Hoe gaat het met de Voedseltuin?

Radijsjes en peultjes en een paardebloem

Twee jaar geleden werd het kale asfalt naast de kassen van Steck omgetoverd tot een prachtige moestuin. Inmiddels werken er vrijwilligers uit Overvecht, die in ruil voor hun inzet een deel van de oogst mee naar huis nemen.

Maar de groente vinden ook hun weg naar jouw bord. Als je hebt geluncht in ons tuincafe heb je waarschijnlijk ook Voedseltuingroenten gegeten. Tuincafé Noordertuin maakt namelijk dankbaar gebruik van een deel van de oogst. Dit is een mooie ontwikkeling: vrijwilligers en bezoekers kunnen hun eten direct zien groeien, zo lokaal als het maar kan. Zelfs nu, in de winter, kan er geoogst worden. Met name palmkool en boerenkool staan op het menu.

boerenkool in de voedseltuin met de noordertuin op de achtergrond
Boerenkool in de Voedseltuin

Plannen voor de toekomst

Maar Mark Verhoef, de coördinator van de Voedseltuin, wil meer. ‘Het idee van de oprichting van de Voedseltuin was altijd al met in ons achterhoofd: een Overvechts netwerk oprichten, zodat zoveel mogelijk groente de weg naar de wijk kan vinden. Daarom ben ik nu met mijn collega Caro op zoek naar allerlei initiatieven, groepen en organisaties die daaraan bij kunnen dragen.’

Nieuwe uitdagingen

Mark wil graag de hele wijk Overvecht van gezond voedsel voorzien. Dat kan direct afkomstig zijn uit een van de drie Voedseltuinen, maar in de toekomst misschien ook wel van lokale boeren of andere moestuinen die oogst opleveren. Om te zorgen dat die oogst zo veel mogelijk mensen kan bereiken, is hij in gesprek met verschillende locaties in Overvecht waar buurtbewoners mee kunnen eten. Uit die gesprekken blijkt enorm veel interesse voor een lokale oogst, maar ook nieuwe uitdagingen. Want een lokale oogst betekent ook een wisselend aanbod in groente. 

‘Zo zijn we bijvoorbeeld in gesprek met Buurttafels in Overvecht, over de manier waarop ze meer gebruik kunnen maken van seizoensgroenten,’ vertelt Mark. ‘Alleen de afhankelijkheid van seizoensgroente zorgt voor wisselende oogst en dat vergt best wat creativiteit van de koks die daar werken. Om koken met seizoensgroente makkelijker te maken, is bijvoorbeeld het idee ontstaan om een “‘wijk-kookboek’” maken met recepten die bij het seizoensaanbod passen.’

Vrijwilligers hard aan het werk in de Voedseltuin bij Steck
Vrijwilligers hard aan het werk in de Voedseltuin bij Steck

Een voedselnetwerk in Overvecht

Om ervoor te zorgen dat gezond, vers, duurzaam en lokaal voedsel voor iedereen toegankelijk is, is het belangrijk dat lokale partijen samenwerken. Zodat biologisch voedsel uit de buurt bijvoorbeeld niet alleen te koop is bij duurdere winkels, maar juist ook beschikbaar is voor mensen met een kleinere portemonnee.

Daarom spreken Mark en Caro met lokale horecaondernemers, boeren, moestuineigenaren en diverse inwoners uit Overvecht om te kijken waar ruimte is voor samenwerking. ‘Aan het einde van de verkenning willen we de voedselstromen binnen de wijk zo veel mogelijk in kaart te brengen,’ zegt Mark. 

Voedsel in de toekomst

Mark droomt van het oprichten van een coöperatieve supermarkt. Eentje die beheerd wordt door bewoners en lokale ondernemers en bevoorraad door lokale leveranciers. Door dat lokale beheer dient zo’n supermarkt niet de doelen van zo veel mogelijk geld verdienen, maar die van de wijk zo gezond mogelijk houden.

‘Het zou moeten gaan om een groter verhaal dan “wij verkopen eten omdat jij een lunch nodig hebt”,’ vertelt Mark. ‘Dat grotere verhaal moet zijn: ik verkoop lokaal eten uit Overvecht en omgeving rekening houdend met de wijk, de mensen, biodiversiteit en gezondheid.’

Meer weten of bijdragen?

Ben jij nou een creatieve kok, handige harry, of groene ondernemer met een hart voor duurzaam, lokaal en sociaal ondernemen? Of denk je op een andere manier bij te kunnen dragen aan een Overvechts voedselnetwerk, bijvoorbeeld door kennisdeling, donaties of arbeid? Laat het Mark en Caro weten! Mail naar info@voedseltuinovervecht.nl

Het werk in de Voedseltuin gaat ondertussen gewoon door. Nu het winter is, zie je daar nog niet zoveel groeien, maar straks in de lente explodeert het smakelijke groen de tuin uit.

Steck groeit verder: onze plannen dit voorjaar

Verbouwing Steck

En groene stadsoase, dat word je niet in één dag. Met de huidige partners van de Noordertuin, de Clique, Kwekerij Stekkers, de Voedseltuin en de Glitter Gladiool hebben we de eerste stappen gezet. Maar we zijn nog niet klaar! Komend voorjaar breiden we ons winkelaanbod uit met een duurzaamheidslabel, een dierenafdeling en een groente- en fruitwinkel. Ook de ingang moet eraan geloven, die wordt straks zo aantrekkelijk dat niemand voorbij kan fietsen zonder naar binnen te willen!

Duurzaamheidslabel Ympa

Met de komst van het label ‘Ympa’ naar Steck, is het straks heel makkelijk om verantwoord planten te kopen. Alle planten met het Ympa-label moeten aan bepaalde duurzaamheidseisen voldoen, bijvoorbeeld de afwezigheid van pesticiden, turfvrij substraat en plasticvrije verpakking. Het Ympa-label vind je vanaf het het voorjaar bij onze buiten- en kamerplanten.

Steck Dier

Na veel vraag komt ‘ie er dan echt: Stecks eigen dierenafdeling! Niet met levende dieren, maar wel met alles voor het verzorgen van je huisdier. Voer, speeltjes, manden en snoepjes: je vindt het straks allemaal op de plek waar nu nog de bbq’s en zijdebloemen staan. We willen zorgen dat iedereen bij de dierenafdeling terechtkan, bewuste huisdierenbaasjes en mensen met een kleinere portemonnee. Langs de ‘groene winkelroute’ vind je het duurzame aanbod.

Verse groente en fruit van boeren uit de buurt

De groente- en fruitkraam van De Boer Op, die tot voor kort bij de uitgang van de winkel stond, wordt gepromoveerd tot een eigen winkel binnen Steck. Onder de naam ‘Oogst Utrecht’ vind je de winkelruimte straks in het gebied naast de kassa’s. Op dit moment zijn de verbouwingen hiervoor bezig en kun je even geen groente en fruit bij ons kopen. Bij Oogst Utrecht kun je straks terecht voor fruit en groente die zo veel mogelijk afkomstig zijn van boeren uit de omgeving.

Vernieuwde entree

Aan de entree wordt ook gesleuteld, maar hoe het precies eruit komt te zien is nog een een verrassing! Dat is namelijk in grote mate afhankelijk van welke restmaterialen het team op de kop kan tikken. Daarmee wordt de ingang vervolgens helemaal verbouwd, met allerlei kleine holletjes voor vogels en insecten om zich in te verstoppen.

Wil je op de hoogte blijven van deze verbouwing? In onze nieuwsbrief delen we alle nieuwe ontwikkelingen, schrijf je hier in.

Bloemen plukken bij de Glitter Gladiool

Zelf bloemen plukken en je eigen boeket samenstellen: het is de meest duurzame manier om een mooie bos bloemen op tafel te krijgen. De laatste jaren zie je de belangstelling voor pluktuinen in Nederland toenemen. Sinds vorig jaar is er ook een op het terrein van Steck: Pluktuin de Glitter Gladiool. Eigenaar Noraly Roozendaal vertelt hoe je zelf een mooi boeket kunt samenstellen en waarom dat zo leuk is.

Tekst: Anoek van der Leest

 

Jouw pluktuin is op basis van selfservice. Kun je uitleggen hoe het werkt?
‘Het begint ermee dat je helemaal zelf mag weten welke bloemen je in je boeket wilt. Of bíjna helemaal, want sommige bloemen zijn misschien nog niet klaar om geknipt te worden of zijn bedoeld om te drogen. Als dat het geval is, dan wordt dat aangegeven. Verder heb je alle vrijheid. Voor het knippen of snijden van de bloemen hangen er mesjes en schaartjes klaar. Bij de ingang staat een bord met drie gaten erin en de instructies voor het knippen. In die gaten kun je na het verzamelen van je favoriete bloemen meten hoe groot je boeket is en op basis daarvan de prijs bepalen. Via een QR-code kun je ter plekke meteen afrekenen met je telefoon. Het is heel makkelijk. Nadat je je boeket hebt gemeten en afgerekend, kun je het ook nog inpakken. Er is een rekje met inpakmateriaal en een bord met tips om je boeket extra leuk te verpakken.’

Wat als de tuin is leeggeknipt?
‘Dat duurt wel even hoor! Planten bloeien op allerlei verschillende momenten in het jaar. En planten waarvan de bloemen zijn afgeknipt, maken vaak ook weer nieuwe bloemen. Ik vertrouw erop dat mensen netjes te werk gaan. Dus dat je bijvoorbeeld niet een complete tak afsnijdt, waar nog heel veel knopjes aan zitten. Want dan is die plant snel klaar met bloeien en hebben andere klanten niets meer. Bij het natuurlijke karakter van een pluktuin hoort ook dat je soms een beetje geduld moet hebben. Als toevallig net je lievelingsbloemen zijn weggeknipt, dan moet je misschien een weekje wachten. Of je kiest een van de andere mooie soorten die in de tuin staan. Tot in oktober kun je hier komen knippen.’  

Pluktuin Glitter Gladiol

Waarom zouden mensen hier hun bloemen komen knippen? Naar de bloemist gaan is toch veel makkelijker?
‘Dat is misschien wel zo, maar iets dat makkelijker is, is niet meteen béter. Veel bloemen die je bij de bloemist haalt, komen uit Afrika, of worden gekweekt in een kas. Het zijn tropische bloemen die hier niet kunnen groeien, omdat ze niet in ons klimaat passen. Daarom hebben ze een enorme ecologische voetafdruk. Dat beseffen mensen niet. De impact op het milieu is veel kleiner als je bloemen koopt uit een pluktuin. Je hebt geen transportkosten en geen verwarmde kas die energie slurpt. Daarnaast gebruiken we geen pesticiden. Dat is ook een probleem in de bloemensector: veel bloemen zijn bespoten en daar gaan insecten aan dood.’

 

Is dat ook het verhaal dat je vertelt aan mensen die hier komen?
‘Dit is het verhaal van alle pluktuinen. Die bewustwording is hartstikke belangrijk, maar ik vind het ook gewoon leuk om mensen deze ervaring te bieden. Het gaat er ook om dat je ziet hoe bloemen groeien, dat je soms moet wachten op een bepaalde soort – want sommige soorten bloeien maar twee maanden per jaar. En dat je de vrijheid voelt om zélf aan de slag te gaan met bloemen. De pluktuin ziet er elke week weer anders uit, dat maakt het ook bijzonder.’

Hoe ben je op het idee gekomen van een pluktuin?
‘Mijn familie woont in Oostenrijk en daar heb je veel plukvelden langs de weg. Vaak zijn het velden met dezelfde bloemen en dan hangt er een mesje bij en een potje waar je geld in kunt doen. Dat vond ik zo leuk! In 2018 ben ik afgestudeerd aan de HKU, met een project van doorgeschoten moestuinplanten. Sindsdien ben ik gefascineerd door hoe planten groeien. Die Oostenrijkse plukvelden hebben me twee jaar geleden op het idee gebracht om een eigen pluktuin te beginnen. Ik begon bij Koningshof aan de Koningsweg. Sinds vorig jaar zit ik bij Steck en pak ik het allemaal wat serieuzer aan.’ 

Je hebt de Pluktuin ook verhuisd op het terrein van Steck: eerst zat je op een wat meer verscholen plek en nu lig je pal aan het terras van Noordertuin. 

‘Ja! Dat is een heel stuk beter, want nu zitten we veel meer in het zicht. Het verhuizen was nog wel heel lastig, want het is veel werk om zo’n stuk grond te bewerken en klaar te maken voor beplanting. In maart bleek dat de drainage niet goed was. Het regenwater bleef in grote plassen in te tuin staan en ik had er net een heleboel zaailingen instaan. Die zijn toen allemaal kapotgegaan. Dat vond ik zo erg dat ik zelfs heb overwogen om ermee te stoppen. Ik besefte toen ineens hoezeer ik afhankelijk ben van factoren waar ik zelf weinig invloed op heb. Zoals het weer. Met een paar man hebben we uiteindelijk een goede afwatering aangelegd onder de paden. Nu loopt het water gelukkig goed weg.’

Heb je nog tips voor mensen die hier bloemen komen knippen?
‘Kom het vooral eens een keer uitproberen. Het is hartstikke leuk om te doen. Kinderen worden er ook altijd heel blij van. Verder heb ik ook cadeaubonnen. Die liggen bij de kassa van Steck. Én ik organiseer deze zomer allerlei workshops rond bloemen. Ik hoop dat ik mensen net zo enthousiast kan krijgen over bloemen als ik zelf ben.’

 

Pluktuin Glitter Gladiool Info hoe te plukken?

 

 

Een stukje Domtoren

Ronald en de Dom

Dit jaar viert Utrecht zijn 900e verjaardag. Steck viert graag mee! Dat doen we op een wel heel bijzondere manier: in de winkel en op het buitenterrein vind je een enorme verzameling originele ornamenten van de Domtoren. Die kun je bekijken én kopen.

Domtoren
De Domtoren is het meest bekende symbool van Utrecht. Zeg je Utrecht, dan zeg je Domtoren. Nadat de huidige versie in de veertiende eeuw werd gebouwd, was het lang de hoogste toren van de Lage Landen en Utrechters waren er maar wat trots op. De toren overleefde een tornado, een beeldenstorm en verschillende grote opknapbeurten. In de negentiende eeuw werd de toren bijna gesloopt, omdat deze er zo slecht aan toe was. Gelukkig is dat niet gebeurd! Nog altijd is de Domtoren met 112,32 meter de hoogste kerktoren van Nederland. 

In de steigers
Inmiddels staat de Domtoren alweer een hele tijd in de steigers voor een grondige restauratie. Als het goed is, kan ie er daarna weer minstens vijftig jaar tegenaan. De verwachting is dat de toren eind 2024 klaar is. Waarschijnlijk kan elke Utrechter niet wachten tot het zover is. De Domtoren voelt als een toren van iedereen. Vanaf de zolders van Rijnsweerd tot aan de flats in Overvecht: als je de Domtoren ziet, dan weet je dat je thuis bent.

 

De Dom bij je thuis
Tijdens de restauratie van de Domtoren worden er stukken die niet nog jarenlang meekunnen, vervangen. Van ruwe blokken tot prachtige sculpturale ornamenten. Die restmaterialen vertegenwoordigen een enorme symbolische waarde. En om die waarde te verzilveren zijn Stichting Utrecht Marketing en Brokkenmákers in opdracht van Stichting Utrechts eigendom begonnen met de herbestemming van deze stukken. Van producten gemaakt van restmateriaal tot blokken die jij dus via Steck in huis kunt halen (of in je tuin kunt zetten!).

Van Dom tot steengoed
Als je een stuk koopt, dan draag je bij aan het terugbrengen van de aanlichting van de Dom. Nu is zo’n waardevol stuk Dom best kostbaar. Op de website vandomtotsteengoed.nl worden er ook elementen verloot. Voor € 2,50 heb je al een lot. Op de website kun je meteen zien wat ze nog meer doen met het restmateriaal van de Dom. Zo worden er mooie kunstobjecten van gemaakt en bakstenen voor huizen in de nieuwe stadswijk Merwede. Op deze manier gaat er geen stukje Domtoren verloren. 

Heb je interesse in een stuk Domtoren in je tuin of in je huis? Kom gerust langs!

 

 

 

Naast de domstukken hebben we nog andere unieke producten die met de domtoren te maken hebben. Kom je eens kijken bij Steck? 

Stadskwekerij Stekkers brengt permacultuur en voedselbossen naar Utrecht

Sinds november 2021 huist er een heuse biologische stadskwekerij op het terrein van Steck. Bij stadskwekerij Stekkers kweken eigenaren Boudewijn Rijff en Yessie Vanden Branden eetbare planten voor voedselbossen, tuinen en balkons volgens de principes van de permacultuur. Yessie legt uit wat dat inhoudt en waarom je dat zou willen toepassen in je eigen tuin. Daarnaast vertelt ze hoe je dat doet: een stadskwekerij beginnen.

Tekst: Anoek van der Leest

Jullie kwekerij is nog heel jong. Waar kwam het idee vandaan om een stadskwekerij te beginnen?

‘Boudewijn heeft de Vechtclub XL opgericht en is daar jarenlang directeur geweest. Daarnaast is hij zo’n beetje zijn hele leven al geïnteresseerd in het verbouwen van zijn eigen voedsel. Twee jaar geleden is hij in zijn achtertuin in Leidsche Rijn begonnen met kwekerij Zomerhuis. Dat was heel kleinschalig, maar het liep wél. In oktober 2020 ben ik aangesloten bij dit project. Er zijn maar weinig biologische kwekerijen in de buurt van Utrecht en met onze stadskwekerij hopen we mensen te inspireren hun eigen tuinen of balkons op een natuurlijke manier in te richten met eetbare planten. Omdat we zo dicht bij de stad zitten, kunnen mensen de planten gewoon op de fiets komen halen! Daarnaast willen we met ons aanbod bijdragen aan de ontwikkeling van voedselbossen en agroforestry (een combinatie van landbouw en bomen), omdat we de urgentie voelen om beter met de aarde en voedselproductie om te gaan.’

Bij Stekkers kweken en verkopen jullie bijna alleen maar eetbare planten. Waarom zouden mensen specifiek kiezen voor eetbare planten?

‘Je kunt de vraag ook omdraaien: waarom zou je géén eetbare planten in je tuin zetten? We zijn zo gewend geraakt om alles in de supermarkt te kopen, maar je eigen fruit en groente kweken is zo veel leuker. Dat kan al op een balkon of in een kleine stadstuin. Door in je tuin enkele eetbare planten of struiken te planten, zet je een eerste stap om de verbinding tussen natuur en voedsel te herstellen. Een appelboompje of een bessenstruik kun je al vrij snel kwijt en je eigen kruiden kweken is helemaal makkelijk. Daarnaast zijn veel eetbare planten ook gewoon erg mooi: de bloesem van de amandelboom bijvoorbeeld. Prachtig!’ 

Jullie werken vanuit de principes van de permacultuur en moedigen mensen aan om dit ook te gaan doen. Kun je uitleggen wat dit inhoudt?

‘Volgroeide natuur bestaat over het algemeen uit verschillende lagen: bodembedekkers, een kruidlaag, struiklagen en bomenlagen. Het is de basis van een ecosysteem waarin planten en organismen met elkaar samenwerken. Hier hoeft geen mens aan te pas komen, want de natuur houdt zichzelf in stand. Alle planten hebben een functie: niet alleen het produceren van voedsel, maar ook het ophalen van voedingsstoffen uit de diepere bodemlagen. Permacultuur wil zeggen dat je je tuin inricht met (eetbare) planten als een mini-ecosysteem, zodat planten op een natuurlijke manier gaan samenwerken. Eigenlijk ga je terug naar hoe de natuur ‘van nature’ werkt. Het is even wat voorbereiding om dat goed te doen, maar als je het eenmaal hebt ingericht, heb je er heel weinig werk aan. Je eigen voedselbos maken kan ook prima in de stad en zélfs op een balkon.

Permacultuur is gebaseerd op allerlei biologische principes. Betekent dit ook dat jullie planten biologisch zijn?

‘Het is de bedoeling dat we op een gegeven moment al onze planten zelf gaan vermeerderen. Dat kan nu nog niet, omdat we eerst de grond hier moesten bewerken. Het stond helemaal vol met bereklauw! Dat hebben we afgelopen winter gedaan. Voor dit voorjaarsseizoen hebben we plantgoed van anderen ingekocht, waarvan zo veel mogelijk biologisch, maar helaas nog niet alles. We hebben deze winter ook zelf gestekt, en dan vooral de fruitstruiken. Daarnaast hebben we kruiden, zomergroenten en bloemen gezaaid, of we zijn er nu mee bezig. We werken zonder chemische middelen en gebruiken biologische potgrond van BioKultura. Plantenplagen bestrijden we onder andere met aaltjes: dat zijn bodemorganismen die zich voeden met de larven van plaaginsecten. Kunstmest gebruiken we niet, dat want dat is niet goed voor het bodemleven. Als je je mini-ecosysteem goed inricht, dan houden natuurlijke processen de boel in balans. Dit jaar leggen we een eetbare tuin aan bij de kwekerij, zodat we mensen kunnen laten zien hoe het werkt. Wat extra leuk is aan deze plek bij Steck, is de samenwerking met bijvoorbeeld De Clique. Zij maken nieuwe producten van reststromen. Op koffiedik kweken zij bijvoorbeeld oesterzwammen. Hun (her)gebruikte koffiedik kunnen wij daarna gebruiken als compost.’

Wat zijn jullie toekomstplannen?

‘Weet je, we hebben geen opleiding gevolgd in deze richting, maar we leren alles door het gewoon te doen. Dat gaat heel organisch. Ook onze plannen ontstaan terwijl we bezig zijn. Dat we willen groeien, dat staat vast, maar welke vorm dat precies heeft, dat ontdekken we gaandeweg. Voor mij is de documentaire The Biggest Little Farm een enorme inspiratiebron. Natuurlijk is daar van alles aan geromantiseerd. Het uitgangspunt is dat we als mensen onderdeel zijn van een ecosysteem en als dat in balans is, dan is de wereld prachtig. Dat spreekt me enorm aan en die boodschap willen we ook graag meegeven aan onze omgeving. Door mensen te inspireren, te informeren en door lokale, biologische planten aan te bieden. We kregen de kans om tijdelijk op het terrein van Steck te komen. Dit is een stuk groter dan het stuk grond bij het zomerhuis. Wat hierna komt, dat zien we daarna wel weer.’

Hoe kunnen mensen jullie vinden?

‘Ons aanbod bieden we overwegend online aan. We hebben een uitgebreide webshop, waar je plantgoed kunt bestellen. Maar geïnteresseerden kunnen ons ook zeker komen bezoeken op de kwekerij. We zijn dit voorjaar en in de zomer sowieso op zaterdagen open. Voor andere dagen kun je een telefonische afspraak maken. Op onze website vind je onze contactgegevens en meer informatie over de kwekerij. Maar langskomen is natuurlijk het leukste. Je kunt dan meteen binnenlopen bij Steck voor de aanschaf van al je tuindersspullen (óf nog meer planten) en even landen bij tuincafé Noordertuin. Het perfecte dagje uit als je het mij vraagt.’   

Plantenrave in het Centraal Museum

Op donderdag 7 april organiseerde we samen met het Centraal Museum en De Stadstuin een plantenrave in het Centraal Museum! Centraal Laat. Het was een avond vol muziek, speed lezinkjes, mini workshops en botanische bites rondom de tentoonstelling De botanische revolutie.

Centraal Laat
Centraal Laat is hét avondconcept van het Centraal Museum. Op vijf donderdagen per jaar kun je door de zalen dwalen en jezelf tot in de avonduurtjes verliezen in performances, muziek, lezingen en andere culturele happenings in en rond het museumgebouw.

Bloemenportretten van Elspeth Diederix

Programma
Op 7 april geniet je van een compleet programma op het snijvlak tussen natuur en cultuur, planten en kunst. In de zalen van de tentoonstelling De botanische revolutie kun je mini-lezingen volgen over bedreigde plantensoorten, de natuur in de stad en over het wonderlijke vermogen van planten om zichzelf via stekken voort te planten. Je kunt je eigen bloemstilleven creëren, botanische figuren vouwen (origami), een eigen minipluktuin zaaien en persoonlijk plantenadvies krijgen. Daarnaast zijn er bijzondere hapjes te proeven en heerlijke drankjes te drinken. Verder kun je dansen tussen de planten op de ambient soundscape van dj Stijn Sadée.

Jong geleerd is oud gedaan
Tijdens Centraal Laat maak je kennis met de nieuwe generatie sprekers en makers van Steck! Van creatieve duizendpoot Elisa Calamita tot forestry expert Ronja Knippers: ze weten je allemaal op enthousiaste wijze te verleiden meer te willen weten over (of te doen met) de groene wereld om ons heen.

Reserveren
Nieuwsgierig geworden? Bestel je ticket via het Centraal Museum. We zien je graag!

Deze makers ontmoet je op de Plantenrave op 7 april!

Duurzame kwekerij Fruithof: biologisch is niet altijd logisch

Vanaf deze lente kun je bij Steck fruitbomen en -planten kopen van Fruithof, een kwekerij in Kapelle in Zeeland. Hun fruitgewassen vallen op doordat ze mooi vol zijn én veel vruchten geven. Op de kwekerij, die in 2000 is opgericht, wordt goed nagedacht over duurzaamheid. Hun fruitgewassen zijn zo biologisch mogelijk, hoewel ze niet dat keurmerk mogen voeren. Eigenaar Wim Kersten legt uit hoe dat zit. 

Tekst: Anoek van der Leest

In 2000 ben je samen met je vrouw Amanda een kwekerij begonnen. Wat was de aanleiding om Fruithof op te richten?
‘Ik werkte in die tijd als bedrijfsleider bij een fruitteeltbedrijf, dat een fruitboomkwekerij als neventak had. Het viel me op dat de magere en ielere boompjes naar de consument gingen en de volle, mooie bomen naar de fruittelers. Dat vond ik jammer voor de consument en zo ging ik nadenken of dat niet anders kon. In 2000 begonnen mijn vrouw en ik zelf fruitbomen en -struiken te kweken onder de vlag van Fruithof om consumenten een beter aanbod te geven.’

Wim en Amanda met zoons

De gewassen van Fruithof zijn populair bij de consument vanwege hun mooie vorm. Wat is het geheim achter de kwaliteit van jullie fruitbomen en -struiken?
‘Alle bomen die wij kweken, laten we groeien op traaggroeiende onderstammen. Hierdoor zijn de bomen heel geschikt voor grote en kleine achtertuinen, en zelfs voor op een balkon. We kweken de bomen in potten, waardoor het gemakkelijker is om voeding en watergift te doseren. Doordat we op deze manier veel aandacht geven aan de bomen, worden ze sterk en vol van vorm. En dat ziet er mooi uit. In de eerste jaren waren verschillende tuincentra wat terughoudend om de bomen van Fruithof te verkopen, omdat deze door het aandachtige kweekproces wat duurder waren. Maar al gauw merkten ze dat consumenten erg gecharmeerd waren van onze aantrekkelijke bomen. Nu, ruim twintig jaar later, bestaat ons familiebedrijf uit 36 medewerkers en worden er meer dan 150 fruitrassen geteeld.’

Jullie lopen graag voorop in de sector. Een paar jaar geleden was Fruithof de eerste kwekerij die overstapte op gerecyclede plantenpotten. Hoe is dat ontstaan?
‘Er worden heel veel kweekpotten gebruikt in de tuinbouw. Plastic wordt gezien als ongewenst materiaal, milieutechnisch gezien, maar het is enorm veelzijdig. Als we het goed kunnen recyclen, dan kunnen we het positief inzetten. Met deze gedachte ging in ik gesprek met een bevriende pottenleverancier. Ik zei: “Als het je lukt om kweekpotten te maken van huisvuil, dan ga ik om.” Hij heeft toen speciaal hiervoor een productielijn opgezet. In het begin zagen de potten er niet uit, maar na wat ge-experimenteer lukte het om mooie, egale potten te maken van gerecycled plastic. Inmiddels zijn veel meer kwekerijen hiermee aan de slag gegaan. Dit geeft overigens een nieuw probleem: er kan niet genoeg plastic uit het Nederlandse huisvuil worden onttrokken om al die potjes te maken. Inmiddels wordt een deel van het plastic uit het buitenland gehaald’

Ook op andere vlakken zijn jullie met duurzaamheid bezig, maar toch staat Fruithof niet te boek als biologische kwekerij. Hoe komt dat?
‘Dat heeft alles te maken met regelgeving. De voorwaarden om in Nederland te voldoen aan het label biologisch zijn veel strenger dan in andere Europese landen. Sommige grote tuincentra halen hun biologische fruitbomen bijvoorbeeld uit Duitsland. Wat daar het etiket biologisch mag dragen, wordt in Nederland niet als biologisch gezien. Tegelijkertijd mag de Nederlandse toezichthouder (Skal) de producten uit het buitenland niet herkeuren. Zo kunnen deze tuincentra gewassen verkopen met het etiket biologisch, terwijl Nederlandse kwekers veel meer moeite moeten doen om dat etiket te mogen voeren. We hebben lang geprobeerd om onze gewassen volledig biologisch op te kweken. Maar inmiddels zie ik de meerwaarde in van het adagium: biologisch als het kan, chemisch als het moet. Als je alles biologisch doet, dan kom je soms voor het probleem te staan dat een hele kas vol planten wordt aangevreten door een schimmel. Kun je al je planten weggooien, terwijl je ze met een chemisch middel had kunnen redden. Dat is in zichzelf ook niet erg duurzaam. Wij mensen proberen zo gezond en natuurlijk mogelijk te leven, maar bij ernstige ziekte grijpen we naar de antibiotica of andere chemische middelen. Ik denk dat het realistischer is om er zo in te staan. Daarnaast geeft een boom al biologische vruchten als je een jaar lang geen kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen gebruikt. Een boom is van zichzelf biologisch. Vroeger wilde ik dat niet horen, maar inmiddels kan ik niet om deze waarheid heen. We kweken nu zo dus biologisch mogelijk, maar soms doen we een chemische ingreep als dat nodig is.’

Op welke vlakken zijn jullie nog meer bezig met verantwoord ondernemen?
‘Wat nu heel erg speelt, is de energietransitie. Daar proberen wij ook zo goed mogelijk in mee te doen. Op de nieuwbouw die er binnenkort komt, gaan we zonnepanelen leggen. Op de kassen hebben we dat achterwege gelaten, omdat die het gewicht van de panelen niet goed kunnen dragen. Ook hergebruiken we al het tuinafval, en dat is behoorlijk wat bij ons, als compost. Verder zit het hele bedrijf – gebouwen, paden, velden en kassen – aangesloten op een ondergronds buizensysteem dat het water recyclet.’

Op vrijdag 11 maart heeft Fruithof een inloopspreekuur bij Steck. Je kun dan met al je vragen over fruitgewassen terecht bij de kenners!

Kijk mee terug op eerste editie Klimaatestafette

Afgelopen maand vond bij Steck de eerste editie plaats van de Steck Klimaatestafette. Steck organiseert de Klimaatestafette met als doel te laten zien wat je zelf kunt doen om bij te dragen aan het oplossen van grote klimaatproblemen. Gedurende deze eerste editie konden bezoekers informatie inwinnen over geveltuinen of daktuinen en wateropvang.

Groeiende gevels
De eerste dag stond in het thema van geveltuinen, waarmee je ruimte biedt voor versterking van de lokale biodiversiteit en de afvoer van regenwater. Op deze dag was er een workshop van Groene Gevels over hoe je nu zo’n geveltuin het beste aan kunt leggen. Bioloog Robert Hagen deelde in zijn lezing interessante kennis over de Utrechtse natuur en hoe een geveltuin daarop kan versterken. Bij ons tuincafé Noordertuin werd ondertussen geknutseld aan een DIY huisnummerbordje.

Schitterende regen
De tweede zaterdag stond in het thema ‘Regenopvang & daktuinen’. Water is ontzettend kostbaar, maar veel ervan wordt onnodig verspild. Samen met onze partners Waterleider en Dakdokters, hebben we verschillende workshops georganiseerd in teken van ‘ons’ kostbare water. Zo konden deelnemers hun daktuin laten ontwerpen, zelf een gieter bouwen van gerecycled materiaal en advies ontvangen over het plaatsen van een regenton. Ook Rainblocks, Earthkweek en ook bioloog Robert Hagen waren van de partij. In de tuincafé de Noordertuin konden kinderen ondertussen aan de slag met bouwen van een eigen ‘waterzuiveringsinstallatie’.

Hieronder een korte impressie van deze geslaagde eerste editie. Had je hier ook bij willen zijn? Dat kan! In 2022 komen we bij je terug met een tweede klimaatestafette.

Stem op jouw favoriete #vakantiesteck inzending

Afgelopen zomer vroegen we je je blik te richten op dat andere moois tijdens je vakantie: insecten. Waar veel vakantiegangers vooral mooie uitzichten en schattige dorpjes op de gevoelige plaat vastleggen, vind je vaak ook prachtige (en hele nuttige) insecten op je vakantiesteck. De 9 mooiste inzendingen van de Steck Vakantie Challenge hebben we hieronder voor je verzameld. Stem voor 9 september op jouw favoriet!

Top 9

Uit alle inzendingen hebben we 9 potentiële winnaars gekozen. Stuk voor stuk geven deze foto’s meer aandacht voor het onmisbare werk dat insecten voor ons doen. Zonder deze harde werkers komt de bestuiving van planten en daarmee de gehele voedselketen van dieren die afhankelijk zijn van deze insecten in gevaar. We bedanken iedereen die mee heeft gedaan aan onze Steck Vakantie Challenge.

Stem op jouw favoriet

Breng je stem uit op jouw favoriet door in onderstaand overzicht bij jouw foto naar keuze op ‘vote’ te drukken. Je kunt per computer/apparaat op 1 foto stemmen. Je stem uitbrengen kan t/m 8 september. De winnaars maken wij op 9 september bekend op onze sociale media.

De winnaars ontvangen:
1e prijs – Steck kadobon t.w.v. 75 euro
2e prijs – Steck kadobon t.w.v. 50 euro
3e prijs – Steck kadobon t.w.v. 25 euro

[IT_EPOLL id=”7429″][/IT_EPOLL]

4 prijswinnende Utrechtse voortuinen

Afgelopen zaterdag vond in het bijzijn van de Utrechtse wethouder Linda Voortman de prijsuitreiking plaats van de verkiezing Voortuin van het Jaar 2021. Deze wedstrijd werd georganiseerd door wijkvereniging Tuindorps Belang en Steck in de wijk Tuindorp. De gelukkige winnaars kregen een mooie cheque met een shoptegoed bij Steck aangeboden door de wethouder.

Het idee voor een voortuinenwedstrijd in deze Utrechtse wijk is niet nieuw. De vereniging Tuindorps Belang is in 1932 opgericht vanwege de eerste editie van deze wedstrijd. De editie van 2021 is voor het eerst gehouden in samenwerking met Steck, na een aantal wedstrijdloze jaren. Bij de jurering is gekeken naar o.a. creativiteit, (her)gebruik van natuurlijke materialen, (inheemse) beplanting en klimaatbestendigheid. Uit 30 inzendingen heeft de jury haar favorieten gekozen en beloond met een mooie prijs. Hieronder presenteren we de winnaars, met een inkijkje in het juryrapport:

Derde prijs – speels (her)gebruik van materialen
Deze voortuin viel de jury meteen in het oog vanwege de losse en creatieve opbouw. Het goed doordachte ontwerp is op een natuurlijke wijze uitgevoerd waarbij veel gebruik is gemaakt van oude materialen. De vele openingen tussen de materialen zorgen voor ideale schuilplekjes voor beestjes in zowel de zomer als in de winter. Daarnaast is de beplanting gevarieerd en kleurrijk en is de tuin een goede voedselbron voor bijen en andere insecten. Je raakt niet uitgekeken in deze ‘terrastuin’, die een mooi geheel vormt met het huis. De tuin is voldoende hittebestendig en biedt genoeg schaduw voor verkoeling. Een terechte derde plaats dus. 

Tweede prijs – leve de wildernis!
Deze voortuin is een echte wilde tuin, maar niet zonder een plan. Zo zijn er palen in de grond geslagen waartussen takken en andere restmaterialen liggen opgestapeld, waarmee een beschermde omgeving voor insecten is gecreëerd. De tuin heeft weinig bestrating en verharding waardoor regenwater gemakkelijk de grond inzakt. Er is een grote verscheidenheid aan kleurrijke planten, waaronder ook eetbare soorten. De vijver zorgt voor een welkome rustplek voor dieren. Ook deze tuin vormt een prachtig geheel met het bijbehorende huis. De jury was groot fan van het ‘lekker de boel, de boel laten’ met veel plantenresten en natuurlijke materialen. De jury had twee tips: een regenton aansluiten en inzetten op gevelbegroeiing. 

Eerste prijs – om bij weg te dromen
Een droomtuin, daar was de jury het meteen over eens. Uniek aan deze tuin is dat deze is aangelegd door twee buren. Via kronkelende paadjes ontdek je steeds weer nieuwe plantsoorten. Het is een uitnodigende tuin waar erg veel te zien en te beleven valt. De beplanting is inheems en enorm gevarieerd in kleurgebruik. Op de bodem is boomschors aangebracht om een natuurlijk pad te creëren en om verdamping tegen te gaan. In de tuin(en) ligt veel restmateriaal dat door insecten gebruikt kan worden voor het bouwen van nesten en voor overwintering. Er is voldoende schaduw van de prachtige Magnolia, die een verkoelende werking heeft en een heerlijk microklimaat biedt voor de bewoners. Dit prachtige sociale buurtinitiatief verdient een eerste prijs. Klein verbeterpuntje is er voor het weghalen van opstaande randjes, hier houden dieren als egels niet van. 

Publieksprijs – slimme tuin vol snufjes
Veel wijkbewoners zijn met de deelnamelijst op pad gegaan langs alle 30 deelnemende voortuinen. Zij konden hun stem ook uitbrengen voor de publieksprijs. Met grote voorsprong wist deze tuin de voorkeursstemmen in de wacht te slepen. De mooie voortuin kent vele handige snufjes, zoals hergebruik van een oude schoorsteen en overwinterplekjes in terracotta potjes gevuld met stro aan bamboestokken. Ook het kleurgebruik was de jury erg over te spreken. Een mooi voorbeeld van een tuin die meegroeit met de seizoenen en erg duurzaam en insectvriendelijk is. 

Steck en Tuindorps Belang bedanken alle deelnemers voor hun deelname!