Hoe krijg je een vruchtbare bodem in je tuin?

Een mooie, gezonde tuin begint bij een vruchtbare grond. Dat betekent vooral: een bodem vol leven. In een goede bodem leven ontelbare bodemorganismen, die afval omzetten in voedingsstoffen voor planten. Deze organismen houden ook de aarde luchtig. Hierdoor kan deze beter water opnemen en kunnen planten goed met hun wortels bij de voedingsstoffen. Wil je ook dit jaar genieten van een stralende tuin, zorg er dan voor dat al die bodemdiertjes hun werk kunnen doen.

Ecosysteem

Bij het tuinieren is het belangrijk om je het volgende te realiseren: als je de natuur gewoon haar werk laat doen, dan ontstaat er een systeem dat in balans is. Op braakliggende terreinen groeien vanzelf bepaalde typen wilde planten (die wij meestal onkruid noemen) die kúnnen groeien op die plek. Wanneer er een tekort is aan voedingsstoffen, dan zijn dit type planten in staat om zich toch te voeden. Met hun lange wortels halen ze diep gelegen voedingsstoffen alsnog naar boven, waardoor er vervolgens ook andere planten kunnen groeien. Deze ontwikkeling stimuleert weer een actiever bodemleven. Ofwel: als je niks doet, groeit er tóch iets. En een weinig vruchtbare grond wordt (tenzij heel ernstig vervuild) op deze manier uiteindelijk alsnog weer vruchtbaar.

Natuurlijk tuinieren

De kunst is om de manier waarop je tuiniert zo dicht mogelijk bij het natuurlijke proces van plantengroei te houden. Hoe meer jouw tuin lijkt op een natuurlijk ecosysteem, des te minder werk je eraan hebt. Dat kun je onder andere bereiken door planten te kiezen die bij je bodemsoort passen en ze op de juiste standplaats te zetten, zodat ze de juiste hoeveelheid zonlicht krijgen. Werken via de principes van permacultuur, waarbij je rekening houdt met de verschillende plantlagen die voorkomen in de natuur, helpt ook. Verder is het belangrijk om zo weinig mogelijk te spitten, omdat dat het bodemleven verstoort. Liever help je de bodem een handje door bodemverbeteraars toe te voegen aan je aarde. Hieronder leggen we je uit wat je opties zijn. 

Bodemverbeteraars

Voordat je aan de slag gaat, wil je eerst weten op welke grondsoort je tuiniert. Op basis daarvan kun je beter begrijpen wat je grond nodig heeft. Dat is voor elke tuin anders. Wat je uiteindelijk wil, is een luchtige bodem met een rijk bodemleven en met de juiste voedingsstoffen voor je planten. De volgende bodemverbeteraars kunnen je daarbij helpen:

Compost

Dit is de meest natuurlijke en milieuvriendelijke bodemverbeteraar. Compost bestaat uit plantenresten die op een gecontroleerde manier worden afgebroken. Het verbetert alle soorten grond die een niet zo ideale structuur hebben. Compost kun je zelf maken, of kant-en-klaar kopen. Lees hier meer over het toevoegen van compost aan je bodem.

Meststoffen

Wil je je planten nog een extra zetje geven, dan kun je meststoffen strooien. Maar let op: bemesten heeft alleen zin als de structuur van je bodem al in balans is. Geef nooit te veel mest, want je planten worden kwetsbaarder als de bodem niet structureel is aangepast op hun snelle groei. De meeste planten hebben voldoende aan één keer bemest te worden, in het vroege voorjaar. Hier lees je hoe je mest het beste toevoegt.

Kalk

Zand- en veengronden zijn over het algemeen zuurder dan kleigrond. En daar houden de meeste planten niet van. Om een zure grond te neutraliseren kun je jaarlijks kalk strooien in je tuin. Dit doe je het beste in het najaar of in het vroege voorjaar. Lees hier alles over het gebruik van kalk in je tuin.

Tuinturf

Tuinturf is een veensoort en dus een relatief zure grondstof. Je kunt het gebruiken om de bodem voor zuurminnende planten te verbeteren. Tuinturf wordt helaas ook op grote schaal verwerkt in tuinaarde en potgrond. Dat is jammer, want tuinturf is een behoorlijk milieubelastend product. Door het opgraven van veen komt er onnodig veel CO2 vrij. In Europees verband wordt nu gekeken hoe het op grote schaal afgraven van veen in Europa tegengegaan kan worden. Hier staat goed uitgelegd waarom het precies zo schadelijk is. Intussen komen er langzaamaan steeds meer alternatieven op de markt voor tuinaarde en potgrond met tuinturf. Bij Steck vind je de turfvrije tuinaarde en potgrond van Bio Kultura.

Tuinaarde

Voor de aanleg van een nieuwe tuin of voor het ophogen van borders gebruik je tuinaarde. De meeste tuinaarde bestaat uit een samenstelling van tuinturf en compost. Vaak zijn er ook meststoffen doorheen gemengd. Door de aanwezige tuinturf is tuinaarde een nogal zwaar product. Je moet het daarom echt mengen met de grond die al in je tuin aanwezig is. Je kunt ook kiezen voor tuinaarde zónder tuinturf, zoals de tuinaarde van Bio Kultura. Ook goed om te weten: Goedkope soorten tuinaarde bevatten over het algemeen nauwelijks extra voedingsstoffen.

Potgrond

Als je tuiniert in potten en bakken, dan heb je potgrond nodig. Dit is een luchtiger variant van tuinaarde. Ook zijn de voedingsstoffen speciaal uitgebalanceerd voor potplanten. Tegenwoordig bestaat er ook potgrond op basis van kokos, wat milieuvriendelijker is dan de gebruikelijke potgrond met turf. Daarnaast stelt het MPS-keurmerk bij potgrond voorwaarden aan de hoeveelheid turf die gebruikt mag worden en die grens is behoorlijk streng. Zowel Pokon als Ecostyle bieden een variant aan met dit keurmerk. De potgrond van Bio Kultura bevat een heel klein percentage tuinturf. Ze werken nog aan een variant zónder.

Als het goed is, weet je nu beter wat je moet kiezen als je weer eens in het tuincentrum voor al die zakken bodemverbeteraars staat. We wensen je een zeer vruchtbare grond toe.

Steck heeft een uitgebreid assortiment aan tuin- en potgrond en ook een grote keus aan bodembedekkers- en verbeteraars. Onze medewerkers geven je graag advies!

Wat doet kalk in je tuin?

Jonge, groene zaailingen met levendige bladeren ontkiemen in donkerbruine, voedingsrijke bodem die bezaaid is met kleine, witte korrels van kalk. De zaailingen zijn gelijkmatig verdeeld over de linkerhelft van de afbeelding, terwijl de rechterhelft onbebouwde aarde toont, wat een contrast creëert tussen het begin van plantengroei en de potentie voor toekomstige beplanting. De textuur van de aarde en de planten geeft een natuurlijk en gezond ecosysteem weer, klaar voor tuinieren en landbouw.

Kalk neutraliseert zure grond, verbetert de structuur van zware kleigrond en levert calcium en magnesium. Dit helpt planten om beter te groeien. Dat wil zeggen: veel planten, maar niet alle planten. Welke planten kalk nodig hebben, wat pH-waarden ermee te maken hebben en wanneer je overgaat tot het strooien van kalk, lees je hieronder.

Welke planten hebben kalk nodig?

De meeste planten houden van een neutrale, licht zure grond. Planten die van een zure grond houden, zijn bijvoorbeeld heide, azalea, rhododendron, skimmia en conifeer. Bij deze planten strooi je juist geen kalk, want op een met kalk verrijkte grond nemen ze voedingsstoffen minder goed op. Dan heb je ook nog planten die het het best doen op kalkrijke grond. Bijvoorbeeld clematis, rozemarijn, blauwe regen, lavendel en vlinderstruiken. Die hebben kalk echt nodig om goed te groeien.

Tegen de achtergrond van een blauwe hemel met sierlijke witte wolken, steken de donkerpaarse bloempluimen van een vlinderstruik (Buddleja) omhoog. Sommige bloemen zijn in volle bloei met een rijke paarse kleur, terwijl andere zijn uitgebloeid en bruine tinten vertonen. De groene bladeren en de levendige bloemen contrasteren mooi met de lucht en creëren een gevoel van hoogte en groei. Dit type bloeiende struik is bekend om het aantrekken van vlinders, waardoor het een ecologisch waardevolle en esthetisch aangename toevoeging is aan de tuin.

Waarom heeft mijn gazon kalk nodig?

Heb je veel mos in je grasmat? Dan helpt het om kalk te strooien. Mos houdt van zuurdere grond dan gras en kalk neutraliseert die grond. Ook als je je gazon wil bijmesten om je gras een boost te geven, dan is het slim om vooraf kalk te strooien. Dat geldt ook voor je siertuin. Door de kalk nemen planten de voedingsstoffen beter op. Over het algemeen is het beter om na het strooien van kalk drie weken te wachten voor je meststoffen gebruikt. Kalk kan reageren met de stikstof in de meststoffen, wat kan leiden tot de vorming van ammoniak. En dat is schadelijk voor je gras en je planten. Overigens vind je bij Steck ook kalkmestof: een combinatie van kalk en meststoffen, waarbij geen ammoniak wordt gevormd.

Een uitgestrekt gazon strekt zich uit naar een levendige border vol met diverse tuinplanten en bloemen. De tuin toont een rijke variëteit aan texturen en kleuren, van het donkergroen van dicht blad tot het heldergeel en paars van bloeiende planten. Verschillende hoogtes en soorten vegetatie creëren een natuurlijk, gelaagd uiterlijk, van lage struiken tot hoge siergrassen en bloemen op stevige stelen.

Hoe meet ik de pH-waarde van de grond in mijn tuin?

Maar hoe weet je nu hoe zuur de grond is in je tuin? Daar kom je achter door de pH-waarde te meten. Die loopt van 1 tot 14, waarbij geldt: hoe lager het getal hoe zuurder de grond. Een neutrale grond heeft een pH-waarde van 7. De zuurgraad in Nederland ligt over het algemeen tussen 3 en 8. Van nature is de grond hier dus vrij zuur. Daarbij zijn zand- en veengronden meestal wat zuurder dan kleigrond. Onder invloed van het weer heeft de grond de neiging nog verder te verzuren.

De pH-waarde van de grond in je tuin meet je bijvoorbeeld met een pH-bodemtest van Ecostyle (ook te koop bij Steck). 

Een digitale pH-meter met een geel-zwarte behuizing is in de grond gestoken, waarbij het LCD-scherm een waarde van 5.8 aangeeft, wat duidt op de zuurtegraad van de bodem. De achtergrond is onscherp, maar je kunt een oude metalen tuinvork herkennen, wat suggereert dat de grond recent bewerkt is. Deze afbeelding illustreert het gebruik van technologie in tuinieren om de grondcondities te monitoren, wat essentieel is voor het succesvol kweken van diverse plantensoorten.
Digitale pH-meter in de grond

Wanneer strooi ik kalk in de tuin?

Als je de pH-waarde van de grond in je tuin weet, dan kun je inschatten in hoeverre het nodig is om kalk te strooien. Hieronder zie je welke pH-waarden optimaal zijn:

– Zuurminnende planten (o.a. rhododendrons, azalea’s en heide): pH-waarde: 4,0 – 5,5
– Lichtzuurminnende planten (o.a. hortensia’s en skimmia’s): pH-waarde: 5,0 – 6,0
– Kalkminnende planten (o.a. blauwe regen, lavendel en vlinderstruiken): pH-waarde: 6,0 – 7,0
– Gazon: pH-waarde: 5,5 – 6,5
– Moestuin: pH-waarde: 5,5 – 7,0.

Waarom is kalk goed voor zware kleigrond?

Zware kleigrond heeft een dichte structuur, omdat er zo weinig lucht tussen de deeltjes zit. In de zomer droogt deze grond vaak helemaal uit. Kalk helpt de structuur van kleigrond te verbeteren, omdat calciummoleculen relatief groot zijn. Ze zorgen ervoor dat de kleideeltjes wat minder aan elkaar plakken. Met meer lucht in de bodem zakt het water beter weg en krijgen planten meer zuurstof bij hun wortels.

Een close-up beeld van een met modder bedekte schop die in natte, kleiachtige grond steekt, met een voet in een groene rubberlaars die druk uitoefent op de rand van de schop om dieper te graven. De klei is donkerbruin en plakkerig, wat suggereert dat de grond zwaar en vochtig is, wat typisch is voor kleigrond. Dit beeld toont het zware werk dat komt kijken bij het bewerken van dergelijke bodem, vaak ervaren in tuinieren en landschapsarchitectuur na regenval of in natte omgevingen.

Welke maand is het beste om kalk te strooien?

De beste periode voor het strooien van kalk is in de late winter of het vroege voorjaar, idealiter in januari of februari. Dit zorgt ervoor dat de kalk voldoende tijd heeft om in de bodem op te lossen voordat het groeiseizoen begint. Het is belangrijk om de aanbevolen hoeveelheden op de verpakking te volgen, aangezien deze per kalksoort kunnen variëren.

Bij Steck vind je onder andere kalk van Ecostyle. Heb je er vragen over? Onze medewerkers helpen je graag!

Mest strooien in de tuin: extra voeding voor je planten

Een tuinier in actie, vastgelegd vanaf de taille naar beneden, terwijl ze zittend op de hielen geconcentreerd werken met kleurrijke, bloemenprint tuinhandschoenen aan. Ze houden een open zak met meststof vast, en strooit het uit op de donkere aarde. Een tuinschepje met een houten handvat is geplant in de grond naast hen. De achtergrond is onscherp, met hints van een weelderige tuin. De scène benadrukt tuinverzorging en de introductie van voedingsstoffen in de bodem, waarbij de aandacht uitgaat naar de handen en de taak die wordt uitgevoerd.

Een mooie tuin begint met een gezonde bodem. Dat is de basis. Met bladeren laten liggen en compost strooien kom je al een heel eind. Wil je je planten een extra zetje geven, dan kun je meststoffen gebruiken. Maar let op: bemesten heeft alleen zin als de structuur van je bodem al in balans is. Waarop je moet letten als je je tuin gaat bemesten, lees je hieronder. 

Wat is het verschil tussen kunstmest en organische mest?

Er bestaan twee soorten mest: kunstmest en organische mest. Organische mest bestaat uit verteerde dierlijke uitwerpselen, zoals koemest, paardenmest of beendermest, gemengd met plantaardige resten, zoals stro of compost. Deze koop je in de vorm van gedroogde korrels. Deze organische mest heeft meer voedingsstoffen dan alleen compost. Het is duurzamer dan kunstmest, omdat dit type mest naast het stimuleren van de plantengroei ook het bodemleven aan het werk zet. Dit zorgt voor meer evenwicht in de bodem. 

Kunstmest is gemaakt van niet-organische stoffen en bevat hogere concentraties van stikstof, fosfaat en kalium. Op de verpakking worden deze aangeduid als NPK (Nitrogenium (stikstof), Phosphorus (fosfor), Kalium): voedingsstoffen waar planten dol op zijn! Kunstmest werkt snel, maar kan je planten ook te veel opjagen en slap en slungelig maken. Bovendien haal je bij veelvuldig gebruik het bodemleven uit balans. Pas kunstmest dus met mate toe. Houd je aan de voorgeschreven hoeveelheid op de verpakking.

Een persoon in een tuin knielt neer en strooit zorgvuldig grijze meststofkorrels rond de basis van een jonge boom. De boom is net geplant, zoals te zien is aan de verse aarde en het steunstokje dat vastzit met een witte bindstrip. De tuinier houdt een doorzichtige plastic pot met meer meststof in de ene hand, terwijl ze met de andere hand de korrels rond de boom verdeelt. Het beeld vangt een moment van tuinonderhoud waarbij de nadruk ligt op het bevorderen van de gezonde groei van de plant.

Wat is de beste mest voor je tuin?

Welke mest het beste is, hangt af van de staat van je tuin en van je planten. Zandgrond heeft bijvoorbeeld meer voeding nodig dan kleigrond. Lees hier hoe je de grondsoort in je tuin herkent. Kunstmest kan handig zijn om je planten even een snelle boost te geven, maar organische mest is op de lange termijn beter voor je planten en de bodem.  

Welke planten hebben speciale mest nodig?

De standaard tuinmest (kunstmest) heeft een bepaalde verhouding stikstof, fosfor en kalium, die goed werkt voor het merendeel van de planten. Sommige planten hebben een andere verhouding voedingselementen nodig. Daar bestaat aparte mest voor. Voorbeelden hiervan zijn mest voor rozen, beuken en hagen, kleinfruit en mest voor de moestuin. Ook voor zuurminnende planten, zoals rhododendrons en heide bestaat speciale mest.  

Een weelderige verzameling rhododendronstruiken in volle bloei, met een scala aan kleuren van diep paars en lila tot zachtgeel en wit. De bloemen zijn dicht opeengepakt en vormen een levendig, kleurrijk tafereel. Ze worden verlicht door de zachte stralen van de zon, die door de bladeren van de bomen erachter schijnen, waardoor sommige bloemen lijken op te lichten. De diversiteit aan kleuren en de overvloed aan bloemen maken de afbeelding tot een feest voor het oog en stralen de rijkdom uit van een zure bodem tuin in het late voorjaar of de vroege zomer.

In welke maand bemesten?

De meeste planten hebben voldoende aan één bemesting per jaar. Als je organische mest geeft, doe dit dan liefst in de winter of in het vroege voorjaar. Dan komen de voedingsstoffen vrij op het moment dat de planten gaan groeien. Kunstmest strooi je in maart of april. Rozen en eenjarige planten doen het goed op een tweede keer mest in juni. Geef nooit te veel mest, want je planten worden juist kwetsbaarder als de bodem niet structureel is aangepast op hun snelle groei.

Hoe strooi je mest in de tuin?

Mest strooien is niet ingewikkeld. Je strooit de aangegeven hoeveelheid over de grond en werkt het daarna een beetje in de grond met een hark. 

Bij Steck vind je de organische mestcompost van Bio Kultura en een divers assortiment van (biologische) tuinmest van Pokon. Vraag gerust een medewerker om advies als je twijfelt welke mest je moet kiezen. 

Een heldere, zonnige afbeelding van een tuinbed met een hand in een gele tuinhandschoen die een kleine witte handhark vasthoudt. De hark wordt gebruikt om de rijke, donkerbruine aarde rond een bloeiend aardbeienplantje te cultiveren. De aardbeienplant heeft verse groene bladeren en witte bloemen met gele centra. Het beeld legt een moment van tuinonderhoud vast en toont een zorgzame interactie met de groeiende plant. Het tuinbed wordt begrensd door houten planken, wat duidt op een georganiseerde en verzorgde moestuin.

Weet jij welke grond er in je tuin ligt?

Alles over grondsoorten in Nederland, hoe je erop tuiniert en over welke grond je in je tuin hebt

Alles begint bij de ondergrond. Niet iedere plant kan overal groeien en daar speelt vooral de bodemsoort een belangrijke rol bij. Geen groen zonder gezonde grond. Je vindt in Nederland grofweg 4 grondsoorten waarop je kunt tuinieren: veen, klei, zand en löss. In deze blog lees je hoe het zit met de grond in jouw (achter)tuin.

De kwaliteit en eigenschappen van de grond bepalen de plantengroei. De planten hebben dan weer invloed op hoeveel organisch materiaal aanwezig is in de bodem. En dat organische materiaal bepaalt de mate van bodemleven in je tuin. Eerder schreven we al over het belang van bodemdieren in je tuin: hier speelt de grondsoort dus ook een belangrijke rol. Een gezonde bodem heeft een gezond bodemleven.

Hoe zit het met mijn grond?

Pure grondsoorten, zoals hieronder beschreven, kom je in de meeste tuinen niet tegen. Door het afgraven en weer aanvoeren van grond wijkt de bodemsoort vaak af van de natuurlijke omgevingsbodem. Ook binnen de vier bekendste grondsoorten van ons land zijn verschillende samenstellingen mogelijk. Zo kan klei veel of weinig zanddeeltjes bevatten. 

Hoe weet je welke grondsoort in in je tuin ligt? Door het houden van een simpele bodemtest:

  1. Maak wat grond in je tuin vochtig, maar niet te nat. De grond mag niet aan je vingers plakken.
  2. Neem op 10-20 cm diepte met een eetlepel een schepje grond uit je tuin en probeer deze te kneden in je handen.
  3. De vorm die het kneedsel aanneemt, vertelt je grofweg met welke grondsoort je te maken hebt.

Zandgrond vormt zich tot een bergje op je hand, klei laat zich daarentegen heel makkelijk tot een gladde plak kneden. Veen is zo broos dat het tot niets te kneden valt en direct uit elkaar brokkelt. Hieronder kun je per bodemsoort lezen welke eigenschappen deze heeft en hoe je er het beste op tuiniert.

De ideale tuingrond

Als je achter op een zak tuin- of potgrond kijkt, zie je dat deze vaak bestaat uit een mengsel van grondsoorten. Veel mixen bevatten veengrond voor het vasthouden van water, gemengd met zand voor structuur en compost voor voeding (en dus bodemleven). Als je eenmaal weet welke grond er in je tuin ligt, kun je deze optimaliseren voor je planten door te kijken naar de natuurlijke eigenschappen die hieronder per grondsoort beschreven staan.

Wil je betere afwatering in je kruidentuintje? Voeg dan wat zand (en gruis) toe aan de bodem. Wil je juist water langer vasthouden? Voeg dan wat klei of veen toe aan de grond. Juist door soorten te mengen kom je vaak tot een ideale voedingsbodem voor plantengroei.

Utrechtse bodem

Hiernaast zie je de grondsoortenkaart van Nederland van de universiteit van Wageningen. Zoals je ziet, komt er een mengelmoes van grondsoorten voor in de provincie Utrecht. Rondom de stad Utrecht vind je zowel klei, veen-, als zandgronden. Wat dat betekent voor het laten groeien van planten vertellen we je hieronder per grondsoort.

1. Veen – Frisse, natte spons

  • Kleur: donker, bijna zwart
  • Structuur: sponsachtig
  • Voordelen: nauwelijks water geven, makkelijk te bewerken
  • Nadelen: zuurstofarm, weinig mineralen
  • Komt voor in: kleine gebieden door heel Nederland
  • Ideaal voor: zuurminnende planten als Rododendrons en Hortensia’s

Veen is een opeenstapeling van compact, organisch materiaal en ontstaat in gebieden waar het grondwater hoog staat, waardoor grote hoeveelheden ijzer aan de oppervlakte komen. Hierdoor hopen plantenresten zich op die maar heel langzaam composteren door het lage zuurstofgehalte in het aanwezige roestwater.

Gedroogd veen is goed brandbaar. In de middeleeuwen is men daarom begonnen met het winnen van turf (gedroogd veen). Er is nog maar weinig veen over in Nederland. Heel veel grasland waar koeien nu op grazen was ooit veenmoeras. Tegenwoordig is veel oorspronkelijk veenlandschap bedekt met jonge klei.

Bron: Verantwoorde veenhouderij | Twee grote kluiten veengrond waar je nog duidelijk plantenresten in terug ziet

Tuinen op veengrond zijn vaak nat en zompig. Ook verzakt veengrond snel, zeker nu door onze droge en hete zomers het grondwaterpeil daalt. Huizen verzakken hierdoor sneller, met grote schade tot gevolg. Wie tuiniert op veengrond zal vaak zijn tuin moeten ophogen. Planten en bomen wortelen ondiep op veengrond, omdat ze nooit verdergaan dan het grondwaterpeil (want daar kunnen ze geen zuurstof halen).

2. Klei – Zware jongen vol voedingsstoffen

  • Kleur: donker
  • Structuur: zwaar en compact
  • Voordelen: houdt voedingsstoffen en water goed vast
  • Nadelen: wortels kunnen er moeilijk in groeien, wordt hard bij uitdroging, lastig om te bewerken
  • Komt voor in: kustgebieden (zeeklei), Betuwe (rivierklei)
  • Ideaal voor: snelgroeiende gewassen als maïs en suikerbieten

Klei kan makkelijk water vasthouden. Het laat zich uitsmeren zodra het nat wordt. Het kan ook voedingsstoffen makkelijk aan zich binden, omdat het elektrisch geladen is. Er vinden veel (chemische) reacties plaats, wat ervoor zorgt dat er ontzettend veel mineralen en andere voedingsbronnen worden vastgehouden. Leg je klei onder een microscoop dan zie je dat het bestaat uit op elkaar geplakte laagjes vanuit chemische samenstellingen. 

Bron: Better Organix | Klei bestaat uit vele ‘schijfjes’ zoals goed te zien is onder de microscoop

Tuinieren op kleigrond kan een hele uitdaging zijn. Kleigrond is heel erg zwaar en houdt water lang vast, maar laat ook slecht nieuw water toe. Doordat het zo compact is, is het ook moeilijk te bewerken en hebben veel planten moeite om te wortelen in de soms ondoordringbare grond. Dit gebeurt vooral als er weinig organisch materiaal in de bodem zit. Als klei uitdroogt kan het keihard worden, je hebt vast weleens die kenmerkende scheuren in de grond gezien op het boerenland. 

Wil je gebruikmaken van de voedzame eigenschappen van kleigrond, dan moet je zorgen voor een goede afwatering. Je wil niet dat planten te lang met hun wortels in het nat staan. Op kleigrond komen vaak ook lastig te verwijderen onkruidsoorten voor, zoals kweek(gras), zevenblad en heggewinde. Is tuinieren op kleigrond dan alleen maar ellende? Zeker niet, Tuinseizoen geeft een aantal slimme tips.

3. Zand – Luchtige allesgroeier met verzorgingsbehoefte

  • Kleur: licht
  • Structuur: licht van structuur, korrelig
  • Voordelen: goed waterdoorlatend, makkelijk te bewerken
  • Nadelen: houdt weinig voedingsstoffen en water vast, schrale grond
  • Komt voor in: Noord-Limburg, Noord-Brabant en de Achterhoek
  • Ideaal voor: vrijwel alle soorten gewassen en planten, mits er genoeg water en voeding wordt gegeven

Zand is niets anders dan volledig uit elkaar gevallen steen. Daar gaat een enorm lang proces aan vooraf: stenen verweren door vorst en dooi, maar ook doordat ze botsen in snelstromende rivieren. Na duizenden malen herhaling van deze processen houd je grove zandkorrels over. Zand heeft een hele losse structuur en is van nature schraal en voedingsarm. Toch kun je prima dingen laten groeien op zandgrond door meststoffen en water toe te voegen.

Planten en gewassen die graag de diepte in groeien, zoals wortelknollen en wortelgewassen doen het heel goed op zandgrond. Ze kunnen ongestoord naar beneden groeien, omdat de grond vrij is van stenen en andere ‘blokkades’. Het is ook heel makkelijk om te oogsten op zandgrond: je haalt de groentes zo los uit de grond zonder deze te beschadigen. Ideaal ook voor asperges, die niet voor niets vooral op zandgronden geteeld worden.

Bron: 1Limburg | Asperges groeien niet voor niets op zandgronden. Ze kunnen hierin makkelijk wortels vormen en gestoken worden zonder te beschadigd te raken.

Tuinieren op zandgrond vraagt vooral om wat zorg en aandacht. Water spoelt snel weg, dus zeker in de zomer zul je vaak moeten sproeien. Ook raakt de grond snel uitgeput, waardoor je regelmatig compost of andere voedingsstoffen moet toevoegen aan de bodem. Meer tips voor het verbeteren van zandgrond vind je in het overzicht van Velt. 

4. Löss – De fijnste van het stel

  • Kleur: bruin
  • Structuur: zacht, bevat veel voedingsstoffen
  • Voordelen: compact, houdt makkelijker voeding vast
  • Nadelen: komt vrijwel nergens voor in Nederland
  • Komt voor in: Zuid-Limburg
  • Ideaal voor: vrijwel alle soorten planten en gewassen

Löss is heel fijn zand. Je vindt het maar in een klein deel van Nederland, van Maastricht tot Sittard. De grond is afkomstig van de bodem van Noordzee, toen deze nog droog stond. De grond is door de wind verspreid en is als het ware tegen de Limburgse heuvels ‘blijven plakken’. In dit gebied zijn de eerste boeren van Nederland 7000 jaar geleden terechtgekomen vanuit Oost-Europa en hier begonnen met de hedendaagse landbouw. 

Löss is heel compact en houdt daardoor, in tegenstelling tot ander zand, goed voedingsstoffen vast. Ze spoelen minder snel uit, wat het voor de akkerbouw ideaal maakt om op te verbouwen. Het voelt erg zacht aan.

Bron: Geoproeven | Löss is heel fijn zand en is daardoor heel compact

De smaak van de bodem

Nu weet je welke grondsoort je in je tuin hebt, en hoe je er het beste op kunt tuinieren. Maar wist je dat je de grondsoort ook kunt próeven in het eten dat er op geteeld wordt? In het NPO-programma Joel Lokaal gaat culinair journalist Joël Broekaert op zoek naar de ‘terroir’ Nederland. Een aanrader voor wie meer wil weten over de invloed van onze bodemsoorten op de smaak van ons voedsel.

5 handige tips om zelf compost te maken

Compost is de meest natuurlijke en milieuvriendelijke bodemverbeteraar. Met de afgebroken plantenresten in compost voed je de bodemdiertjes. Die zijn onmisbaar voor het cyclische proces van plantengroei. Zij zorgen voor een vruchtbare bodem, waardoor je tuin er weer mooi bijstaat. 

Compost kun je zelf maken met tuin- en groenteafval. Door het zelf te maken heb je invloed op de kwaliteit van de compost. En je verkleint er de afvalberg mee. Daarnaast is het ook leuk om van afval iets nieuws te creëren. Maar hoe maak je nu goede compost? Er zijn een paar dingen waarmee je rekening moet houden. We zetten de 5 belangrijkste tips op een rij:

1. Meng groen en bruin materiaal door elkaar

Groen materiaal is vers groen tuinafval en vers keukenafval. Dit levert vooral de voedingsstoffen. Het bruine materiaal bestaat uit dorre bladeren, takjes en houtsnippers. Dit zorgt voor een goede structuur. Hoe meer verschillende materialen, des te beter. Let op de verhouding groen en bruin materiaal. Dat moet een beetje gelijk opgaan. Goed mengen is belangrijk. Hiervoor kun je het beste een riek gebruiken.

2. Niet alle natuurlijke materialen zijn geschikt

Wat kan wel en wat kan niet op de composthoop? Gekookt voedsel, vlees, botjes, brood en kaas composteren moeilijk. Ook trekt dit muizen en ratten aan. Snijbloemen en schillen van niet-biologische aardappelen en citrusvruchten bevatten vaak chemische middelen die schadelijk zijn voor het bodemleven. Die wil je dus ook niet op je composthoop. Voeg grasmaaisel, as en zaagsel (van natuurlijk hout) alleen in kleine hoeveelheden toe. Onkruid dat zich verspreidt via zaden of wortels en zieke planten mag je wel in de gft-bak gooien, maar gebruik het niet in je eigen compost. Gft-afval wordt op hoge temperatuur gecomposteerd en daardoor worden alle ziektekiemen en onkruiden gedood. Je privé-composthoop wordt niet heet genoeg hiervoor. Theezakjes en koffiepads wil je ook niet tussen je compost hebben, omdat er vaak afbreekbaar plastic in zit. Dit wordt op een kleine composthoop niet afgebroken. Het mag wel bij het gft-afval.  

3. Maak alles klein

Knip takken in kleine stukjes, zodat ze sneller worden afgebroken.

4. Zoek een beschutte plek voor je composthoop of -bak

Een composthoop mag niet te nat en niet te droog zijn. De beste plek is daarom een beschutte plek onder een boom in de halfschaduw. Zodanig dat er nog wel regen en een paar uur zon bij kan, maar dat de hoop niet te hard uitdroogt door de wind. Het gehalte nat en droog kun je aanpassen door óf groen (nat) óf bruin (droog) materiaal toe te voegen. En mengen die handel!

5. Kies een composteersysteem dat past bij je tuin (of balkon)

Of je nu een riante tuin hebt, of een balkon met wat potplanten: voor elke situatie is een geschikt composteersysteem te vinden. Van vrije composthoop tot wormenhotel. Hieronder lees je de verschillen tussen de systemen.

Compostsystemen

Composthoop

Heb je een grote tuin, dan kun je een mooie composthoop maken. Zo’n hoop moet helemaal vrij liggen en een straal van minimaal anderhalve meter hebben. Je voedt hem zoals hierboven beschreven en schept hem regelmatig om. Verder doet de natuur de rest. Vogels en egels maak je blij met zo’n mooie composthoop, want ze vinden er allerlei voedsel tussen.

Compostbakken

Je kunt ook open compostbakken gebruiken, het liefst drie op een rij: een voor het nieuwe materiaal en de andere twee voor materiaal dat al gedeeltelijk is gecomposteerd. De bakken hebben geen bodem en staan op de aarde. Zo kunnen de bodemdiertjes tussen het compostmateriaal komen en hun werk doen. Het nieuwe materiaal in de eerste bak kan je (na regelmatig omscheppen) na ongeveer drie maanden naar de tweede bak overhevelen. Die tweede bak laat je dan lekker met rust, terwijl je de eerste bak geleidelijk met nieuw materiaal vult. Na weer drie maanden schep je de inhoud van de tweede bak naar de derde bak. Een deel van het materiaal kan je waarschijnlijk al als mulchlaag gebruiken. De derde bak dek je af met een zeil, zodat het er droger en warmer is. Je kunt hiervoor ook een afgesloten compostvat gebruiken. In de derde bak begint de laatste fase van het composteerproces. Na ongeveer een jaar is je compost klaar. 

Compostvat

Is je tuin kleiner dan 400 vierkante meter, dan kun je ook aan de slag met een speciaal compostvat. Dit neemt minder ruimte in en kost minder werk. Een compostvat is meestal gemaakt van kunststof en heeft een deksel. De onderkant bestaat uit een geperforeerde plaat. Deze plaats je op stoeptegels met een paar centimeter ruimte ertussen.  Vervolgens leg je op de bodem een flinke laag (10-15 cm) met bruin materiaal, zodat de lucht er nog goed tussendoor kan. In tegenstelling tot een compostbak plaats je een compostvat het liefst in de volle zon. Zo kan de boel goed opwarmen. Door de deksel is de kans op uitdroging minder. Vooral bij compostvaten is het toevoegen van bruin materiaal belangrijk. Anders wordt het al gauw een stinkende, rottende bende binnenin. Met een speciale beluchtingsstok maak je luchtgangen onder in je vat. Zo blijft het samengeperste materiaal ademen.

Wormenhotel of composteertrommel

En heb je helemaal geen tuin, maar wel een balkon? Dan kan je ook een klein composteersysteem gebruiken. Er bestaan composteertrommels voor in de keuken, op je balkon of op een binnenplaatsje. Ook een wormenhotel is een mogelijkheid. Dat is een compostbak met composteerwormen erin. De wormen eten het keuken- en klein tuinafval en poepen dit weer uit. Na ongeveer een half jaar heb je mooie bruikbare compost. In dit filmpje van Klokhuis wordt uitgelegd hoe je zelf een wormenhotel maakt. Je kunt ook kant-en-klare wormenhotels kopen.

Compost gebruiken in de tuin: zo geef je je planten een biologische boost

Een grote compostbak van donkergroene kleur, gevuld met lagen organisch afval, staat in een achtertuin. Het materiaal in de bak bevat een mix van aarde, plantenresten, en keukenafval zoals groenteschillen. Een deel van de compost is al afgebroken tot donkere, rijke aarde. Naast de compostbak staat een tuinvork met een houten steel en groene tanden, waarschijnlijk gebruikt om het compostmateriaal om te keren. De bak is omgeven door een weelderige groene tuin en een hek op de achtergrond, wat suggereert dat dit een actief gebruikt en goed onderhouden compostsysteem is in een huiselijke omgeving.

Met compost verbeter je de grond in je tuin op een natuurlijke en milieuvriendelijke manier. Compost is een voedzame grondstof gemaakt van organisch (tuin)afval. Het houdt je bodem luchtig, zorgt voor voedingsstoffen en stimuleert het bodemleven. Maar hoe gebruik je compost? Wat is het verschil tussen compost en humus? Hoe kom je eraan? Antwoorden op deze en andere vragen lees je hier.

Wat is het verschil tussen compost en humus?

Humus ontstaat als organisch materiaal, zoals afgestorven planten, bladeren, vruchten en uitwerpselen, wordt afgebroken door het bodemleven. Het vormt de vruchtbare laag op de bodem. In een bos gaat dit vanzelf. Door tuinafval zo min mogelijk op te ruimen, ontstaat er in jouw tuin ook een humuslaag. Een goede humuslaag heeft een lekkere bosgeur en is te herkennen aan een bijna zwarte kleur. Hoe zwarter, des te gezonder je bodem.

Compost bestaat ook uit afgebroken organisch materiaal, maar dan gestuurd door de mens. Door tuinafval en groente- en fruitafval gecontroleerd te laten afbreken, krijg je een soort voorstadium van humus. In compost zie je vaak nog wel wat takjes en blaadjes zitten, terwijl humus eruit ziet als aarde.

Een close-up van een paar handen die compost vasthouden. De grond lijkt vochtig en vruchtbaar, met kleine plantenresten en organisch materiaal zichtbaar tussen de vingers. De handen zijn vuil, wat aangeeft dat er in de grond gewerkt wordt. Op de achtergrond is vaag de contouren van een tuin zichtbaar, waardoor de context van tuinieren of landbouw wordt

Heeft je tuin compost nodig?

Een goede humuslaag herken je dus aan een donkere, luchtige bovenlaag, die een beetje naar bos ruikt. Heeft je tuin dit? Dan hoef je geen compost te strooien. Herken je niet echt een humuslaag? Verrijk dan je bodem met compost. Hiermee breng je lucht in de bodem, zorg je voor voedingsstoffen en stimuleer je het bodemleven.

Welke planten hebben compost nodig?

Alle planten zijn gebaat bij een gezonde, vruchtbare bodem met veel bodemleven en een luchtige structuur, waarbij het water gemakkelijk in de grond zakt. Compost is vooral een structuurverbeteraar, die de basis van de bodem op orde helpt te brengen. Dat kan bij alle soorten planten. Let er wel dat planten soms ook nog moeten worden bijgemest. In compost zitten vooral veel organische elementen, maar niet altijd voldoende voedingsstoffen.

Een gedetailleerde close-up van oranje daglelies die schitteren in het zonlicht, met een zachtfocusachtergrond die meer bloeiende daglelies laat zien. De voorste bloem staat centraal met prominente gele en roodbruine tinten en uitgespreide bloemblaadjes die de complexe structuren binnenin onthullen, zoals de lange, donkere meeldraden die boven het levendige centrum uitsteken. De foto straalt een zomerse sfeer uit en legt de schoonheid vast van deze opvallende bloemen die vaak in tuinen te vinden zijn.

Wanneer strooi je compost? En hoeveel?

Het is voldoende als je één keer per jaar een laagje compost door de bovenste grondlaag van je borders mengt. Een laag van 1 of 2 centimeter compost is genoeg, tenzij de grond erg arm is. In dat geval raden we 4 tot 6 centimeter aan. Je kunt ook een dun laagje uitstrooien over je gazon. De meeste mensen strooien compost in het vroege voorjaar, maar in de herfst kan het ook prima. Wanneer je het in de herfst doet, kan de vorst ook nog zijn positieve invloed uitoefenen op de bodemstructuur.

Wat is de beste compost?

Compost kun je zelf maken of kant-en-klaar kopen. Het voordeel van zelfgemaakte compost is dat je het proces helemaal zelf in de hand hebt. Je bespaart er ook nog eens energie mee, want er komen bijvoorbeeld geen transportkosten bij kijken. Geen ruimte om zelf compost te maken? Bij Steck koop je onder andere de biologische tuinaarde-compost en de biologische mestcompost van Bio Kultura. De eerste is zeer geschikt voor kleigrond. De tweede soort is handig als je je planten van extra voeding wil voorzien. Dat geldt ook voor de bio bemeste tuincompost van Pokon.

4 poedelnaakte tuinhulpjes voor een gezonde en voedzame bodem

Bodemdieren_tuinhulpjes_blog_Steck

Ieder jaar vindt op de eerste zaterdag van mei de ‘Internationale dag van het naakt tuinieren’ plaats. In eigen tuin is naakt tuinieren zeker toegestaan, maar voor wie liever de kleren aanhoudt, wist je dat er elke dag van het jaar naakte tuinders voor je aan het werk zijn? Ontmoet vier poedelnaakte tuinhulpjes: regenworm, naaktslak, pissebed en duizendpoot. Lees waarom deze – door sommige mensen als vieze beestjes bestempelde – diersoorten onmisbaar zijn voor een gezond bodemleven in je tuin.

In het voorjaar storten mensen zich enthousiast op het inzaaien van borders, potten en moestuinen. Maar voordat er überhaupt wat te zaaien – en laat staan te oogsten – valt, is het belangrijk om te kijken naar de vruchtbaarheid van de grond. Wie wil genieten van een groene oase rondom het huis, heeft naast licht en water nog iets belangrijks nodig: voedingsstoffen. 

Bodemdieren leven net boven of onder de grond en zetten samen met bacteriën en schimmels afvalstoffen om in voedingsstoffen voor planten. Hiermee krijgen planten voldoende binnen om sterke wortels te maken, frisgroen blad te geven en tot bloei te komen. Deze circle of life herhaalt zich continu en elk bodemdier draagt op zijn eigen manier een steentje bij.

Regenworm: de luchtige bemester 

De regenworm is een ontzettend harde werker die jou op verschillende manieren te hulp schiet. Hoe de worm dat doet? Wormen breken organische materialen af en creëren zo humus voor je bodem. Terwijl ze zich voortbewegen door de bodem, leggen ze tunnels aan waardoor gewassen beter hun wortels kunnen vormen. En dat zonder die planten aan te tasten. Des te meer wormen je ziet, des te meer voeding er in je grond aanwezig is.

Bodemdieren in actie

Naaktslak: krachtpatser met een tong vol tanden

Dit bodemdier wordt vaak als plaag beschouwd en kan dat in sommige gevallen ook zijn. Maar deze allesbehalve kieskeurige veelvraat doet ook veel goeds voor je tuin. Op zijn tong verstopt de naaktslak tot wel 25.000 tanden. Hier eet hij in een dag tijd tot wel de helft van zijn eigen lichaamsgewicht op. Hij ruimt hiermee ook dode plantenresten op en woelt de aarde om. Naaktslakken zijn kwetsbaarder dan andere slakken, waardoor je ze soms alleen onder de grond tegenkomt.

Pissebed: meester van de recycling

De ruwe- en rolpissebedden komen het vaakst voor in onze (achter)tuinen. Ze houden zich meestal schuil in de bovenste laag van de bodem, ofwel: de strooisellaag. Hier doen ze zich tegoed aan rottend hout en bladeren. Hun uitwerpselen vormen nieuwe voedingsstoffen. Zo helpen pissebedden bij de afbraak en opname van koolstof en stikstof voor planten. Is er niet genoeg dood materiaal aanwezig, dan houden ze zich in leven met wortels van levende planten. Laat plantresten dus vooral liggen. 

Duizendpoot: veelpotige vermaler

Nee, duizend poten heeft ‘ie niet. Ongeacht zijn ietwat verwarrende naam kun je maar wat blij zijn dat dit veelpotige dier zich schuilhoudt tussen je planten. Duizendpoten voeden zich graag met rottend plantmateriaal, zoals afgevallen bladeren en andere resten. Ook zorgen zij voor het omwoelen van en het lucht toevoegen aan je bodem. Ze werken razendsnel, waardoor je organische groene afval snel wordt omgezet in een voedingsboost voor je tuin of balkon. Je vindt duizendpoten terug op de meest vochtige plekjes in de tuin, ze kunnen slecht tegen droogte.

Vier de bodembeestjes!

Kom je tijdens het werken in de tuin flink wat bodemdieren tegen? Geweldig! Help ze hun werk te doen door je tuin niet al te netjes te houden. Laat bladeren, uitgebloeide planten en ander organisch materiaal gerust liggen. Dit opruimteam gaat voor je aan de slag en geeft je er een gezonde en voedzame bodem voor terug. Wil je meer weten over wat er zich allemaal in de bodem afspeelt? Dan is de documentaire ‘Onder het maaiveld‘ een aanrader.

Oh en voor wie graag ook zelf met de billen bloot gaat in de tuin op de dag van het naakt tuinieren… wel even opletten voor de brandnetels en wespennesten.

De voordelen van biologische zaden. Een interview met De Bolster  

Winter pompoen zaden van De Bolster in handen

Ken je de bio-zaden van De Bolster? Je vindt hun biologische zaden bij Steck. Maar wat zijn nou precies de voordelen van biologische zaden? Waarom zou je daarvoor kiezen? Annemarie Kruize van De Bolster vertelt er alles over. ‘We willen naar een toekomstbestendige landbouw, zodat de grond ook nog voor onze achterkleinkinderen bruikbaar is.’

Biologische zaden voor een gezonde planeet

De Bolster heeft een duidelijk doel. Annemarie: ‘We zouden allemaal anders met de bodem moeten omgaan. We moeten naar een andere manier van landbouw toe. Want met biologische landbouw zorgen we ervoor dat de grond waarop we telen, óók nog voor onze (achter)kleinkinderen bruikbaar is. Wij geloven écht dat biologisch de toekomst heeft. Die manier van voedselproductie is gezond voor de makers, de eters en de planeet. Om de beweging naar bio te stimuleren produceert De Bolster daarom 100% biologische zaden voor professionele tuinders en voor iedere moestuinier.’

Annemarie Kruize van De Bolster in Epe poseert voor een foto en legt de voordelen van biologische zaden uit

Impact op je eigen tuin én op grotere schaal 

Bio is beter voor de planeet en voor jezelf, maar hoe zit dat precies? Annemarie: ‘Als je biologisch werkt in je moestuin, dus zonder kunstmest en chemie, dan passen onbespoten zaden daar bij. Normaal worden chemische middelen gebruikt bij het produceren van zaden. Die moeten schimmels en onkruid tegengaan. Maar die chemische stoffen komen dan óók terecht in de omgeving van de zaadteelt. En in de zaden die je koopt. Als je in plaats daarvan biologische zaden plant, werk je aan gezondheid in je eigen moestuin. En op grotere schaal draag je zo ook bij aan de biodiversiteit.’

Kerstomaten aan een plant

Zorgvuldige selectie van zaden

De bio-zaden van De Bolster hebben nog meer voordelen. Annemarie: ‘Ze hebben een hoge kiemkracht en je krijgt ook precies wat je verwacht als je de zaadjes zaait. Dat komt doordat we zorgvuldig selecteren. De butternutpompoen bijvoorbeeld, splitst van nature uit in verschillende vormen en groottes. Maar klanten willen meestal geen pompoen in een afwijkende vorm. We controleren daarom nauwkeurig en selecteren alleen de butternuts die een goede afmeting en vorm hebben. Dus wat je wilt en bestelt, zit in het zakje.’

Medewerker van De Bolster demonstreert het zaadverwerkingsproces

Veredelen van nieuwe rassen

De Bolster veredelt ook nieuwe rassen. Veredelen is een manier om gewassen sterker, productiever én lekkerder te maken. Hoe dat veredelen werkt, legt Annemarie uit met voorbeelden.

‘Telers vertelden ons dat de opbrengst van hun pompoenen lager was dan die van hun uien en peen. We gingen ermee aan de slag en verhoogden via veredeling de opbrengst van de pompoenen. Ook ontwikkelen we nu een rucola die resistent is tegen meeldauw, een schimmelziekte. Verder werken we aan een paprika waarvan de onderstam de hoeveelheid aaltjes in de bodem vermindert. Ook veredelen we nu nieuwe tomaten die onder alle weersomstandigheden buiten kunnen blijven en resistent zijn tegen de schimmelziekte Phytophthora.’

Medewerker van De Bolster staat met met een snoeitang te werken in een kas met tomatenplanten, waarin nieuwe tomatensoorten veredeld worden

Het verschil tussen zaadvast en hybride rassen

Van bijna alle gewassen bestaan zaadvaste én hybride rassen. Staat op het zakje ‘F1’, dan is het hybride. Staat er niks op, dan is het zaadvast. 

Wat is het verschil precies? Annemarie: ‘Als je de zaadjes die in een zaadvaste tomaat zitten plant, komt daar precies dezelfde tomaat uit. Maar bij een hybride ras werkt dat anders. Er is dan als het ware een vaderlijn en een moederlijn gecombineerd of gekruist. De vaderlijn brengt bijvoorbeeld meer opbrengst op en de moederlijn zorgt voor een betere smaak.’ 

‘Die combinatie van de ‘vader’ en ‘moeder’ zorgt voor de ‘baby’. Dit is het zaadje dat je plant in je tuin. Die heeft dus de eigenschappen van de ‘vader’ én de ‘moeder’. Het voordeel van hybriderassen is dat ze uniformer, sterker en productiever zijn, in vergelijking met zaadvaste rassen. Maar als je vervolgens die plant gaat reproduceren, kan het zijn dat de nakomeling daarvan alléén de groeikracht erft. Of juist alléén de smaak. Je krijgt dus meer variatie. Dat komt omdat je elke keer de vader én de moeder nodig hebt om alle eigenschappen bij elkaar te krijgen. Dus, wil je eigen zaad kunnen oogsten, kies dan voor zaadvast.’ 

Elk zaadje op de beste plek ter wereld   

De Bolster teelt zaden op verschillende plekken in de wereld. Annemarie: ‘Voor elk ras zoeken we de plek waar de zaden het best groeien. De plek met het beste klimaat en de beste grond. Sommige zaden laten zich goed produceren in Nederland, bij andere soorten gaat dat beter in het warmere Italië.’

‘We hebben ook een biologische boerderij in Moldavië. Daar telen we tomaten, erwten en kruiden, zoals salie en citroenmelisse. Het warme klimaat daar is ideaal om zaden te produceren. Ook houdt de bodem in die streek water goed vast, waardoor een plant zich blijft voeden. Je hoeft dan maar weinig water te geven. En dat is handig, want als je water geeft, verhoogt de kans op schimmels. En omdat het onze eigen boerderij is, is de lijn korter en hebben we meer zicht op wat er gebeurt. Daardoor kunnen we nog beter aan de kwaliteit werken. We vinden het ook fijn dat we aan werkgelegenheid kunnen bijdragen.’

Advies voor beginnende tuiniers

Eerder kon je al lezen over zaaien voor beginners. Welke adviezen heeft Annemarie voor beginnende tuiniers? ‘Lees je in en begin met goede zaden. Dat scheelt echt in groeikracht. Lees op het zakje wanneer je moet zaaien, maar kijk ook naar de weersverwachting. Zaai bijvoorbeeld niet als het koud en nat is, want dan is de kans groot dat er niks opkomt. Begin met makkelijke gewassen als tuinbonen, wortels, sla, radijs, pompoen en courgette. En bouw het dan verder op. Het kan ook op je balkon. Plant dan wel in grote potten en geef zorgvuldig water.’ 

‘En de belangrijkste tip: geniet niet alleen van het oogsten, maar ook van de weg ernaartoe, als je het zaadje ziet kiemen.’

Kun je niet wachten om straks te kunnen zaaien? En wil je je vast inlezen in wat je vanaf het begin de lente kunt zaaien in je tuin of op je balkon? We zetten 10 groenten en kruiden voor je op een rij.

Het zaadverwerkingsproces van De Bolster in Epe in beeld, met verschillende machines
Zaadverwerking in Epe

Een beplantingsplan maken, hoe doe je dat?

Tuin met mooie border

Een goed ontworpen plantenborder is het hele jaar door een lust voor het oog. Bovendien scheelt het je een boel onkruid wieden. Maar hoe krijg je zo’n mooie border? Er zijn boeken en websites met kant-en-klare beplantingsplannen. Het voordeel daarvan is dat iemand al heeft uitgezocht welke planten goed combineren. Maar het leukst is om zelf een beplantingsplan te maken. Dat kan al met een kleine border of een deel van een border. Je leert er ook enorm veel van! Hieronder lees je hoe je zo’n beplantingsplan maakt.

Wat voor soort border wil je?

Je staat op het punt om een levend kunstwerk te creëren, met ontzettend veel mogelijkheden. Denk eerst na over hoe je border er globaal uit moet komen te zien. Welke kleuren en vormen moeten erin terugkomen? Vind je het belangrijk dat er in de winter ook nog wat groens te zien is? Wil je een of meerdere bomen in je border (en is daar ruimte voor)? De vorm van je border maakt ook uit: als je de randen laat golven, dan ziet het er natuurlijker uit. Of misschien hou je juist van een lekker strak design, dan maak je een hoekige border.

Bestaande border aanpassen

Je kunt een beplantingsplan maken voor een geheel nieuwe border, maar je kunt ook een bestaande border aanpassen. Als je daarvoor planten moet verplanten, dan kun je dat het beste in de rustperiode van de planten doen, als het niet vriest. Dat betekent in maart of april, of juist in de herfst. Onderzoek ook welke grondsoort je hebt. En kijk hoeveel zonlicht er door de dag heen op de border valt. Dat moet je weten bij het uitkiezen van de planten. 

Plattegrond tekenen

Voor het maken van een overzichtelijke plattegrond zijn allerlei onlineprogramma’s, maar het kan ook prima met potlood en (ruitjes)papier. Teken op schaal een plattegrond van de border. Je hoeft nog niet te weten welke planten je precies wilt planten. Als je dat al wél weet, dan kun je bij het tekenen uitgaan van de botanische kenmerken van deze planten. Die vind je op de plantenlabels, en in allerlei (online) plantenencyclopedieën. Verderop komen we hierop terug.

In dit voorbeeld gaan we ervan uit dat je nog niet zo veel planten kent. Je begint met een ontwerp op basis van gewenste grootte en vorm en daar ga je later de planten bij zoeken. Met een passer (of uit de losse hand) maak je cirkels die de grootte van de planten aangeven. Je gaat hierbij uit van de plant in volgroeide staat.

Eerst teken je de struiken en de bomen in, waarmee je de infrastructuur van je border aangeeft. Vaak is het handig om die achterin te plaatsen. Hoewel een boom of een wat hogere struik voorin juist kan zorgen voor een speelser ontwerp. Vervolgens teken je hoge planten in die niet heel breed uitwaaieren, zoals bepaalde grassen. Die zou je als kegels kunnen tekenen, omdat ze echte blikvangers zijn in je tuin. Daarna teken je planten die niet groter worden dan 1,5 meter, daarna planten tot 1 meter, planten tot 50 cm en tenslotte de bodembedekkers. Zorg dat alle planten samen in volgroeide staat de hele bodem bedekken. Dat ziet er mooi uit en je zult minder hoeven schoffelen.

Kleuren en vormen uitkiezen

Op je plattegrond zie je nu hoeveel planten je nodig hebt van welke grootte. Nu kun je kleur gaan inbrengen in je ontwerp. Geef de cirkels de kleuren die jij bij elkaar vindt passen. Vaak werkt het goed om met grote kleurvlakken te werken. Ook is het mooi om te spelen met verschillende vormen: wissel schermbloemen als venkel of ribzaad af met aarvormige bloemen als kattenstaart en Salvia nemorosa. Er zijn ook bolvormige bloemen (sierui en kogeldistel), pluimbloemen (Astilbe) en margrietachtige bloemen. Door te variëren in kleur, hoogte en vorm kun je prachtige plantcombinaties maken. Zeker bij de wat lagere planten is het mooi om meerdere exemplaren van een bepaalde plant bij elkaar te zetten. En om groepjes planten op andere plekken in je border terug te laten komen. 

Bloeitijd

Als je het hele jaar wilt genieten van een bloeiende tuin, let dan op de bloeiperiode van de planten. De meeste planten bloeien tussen juni en augustus, dus kijk specifiek uit naar planten die het bloeiseizoen rekken. Er zijn zelfs planten die al in januari bloeien, zoals bepaalde soorten van de kerstroos (Helleborus) en sneeuwklokjes.

Planten uitkiezen

Het uitkiezen van de planten is uiteindelijk het meeste werk, omdat je rekening moet houden met heel wat factoren: kleur, vorm, hoogte, bloeitijd. Er zijn heel veel boeken met plantenlijsten, waarin je alle nodige kenmerken terugvindt, zoals de zeer uitgebreide Tuinplantenencyclopedie op kleur van Modeste Herwig. Ook de online plantenencylopedie van de Tuinen van Appeltern is heel handig. Je kunt hier onder andere selecteren op plantkleur, standplaats en bloeiperiode.  Als je border in de (half)schaduw ligt, dan kun je de lijsten met zonneminnende planten links laten liggen en andersom. Dat scheelt! Hou er ook rekening mee dat de planten die je uitkiest het goed doen op de grondsoort in je tuin. Bij Steck vind je een uitgebreid assortiment tuinplanten. Kom gerust rondneuzen.

Inheemse planten

Wil je de natuur in Nederland een handje helpen? Zorg er dan ook voor dat je inheemse planten in je border zet. Dat zijn planten als bosrank, maagdenpalm en kamperfoelie, die van nature veel in ons land voorkomen. Insecten en vlinders hebben deze planten nodig om te kunnen overleven. In deze blog leggen we het belang van inheemse planten uit.

Zoek je inspiratie voor je ontwerp? De Tuinen van Appeltern en VT Wonen hebben veel voorbeelden van mooie borders op hun site staan. Hou je van vaste planten? Volg dan @pietoudolf op Instagram. Hij is een van de beste Nederlandse tuinontwerpers.

Organisch, bio of eco?

Wat is het nu allemaal? |

Als je verantwoord wilt tuinieren, dan krijg je te maken met allerlei producten met een label. Biologische planten, potten van organisch materiaal, ecologische potgrond, etc. Maar wat is nu het verschil? Ecologisch is altijd biologisch, maar is biologisch dan ook altijd ecologisch? Is organisch hetzelfde als biologisch? En waar moet ik op letten bij de aanschaf van nieuwe plantenvrienden? In deze blog maken wij van jou een expert!

Biologisch
Een product is biologisch als het op een vrijwel natuurlijke manier is geproduceerd. Bij het produceren van biologische producten wordt rekening gehouden met het welzijn van mens, dier én plant. Wat dit concreet inhoudt, is afhankelijk van de sector. In de landbouw houdt dit bijvoorbeeld in dat er geen pesticiden worden gebruikt. De veeteelt is biologisch als dieren op een natuurlijke wijze kunnen groeien. Ze krijgen geen preventieve medicijnen en groeien in een natuurlijke leefomgeving. Biologische planten worden ook op een natuurlijke manier gekweekt. Deze planten worden niet bestreden met chemische bestrijdingsmiddelen, maar juist met natuurlijke vijanden van insecten of plagen, zoals lieveheersbeestjes. Je herkent biologische producten aan keurmerken, zoals EKO of het Europees Biologisch keurmerk. Om dit keurmerk te krijgen, moet er aan strenge eisen worden voldaan.

De planten van Ympa worden gekweekt zonder chemicaliën en zijn vrij van plastic. Je vindt ze in onze Kamerkas en Tuinkas.

Ecologisch
Ecologisch gaat nog één stapje verder dan biologisch. Bij het produceren van ecologische producten wordt rekening gehouden met het gehele ecologische klimaat. Naast het biologisch produceren van hun producten, letten zij ook op andere bedrijfsprocessen die invloed hebben op het klimaat. Denk hierbij aan afvalverwerking of transport. Vaak zijn deze kwekers zich bewuster van de impact op lange termijn.  Ook zijn bedrijven transparant over hun werkwijze, waardoor je als consument zelf een mening kan vormen over hun proces.

Organisch
De term organisch komt van het Engelse woord ‘organic’ en betekent ‘van planten en dieren afkomstig’. Hiermee staat de term dus gelijk aan de term biologisch en worden ze, verwarrend genoeg, vaak door elkaar gebruikt. Let daarom altijd op een officieel keurmerk, zoals die hierboven staan genoemd.

Wat kun je bij Steck vinden?
In ons plantencentrum vind je allerlei producten die bovenstaande labels dragen. Denk hierbij aan de biologische planten van Ympa (in biologisch afbreekbare potjes), de gieters, plantenpotten en regentonnen van gerecycled plastic van Elho, de biologische tuinaarde van Bio Kultura en volop keuze in natuurlijke voeding voor je planten. Ook bieden we de mogelijkheid om ‘natuurlijke vijanden’ voor je plantenplagen in de winkel te bestellen. Lang niet alle producten bij Steck zijn biologisch, organisch of ecologisch. Dat assortiment wordt wel steeds groter, net als het assortiment aan producten van lokale makers. Lees hier waarom we bepaalde keuzes maken op het gebied van verantwoord ondernemen.  

Bij Steck vind je sinds kort ook de biologische tuinaarde- en potgrond van Bio Kultura

Klimaatvriendelijk tuinieren
Verantwoord tuinieren gaat verder dan alleen producten met een groen label kopen. Het gaat ook over hoe je je tuin inricht, welke planten je erin zet, hoe je omgaat met (regen)water, wat je doet om bijen, vlinders en andere insecten te helpen en hoe je het bodemleven stimuleert. Bij onze klimaatthema’s vind je allerlei blogs en tips die je hierbij kunnen helpen.

De missie van Steck
Klimaatvriendelijk tuinieren sluit dan ook feilloos aan op onze missie: Utrecht groen laten denken én doen. Door je te informeren hopen we dat je een bewuste keuze maakt in de verzorging van je planten. Jij zorgt voor je planten en zij zorgen op hun beurt voor jou.