor iedereen toegankelijk is, is het belangrijk dat lokale partijen samenwerken. Zodat biologisch voedsel uit de buurt bijvoorbeeld niet alleen te koop is bij duurdere winkels, maar juist ook beschikbaar is voor mensen met een kleinere portemonnee.

Daarom spreken Mark en Caro met lokale horecaondernemers, boeren, moestuineigenaren en diverse inwoners uit Overvecht om te kijken waar ruimte is voor samenwerking. ‘Aan het einde van de verkenning willen we de voedselstromen binnen de wijk zo veel mogelijk in kaart te brengen,’ zegt Mark. 

Voedsel in de toekomst

Mark droomt van het oprichten van een coöperatieve supermarkt. Eentje die beheerd wordt door bewoners en lokale ondernemers en bevoorraad door lokale leveranciers. Door dat lokale beheer dient zo’n supermarkt niet de doelen van zo veel mogelijk geld verdienen, maar die van de wijk zo gezond mogelijk houden.

‘Het zou moeten gaan om een groter verhaal dan “wij verkopen eten omdat jij een lunch nodig hebt”,’ vertelt Mark. ‘Dat grotere verhaal moet zijn: ik verkoop lokaal eten uit Overvecht en omgeving rekening houdend met de wijk, de mensen, biodiversiteit en gezondheid.’

Meer weten of bijdragen?

Ben jij nou een creatieve kok, handige harry, of groene ondernemer met een hart voor duurzaam, lokaal en sociaal ondernemen? Of denk je op een andere manier bij te kunnen dragen aan een Overvechts voedselnetwerk, bijvoorbeeld door kennisdeling, donaties of arbeid? Laat het Mark en Caro weten! Mail naar info@voedseltuinovervecht.nl

Het werk in de Voedseltuin gaat ondertussen gewoon door. Nu het winter is, zie je daar nog niet zoveel groeien, maar straks in de lente explodeert het smakelijke groen de tuin uit.

6 tips voor succesvol tuinieren in potten en bakken

Tuinieren alleen voor de volle grond? Zeker niet. Met potten en bakken creëer je je eigen groene oase op je balkon of dakterras, hoe klein dan ook. Vergeleken met tuinieren in de volle grond moet je bij potten iets meer je best doen om je planten succesvol te laten groeien en bloeien. In deze blog lees je 6 handige tips!

1. Zorg voor een goede waterhuishouding

Als je planten in de volle grond staan, kan het regenwater tijdens een plensbui vaak makkelijk de grond intrekken. Hierdoor staan planten niet te lang met hun wortels in het nat, wat het risico op wortelrot verkleint. Bij het bewateren van planten in potten moet je hier actief rekening mee houden. Geef je te veel, dan hoopt het water zich op bij de wortels. Geef je te weinig, dan verdrogen je planten. 

Kies bij het beplanten van je potten en bakken voor luchtige grond. Eventueel kun je wat perliet, rivierzand of grind toevoegen aan je potgrond om de afwatering te bevorderen. 

Met potten en bakken voeg je al snel veel kleur en een zomerse vibe toe aan je balkon of dakterras

Gebruik altijd potten met een gat onderin, hierdoor kan overtollig water makkelijk weglopen. Bij een pot zonder gat is het verstandig om een laag hydrokorrels op de bodem te leggen. Dit voorkomt dat water te lang bij de wortels van je plant blijft staan. Merk je juist dat je planten (te) snel droog staan, dan kun je je pot (met gat) het beste op een schotel met wat water zetten zodat de grond van onderaf water kan opnemen zodra deze dreigt uit te drogen. 

2. Zorg voor genoeg bodemvoeding 

De eerste paar weken nadat je je planten in een pot hebt gezet, is er vaak nog weinig aan de hand. Maar na verloop van tijd worden veel planten slap, het blad wordt geel en de fut is er wel uit. De oorzaak? Een gebrek aan voeding en bodemleven. Iedere keer dat je water geeft, spoelen er nuttige voedingsstoffen weg uit de pot, die weer aangevuld moeten worden.

Geef in de lente en zomer dan ook wekelijks ecologische plantenvoeding tijdens je gietbeurt. Kijk op de achterkant van de verpakking voor de aanbevolen dosering. Daarnaast kun je er ook voor kiezen om compost toe te voegen. Dit geeft een langzamere afgifte van voedingsstoffen aan je planten. Lees ook eens de voedingstips voor potten van De Tuin op Tafel.

3. Let (extra) op tijdens warme dagen 

De grond in potten verdampt snel, zeker op hete dagen. Dit komt doordat de wind vaak vrij spel heeft. Zorg ervoor dat de grond vochtig blijft op warme dagen. Het beste kun je hiervoor je planten ‘s ochtends water geven. In de avond beregenen kan ook, maar je hebt daarbij de kans dat de planten de hele nacht in de natte grond staan wat voor problemen kan zorgen. Snel ingrijpen terwijl de zon nog schijnt, mag natuurlijk ook. Verder zet je je planten het beste even uit de zon tijdens de warme middaguren. Zodra het weer wat afkoelt, kun je ze weer terugzetten in het zonnetje.

Wat goed helpt tegen verdroging, is het aanbrengen van een mulchlaag. Deze laag kan bestaan uit stro, cacaodoppen, vermalen gras. Ze houdt verdamping tegen waardoor de grond minder snel uitdroogt. Meer informatie over mulchen vind je op de handige pagina met tips van Velt.

Is je grond eenmaal uitgedroogd, dan neemt deze veel minder makkelijk water op. Je ziet dan vaak dat het water direct weer uit de pot loopt. Gebeurt dit, zet de pot dan een tijdlang op een schotel met water, zodat de aarde zich langzaam kan verzadigen.

4. Pas op met vorst

Niet alleen warme dagen kunnen uitdagend zijn, (plotselinge) winterse kou ook. De grond in potten koelt snel af en planten die niet winterhard zijn, lopen het risico om beschadigd te raken of erger. Ook hier kun je gelukkig wat aan doen. Met vliesdoek houd je de temperatuur net een paar graden hoger dan de buitenlucht. Een dikke mulchlaag van bijvoorbeeld stro kan ook helpen. Ook kun je vorstgevoelige planten laten overwinteren op een koele plek in huis, zoals een slaapkamer op het noorden. Zodra de kans op nachtvorst is geweken, zet je ze weer buiten. Doe dit wel geleidelijk. Meer weten over het beschermen van je planten tegen de vorst? IVN Natuureducatie schreef een blog vol met oplossingen.

Ook kamerplanten, zoals hier de ZZ-plant, vinden het zomers heerlijk op je balkon

5. Houd het schoon
Ongedierte en schimmels komen ook voor bij planten in pot. Helemaal voorkomen kun je het niet, maar gelukkig is er iets aan te doen. Je potten goed schoonmaken voordat je er nieuwe planten inzet bijvoorbeeld. Hierdoor kunnen achtergebleven schimmels, dode plantenresten en larven van plagen hun slag niet slaan bij je nieuwe planten. 

Niet alleen standaard potten en bakken volstaan, je kunt zo creatief worden als je zelf wil. Zoals met oude meubels!

6. Experimenteer erop los 

Succesvol tuinieren in potten en bakken is soms een uitdaging, maar vooral erg leuk! Het voordeel van potten is dat je ze makkelijk kunt verschuiven. Experimenteer er dus lustig op los en verander je balkon of terras met de seizoenen mee. Combineer voorjaars- en najaarsbloeiers, bollen en eenjarigen. Ga helemaal los op mooie kleurcombinaties en speel met hoogte. Let er wel altijd op dat je je planten op de juiste standplaats zet. 

Alles weten over moestuinieren op een balkon? Beluister dan de podcast van IVN Natuureducatie

https://open.spotify.com/episode/22TsV1Qx6VhjZ42DYfI3qI

Het vergroenen van balkon en dak draagt bij aan een leefbare stad. Meer weten over groen (doen) in de stad? Bekijk ons thema Groeiende Stad.

Een voedselbos op je balkon

‘s Ochtends stap je je balkonnetje op, je plukt verse kruiden voor in je thee en zelf geteeld fruit voor bij je ontbijt. Zie je het al voor je? Héérlijk toch? Het planten van een mini-voedselbos op je balkon lijkt een hele uitdaging, maar het kan prima! In deze blog leer je wat je nodig hebt voor een voedselbos op postzegelformaat.

Wat is een voedselbos?

Een voedselbos is een ecosysteem van (deels) eetbare planten en gewassen, dat bestaat uit zeven tot negen lagen van kruiden en groente, klimplanten, struiken, lagere en hogere fruitbomen. Door de zeven lagen van een voedselbos goed in te zetten, beschermen de planten elkaar tegen de zon, bespaar je ruimte en zorgen de planten voor een natuurlijke airco op je balkon. Bovenal zorgt jouw voedselbos voor heerlijke oogst.

Hoe je zo’n eetbare tuin in de volle grond inricht, lees je in deze blog, maar op een balkon heb je natuurlijk geen volle grond om de verschillende lagen groen in te zetten. Je maakt dan beter gebruik van bakken en potten. Op deze manier kun je de beperkte ruimte optimaal benutten. Op een balkon kun je bovendien ook goed de hoogte in. Je planten hang je bijvoorbeeld op aan een pallet. Hieronder lees je nog meer tips om voluit te genieten van een voedselbosje op postzegelformaat.

Ook kruiden doen het goed op je balkon.

Wat kan ik planten in mijn ‘balkonbos’?

Allereerst is het belangrijk om te kijken hoeveel zon je op je balkon krijgt. In de (half)schaduw groeien andere planten dan in de volle zon. Bij weinig zon of ruimte kun je de bovenste lagen overslaan. Het is ook van belang dat de planten die je uitkiest goed gedijen in een pot. Laten we per laag eens bekijken wie zich thuis voelt op een balkon:

Laag 1 – Wortels en knollen:

De aardpeer is zo’n knol die het in een ruime pot erg goed doet. Je pot ze in de winter of voorjaar. In de herfst kun je deze nootachtige knol oogsten. In de tussentijd siert deze plant je balkon met kleine, gele zonnebloemachtige bloemen.

Laag 2 – Klimplanten:

De exotische kiwi groeit gestaag in een pot. Daarbij heeft hij de volle zon nodig. Er is wel ondersteuning nodig om de kiwi in de juiste banen te leiden. Deze woekeraar moet af en toe gesnoeid worden om de groei in te perken. De druif is ook een goede gegadigde als klimmer. Het is weliswaar een wat grotere uitdaging qua onderhoud, maar voelt zich zeker net zo thuis op jouw balkon, mits je zon kan bieden.

Laag 3 – Bodembedekkers (0 tot 20 cm )

Spinaziezuring is een makkelijke bodembedekker die het goed doet in een pot. Het groeit goed in de zon en ook in de halfschaduw heeft hij het naar zijn zin. Je kunt het jonge blad het hele jaar door oogsten. Ook postelein met zijn ondiepe wortels kan goed vertoeven op je balkon.

Laag 4 – Kruidlaag ( 20 – 100 cm) 

Bij de kruidlaag heb je ruime keus. Bieslook, chocolademunt, citroenmelisse, citroenverbena en krulpeterselie doen het goed. Kies wel voor een plek in halfschaduw. Basilicum, oregano, rozemarijn, tijm, kerriekruid en salie gaan ook lekker in een pot, maar zij zien wel graag wat meer zon. Salie heeft een bijkomend voordeel: Het is niet alleen voedzaam voor jou, maar bloeit ook lang en rijkelijk. Bovendien lokt dit kruid hommels en bijen.

Laag 5 – Struiklaag (kleine heesters, 1 tot 3 m)

Aan struiken voor op het balkon geen gebrek: (bos)aardbeien, vossebes, framboos en blauwe bes. Ze gedijen allen even goed. Houd ze in potten in de zon. De (doornloze) braam groeit graag tegen de muur voor nog wat extra warmte. Het enige nadeel aan braam is dat hij het vaak snel en goed naar zijn zin kan hebben, waardoor hij de rest kan overwoekeren.

Laag 6 – Tussenlaag (kleine bomen, grote heesters, 3 tot 8 m)

Een kleine boom op je balkon? Past dat wel? Jazeker! De eerder beschreven ‘patioboompjes’ zijn steeds meer verkrijgbaar. Denk aan kleine appelbomen en kersenbomen. Ook perzikbomen kunnen in een pot verder groeien. In de winter staan ze wel liever op een warm plekje. Dan moet je ze tijdelijk naar binnen halen of beschermen tegen het koude weer. Kwekerij Fruithof biedt mooie gezonde exemplaren aan, die je kunt vinden in het buitenplantenassortiment van Steck.

Laag 7 – Kruinlaag (grote bomen groter dan 8 m)

Bij de kruinlaag gaat het om bomen die hoger dan acht meter worden. Deze laag kun je op je (kleine) balkon beter overslaan. Want deze ooit kleine kruinlaag is op een dag ineens best groot.

Stekkers

Bij Steck vind je een heel assortiment aan eetbare planten. Hier kun je met gemak je voedselbos op postzegelformaat komen vullen. Extra leuk is dat stadskwekerij Stekkers tegenwoordig op het achterterrein te vinden is. Een deel van hun planten zijn ook bij Steck te koop, maar je kunt ook rechtstreeks bij hen kopen. Hun doel? ‘Planten zelf vermeerderen is onze missie. Zelf stekken en opkweken zonder gebruik van kunstmest en bestrijdingsmiddelen en met biologische potgrond.’

Kom dus gerust een keer langs bij Steck en/of Stekkers voor advies en de beste planten en materialen!


In 6 stappen naar een eetbaar tuintje met vaste planten

Niets leuker dan oogsten uit je eigen tuin(tje). Wie denkt dat je hiervoor grote lappen grond nodig hebt, heeft het mis. Ook op een klein stukje grond kun je een productieve eetbare tuin aanleggen. Zelfs een balkon of dakterras is geschikt. In deze blog laten we je in 6 handige stappen zien hoe je je eigen eetbare tuintje met vaste planten aanlegt.

1. Teken je tuin in

Voor je begint met het maken van een eetbaar tuintje is het slim om goed te kijken naar de plek waar je je (vaste) planten wilt laten groeien. Waar is er veel schaduw? Waar brandt de zon op het midden van de dag? Waar wil je nog makkelijk bij kunnen? Probeer een (grove) schets te maken van de ruimte die je hebt, dit helpt om een goed overzicht te maken. Geef hierop ook aan waar het noorden is. 

Heb je geen stukje grond, maar wel ruimte voor een geveltuin? Denk dan eens aan een eetbare variant. Lees hier hoe je een geveltuin kunt aanleggen.

2. Zorg voor een goede bodem

Voordat je enthousiast planten in de grond gaat stoppen, is het belangrijk om je grond in optimale conditie te brengen. Door te composteren voeg je essentiële voedingsstoffen toe aan de bodem van je eetbare tuin, verbeter je de bodemstructuur en help je de bodemdieren op weg. Gebruik bij voorkeur eigengemaakte of biologische compost, hier zit doorgaans meer bodemleven in dan in commerciële compost.

Compost maak je gemakkelijk zelf met groenresten en geeft veel voeding aan je bodem

3. Kies geschikte soorten uit

Voor je begint met planten is het verstandig om te kijken naar je gemaakte schets. Als het goed is, weet je nu waar er veel zon is en waar juist schaduw. Lees je goed in over de groeibehoeftes van verschillende eetbare planten of laat je adviseren in het tuincentrum. Kijk ook eens bij tuinen in de buurt om te zien wat er zoal groeit. 

Een aantal leuke en lekkere eetbare vaste planten zijn:

  • Frambozen
  • Rode bes
  • Kamille
  • Lavendel
  • Dropplant
  • Rozemarijn
  • Daslook

Meer inspiratie opdoen? Lees het blog van Vakblad De Hovenier.

Heb je eenmaal een selectie gemaakt en in huis gehaald, zet de planten dan in hun pot op de plek die je in gedachten hebt. Is je indeling logisch? Blokkeert je appelboompje niet de zon voor je kruidenplanten? Probeer in gedachten een indeling van noord naar zuid voor je te zien, waarbij hoge planten noordelijk staan ten opzichte van de lagere planten. Zo krijgt elke plant het licht en de warmte die ze nodig heeft om te groeien.

4. Zet goede buren bij elkaar

Wil je echt het maximale uit je eetbare tuintje halen? Deel je tuin dan in volgens het principe van combinatieteelt. Hierbij zet je goede buren bij elkaar in je tuin om zo je planten optimaal gezond te houden. Je kunt hierbij ook prima eenjarigen met meerjarigen combineren. Hierdoor heb je minder last van lege stukken aarde in de winter, houd je je tuin(tje) het hele jaar door interessant en heb je minder last van invasief onkruid.

Frambozen en het vergeet-mij-nietje zijn bijvoorbeeld goede buren van elkaar. Net als petunia’s en smeerwortel zorgt het vergeet-mij-nietje ervoor dat wormpjes niet bij je frambozenplant komen. Afrikaantjes zijn ook handige buurplanten voor veel plantensoorten. Deze ‘stinkerds’ houden bijvoorbeeld aaltjes uit de buurt. Op de website van Houtwal vind je een uitgebreid overzicht van goede en slechte buurplanten.

Afrikaantjes houden plagen als aaltjes uit de buurt en trekken insecten aan

5. Lok bijen, hommels en vlinders je tuintje in

Een eetbare tuin is niet alleen aantrekkelijk voor jezelf, maar ook voor insecten. Met de juiste bloeiende planten geef je je tuintje extra kleur en zorg je voor nectar voor bijen, hommels en vlinders. Als beloning zorgen zij weer voor een bestuiving van je bloemen, wat vooral voor vruchtdragende planten als frambozen, aardbeien en bessen erg belangrijk is.

Echte insectenmagneten zijn bijvoorbeeld lavendel, salvia (salie), dahlia, geranium (o.a. ooievaarsbek), vingerhoedskruid, Toscaanse jasmijn, agastasche (dropplant), verbena (ijzerhard) en viooltjes. Plant ze tussen je kruiden en fruitplanten en laat de bijen, hommels en vlinders hun werk doen.

In de winkel vind je veel insectenlokkers, zoals hier de salvia, dahlia en geranium

6. Vergeet het onkruid niet

Ok, lang niet elk onkruid is welkom in je tuin. Zevenblad, klimop en kleefkruid kun je maar beter weren uit je eetbare tuin vanwege hun woekerende karakter. Toch zijn er ook een hoop nuttige onkruiden. Zo verbeteren brandnetels, heermoes en smeerwortel de structuur van je bodem met hun wortels. Veldzuring helpt zure grond te ‘ontzuren’ door zuur uit de bodem te onttrekken. En lupine, luzerne en wikke binden stikstof uit de lucht en zorgen zo voor een verbetering van verzuurde grond. En er zijn nog veel meer redenen om onkruid vooral niet te verwijderen.

Onkruiden kunnen veel betekenen voor je eetbare tuin en kunnen ook een smakelijke aanvulling zijn op je oogst. Van brandnetels maak je heerlijke soep of thee. Het blad van de weegbree kun je rauw eten, net als spinazie, of gebruiken als vitamineboost in een smoothie. Ditzelfde kun je ook met veldzuring doen. Meer voorbeelden van eetbare onkruiden vind je in de blog van I Love My Garden.

onkruid_niet_verwijderen_blog
Onkruid is hartstikke veelzijdig en smakelijk

“Weeds are flowers too, once you get to know them”

A.A. MILNE

Eetbare planten op balkon of dakterras

Je hoeft niet over een tuin te beschikken om te kunnen oogsten van je eigen planten. Zo kun je frambozen en bessenstruiken prima in een pot planten. Er zijn ook steeds meer zogenaamde ‘patioboompjes’ verkrijgbaar: kleine, traaggroeiende fruitboompjes met relatief veel oogst voor in een pot. Ook kun je denken aan hangpotten, railing bakken en (staande) mini moestuinbakken. Vul de potten en bakken met goede kwaliteit potgrond en geef door het seizoen heen voldoende voeding of compost. Houd bij het kiezen van je planten rekening met de hoeveelheid zon en wind. In deze blog vind je specifieke tips voor het aanleggen van een voedselbos(je) op je balkon.

Advies nodig?

Uiteraard denkt ons team graag met je mee bij de aanleg van je eigen eetbare tuin(tje). Ook vind je bij Steck alle benodigde materialen als grond, plantjes en zaden.