Tips voor het aanleggen van een geveltuintje in Utrecht

Geveltuin in Utrecht

Als je in Utrecht woont, is de kans groot dat je geen voortuin hebt. Gelukkig kun je nog altijd een geveltuintje aanleggen. Een geveltuintje is niet alleen leuk voor het oog, je maakt er ook beestjes blij mee en vangt regenwater af. Dat is hard nodig, want door al die tegels in de stad kan het regenwater niet goed wegstromen. Bovendien zorgen geveltuintjes voor verkoeling in je huis en in je straat. Klinkt goed, toch? Aan de slag dus, lees gauw verder!

Hoe begin je?

Beginnen met een geveltuin is heel simpel: je licht een of twee rijen tegels uit de stoep, graaft een gat van 30 tot 45 cm diep en vult deze met tuinaarde. Daarna kun je gaan planten. De Gemeente Utrecht heeft een handig stappenplan geschreven voor het aanleggen van geveltuinen. Hier vind je ook een aantal voorwaarden waaraan je geveltuin moet voldoen (je mag er bijvoorbeeld geen hekje omheen zetten). En ook fijn: als je met een paar buren aan de slag gaat met het vergroenen van jullie straat, dan kun je er subsidie voor krijgen.

De beste planten voor een geveltuintje in Utrecht

De keuze van je planten hangt in de eerste plaats af van de hoeveelheid licht die je geveltuin vangt. Heb je meer dan 5 à 6 uur zon per dag op je gevel? Kies dan voor zonminnende planten. Schaduwplanten willen niet meer dan 2 uur zon op een dag. Alles daartussen noem je halfschaduw. Utrecht Natuurlijk heeft een mooi lijstje met mogelijke planten voor in je geveltuin, ingedeeld op lichtbehoefte.

De plantenlijst van de plantenbakcommissie Wittevrouwen is nog uitgebreider. Deze lijst is tot stand gekomen door jarenlange ervaring met het onderhouden van plantenbakken en geveltuinen in de straat.

Zelf vinden we lavendel, muurbloem en hemelsleutel heel geschikt voor een zonnige geveltuin en tippen we purperklokje en akelei voor in de schaduw. Denk ook eens aan bij- en vlindervriendelijke planten en/of aan eetbare planten! Op onze tuinplantenafdeling vind je allerlei opties.

Waarop let je bij het planten van je geveltuin

De grootste fout die de meeste geveltuinders maken, is te veel planten bij elkaar zetten. De plantjes zijn nog klein in het begin, maar als ze groter worden gaan ze elkaar beconcurreren. Grote kans dat de helft van je planten dan het loodje legt. Let dus op de plantafstand die het plantenlabel aangeeft. Dompel je nieuwe planten eerst even met de wortels onder water voor je ze in je tuin zet. En als je een klimplant kiest, kijk dan of deze geleid moet worden, of dat ie zichzelf vasthoudt aan je gevel. En snoei bijtijds!

Een laatste tip voor je nieuwe geveltuintje

Maak je een randje om je geveltuin, zorg dan dat deze aan de zijkanten laag is, zodat het regenwater van de stoep in je tuin kan lopen. Geef je planten op droge dagen in de zomer om de drie dagen water, dan houden ze het goed vol. Een mooi moment om ook een regenton aan te sluiten op je regenpijp! Zo help je nog beter met het opvangen van regenwater. Veel plezier met je geveltuin! 

Zo maak je van een pallet een verticale tuin voor je balkon

Stedelijk kruidentuintje met aromatische kruiden zoals basilicum en munt, groeiend in een zelfgemaakte plantenbak gemaakt van een pallet op een balkon.

Ben je de trotse eigenaar van een balkon? Benut elke meter en ga de hoogte in: maak een verticale (kruiden)tuin! Zo pluk je – wanneer je ook maar trek hebt – verse basilicum voor je pizza en munt voor je thee. Zo’n kruidenparadijs geeft je balkon ook nog eens een mediterrane sfeer en geur. Wil je vooral veel kleur op je balkon? Zet je verticale tuin dan vol bloeiende (sier)planten. Liefst biologisch en inheems: dan schotel je bijen en vlinders óók iets lekkers voor. Zo pak je het aan. 

Dit heb je nodig:

  • Pallet
  • 3 latjes (formaat: breedte x diepte van de pallet)
  • Schuurpapier
  • Hamer
  • Spijkers
  • Schaar 
  • Antiworteldoek
  • Nietpistool met nietjes
  • Moestuingrond
  • (Kruiden)plantjes
Duurzame plantenbak gemaakt van een hergebruikte houten pallet met verschillende groene planten en bloemen op een balkon.

Stap 1: Voorbereiding

Schuur de pallet op om splinters te verwijderen. Leg de pallet ondersteboven: de zijde met de drie latjes ligt nu aan de bovenkant.

Stap 2: Monteren van de plantenbakken

Timmer haaks op de onderkant van elk van de drie latjes een ander latje: zo ontstaan drie plantenbakken.

Stap 3: Voorbereiden van de plantenbakken

Knip drie stukken worteldoek op maat. Zorg ervoor dat het worteldoek lang en breed genoeg is om ook de zijkanten te bedekken. Leg ze in de plantenbakken. Niet ze om de drie centimeter vast met het nietpistool. Zo blijft de moestuingrond later goed op zijn plek liggen.

In de winkel van Steck vind je handige instructieboekjes voor pallet kruidentuintjes die je gratis mee kunt nemen!

Stap 4: Decoreren

Voordat je de plantenbakken gaat vullen met aarde en (kruiden)plantjes, kun je hem nog decoreren. Verf bijvoorbeeld de voorkant met (vlakken) schoolbordverf. Schrijf hier als de verf droog is de naam van de kruiden of sierplanten op.

Stap 5: Vullen van de plantenbakken

Vul de drie plantenbakken tot net onder de rand met potgrond. Kies voor moestuinpotgrond als je er moestuinplantjes inzet. Anders volstaat gewone (biologische) potgrond. 

Stap 6: Planten en water geven

Nu komt het leukste: plant je favoriete kruiden of andere planten en geef ze een scheut water. Let bij het kiezen van de plantjes op de toekomstige standplaats van je verticale tuin: staat de pallet vol in de zon? Kies planten die van de zon houden. Krijgen de plantjes maar een paar uurtjes licht? Neem dan planten die het goed doen in de halfschaduw. En staat de pallet in de schaduw? Je snapt ‘t: kies dan schaduwplanten. 

Stap 7: Ophangen of neerzetten

Klaar is je verticale tuin! Hang hem aan de muur en geniet van het resultaat. Of spijker links en rechts een lat haaks op de onderkant vast. Zo kan je tuintje ook staan.

Zo. Je verticale balkontuin is klaar. Pluk een handje munt, maak er een kop thee mee, plof neer in je lekkerste stoel en bewonder het resultaat. Proost! 

In 5 stappen van een tegeltuin naar een groene stadsoase

Veel mensen denken dat een groene tuin veel meer werk is dan een tegeltuin, maar dit hoeft helemaal niet zo te zijn. Een border met veel vaste planten heeft relatief weinig onderhoud nodig. Als je de juiste planten maar op de juiste plek zet.

Een groene tuin heeft veel voordelen ten opzichte van een tegeltuin. Niet alleen is al dat groen veel leuker om naar te kijken, het is ook nog eens goed voor de biodiversiteit, het zorgt voor verkoeling in de zomer en het regenwater kan beter weglopen in een tuinborder. Een groene tuin is, kortom, een stuk klimaatvriendelijker. Dus waar wacht je nog op? Met de volgende 5 stappen tover je je tegeltuin om in een groene stadsoase!

Stap 1: Bepaal wáár je tegels gaat wippen

Tegels vervangen door groen kan op allerlei plekken. Om te beginnen in je eigen tuin. Áls je er een hebt. Ook in een kleinere stadstuin kun je altijd wel ergens een border aanleggen. Heb je geen achtertuin? Overweeg dan om aan de voorkant van je huis een geveltuintje aan te leggen. Als je in een straat woont met bomen op de stoep, dan is het ook een optie om – in overleg met je buren en de gemeente – de boomspiegels te vergroten. Dit doe je door extra rijen tegels eruit te wippen. Op die vrijgekomen plek kun je een tuintje in maken.  Hier kun je lezen hoe je eenvoudig een gevel- of boomspiegeltuin aanlegt.

Stap 2: Tegels eruit

Een tegelvrije tuin begint natuurlijk met het eruit halen van de tegels. In deze blog lees je wat je met die tegels kunt doen. Vergeet je niet om het aantal tegels dat je hebt gewipt door te geven op de website van het NK Tegelwippen? Op die manier stimuleer je ook anderen zich aan te sluiten bij dit steengoede initiatief. Elk jaar doen er meer mensen mee en dat is een mooie ontwikkeling.

Stap 3: Graaf de zandlaag weg

Nadat de tegels zijn gewipt, blijft er waarschijnlijk een zandlaag over. Hier kunnen planten niet op groeien. Rol je mouwen maar op, want er moet gegraven worden. Graaf minimaal 30 centimeter uit (dat is stiekem meer werk dan je denkt, maar je kunt het). Het uitgegraven zand kun je afvoeren naar een afvalscheidingsstation. Die stations hebben meestal aanhangers of bakfietsen te huur, mocht je geen eigen vervoer hebben.

Stap 4: Vruchtbare grond erin

Als je de zandlaag helemaal weg hebt gegraven, dan meng je de laag grond daaronder met tuinaarde. Vanwege de aanwezigheid van tuinturf is tuinaarde een nogal een ‘zwaar’ product, vandaar dat je het moet mengen. De grond wordt dan luchtiger, wat beter is voor de waterhuishouding en het bodemleven. Een luchtiger (en milieuvriendelijker) alternatief is de tuinaarde van Bio Kultura: die bestaat uit aarde, compost en meststoffen. Lees hier meer over hoe je je bodem vruchtbaar houdt.

Stap 5: Beplanten

Als de bodem goed is voorbereid, komt het leukste gedeelte van je project: je planten kiezen en ze in de grond zetten! Daarbij is het slim om te kiezen voor vaste inheemse planten die op de bodem en het klimaat van jouw tuin zijn afgestemd. Hier lees je hoe je kunt achterhalen welke grondsoort je hebt (Let op: dat is dus niet de tuinaarde die je er net in hebt gekieperd, maar de laag eronder!).

Het is belangrijk om te weten hoeveel zon je in je tuin(tje) hebt. Heb je meer dan vijf à zes uur zon, dan kies je voor zonneminnende planten. Vangen de planten minder dan twee uur per dag zon? Dan zet je er schaduwplanten in. Alles daartussen heet ‘halfschaduw’. Op het plantenlabel kun je zien hoeveel zon een plant nodig heeft. Vaste planten die op de goede plek staan (qua grondsoort en zonlicht) hebben het minste onderhoud nodig. Zij zullen ook het beste groeien. Dit kunnen overigens ook eetbare planten zijn! Laten we daar nu ook goede tips voor hebben.

Uiteindelijk is het de bedoeling dat de hele bodem bedekt is door planten. Op die manier droogt de bodem minder snel uit en heeft onkruid minder kans om te verspreiden. Hou je bij het aanplanten wél aan de aanbevolen afstand die op het plantenlabel staat, want die kleine plantjes die je er nu in zet, zijn over een paar maanden al een heel stuk groter! Je planten op de juiste afstanden van elkaar inplanten, betekent later echt minder onderhoud. Bodembedekkers verspreiden zich over de bodem en zullen de gaatjes tussen andere planten opvullen. Populaire bodembedekkers zijn de ooievaarsbek, maagdenpalm of de wintergroene klimop. Of vraag een medewerker van Steck voor meer tips.

Tenslotte (nogmaals): geef het aantal gewipte tegels door op de website van het NK Tegelwippen! Hiermee stimuleer je ook andere mensen hun bijdrage te leveren aan een groenere stad.

Terugblik tweede informatieavond toekomstplannen Steck

Op 12 maart 2024 was de tweede informatieavond bij Steck over de transformatie van het tuincentrum naar een publiek park en ontmoetingsplek. Er was een mooie opkomst. De droom van eigenaar Bob Scherrenberg? Een groene, levendige ontmoetingsplek waar je kunt verblijven, winkelen, verwonderen en ondernemen. 

Het enthousiasme van de sprekers spatte eraf op deze avond onder leiding van Lara Simons van Bureau Brick. Bob Scherrenberg, Gabrielle Muris, Zecc architecten, Flux landschapsarchitecten, Raumkultur en Bureau Brick namen de aanwezigen mee in de ontwikkelingen sinds de eerste informatieavond op 20 september 2023: een terugblik, de onderzoeken, de ontwerpen en het vervolg. 

Verder uitgewerkte plannen 

Op basis van onderzoeken en de feedback van Overvechters en bewoners uit andere stadsdelen en gemeente De Bilt zijn de ontwerpen verder uitgewerkt en aangepast. Hieronder lees je een greep uit de plannen. 

Bereikbaar voor iedereen 

We vinden het belangrijk dat iedereen het gehele gebied goed kan bereiken. Of je nu met de fiets, de auto, lopend of met het OV komt. Ook komen er bijvoorbeeld leen(bak)fietsen, een bezorgservice en meer. De bestaande ontwerpen voor het parkeren zijn aangepast. We zorgen er ook voor dat het extra verkeer geen extra druk in de omgeving oplevert. 

De historie van het landschap

Het unieke landschap ligt midden in de Hollandse Waterlinie en heeft Unesco Werelderfgoed status. We willen het zo inrichten dat je de historie ervan nog beter kunt beleven en ervaren. Je vindt de historie bijvoorbeeld terug in de forten, maar ook in het uitzicht en de ‘lange lijnen.’ We laten de openheid van het landschap terugkomen in een nieuw aan te leggen park rond Steck. We laten de natuur floreren en het landschap beter aansluiten op de open structuur van het Noorderpark. Zo min mogelijk hekwerken dus.

Zo komen de gebouwen eruit te zien

De gebouwen zoals het tuincentrum, de groene broedplaats, het hotel en het restaurant zijn zo ontworpen dat ze passen in het landschap. Ze worden gebouwd met groene en duurzame materialen. Het tuincentrum krijgt een lichte en transparante uitstraling. Straks winkel je in het groen! De broedplaats wordt een plek waar groene denkers en makers werken aan een duurzame toekomst. Dit gebouw wordt verscholen in het groen. Het hotel zal een groene gevel hebben die als huis dient voor vogels. Dit gebouw krijgt een carrévorm met een centrale binnentuin. En het restaurant? Dat wordt aanpasbaar aan de seizoenen: opener in de lente en zomer, dichter in de herfst en winter. 

Wanneer begint de bouw? 

Wanneer we beginnen met bouwen is afhankelijk van de toetsing van de plannen en de besluitvorming door de gemeente. Wat ons betreft kunnen we hopelijk in 2026 beginnen met de eerste nieuwbouw. Intussen zitten we niet stil en blijven we mensen bij de ontwikkeling betrekken. Spreek ons vooral aan of stuur een bericht op info@steckutrecht.nl.

Meer informatie

Kon je niet bij de informatieavond zijn? Of wil je alles rustig nalezen? Bekijk hier de presentatie of lees hier het volledige verslag.

Wat kun je doen met overtallige stoep- en tuintegels?

Als je van een tegeltuin naar een groene tuin gaat, dan hou je waarschijnlijk een heleboel tegels over. Die heb je er net uitgewipt! Wat te doen met deze tegels? In deze blog geven we je een aantal ideeën.

Stapelmuurtje

Het beste is om de vrijgekomen tegels te hergebruiken in je tuin. Er zijn allerlei leuke dingen die je ermee kunt doen. Maak er bijvoorbeeld een stapelmuurtje van door tegels en stenen van verschillende vormen op elkaar te stapelen, zodat er allerlei gaten en kieren ontstaan. Dit is een fijne schuilplaats voor insecten en amfibieën. Een soort insecten-ambifieënhotel!

Borderrand

Gebruik de tegels als borderrand van je geveltuin of net aangelegde tuinborder. Hierdoor zakt de rest van de omliggende tegels minder snel je border in. Als je veel last hebt van regenwater dat na een bui in je tuin blijft staan, maak deze rand dan zo laag mogelijk. Op die manier stroomt het regenwater gemakkelijk de border in en zakt het weg in de aarde.

Verhoogde border

Een verhoogde border maken met de gewipte tegels kan natuurlijk ook. Of je een omheining van voor een moestuinbak. Het voordeel van een verhoogde border of moestuinbak is dat je er gemakkelijker bij kunt om bijvoorbeeld onkruid te wieden. En je hebt wat meer keuze in de grondsoort die je erin doet.

Kruidenspiraal, regentonverhoging of bankje

Een andere optie is het maken van een kruidenspiraal. Met een kruidenspiraal kweek je verschillende soorten kruiden op een kleine oppervlakte. Leuk én lekker! Of stapel wat tegels op als een verhoging voor een regenton. Door een regenton vang je ook nog eens water op, waarmee je je nieuwe tuintje in de zomer water geeft. Tenslotte kun je de tegels ook opstapelen en gebruiken als bankje. Perfect om even uit te rusten van al dat werk in de tuin.

Weggeven

Als je de tegels niet wilt of kunt hergebruiken in je eigen tuin, geef ze dan weg. Op Marktplaats zijn er vast mensen te vinden die op zoek zijn naar tegels en die graag willen overnemen. Als laatste optie is er de gemeente: die haalt de tegels op als je er echt vanaf wilt. Hier lees je hoe dat werkt: Aanvraag tuintegels ophalen (alleen voor particulieren) | Gemeente Utrecht).

Auteursrechten van de afbeeldingen bovenaan deze blog: NK tegelwippen, fotograaf: Tineke Dijkstra 

Weet jij welke grond er in je tuin ligt?

Alles over grondsoorten in Nederland, hoe je erop tuiniert en over welke grond je in je tuin hebt

Alles begint bij de ondergrond. Niet iedere plant kan overal groeien en daar speelt vooral de bodemsoort een belangrijke rol bij. Geen groen zonder gezonde grond. Je vindt in Nederland grofweg 4 grondsoorten waarop je kunt tuinieren: veen, klei, zand en löss. In deze blog lees je hoe het zit met de grond in jouw (achter)tuin.

De kwaliteit en eigenschappen van de grond bepalen de plantengroei. De planten hebben dan weer invloed op hoeveel organisch materiaal aanwezig is in de bodem. En dat organische materiaal bepaalt de mate van bodemleven in je tuin. Eerder schreven we al over het belang van bodemdieren in je tuin: hier speelt de grondsoort dus ook een belangrijke rol. Een gezonde bodem heeft een gezond bodemleven.

Hoe zit het met mijn grond?

Pure grondsoorten, zoals hieronder beschreven, kom je in de meeste tuinen niet tegen. Door het afgraven en weer aanvoeren van grond wijkt de bodemsoort vaak af van de natuurlijke omgevingsbodem. Ook binnen de vier bekendste grondsoorten van ons land zijn verschillende samenstellingen mogelijk. Zo kan klei veel of weinig zanddeeltjes bevatten. 

Hoe weet je welke grondsoort in in je tuin ligt? Door het houden van een simpele bodemtest:

  1. Maak wat grond in je tuin vochtig, maar niet te nat. De grond mag niet aan je vingers plakken.
  2. Neem op 10-20 cm diepte met een eetlepel een schepje grond uit je tuin en probeer deze te kneden in je handen.
  3. De vorm die het kneedsel aanneemt, vertelt je grofweg met welke grondsoort je te maken hebt.

Zandgrond vormt zich tot een bergje op je hand, klei laat zich daarentegen heel makkelijk tot een gladde plak kneden. Veen is zo broos dat het tot niets te kneden valt en direct uit elkaar brokkelt. Hieronder kun je per bodemsoort lezen welke eigenschappen deze heeft en hoe je er het beste op tuiniert.

De ideale tuingrond

Als je achter op een zak tuin- of potgrond kijkt, zie je dat deze vaak bestaat uit een mengsel van grondsoorten. Veel mixen bevatten veengrond voor het vasthouden van water, gemengd met zand voor structuur en compost voor voeding (en dus bodemleven). Als je eenmaal weet welke grond er in je tuin ligt, kun je deze optimaliseren voor je planten door te kijken naar de natuurlijke eigenschappen die hieronder per grondsoort beschreven staan.

Wil je betere afwatering in je kruidentuintje? Voeg dan wat zand (en gruis) toe aan de bodem. Wil je juist water langer vasthouden? Voeg dan wat klei of veen toe aan de grond. Juist door soorten te mengen kom je vaak tot een ideale voedingsbodem voor plantengroei.

Utrechtse bodem

Hiernaast zie je de grondsoortenkaart van Nederland van de universiteit van Wageningen. Zoals je ziet, komt er een mengelmoes van grondsoorten voor in de provincie Utrecht. Rondom de stad Utrecht vind je zowel klei, veen-, als zandgronden. Wat dat betekent voor het laten groeien van planten vertellen we je hieronder per grondsoort.

1. Veen – Frisse, natte spons

  • Kleur: donker, bijna zwart
  • Structuur: sponsachtig
  • Voordelen: nauwelijks water geven, makkelijk te bewerken
  • Nadelen: zuurstofarm, weinig mineralen
  • Komt voor in: kleine gebieden door heel Nederland
  • Ideaal voor: zuurminnende planten als Rododendrons en Hortensia’s

Veen is een opeenstapeling van compact, organisch materiaal en ontstaat in gebieden waar het grondwater hoog staat, waardoor grote hoeveelheden ijzer aan de oppervlakte komen. Hierdoor hopen plantenresten zich op die maar heel langzaam composteren door het lage zuurstofgehalte in het aanwezige roestwater.

Gedroogd veen is goed brandbaar. In de middeleeuwen is men daarom begonnen met het winnen van turf (gedroogd veen). Er is nog maar weinig veen over in Nederland. Heel veel grasland waar koeien nu op grazen was ooit veenmoeras. Tegenwoordig is veel oorspronkelijk veenlandschap bedekt met jonge klei.

Bron: Verantwoorde veenhouderij | Twee grote kluiten veengrond waar je nog duidelijk plantenresten in terug ziet

Tuinen op veengrond zijn vaak nat en zompig. Ook verzakt veengrond snel, zeker nu door onze droge en hete zomers het grondwaterpeil daalt. Huizen verzakken hierdoor sneller, met grote schade tot gevolg. Wie tuiniert op veengrond zal vaak zijn tuin moeten ophogen. Planten en bomen wortelen ondiep op veengrond, omdat ze nooit verdergaan dan het grondwaterpeil (want daar kunnen ze geen zuurstof halen).

2. Klei – Zware jongen vol voedingsstoffen

  • Kleur: donker
  • Structuur: zwaar en compact
  • Voordelen: houdt voedingsstoffen en water goed vast
  • Nadelen: wortels kunnen er moeilijk in groeien, wordt hard bij uitdroging, lastig om te bewerken
  • Komt voor in: kustgebieden (zeeklei), Betuwe (rivierklei)
  • Ideaal voor: snelgroeiende gewassen als maïs en suikerbieten

Klei kan makkelijk water vasthouden. Het laat zich uitsmeren zodra het nat wordt. Het kan ook voedingsstoffen makkelijk aan zich binden, omdat het elektrisch geladen is. Er vinden veel (chemische) reacties plaats, wat ervoor zorgt dat er ontzettend veel mineralen en andere voedingsbronnen worden vastgehouden. Leg je klei onder een microscoop dan zie je dat het bestaat uit op elkaar geplakte laagjes vanuit chemische samenstellingen. 

Bron: Better Organix | Klei bestaat uit vele ‘schijfjes’ zoals goed te zien is onder de microscoop

Tuinieren op kleigrond kan een hele uitdaging zijn. Kleigrond is heel erg zwaar en houdt water lang vast, maar laat ook slecht nieuw water toe. Doordat het zo compact is, is het ook moeilijk te bewerken en hebben veel planten moeite om te wortelen in de soms ondoordringbare grond. Dit gebeurt vooral als er weinig organisch materiaal in de bodem zit. Als klei uitdroogt kan het keihard worden, je hebt vast weleens die kenmerkende scheuren in de grond gezien op het boerenland. 

Wil je gebruikmaken van de voedzame eigenschappen van kleigrond, dan moet je zorgen voor een goede afwatering. Je wil niet dat planten te lang met hun wortels in het nat staan. Op kleigrond komen vaak ook lastig te verwijderen onkruidsoorten voor, zoals kweek(gras), zevenblad en heggewinde. Is tuinieren op kleigrond dan alleen maar ellende? Zeker niet, Tuinseizoen geeft een aantal slimme tips.

3. Zand – Luchtige allesgroeier met verzorgingsbehoefte

  • Kleur: licht
  • Structuur: licht van structuur, korrelig
  • Voordelen: goed waterdoorlatend, makkelijk te bewerken
  • Nadelen: houdt weinig voedingsstoffen en water vast, schrale grond
  • Komt voor in: Noord-Limburg, Noord-Brabant en de Achterhoek
  • Ideaal voor: vrijwel alle soorten gewassen en planten, mits er genoeg water en voeding wordt gegeven

Zand is niets anders dan volledig uit elkaar gevallen steen. Daar gaat een enorm lang proces aan vooraf: stenen verweren door vorst en dooi, maar ook doordat ze botsen in snelstromende rivieren. Na duizenden malen herhaling van deze processen houd je grove zandkorrels over. Zand heeft een hele losse structuur en is van nature schraal en voedingsarm. Toch kun je prima dingen laten groeien op zandgrond door meststoffen en water toe te voegen.

Planten en gewassen die graag de diepte in groeien, zoals wortelknollen en wortelgewassen doen het heel goed op zandgrond. Ze kunnen ongestoord naar beneden groeien, omdat de grond vrij is van stenen en andere ‘blokkades’. Het is ook heel makkelijk om te oogsten op zandgrond: je haalt de groentes zo los uit de grond zonder deze te beschadigen. Ideaal ook voor asperges, die niet voor niets vooral op zandgronden geteeld worden.

Bron: 1Limburg | Asperges groeien niet voor niets op zandgronden. Ze kunnen hierin makkelijk wortels vormen en gestoken worden zonder te beschadigd te raken.

Tuinieren op zandgrond vraagt vooral om wat zorg en aandacht. Water spoelt snel weg, dus zeker in de zomer zul je vaak moeten sproeien. Ook raakt de grond snel uitgeput, waardoor je regelmatig compost of andere voedingsstoffen moet toevoegen aan de bodem. Meer tips voor het verbeteren van zandgrond vind je in het overzicht van Velt. 

4. Löss – De fijnste van het stel

  • Kleur: bruin
  • Structuur: zacht, bevat veel voedingsstoffen
  • Voordelen: compact, houdt makkelijker voeding vast
  • Nadelen: komt vrijwel nergens voor in Nederland
  • Komt voor in: Zuid-Limburg
  • Ideaal voor: vrijwel alle soorten planten en gewassen

Löss is heel fijn zand. Je vindt het maar in een klein deel van Nederland, van Maastricht tot Sittard. De grond is afkomstig van de bodem van Noordzee, toen deze nog droog stond. De grond is door de wind verspreid en is als het ware tegen de Limburgse heuvels ‘blijven plakken’. In dit gebied zijn de eerste boeren van Nederland 7000 jaar geleden terechtgekomen vanuit Oost-Europa en hier begonnen met de hedendaagse landbouw. 

Löss is heel compact en houdt daardoor, in tegenstelling tot ander zand, goed voedingsstoffen vast. Ze spoelen minder snel uit, wat het voor de akkerbouw ideaal maakt om op te verbouwen. Het voelt erg zacht aan.

Bron: Geoproeven | Löss is heel fijn zand en is daardoor heel compact

De smaak van de bodem

Nu weet je welke grondsoort je in je tuin hebt, en hoe je er het beste op kunt tuinieren. Maar wist je dat je de grondsoort ook kunt próeven in het eten dat er op geteeld wordt? In het NPO-programma Joel Lokaal gaat culinair journalist Joël Broekaert op zoek naar de ‘terroir’ Nederland. Een aanrader voor wie meer wil weten over de invloed van onze bodemsoorten op de smaak van ons voedsel.

Regenwater opvangen en hergebruiken: waarom een regenton een goed idee is

regenton

Steeds meer mensen hebben een regenton bij hun huis. Dat is een goed teken. Met een regenton help je wateroverlast en droogteproblemen in de stad te voorkomen. Dat is nodig, want door klimaatverandering wordt het droger én natter in Nederland. Vooral als veel mensen regentonnen plaatsen is de impact groot. Daarnaast doe je ook jezelf en je planten een plezier met een regenton. Hoe dat zit, leggen we hieronder uit. 

Zorg voor betere waterafvoer met een regenton

Je hebt het ongetwijfeld gemerkt: we hebben steeds vaker hevige regenbuien in Nederland. Vooral in de stad zorgt dit voor wateroverlast: het water zakt in de betegelde omgeving niet goed de grond in. Het spoelt door putten en regenpijpen onze riolering in, die zo veel water niet altijd kan verwerken. Door een regenton aan je regenpijp te bevestigen, vang je een deel van dat water af en ontlast je het rioleringssysteem. 

Vang water op in een regenton en bespaar drinkwater 

Regenwater is gratis en relatief schoon. Je kunt er je planten mee water geven, maar ook je auto wassen of je ramen zemen. Sommige mensen hebben zelfs een systeem aangelegd waarmee ze met regenwater het toilet doorspoelen. Een prima idee, want het is best bizar dat wij ons kostbare, schone drinkwater gebruiken voor dit soort ‘klusjes’. Met het water uit je regenton bespaar je veel drinkwater. Overigens kun je regenwater maar beter niet drinken. Het kan bacteriën bevatten waar je ziek van wordt.

Gebruik regenwater als buffer voor droge periodes

Omdat onze zomers steeds heter en droger worden, hebben je buitenplanten vaak meer water nodig. Met een regenton heb je een handige buffer om potplanten en tuinplanten van het nodige water te voorzien. Zónder dat je daarvoor drinkwater hoeft te gebruiken. In lange, droge periodes roepen gemeentes vaak op om geen kraanwater te gebruiken voor je tuin. Heb jij nog mooi je regenwater achter de hand.

Maak je planten blij met water zonder kalk

Regenwater is ook nog eens beter voor je (kamer)planten. In kraanwater zit behoorlijk wat kalk, dat op de lange termijn voor problemen kan zorgen voor een plant. Planten slaan het teveel aan kalk op in hun bladeren, of de kalkresten blijven in de grond zitten. Dat zie je aan een wit waas op de bodem. Hoeveel kalk er in het kraanwater zit, verschilt per regio. Overigens doen de meeste planten het prima op water uit de kraan. Regenwater is gewoon nóg beter. Geef je je kamerplanten water in de winter? Zorg dan eerst dat het water uit de regenton op temperatuur is, voordat je het bij je planten giet. Sommige planten houden echt niet van koude voeten!

De regentonnen bij Steck in de regenhoek

Voor elke regenpijp een regenton

Er zijn regentonnen in allerlei soorten en maten, van klassieke houten modellen tot hippe designs. Er zijn ook duurzaam geproduceerde regentonnen, zoals die van ELHO. Die kosten wat meer, maar dan heb je een verantwoorde én een mooie ton. De ELHO Pure Raindrop kun je zelfs volledig aan de muur bevestigen. Als je veel plek hebt in de tuin, dan kun je ook een regenschutting overwegen: modulaire blokken die je gemakkelijk in elkaar klikt en waarmee je water opvangt. Een regenton kun je zowel aan de achterkant als aan de voorkant van je huis plaatsen. Ook als je geen voortuin hebt. Een extra voordeel van een regenton aan de straatkant is dat je hem kunt delen met je buren. Wel zo gezellig. 

Hoe plaats je een regenton?

Ben je overtuigd geraakt van het nut van een regenton bij je huis? Dan is het tijd om aan de slag te gaan! Een regenton plaatsen is niet zo moeilijk. Kijk hier hoe het werkt.  

Planten scheuren: hoe doe je dat?

Planten scheuren

Er zijn verschillende manieren om de planten in je tuin te vermeerderen. Je kunt ze stekken, afleggen of je verzamelt de zaadjes van uitgebloeide planten. Maar je kunt óók planten vermeerderen door ze te scheuren. Dat doe je het liefst in de herfst óf in het voorjaar. Het mooie is dat ze er ook nog eens van opknappen. Hieronder lees je hoe het werkt.

De voordelen van planten scheuren

Een plant scheuren betekent letterlijk dat je een plant in tweeën scheurt. En opdeelt in meerdere stukken. Een handige manier om van één plant meerdere planten te maken. Het is ook nog eens goed voor de plant. Hoe dat zit? Na een aantal jaar groeien planten te groot voor de plek waar ze staan. En worden ze minder vitaal. Vaste planten groeien van binnen naar buiten. Door ze te scheuren en de buitenste, jonge delen terug te planten, geef je ze een welkome verjongingskuur.

Stappenplan voor het scheuren van planten

1. Verwijder eerst alle uitgebloeide onderdelen van de plant. Graaf dan voorzichtig de kluit op. Zorg dat je zo veel mogelijk wortels meepakt. Schud de losse aarde van de kluit.

2. Kleinere planten of planten met een losse kluit kun je gemakkelijk met de hand uit elkaar trekken. Bij grotere planten steek je eerst een schep in de kluit en trek je het laatste stuk uit elkaar. Hoe meer je met de hand kunt doen, des te beter. Op die manier blijven de wortels het meest intact.

3. Leg de oudere delen uit het midden van de plant apart. Die kun je wegdoen. De jongere delen aan de buitenkant deel je op in zo veel stukken als je wilt. Zo lang er aan elke ‘nieuwe’ plant maar een goede set wortels zit.

4. Meng wat compost en organische mest door de oude grond. Zet dan de jonge delen weer terug. Druk de aarde aan en geef een flinke plens water.

5. Wil je planten weggeven? Dan kun je ze ook in een bak met verse potgrond zetten. Op die manier kunnen ze aansterken totdat ze bij hun nieuwe eigenaar zijn. Ook als je nog flink koud weer verwacht in het voorjaar, dan kun je de planten het beste eerst even laten aansterken in een pot in een kas, koude bak of serre.

6. Als de plant na het terug planten snel bloemen maakt, haal die de eerste weken nog even weg. De plant heeft eerst al haar energie nodig om opnieuw te wortelen in de grond.

Welke planten zijn geschikt om te scheuren?

De meeste vaste planten die in een polvorm groeien, zijn geschikt om te scheuren. Hierbij kun je denken aan: Helleborus, Rudbeckia, Vrouwenmantel, varens, Zonnehoed en siergrassen. En nog veel meer – te veel om op te noemen. Het liefst scheur je deze om de 4 à 6 jaar. Doe dit alleen als de planten gezond zijn.

Door planten te scheuren geef je de planten in de tuin een opknapbeurt. Én je maakt er andere tuinvrienden blij mee.

7 bijzondere eetbare planten voor je tuin of balkon

Bijna iedereen heeft wel íets van eetbare planten in de tuin of op het balkon: een aardbeienplantje, een appelboompje of een bosje bieslook. Wie eenmaal begint met eetbare planten, krijgt al snel de smaak te pakken. Want hoe leuk is het om je eten recht voor je neus te zien groeien? Zelfs op je balkon kun je een voedselbos creëren. Voor wie weleens wat anders in de tuin wil, zetten we 7 bijzondere eetbare planten op een rij.

1. Uiensoepboom (Toona sinensis)

Het jonge blad van deze boom smaakt een beetje naar Franse uiensoep. Vandaar deze bijzondere naam. Je eet de blaadjes rauw, gekookt of gestoomd. Als je hem laat gaan, groeit deze boom tot wel 15 meter hoog. Maar door regelmatig te snoeien, kun je hem ook als struik houden. Dan past ‘ie misschien beter in je tuin. Door het snoeien komen er steeds nieuwe scheuten aan, die je dan weer lekker kunt oppeuzelen. De uiensoepboom staat het liefst in de volle zon. Je kunt er het hele jaar van eten. 

2. Kiwibes (Actinidia arguta)

Van buiten is het net een druif, van binnen een kleine kiwi. De kiwibes is een echte aanwinst in je tuin en je keuken. De zoete vrucht doet het geweldig in fruitsalades, gebak en gewoon los uit de hand. In tegenstelling tot een ‘gewone’ kiwi heeft de kiwibes geen harig vachtje. Je kunt hem met vel en al meteen in je mond stoppen. De plant is een gemakkelijke groeier en klimt graag omhoog tegen een pergola of een zonnige muur. Geef hem wel wat klimsteun. Vanaf eind mei geeft de plant mooie, witte bloemen en halverwege september kun je daar de vruchten van plukken.

3. Japanse wijnbes (Rubus phoenicolasius)

De Japanse wijnbes is een soort kruising tussen een braam en een framboos. Hij smaakt friszuur en is heerlijk om los te eten, door de yoghurt of in een salade. Je kunt er ook jam of sap van maken. Bijen en hommels zijn dol op deze plant. Net als een braam maakt deze plant lange uitlopers met stekels. Wil je je niet prikken? Bind dan de losse takken op, bijvoorbeeld tegen een muur, dan kun je in de zomer gemakkelijker bij de vruchtjes. De Japanse wijnbes doet het zowel goed in de zon als in de halfschaduw.

4. Chocoladerank (Akebia quinata)

Ondanks de naam smaakt niets aan deze plant naar chocola. Sommige mensen vinden de bloemen naar chocolade ruiken, dus misschien komt de naam daar vandaan. Maar de plant wordt ook wel ‘schijnaugurk’ genoemd. Verwarrend! Wat wel zeker is, is dat de bloemen in de lente verschijnen in schattige trosjes. De vruchten hebben van binnen de structuur van een passievrucht. Ze smaken naar een combinatie van peer en meloen. Het is een makkelijke klimplant die het goed doet in de zon of in de halfschaduw. Hij heeft wel wat klimsteun nodig.  En het liefst plaats je twee planten bij elkaar in de buurt, zodat ze elkaar kunnen bestuiven.

5. Aardbeimunt (Mentha arvensis ‘Strawberry’)

Deze munt is een stuk zoeter dan andere muntsoorten. Je proeft echt een lekker aardbeienaroma. De blaadjes zijn een goede aanvulling in desserts en fruitsalades. Je kunt er ook thee van trekken. Aardbeimunt is een bodembedekker, die zo’n 30 cm hoog wordt. In de winter sterft hij bovengronds af, om in de lente weer op te komen. Let op, de plant verwildert gemakkelijk. Wil je dat ‘ie netjes op één plek blijft, graaf hem dan in met pot en al. Of zet de pot op je terras of balkon. Aardbeimunt groeit in zowel halfschaduw als zon. 

6. Daslook (Allium ursinum)

Als smaakmaker is daslook fantastisch. Net als ui en knoflook voorziet het een heleboel gerechten van wat pit. In tegenstelling tot knoflook gebruik je alleen het blad en de bloemen. In de tuin groeit daslook op een plek in de schaduw waar de zon af en toe langskomt. In het wild groeit daslook voornamelijk als bodembedekker in bossen. Het lange, brede blad en de witte bloempjes op lange stelen zijn mooi om naar te kijken. Daslook heeft een lichte neiging tot woekeren, dus zoek een plekje uit waar dat kan.

7. Japanse sierkwee (Chaenomeles)

Van kweeperen maak je heerlijke gelei, die bijvoorbeeld goed combineert met kazen. De vruchten van de Chaenomeles zijn niet precies de kweeperen die we kennen, maar je kunt ze op dezelfde manier gebruiken. Je plukt ze vanaf oktober. In het vroege voorjaar word je getrakteerd op prachtige rode, oranje of witte bloemen, die bloeien als de takken nog geen blad hebben. Dat alleen al is het planten van een Japanse kwee meer dan waard. De heester wordt zo’n 1.5 m hoog. Hij staat graag in de zon. 

Alle bovenstaande planten zijn te koop bij Kwekerij Stekkers op het achterterrein van Steck. Stekkers is een stadskwekerij van biologische, eetbare planten. Een deel van hun planten is te koop bij Steck. Lees hier het interview van vorig jaar met Yessie van Kwekerij Stekkers.

 

Een beplantingsplan maken, hoe doe je dat?

Tuin met mooie border

Een goed ontworpen plantenborder is het hele jaar door een lust voor het oog. Bovendien scheelt het je een boel onkruid wieden. Maar hoe krijg je zo’n mooie border? Er zijn boeken en websites met kant-en-klare beplantingsplannen. Het voordeel daarvan is dat iemand al heeft uitgezocht welke planten goed combineren. Maar het leukst is om zelf een beplantingsplan te maken. Dat kan al met een kleine border of een deel van een border. Je leert er ook enorm veel van! Hieronder lees je hoe je zo’n beplantingsplan maakt.

Wat voor soort border wil je?

Je staat op het punt om een levend kunstwerk te creëren, met ontzettend veel mogelijkheden. Denk eerst na over hoe je border er globaal uit moet komen te zien. Welke kleuren en vormen moeten erin terugkomen? Vind je het belangrijk dat er in de winter ook nog wat groens te zien is? Wil je een of meerdere bomen in je border (en is daar ruimte voor)? De vorm van je border maakt ook uit: als je de randen laat golven, dan ziet het er natuurlijker uit. Of misschien hou je juist van een lekker strak design, dan maak je een hoekige border.

Bestaande border aanpassen

Je kunt een beplantingsplan maken voor een geheel nieuwe border, maar je kunt ook een bestaande border aanpassen. Als je daarvoor planten moet verplanten, dan kun je dat het beste in de rustperiode van de planten doen, als het niet vriest. Dat betekent in maart of april, of juist in de herfst. Onderzoek ook welke grondsoort je hebt. En kijk hoeveel zonlicht er door de dag heen op de border valt. Dat moet je weten bij het uitkiezen van de planten. 

Plattegrond tekenen

Voor het maken van een overzichtelijke plattegrond zijn allerlei onlineprogramma’s, maar het kan ook prima met potlood en (ruitjes)papier. Teken op schaal een plattegrond van de border. Je hoeft nog niet te weten welke planten je precies wilt planten. Als je dat al wél weet, dan kun je bij het tekenen uitgaan van de botanische kenmerken van deze planten. Die vind je op de plantenlabels, en in allerlei (online) plantenencyclopedieën. Verderop komen we hierop terug.

In dit voorbeeld gaan we ervan uit dat je nog niet zo veel planten kent. Je begint met een ontwerp op basis van gewenste grootte en vorm en daar ga je later de planten bij zoeken. Met een passer (of uit de losse hand) maak je cirkels die de grootte van de planten aangeven. Je gaat hierbij uit van de plant in volgroeide staat.

Eerst teken je de struiken en de bomen in, waarmee je de infrastructuur van je border aangeeft. Vaak is het handig om die achterin te plaatsen. Hoewel een boom of een wat hogere struik voorin juist kan zorgen voor een speelser ontwerp. Vervolgens teken je hoge planten in die niet heel breed uitwaaieren, zoals bepaalde grassen. Die zou je als kegels kunnen tekenen, omdat ze echte blikvangers zijn in je tuin. Daarna teken je planten die niet groter worden dan 1,5 meter, daarna planten tot 1 meter, planten tot 50 cm en tenslotte de bodembedekkers. Zorg dat alle planten samen in volgroeide staat de hele bodem bedekken. Dat ziet er mooi uit en je zult minder hoeven schoffelen.

Kleuren en vormen uitkiezen

Op je plattegrond zie je nu hoeveel planten je nodig hebt van welke grootte. Nu kun je kleur gaan inbrengen in je ontwerp. Geef de cirkels de kleuren die jij bij elkaar vindt passen. Vaak werkt het goed om met grote kleurvlakken te werken. Ook is het mooi om te spelen met verschillende vormen: wissel schermbloemen als venkel of ribzaad af met aarvormige bloemen als kattenstaart en Salvia nemorosa. Er zijn ook bolvormige bloemen (sierui en kogeldistel), pluimbloemen (Astilbe) en margrietachtige bloemen. Door te variëren in kleur, hoogte en vorm kun je prachtige plantcombinaties maken. Zeker bij de wat lagere planten is het mooi om meerdere exemplaren van een bepaalde plant bij elkaar te zetten. En om groepjes planten op andere plekken in je border terug te laten komen. 

Bloeitijd

Als je het hele jaar wilt genieten van een bloeiende tuin, let dan op de bloeiperiode van de planten. De meeste planten bloeien tussen juni en augustus, dus kijk specifiek uit naar planten die het bloeiseizoen rekken. Er zijn zelfs planten die al in januari bloeien, zoals bepaalde soorten van de kerstroos (Helleborus) en sneeuwklokjes.

Planten uitkiezen

Het uitkiezen van de planten is uiteindelijk het meeste werk, omdat je rekening moet houden met heel wat factoren: kleur, vorm, hoogte, bloeitijd. Er zijn heel veel boeken met plantenlijsten, waarin je alle nodige kenmerken terugvindt, zoals de zeer uitgebreide Tuinplantenencyclopedie op kleur van Modeste Herwig. Ook de online plantenencylopedie van de Tuinen van Appeltern is heel handig. Je kunt hier onder andere selecteren op plantkleur, standplaats en bloeiperiode.  Als je border in de (half)schaduw ligt, dan kun je de lijsten met zonneminnende planten links laten liggen en andersom. Dat scheelt! Hou er ook rekening mee dat de planten die je uitkiest het goed doen op de grondsoort in je tuin. Bij Steck vind je een uitgebreid assortiment tuinplanten. Kom gerust rondneuzen.

Inheemse planten

Wil je de natuur in Nederland een handje helpen? Zorg er dan ook voor dat je inheemse planten in je border zet. Dat zijn planten als bosrank, maagdenpalm en kamperfoelie, die van nature veel in ons land voorkomen. Insecten en vlinders hebben deze planten nodig om te kunnen overleven. In deze blog leggen we het belang van inheemse planten uit.

Zoek je inspiratie voor je ontwerp? De Tuinen van Appeltern en VT Wonen hebben veel voorbeelden van mooie borders op hun site staan. Hou je van vaste planten? Volg dan @pietoudolf op Instagram. Hij is een van de beste Nederlandse tuinontwerpers.