Zinderende zomer: 5 tips voor een hitteproof balkon

Met een boek en een drankje op je balkon. Kwetterende vogels, een stralend blauwe lucht. En de zwoele geur van bloemen. Hallo geluksgevoel! Maar met de steeds warmere zomers wordt je balkon – vooral als deze op het zuiden staat-, al snel te warm. Met deze 5 tips maak je van je balkon een walhalla voor jou en je planten.  

1. Kies de juiste planten

Niet ieder mens houdt van zonnebaden. Voor planten geldt hetzelfde. Staat je balkon op het zuiden en wil je daar een groene (of paarse, gele of roze) oase maken? Kies dan voor planten en struiken die goed tegen de zon kunnen. Planten uit mediterrane gebieden bijvoorbeeld. Met potten vol lavendel geef je je buitenplek een Franse ‘ambiance’. Of zet een knalroze bougainvillea neer op een plek uit de wind. Zij staat graag in the spotlight: hoe meer zonlicht op haar bladeren, hoe intenser haar kleur. Franse chansons op je playlist en je waant je in de Provence. 

2. Spice-it-up

Wat is er smaakvoller en verser dan kruiden op je balkon? Kies (bio)kruiden die de zon goed verdragen en niet veel water nodig hebben. Theeliefhebber? Marokkaanse munt woekert nogal snel, dus deze plant is ideaal om in een pot te houden. Houd je van spicy? Een rode peperplant is een warmteminnende smaakmaker. Of ga voor lavendel, salie, tijm, bonenkruid, citroenkruid of hyssop bijvoorbeeld. Ook rozemarijn en oregano doen het goed in de zon. Je plukt meteen de juiste hoeveelheid voor je lasagne. Rood-wit geblokt tafelkleedje op de tafel en buon appetito! 

3. Muurbloempjes voor schaduw en verkoeling

Handig als je weinig ruimte hebt op je balkon: werk verticaal. Hang (kruiden)plantjes aan een rek aan de muur en maak zo een geurige, groene wand. Of hang een paar hangplanten op. Houd je van klimplanten? Zet ze tegen de balkonmuur of tussenwand. Een groene gevel van bijvoorbeeld hedera of ezelsoor verkoelt de buitenlucht en zorgt voor schaduw. Help de klimmers eventueel hun weg omhoog te vinden met een klimplantrek. Bedenk ook goed hoe je de planten op de grond ten opzichte van elkaar neerzet. Laat grote planten die goed tegen de zon kunnen, de kleinere schaduw geven. Zo maak je een natuurlijke schaduwzone. Hier vind je instructies voor het maken van een plantenrek van een pallet.

4. Houd de grond in bloempotten gezond

In bloempotten droogt de aarde snel uit. Vooral als je balkon op het zuiden staat. Vinden je planten niet fijn. Geef ze daarom elke dag een scheut (regen)water. Liefst in de ochtend, nog voordat de zon schijnt. Zo voorkom je dat het water meteen verdampt door de warmte. Of leg een druppelsysteem aan. Zet de pot in de zomer altijd op een schotel. Hierdoor blijft het water even bewaard en neemt de plant het langzaam op. Pas op met watergeven: doseer en verdrink je planten niet. Kies potten met een gat waaruit overtollig water wegloopt. Ook handig: vertroetel je planten met potgrond speciaal voor terras- en balkonplanten. Deze grond houdt water beter vast én voedt de planten langere tijd. Meer weten? Lees dit blog voor meer tips over tuinieren in potten.

5. In de schaduw staan

Heb je een natuurlijke schaduw gecreëerd met planten en kruiden? En is je balkon nog te warm? Maak het dan nog wat koeler met een parasol, schaduwdoek of balkonscherm. Balkonschermen zijn er in allerlei materialen. Van bamboe tot riet. Je plaatst ze tegen de balkonrand of -als je die hebt- de glazen tussenwand. Sfeervol en je hebt meteen meer privacy. Vlonders op de vloer voelen lekker aan en gaan ook de warmte op je balkon tegen. Hang een lichtslinger op, leg een vloerkleedje neer en je hoeft alleen nog een drankje te pakken voor een heerlijke zomermiddag. 

Je balkon is nu klaar voor de zomer. Jij ook? Pak je zonnebrand en geniet van je kleine buitenplek. 

Bij Steck vind je alle benodigdheden om van je balkon een mediterraans paradijsje te maken. Van zonneminnende planten, potten in alle maten en soorten, watersystemen en meer. Kom gerust langs!

6 verrassende redenen om je onkruid vooral níet te verwijderen

onkruid_niet_verwijderen_blog

Dat onkruid tot een van de grootste ergernissen behoort onder tuiniers, blijkt wel uit ons zoekgedrag op Google: Woordcombinaties als ‘onkruid verwijderen’, ‘onkruidbrander’ en ‘onkruidverdelger’ worden gemiddeld vele duizenden keren per maand ingetikt. ‘Onkruidbrander’ zelfs wel 27.000 keer! Maar waarom ergeren we ons zo aan onkruid? Het zijn per slot van rekening ook planten. Alleen groeien ze op een plek waar wij ze niet willen hebben. Het is tijd om op een andere manier naar onkruid te kijken. We geven hieronder zes redenen om onkruid – of beter: wilde planten – lekker te laten staan!

1. Onkruid vertelt je iets over de voedingswaarde van je tuin

Aan de planten die ongevraagd in je tuin naar boven komen, kun je zien hoe het staat met de voedingswaarde van de bodem. Heb je veel brandnetels en zevenblad in je tuin? Dat is een teken van een voedselrijke bodem. Groeit er kamille? Dan heb je waarschijnlijk te maken een kalkarme grond. Dit is heel handig om te weten als je planten gaat kopen! Daarnaast weet je meteen wat je grond eventueel tekortkomt. Bij kamille weet je dat je bijvoorbeeld kalk zou kunnen strooien om je bodem te verbeteren. Kijk hier voor meer bodemindicatoren van verschillende (on)kruiden.

2. Onkruid maakt de bodem vruchtbaarder

Verschillende wilde planten hebben stevige wortels die ver de grond in gaan, zoals heermoes, paardenbloem, distels en smeerwortel. Hiermee maken ze kleine tunneltjes in de grond, die de bodem losser maken. Regenwater krijgt zo de kans om dieper de grond in te gaan en het bodemleven krijgt letterlijk weer zuurstof. Daarnaast halen deze wilde planten nuttige mineralen uit de diepere grondlaag naar boven en slaan deze op. Om die voedingsstoffen beschikbaar te maken voor andere planten, kun je de wilde planten gebruiken als compost. Gebruik dan alleen de stengels en het blad, niet de wortels of bloemknoppen en -zaden. Je kunt er ook plantengier van maken.

Met brandnetels kun je ontzettend veel. Van het trekken van plantengier tot het maken van soep.

3. Veel onkruid is eetbaar

Brandnetels, zevenblad, madelief, hondsdraf, paardenbloem: het zijn een paar voorbeelden van de lange lijst van wilde planten die je kunt eten. Er zijn veel boeken over eetbare (wilde) planten, met vaak lekkere recepten erbij. Zorg wel dat je zeker weet dat een plant eetbaar is, voordat je er enthousiast thee van trekt: er zijn natuurlijk ook giftige soorten. Permacultuur Nederland geeft handige tips.

‘Dodelijk de tuin waar onkruid niet gedijen mag.’

Remco Campert, Luister goed naar wat ik verzwijg (1976)


4. Verschillende typen onkruid helpen bij kwaaltjes

Vroeger werden planten veel meer gebruikt tegen allerlei kwalen. Er waren ook veel meer mensen die wisten welke kruiden je voor welke problemen kon inzetten. Zo werd Robertskruid in de 17e eeuw gebruikt voor huiduitslag en oog- en mondontstekingen. En van kamille is het wetenschappelijk bewezen dat het helpt bij onder andere maagproblemen en het verlichten van stress.

5. Onkruid is goed voor de biodiversiteit

Bijen en vlinders hebben een grote diversiteit aan (wilde) planten nodig om te kunnen overleven. Rupsen zijn bijvoorbeeld bijzonder kieskeurig wat betreft hun voedsel! De planten die zij eten, worden waardplanten genoemd. Voorbeelden daarvan zijn brandnetels, zuring en distels. Op de website van de Vlinderstichting vind je een lijst van waardplanten die de rupsen in ons land nodig hebben om te kunnen ontpoppen tot prachtige vlinders. Bijen hebben weer andere planten nodig, drachtplanten genoemd. Door sommige wilde planten bewust te laten staan help je bijen en vlinders. En als je die helpt, dan help je ook weer andere organismen in het ecosysteem.

6. Onkruid is ook kruid

Tenslotte gaan we ook nog even op de filosofische toer: het idee dat een wilde plant ‘onkruid’ is, is op zichzelf een vreemd waardeoordeel van de mens. Alsof het geen planten van waarde zijn, omdat ze ons tuinplan in de weg staan. Gelukkig zijn er steeds meer mensen die door hebben dat tuinieren mét de natuur beter werkt dan tuinieren tegen de natuur. Die hoekjes creëren waar ze wilde planten lekker hun gang laten gaan. Het is namelijk niet voor niets dat deze planten vanzelf naar boven komen op kale plekken in je borders. Het is goed om hierbij stil te staan voordat je je lustig op het wieden stort!

Zo krijg je meer vogels in je tuin (en in de stad)

Een stad waar veel vogels zijn: daar wil je wonen. Vogels zijn een goede graadmeter voor de kwaliteit van de natuur in de stad. Gaat het goed met de vogels? Dan gaat het goed met het stedelijk groen. En daarmee ook met de mensen die er wonen, want mensen in een groene omgeving zijn over het algemeen gezonder. Helaas nemen veel vogelsoorten in steden nog altijd in aantal af. Ook in Utrecht.

Gelukkig is er steeds meer aandacht voor stedelijk groen. En ook jij kunt hierbij helpen! Met je tuin, je balkon, je dak en de gevel van je huis. Hoe groener, hoe beter. Haal tegels uit je tuin en plaats er verschillende (inheemse) planten in. Vervang schuttingen door hagen en struiken. Plant een boom. Hang nestkasten op. Gebruik geen chemische, maar natuurlijke bestrijdingsmiddelen in je tuin. Wil je het groter aanpakken? Schakel dan een tuinvogelconsulent van de Vogelbescherming in.

Hieronder vind je 7 vogels die graag rondhangen in Utrecht. Per soort lees je hoe je ze naar je tuin lokt. Vogel blij, jij blij, stad blij. 

1. Merel

Broedperiode: eind maart – juli
Bijna iedereen heeft weleens een merel in de tuin. Het is een van de vaakst getelde vogels bij de Nationale Tuinvogeltelling. Toch neemt ook hun aantal drastisch af. Merels eten besjes, fruit, wormen, bodemdieren en insecten. Een gezonde bodem in je tuin is dus heel belangrijk. Ruim je tuin niet te netjes op: hoopjes bladeren en takjes zijn fijne plekken voor insecten. Merels eten die met alle liefde voor je op! Leg een grasveldje aan en plaats bessenstruiken en fruitbomen voor nog meer voedsel. Merels maken hun nesten in dichte struiken of lage bomen. Hou je kat een beetje in de gaten, want die wil nog weleens een graai naar een jonge merel doen.

2. Tjiftjaf

Broedperiode: half april – eind juni
Is dit geen leuk vogeltje? Hij roept de hele dag zijn eigen naam! En het is een van de weinige soorten waar er juist méér van komen de laatste jaren. Dus dat is positief. Wil je die vrolijke fluiter naar je tuin lokken, zorg dan voor bomen en struiken in je tuin. Het liefst inheemse, zoals de meidoorn. De tjiftjaf eet insecten en larven, maar ook bessen en zaden, zoals bosbessen en vlierbessen. Hij verstopt zijn nest in lage, dichte beplanting.

3. Grote bonte specht

Broedperiode: april-mei
Deze prachtig gekleurde vogel spreekt tot de verbeelding met zijn geroffel op boomstammen en takken. Met dat geroffel communiceren ze met elkaar en hakken ze nestholtes uit in bomen. Voor een nest met spechten heb je dus minimaal een boom nodig in je tuin, met een stam van zacht hout, zoals een berk. In de winter vinden spechten het lastig om voedsel te vinden. Je helpt ze door vogelvoer in je tuin te hangen of te leggen. Vooral pinda’s, vetbollen en vogelpindakaas gaan er als zoete koek in.  

4. Pimpelmees

Broedperiode: eind maart-juli
Ook pimpelmezen maken dankbaar gebruik van de voedertafels in tuinen of op balkons. Zeker in de herfst of winter, als ze moeilijker aan hun geliefde bladluizen of spinnen kunnen komen. Ze houden vooral van pinda’s en vetbollen. Pimpelmezen worden vaak verward met koolmezen, maar je kunt ze uit elkaar houden door naar de kleur van hun ‘petje’ te kijken. Bij koolmezen is dit zwart (als kool) en bij pimpelmezen blauw-paars. In steden broeden pimpelmezen graag in nestkasten. Wil je pimpelmezen in je tuin, hang dan speciale mezenkasten op, pindasilo’s en mezenbollen. 

5. Zanglijster

Broedperiode: eind maart-juli
Als je last hebt van veel slakken in je tuin, dan is het de moeite waard om zanglijsters naar je tuin te lokken. Ze zijn dol op slakken! Met hun snavel slaan ze de slakkenhuisjes stuk op een steen en peuzelen het vlees eruit. Zanglijsters kunnen, zoals hun naam al doet vermoeden, ook nog eens prachtig zingen. Ze worden aangetrokken door tuinen met veel bomen, struiken en een gazon. Vooral dichte struiken vinden ze fijn om hun nest in te bouwen. Hun voedsel zoeken ze dicht op de grond. Ze lusten graag regenwormen, duizendpoten, insecten en pissebedden. En slakken dus! Leg wat platte stenen in een beschut hoekje, zodat ze een mooie werkplek hebben om de huisjes stuk te slaan.

6. Boomkruiper

Broedperiode: april-juni
Als je een klein bruin vogeltje cirkelend langs een boomstam omhoog ziet trippelen, dan heb je waarschijnlijk een boomkruiper in je vizier. Dit schattige vogeltje heeft een kromme snavel waarmee hij insecten uit de bast van de stam pikt. Voor voedertafels is de boomkruiper te schuw, maar je kunt hem wel helpen door in de winter wat zaden onder bomen en struiken te strooien. Verder houdt ie van rommelige tuinen en maakt ie zijn nesten in boomholtes. Er zijn speciale nestkasten voor boomkruipers: hang ze in een dikke boom, maar niet te dicht bij je huis op, want daar is deze kleine kruiper veel te verlegen voor. 

7. Huismus

Broedperiode: april – augustus
Huismussen zijn echte stadsvogels: ze maken hun nesten vooral onder dakpannen en in kieren en gaten van gebouwen. Maar omdat moderne dakpannen beter op elkaar aansluiten en we dol zijn op isoleren, zijn er de laatste jaren veel minder van die kieren te vinden in onze huizen. Het aantal huismussen is mede daarom sinds de jaren tachtig met de helft gedaald in Nederland. Om de mus te helpen kun je neststenen in je gevel laten inmetselen, of nestkasten plaatsen. Als je hiervoor kiest, plaats er dan meerdere vlak bij elkaar. Huismussen hebben hun vrienden graag dicht in de buurt. In de winter rusten huismussen uit in groenblijvende struiken, hagen en gevelbegroeiing, zoals meidoorn, liguster en klimop. Daarnaast houden ze van waterrijke plekken met riet. Ze eten graag besjes, zaden en bloemknoppen.

De vogels hierboven komen relatief veel voor in Utrecht. Toch verschilt het nog wat tussen de wijken. Wil je weten welke vogels er veel voorkomen bij jouw huis? De Vogelbescherming heeft een mooie website waarop je een postcodecheck kunt doen. Je krijgt dan een top tien van vogels, met bijbehorende tips voor verzorging. Heel handig!

Bij Steck vind je allerlei producten van de Vogelbescherming, zoals geschikt voer per vogelsoort, nestkasten, voederhuisjes en nog veel meer.

6 tips voor succesvol tuinieren in potten en bakken

Tuinieren alleen voor de volle grond? Zeker niet. Met potten en bakken creëer je je eigen groene oase op je balkon of dakterras, hoe klein dan ook. Vergeleken met tuinieren in de volle grond moet je bij potten iets meer je best doen om je planten succesvol te laten groeien en bloeien. In deze blog lees je 6 handige tips!

1. Zorg voor een goede waterhuishouding

Als je planten in de volle grond staan, kan het regenwater tijdens een plensbui vaak makkelijk de grond intrekken. Hierdoor staan planten niet te lang met hun wortels in het nat, wat het risico op wortelrot verkleint. Bij het bewateren van planten in potten moet je hier actief rekening mee houden. Geef je te veel, dan hoopt het water zich op bij de wortels. Geef je te weinig, dan verdrogen je planten. 

Kies bij het beplanten van je potten en bakken voor luchtige grond. Voeg eventueel wat perliet, rivierzand of grind toe aan je potgrond om de afwatering te bevorderen. 

Met potten en bakken voeg je al snel veel kleur en een zomerse vibe toe aan je balkon of dakterras

Gebruik altijd potten met een gat onderin. Hierdoor kan overtollig water makkelijk weglopen. Bij een pot zonder gat is het verstandig om een laag hydrokorrels op de bodem te leggen. Dit voorkomt dat water te lang bij de wortels van je plant blijft staan. Staan je planten juist (te) snel droog? Zet dan je pot (met gat) op een schotel met wat water zetten. Op deze manier kan de grond van onderaf water opnemen, zodra deze dreigt uit te drogen. 

2. Zorg voor genoeg bodemvoeding 

De eerste paar weken nadat je je planten in een pot hebt gezet, is er vaak nog weinig aan de hand. Maar na verloop van tijd worden veel planten slap, het blad wordt geel en de fut is er wel uit. De oorzaak? Een gebrek aan voeding en bodemleven. Iedere keer dat je water geeft, spoelen er nuttige voedingsstoffen weg uit de pot. Die moeten aangevuld worden.

Geef in de lente en zomer dan ook wekelijks ecologische plantenvoeding tijdens je gietbeurt. Kijk op de achterkant van de verpakking voor de aanbevolen dosering. Daarnaast kun je er ook voor kiezen om compost toe te voegen. Dit geeft een langzamere afgifte van voedingsstoffen aan je planten. Lees ook eens de voedingstips voor potten van De Tuin op Tafel.

3. Let (extra) op tijdens warme dagen 

De grond in potten verdampt snel, zeker op hete dagen. Dit komt doordat de wind vaak vrij spel heeft. Zorg ervoor dat de grond vochtig blijft op warme dagen. Geef je planten het liefst ‘s ochtends water. In de avond beregenen kan ook, maar dan is  de kans groter dat de planten de hele nacht in de natte grond staan, wat voor problemen kan zorgen. Snel ingrijpen terwijl de zon nog schijnt, mag natuurlijk ook. Verder zet je je planten het beste even uit de zon tijdens de warme middaguren. Zodra het weer wat afkoelt, kun je ze weer terugzetten in het zonnetje.

Wat goed helpt tegen verdroging, is het aanbrengen van een mulchlaag. Deze laag kan bestaan uit stro, cacaodoppen, vermalen gras. Ze houdt verdamping tegen waardoor de grond minder snel uitdroogt. Meer informatie over mulchen vind je op de handige pagina met tips van Velt.

Is je grond eenmaal uitgedroogd, dan neemt deze veel minder makkelijk water op. Je ziet dan vaak dat het water direct weer uit de pot loopt. Gebeurt dit, zet de pot dan een tijdlang op een schotel met water, zodat de aarde zich langzaam kan verzadigen.

Niet alleen standaard potten en bakken volstaan, je kunt zo creatief worden als je zelf wil. 🙂

 

4. Pas op met vorst

Niet alleen warme dagen kunnen uitdagend zijn, (plotselinge) winterse kou ook. De grond in potten koelt snel af en planten die niet winterhard zijn, lopen het risico om beschadigd te raken of erger. Ook hier kun je gelukkig wat aan doen. Met vliesdoek houd je de temperatuur net een paar graden hoger dan de buitenlucht. Een dikke mulchlaag van bijvoorbeeld stro kan ook helpen. Ook kun je vorstgevoelige planten laten overwinteren op een koele plek in huis, zoals een slaapkamer op het noorden. Zodra de kans op nachtvorst is geweken, zet je ze weer buiten. Doe dit wel geleidelijk. Meer weten over het beschermen van je planten tegen de vorst? IVN Natuureducatie schreef een blog vol met oplossingen.

5. Houd het schoon
Ongedierte en schimmels komen ook voor bij planten in pot. Helemaal voorkomen kun je het niet, maar gelukkig is er iets aan te doen. Je potten goed schoonmaken voordat je er nieuwe planten inzet bijvoorbeeld. Hierdoor kunnen achtergebleven schimmels, dode plantenresten en larven van plagen hun slag niet slaan bij je nieuwe planten. 

6. Experimenteer erop los 

Succesvol tuinieren in potten en bakken is soms een uitdaging, maar vooral erg leuk! Het voordeel van potten is dat je ze makkelijk kunt verschuiven. Experimenteer er dus lustig op los en verander je balkon of terras met de seizoenen mee. Combineer voorjaars- en najaarsbloeiers, bollen en eenjarigen. Ga helemaal los op mooie kleurcombinaties en speel met hoogte. Let er wel altijd op dat je je planten op de juiste standplaats zet. 

Bij Steck vind je alle benodigdheden om van jouw balkon een paradijsje te maken. 

Waarom je inheemse planten in je tuin wil zetten

Inheemse planten in Nederlandse tuin in Utrecht

Je hebt vast weleens van de term ‘inheemse planten’ gehoord, maar wat betekent dat nu eigenlijk? Inheemse planten (of heemplanten) zijn planten die van nature groeien in een bepaald gebied. Bekende inheemse planten in Nederland zijn bijvoorbeeld Hazelaar, Gele Kornoelje, Veldesdoorn en Kattenstaart. Dit soort planten zijn enorm belangrijk voor de biodiversiteit. Hoe dat precies zit, leggen we hieronder uit!


Wat is biodiversiteit?

Als er heel veel verschillende soorten (dieren, planten, schimmels, bacteriën) voorkomen in een gebied, dan heeft dat gebied een hoge biodiversiteit. En vaak geldt dat hoe hoger die biodiversiteit is, des te gezonder het ecosysteem. In de natuur staat alles in relatie met elkaar. De meeste planten zijn voor de voortplanting afhankelijk van insecten. Zowel die planten als de insecten worden gegeten door bijvoorbeeld kleine zoogdieren, die weer gegeten worden door grotere zoogdieren, enzovoort. Als er een soort wegvalt in het ecosysteem, dan heeft dat meteen gevolgen voor andere soorten in de kringloop van het leven. Gebieden met een lage biodiversiteit hebben vaak minder voedsel te bieden en zijn daarnaast ook vatbaarder voor plagen en pandemieën. Het natuurlijke evenwicht is weg, waardoor er van bepaalde soorten juist te véél kan ontstaan. Een voorbeeld daarvan is de eikenprocessierups die zomers al jaren hele gebieden in Nederland teistert.

Keizersmantel (vlinder) op braam
Keizersmantel (Argynnis paphia) op braam (Rubus fruticosus)

Afname insecten

Dat het niet goed gaat met de biodiversiteit, dat is inmiddels algemeen bekend. Wereldwijd is de insectenpopulatie de afgelopen dertig jaar bijvoorbeeld gemiddeld met een kwart afgenomen. Het aantal vlinders in Nederland is in die periode gehalveerd. Ecologen vermoeden dat door de afname van het aantal insecten ook bepaalde vogels zich nog maar weinig laten zien in ons land. De oorzaak van het uitsterven van insecten is divers: te veel stikstof, waardoor bepaalde planten uitsterven, verstedelijking, te veel maaien op boerenland, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en noem maar op. Wat in elk geval duidelijk is, is dat insecten niet genoeg voedsel kunnen vinden en onvoldoende rust- of schuilplekken.

Inheemse planten in je tuin
En daar komen de inheemse planten om de hoek. De planten die al eeuwenlang in Nederland groeien, hebben zich in al die jaren aangepast aan de insecten die hier rondvliegen en andersom. Op elk potje past zogezegd een dekseltje, maar wel een heel specifiek dekseltje! In onze blog over plantenseks leggen we uit hoe dat zit. Rupsen zijn bijvoorbeeld hele kieskeurige eters: zij lusten vaak maar enkele plantensoorten. Als die er niet meer zijn, dan gaan de rupsen dood, en verdwijnt er (weer) een vlindersoort, die juist nuttig is voor de bestuiving van andere planten. Willen we voorkomen dat de insecten nog verder uitsterven, dan moeten we er op zijn minst voor zorgen dat er genoeg voedsel- en schuilplekjes voor hen te vinden zijn. En daar kun jij bij helpen door inheemse planten in je tuin te zetten!

Gelderse roos (Viburnum opulus)

Welke planten zijn inheems?

Er zijn een heleboel inheemse planten en bomen, hier noemen we er een aantal die je in elk geval bij Steck kunt kopen. Vrienden van Steck kunnen sparen voor een gratis exemplaar:

Gele Morgenster (Tragopogon pratensis)
Bosaardbei (Fragaria vesca)
Betonie (Stachys officinalis)
Wilde Marjolein (Origanum vulgare)
Veldsalie (Salvia pratensis)
Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea)
Grote tijm (Thymus pulegioides)
Groot kaasjeskruid (Malva sylvestris)
Oranje havikskruid (Hieracium aurantiacum)

Inheems en uitheems combineren
Het is overigens niet zo dat uitheemse planten níet goed zijn. Het merendeel van de uitheemse planten kun je prima in je tuin zetten en sommige insecten zullen daar ook wat van smikkelen. Let alleen wel op dat je uitheemse planten niet té succesvol zijn. Er zijn namelijk enkele invasieve soorten die, als je even niet oplet, je hele tuin overnemen en inheemse planten verdringen. De Japanse Duizendknoop is een van de bekendste voorbeelden hiervan. Wil je echt iets doen voor de biodiversiteit, zorg dan dat je in elk geval inheemse planten in je tuin hebt staan. Dat kan heel goed in combinatie met (niet-invasieve) uitheemse soorten. 

In gesprek met imker Rabia van de Bijenstal: ‘Bijen zijn als huisdieren. Je geeft er echt om.’

Imker Rabia opent een bijenkast om het bijenvolk los te laten in hun nieuwe thuis bij Steck Utrecht

Zestigduizend nieuwe inwoners bij Steck. Geen mensen, maar bijen! Om bij te dragen aan de biodiversiteit in de wijk Overvecht en Utrecht, maar vooral om Utrechters een kijkje te laten nemen in de fascinerende wereld van deze beestjes. Zaterdag 25 mei werd de bijenstal van Danielle en Rabia feestelijk geopend. Imker Rabia vertelt trots hoe ze bij Steck terecht is gekomen. 

De Marokkaanse Rabia woont om de hoek van Steck. ‘Ik ben 44, moeder van 4 kids en ik heb vorig jaar mijn opleiding tot Imker gehaald.’ En nu ziet ze een langgekoesterde droom in vervulling gaan: ze is imker in haar eigen Overvecht.

Imkeren bij Steck

‘Tijdens de imkercursus krijg je een bijenvolk, maar je moet zelf een kast aanschaffen en er een plek voor vinden. Mijn tuin is redelijk groot, maar ik wist dat ik zou groeien. Daarom ging ik op zoek naar een andere standplaats. Toen ik net geslaagd was, raakte ik in gesprek met Caro, een dame die actief is in Overvecht en een groot netwerk heeft. Zij bracht me in contact met Steck. Ik ben moslim en geloof niet in toeval. Steck was op dat moment op zoek naar een imker. Dit was geen toeval, het moest zo zijn. Zo gezegd, zo gedaan. Samen met mede-cursist Danielle ben ik nu imker bij de bijenstal van Steck!’

Meer bij-wustwording

‘Ik ben Marokkaans en Marokkanen, die houden van honing! Dat heb ik met de paplepel ingegoten gekregen. Honing uit de omgeving heeft verschillende voordelen, maar hoe weet je of er een imker in de buurt is? Mijn vader hield erg van honing en honingraat, maar dat is vaak duur of van mindere kwaliteit. Ik wilde hem blij maken, dus dacht ik: waarom word ik zelf geen imker? Daarnaast kreeg ik steeds meer interesse in tuinieren. Ik merkte dat mijn bloemen niet werden bevrucht, wat mijn interesse in bijen deed groeien. Vorig jaar meldde ik me aan voor een cursus en sprong in het diepe. Je ziet hoe snel dingen kunnen gaan, vorig jaar was ik nog cursist, nu ben ik officieel imker bij de bijenstal.’

“Bijen zijn als huisdieren. Je geeft er echt om!”

‘Imkeren is ontzettend leuk om te doen. Bijen zijn als huisdieren voor me. Wij hebben zelf een kat, en ik vergelijk ze daarmee: je geeft echt om ze. Het zijn fascinerende beestjes. Alleen al het observeren van hoe ze opstijgen en rondvliegen is prachtig. Ze vliegen nooit zonder reden uit, en wanneer ze terugkeren, zie je allerlei kleuren op hun lijfjes: van donkerpaars tot geel en zwart. Met wat kennis kun je hun gedrag lezen. Mijn hoop is om meer bewustzijn te creëren voor de honingbij in de buurt, vooral in Overvecht. Ik wil graag scholen betrekken en gastlessen geven. Ons doel is bewustwording en educatie. Het zou mooi zijn als we op den duur ook honing kunnen maken en verkopen, maar dat is niet ons grootste doel. Wist je dat zo’n 75% van de fruit- en groenteteelt wordt bestoven door bijen? Bijen zijn geweldig, niet alleen voor bloemen en planten. Hun gif – wat ik liever medicijn noem – werkt als een antibioticum. Als je niet allergisch bent, is het juist goed voor je lichaam. Wetenschappers onderzoeken dit volop. Een bijensteek hoeft niet altijd pijnlijk te zijn en heeft een functie, want het beestje sterft na het steken. Een bijenkast heeft gemiddeld 25.000 tot 40.000 bijen, en je kunt er de hele dag naar kijken!’

Je vindt de bijenstal van imkers Danielle en Rabia op het buitenterrein van Steck, naast de pluktuin van Glitter Gladiool. Wil je meer weten over de bijenstal? Kijk dan op deze pagina.

5 geschikte planten voor de geveltuin

Een geveltuin geeft je huis kleur en is een fijne plek voor bijen, hommels en vlinders. Maar welke planten zijn geschikt voor die paar vierkante meter voor je huis? En hoe zorg je voor een border waarin het hele jaar door iets te beleven valt? Met de 5 planten hieronder heb je zonder meer een goede combinatie te pakken voor je geveltuin. Wil je weten hóe je het beste een geveltuin aanlegt? Lees dan deze blog.

1. Maagdenpalm

Deze inheemse bodembedekker (Vinca) is onverwoestbaar en blijft lekker groen in de winter. De lieflijke paarse bloempjes vrolijken de voorkant van je huis bijna het hele jaar door op. Ook bijen, vlinders en hommels zijn blij dat deze plant al zo vroeg in het jaar bloeit. De plant groeit zowel in de schaduw als in de zon. Bij meer zon komen er meer bloemen aan. Verder heb je er geen omkijken naar. Het voordeel van een bodembedekker is dat onkruid geen kans krijgt om je geveltuin over te nemen.

2. Akelei

De akelei (Alquilegia vulgaris) bloeit van eind april tot eind juni met opvallende bloemen en is een inheemse plant. Bijen en vlinders zijn dol op de nektar! Laat je de uitgebloeide stengels staan, dan zaait de plant zich vanzelf uit. Deze plant wordt in de Nederlandse tuin zo’n 40-80 cm hoog. Hij staat het liefst in de halfschaduw, maar kan ook groeien op een zonnige plek. De plant hoeft niet constant nat te staan en kan tegen een korte periode van droogte, zolang hij maar in goed gedraineerde grond staat.

3. Lavendel

Een dwergstruik met heerlijk geurende paarse bloemen, die bloeien van juni tot september. Deze plant staat het liefst op een zonnige, droge plek in de geveltuin. Je houdt de plant het mooist door hem twee keer per jaar te snoeien om verhouting te voorkomen. De eerste keer snoei je hem in maart (tot 15 cm boven de grond), de tweede keer in augustus tot oktober. Snoei nooit al het blad weg, want dan loopt ie waarschijnlijk niet meer uit. Bij de tweede keer snoei je alleen de bloemen en laat je de struik verder met rust. Van de bloemen kun je lekkere lavendelthee of -siroop maken.

4. Purperklokje

De Heuchera, beter bekend als het purperklokje, is een vaste plant van 40 tot 50 cm hoog. De roodpaarse bladeren steken mooi af tegen al het groen in je geveltuin. Ook in de winter heb je plezier van de plant, want het blad blijft gewoon zitten. De plant kan zowel in de zon als op een plek met halfschaduw.  Plaats hem op een vochtige, goed waterdoorlatende grond. In juni en juli maakt de plant lange stengels met roze of witte kleine bloemetjes.

5. Hemelsleutel

De Sedum telephium, ook wel hemelsleutel genoemd, trakteert voorbijgangers in de herfst op aantrekkelijke rode of roze schermbloemen. Met zijn 40 tot 50 cm is het een van de hoogste sedumplanten. Het blad is fraai gekarteld en komt al op in het voorjaar. Hemelsleutel staat het liefst in de zon en vraagt om een vochtige, voedselrijke bodem.

Bovenstaande planten zijn allemaal te koop bij Steck. Wist je dat de vaste planten van Steck bijna allemaal van verantwoorde leveranciers komen? Lees hier meer over onze leveranciers.

Maai Mei Niet: maak een bijenbuffet van jouw gazon!

Blik door een veld van wilde gele bloemen en groene grassen naar tuincentrum Steck, met een serie vlaggen die wapperen tegen een heldere hemel in Utrecht Overvecht.

Zie je de lange grassprieten, kleurrijke bloemen, zoemende bijen en fladderende vlinders in de borders bij Steck? Dat kan kloppen: Steck doet mee met Maai Mei Niet. In mei laat Steck de grasmaaier staan. Waarom? Zijn we lui geworden? Nee, hoor! We laten een smakelijk feestmaal groeien van paardenbloemen, madeliefjes en andere bloemen. Zo vinden hongerige bijen, vlinders en andere waardevolle bestuivers meer nectar en stuifmeel. Goed voor de biodiversiteit! En ziet het er niet fleurig uit?

Doe je net als Steck en vele anderen mee met je eigen gazon? Zet die in bloei en maak een lekker buffet voor bijen, hommels, vlinders en andere insecten. Wist je dat een paardenbloem wel meer dan 100 bijensoorten aantrekt? Schrijf je vóór 1 mei in bij Maai Mij Niet.

Wil je nog meer doen voor het welzijn van bijen en vlinders? Zaai je tuin vol bloemen en maak er een waar bijen- en vlindermagneet van. Bij Steck koop je onder andere de biologische zaden van De Bolster.

Tips voor het aanleggen van een geveltuintje in Utrecht

Geveltuin in Utrecht

Als je in Utrecht woont, is de kans groot dat je geen voortuin hebt. Gelukkig kun je nog altijd een geveltuintje aanleggen. Een geveltuintje is niet alleen leuk voor het oog, je maakt er ook beestjes blij mee en vangt regenwater af. Dat is hard nodig, want door al die tegels in de stad kan het regenwater niet goed wegstromen. Bovendien zorgen geveltuintjes voor verkoeling in je huis en in je straat. Klinkt goed, toch? Aan de slag dus, lees gauw verder!

Hoe begin je?

Beginnen met een geveltuin is heel simpel: je licht een of twee rijen tegels uit de stoep, graaft een gat van 30 tot 45 cm diep en vult deze met tuinaarde. Daarna kun je gaan planten. De Gemeente Utrecht heeft een handig stappenplan geschreven voor het aanleggen van geveltuinen. Hier vind je ook een aantal voorwaarden waaraan je geveltuin moet voldoen (je mag er bijvoorbeeld geen hekje omheen zetten). En ook fijn: als je met een paar buren aan de slag gaat met het vergroenen van jullie straat, dan kun je er subsidie voor krijgen.

De beste planten voor een geveltuintje in Utrecht

De keuze van je planten hangt in de eerste plaats af van de hoeveelheid licht die je geveltuin vangt. Heb je meer dan 5 à 6 uur zon per dag op je gevel? Kies dan voor zonminnende planten. Schaduwplanten willen niet meer dan 2 uur zon op een dag. Alles daartussen noem je halfschaduw. Utrecht Natuurlijk heeft een mooi lijstje met mogelijke planten voor in je geveltuin, ingedeeld op lichtbehoefte.

De plantenlijst van de plantenbakcommissie Wittevrouwen is nog uitgebreider. Deze lijst is tot stand gekomen door jarenlange ervaring met het onderhouden van plantenbakken en geveltuinen in de straat.

Zelf vinden we lavendel, muurbloem en hemelsleutel heel geschikt voor een zonnige geveltuin en tippen we purperklokje en akelei voor in de schaduw. Denk ook eens aan bij- en vlindervriendelijke planten en/of aan eetbare planten! Op onze tuinplantenafdeling vind je allerlei opties.

Waarop let je bij het planten van je geveltuin

De grootste fout die de meeste geveltuinders maken, is te veel planten bij elkaar zetten. De plantjes zijn nog klein in het begin, maar als ze groter worden gaan ze elkaar beconcurreren. Grote kans dat de helft van je planten dan het loodje legt. Let dus op de plantafstand die het plantenlabel aangeeft. Dompel je nieuwe planten eerst even met de wortels onder water voor je ze in je tuin zet. En als je een klimplant kiest, kijk dan of deze geleid moet worden, of dat ie zichzelf vasthoudt aan je gevel. En snoei bijtijds!

Een laatste tip voor je nieuwe geveltuintje

Maak je een randje om je geveltuin, zorg dan dat deze aan de zijkanten laag is, zodat het regenwater van de stoep in je tuin kan lopen. Geef je planten op droge dagen in de zomer om de drie dagen water, dan houden ze het goed vol. Een mooi moment om ook een regenton aan te sluiten op je regenpijp! Zo help je nog beter met het opvangen van regenwater. Veel plezier met je geveltuin! 

Zo maak je van een pallet een verticale tuin voor je balkon

Stedelijk kruidentuintje met aromatische kruiden zoals basilicum en munt, groeiend in een zelfgemaakte plantenbak gemaakt van een pallet op een balkon.

Ben je de trotse eigenaar van een balkon? Benut elke meter en ga de hoogte in: maak een verticale (kruiden)tuin! Zo pluk je – wanneer je ook maar trek hebt – verse basilicum voor je pizza en munt voor je thee. Zo’n kruidenparadijs geeft je balkon ook nog eens een mediterrane sfeer en geur. Wil je vooral veel kleur op je balkon? Zet je verticale tuin dan vol bloeiende (sier)planten. Liefst biologisch en inheems: dan schotel je bijen en vlinders óók iets lekkers voor. Zo pak je het aan. 

Dit heb je nodig:

  • Pallet
  • 3 latjes (formaat: breedte x diepte van de pallet)
  • Schuurpapier
  • Hamer
  • Spijkers
  • Schaar 
  • Antiworteldoek
  • Nietpistool met nietjes
  • Moestuingrond
  • (Kruiden)plantjes
Duurzame plantenbak gemaakt van een hergebruikte houten pallet met verschillende groene planten en bloemen op een balkon.

Stap 1: Voorbereiding

Schuur de pallet op om splinters te verwijderen. Leg de pallet ondersteboven: de zijde met de drie latjes ligt nu aan de bovenkant.

Stap 2: Monteren van de plantenbakken

Timmer haaks op de onderkant van elk van de drie latjes een ander latje: zo ontstaan drie plantenbakken.

Stap 3: Voorbereiden van de plantenbakken

Knip drie stukken worteldoek op maat. Zorg ervoor dat het worteldoek lang en breed genoeg is om ook de zijkanten te bedekken. Leg ze in de plantenbakken. Niet ze om de drie centimeter vast met het nietpistool. Zo blijft de moestuingrond later goed op zijn plek liggen.

In de winkel van Steck vind je handige instructieboekjes voor pallet kruidentuintjes die je gratis mee kunt nemen!

Stap 4: Decoreren

Voordat je de plantenbakken gaat vullen met aarde en (kruiden)plantjes, kun je hem nog decoreren. Verf bijvoorbeeld de voorkant met (vlakken) schoolbordverf. Schrijf hier als de verf droog is de naam van de kruiden of sierplanten op.

Stap 5: Vullen van de plantenbakken

Vul de drie plantenbakken tot net onder de rand met potgrond. Kies voor moestuinpotgrond als je er moestuinplantjes inzet. Anders volstaat gewone (biologische) potgrond. 

Stap 6: Planten en water geven

Nu komt het leukste: plant je favoriete kruiden of andere planten en geef ze een scheut water. Let bij het kiezen van de plantjes op de toekomstige standplaats van je verticale tuin: staat de pallet vol in de zon? Kies planten die van de zon houden. Krijgen de plantjes maar een paar uurtjes licht? Neem dan planten die het goed doen in de halfschaduw. En staat de pallet in de schaduw? Je snapt ‘t: kies dan schaduwplanten. 

Stap 7: Ophangen of neerzetten

Klaar is je verticale tuin! Hang hem aan de muur en geniet van het resultaat. Of spijker links en rechts een lat haaks op de onderkant vast. Zo kan je tuintje ook staan.

Zo. Je verticale balkontuin is klaar. Pluk een handje munt, maak er een kop thee mee, plof neer in je lekkerste stoel en bewonder het resultaat. Proost!