Een regenton in je tuin of op je balkon? Doen!

regenton

Steeds meer mensen hebben een regenton bij hun huis. Dat is een goed teken! Met een regenton help je wateroverlast en droogteproblemen in de stad te voorkomen. Dat is nodig, want door klimaatverandering wordt het droger én natter in Nederland. Vooral als heel veel mensen regentonnen plaatsen is de impact groot. Daarnaast doe je ook jezelf en je planten een plezier met een regenton. Hoe dat zit, leggen we hieronder uit. 

Betere waterafvoer 

Je hebt het ongetwijfeld gemerkt: we hebben steeds vaker hevige regenbuien in Nederland. Vooral in de stad zorgt dit voor wateroverlast, omdat het water in de betegelde omgeving niet goed de grond in kan zakken. Het spoelt door putten en regenpijpen onze riolering in, die zo veel water niet altijd kan verwerken. Door een regenton aan je regenpijp te bevestigen, vang je een deel van dat water af en ontlast je het rioleringssysteem. 

Drinkwater besparen

Regenwater is gratis en relatief schoon. Je kunt er je planten mee water geven, maar ook je auto wassen of je ramen zemen. Sommige mensen hebben zelfs een systeem aangelegd waarmee ze met regenwater het toilet kunnen doorspoelen. Een prima idee, want het is best bizar dat wij ons kostbare, schone drinkwater gebruiken voor dit soort ‘klusjes’. Met het water uit je regenton kun je veel drinkwater besparen. Overigens kun je regenwater maar beter niet drinken, want het kan bacteriën bevatten waar je ziek van wordt.

Buffer voor droge periodes

Omdat onze zomers steeds heter en droger worden, hebben je buitenplanten vaak meer water nodig. Met een regenton heb je een handige buffer om potplanten en tuinplanten van het nodige water te voorzien. Zónder dat je daarvoor drinkwater hoeft te gebruiken. In lange, droge periodes roepen gemeentes vaak op om geen kraanwater te gebruiken voor je tuin. Heb jij nog mooi je regenwater achter de hand.

Beter voor je planten

Regenwater is ook nog eens beter voor je (kamer)planten. In kraanwater zit behoorlijk wat kalk, dat op de lange termijn voor problemen kan zorgen voor een plant. Ze slaan het teveel aan kalk op in hun bladeren of de kalkresten blijven in de grond zitten. Dat zie je aan een wit waas op de bodem. Hoeveel kalk er in het kraanwater zit verschilt per regio. Overigens doen de meeste planten het prima op water uit de kraan. Regenwater is gewoon nóg beter. Geef je je kamerplanten water in de winter? Zorg dan eerst dat het water uit de regenton op temperatuur is gekomen, voordat je het bij je planten giet. Sommige planten houden echt niet van koude voeten!

De regentonnen bij Steck in de regenhoek

Voor elke regenpijp een regenton

Er zijn regentonnen in allerlei soorten en maten, van klassieke houten modellen tot hippe designs. Er zijn ook duurzaam geproduceerde regentonnen, zoals die van ELHO. Die kosten wat meer, maar dan heb je een verantwoorde én een hele mooie ton. De ELHO Pure Raindrop kun je zelfs volledig aan de muur bevestigen. Als je veel plek hebt in de tuin, dan kun je ook een regenschutting overwegen: modulaire blokken die je gemakkelijk in elkaar klikt en waarmee je heel veel water opvangt. Een regenton kun je zowel aan de achterkant als aan de voorkant van je huis plaatsen. Ook als je geen voortuin hebt. Een extra voordeel van een regenton aan de straatkant is dat je hem kunt delen met je buren. Wel zo gezellig. 

Hoe plaats je een regenton?

Ben je overtuigd geraakt van het nut van een regenton bij je huis? Dan is het tijd om aan de slag te gaan! Een regenton plaatsen is niet zo heel moeilijk. Op de website van Milieu Centraal vind je een goed stappenplan hiervoor.

Veel plezier van je regenton!

Planten scheuren: hoe doe je dat?

Planten scheuren

Er zijn verschillende manieren om de planten in je tuin te vermeerderen. Je kunt ze stekken, afleggen of je verzamelt de zaadjes van uitgebloeide planten. Maar je kunt ook planten vermeerderen door ze te scheuren. Dat doe je het liefst in de herfst óf in het voorjaar. Het mooie is dat ze er ook nog eens van opknappen. Hieronder lees je hoe het werkt.

Verjongingskuur

Een plant scheuren betekent letterlijk dat je een plant in tweeën scheurt. En opdeelt in meerdere stukken. Niet alleen is het een handige manier om van één plant meerdere planten te maken. Het is ook nog eens goed voor de plant. Na een aantal jaar groeien kunnen planten te groot worden voor de plek waar ze staan. En ze kunnen minder vitaal worden. Vaste planten groeien van binnen naar buiten. Door ze te scheuren en de buitenste, jonge delen terug te planten, geef je ze een welkome verjongingskuur.

Zo scheur je een plant

1. Verwijder eerst alle uitgebloeide onderdelen van de plant en graaf dan voorzichtig de kluit op. Zorg dat je zo veel mogelijk wortels meepakt. Schud de losse aarde van de kluit.

2. Kleinere planten of planten met een losse kluit kun je gemakkelijk met de hand uit elkaar trekken. Bij grotere planten steek je eerst een schep in de kluit en trek je het laatste stuk uit elkaar. Hoe meer je met de hand kunt doen, des te beter. Op die manier blijven de wortels het meest intact.

3. Leg de oudere delen uit het midden van de plant apart. Die kun je wegdoen. De jongere delen aan de buitenkant kun je opdelen in zo veel stukken als je wilt. Zo lang er aan elke ‘nieuwe’ plant maar een goede set wortels zit.

4. Meng wat compost en organische mest door de oude grond en zet dan de jonge delen weer terug. Druk de aarde aan en geef een flinke plens water.

5. Wil je planten weggeven? Dan kun je ze ook in een bak met verse potgrond zetten. Op die manier kunnen ze aansterken totdat ze bij hun nieuwe eigenaar zijn. Ook als je nog flink koud weer verwacht in het voorjaar, dan kun je de planten het beste eerst even laten aansterken in een pot in een kas, koude bak of serre.

6. Als de plant na het terug planten snel bloemen maakt, haal die de eerste weken nog even weg. De plant heeft eerst al haar energie nodig om opnieuw te wortelen in de grond.

Welke planten zijn geschikt?

De meeste vaste planten die in een polvorm groeien zijn geschikt om te scheuren. Hierbij kun je denken aan: Helleborus, Rudbeckia, Vrouwenmantel, Varens, Zonnehoed en siergrassen. En nog veel meer – te veel om op te noemen. Het liefst scheur je deze om de 4 à 6 jaar. Doe dit alleen als de planten gezond zijn.

Door planten te scheuren geef je de planten in de tuin een opknapbeurt. Én je kunt er andere tuinvrienden blij mee maken.

Zaaien voor beginners

6 veel voorkomende vragen over zaaien (en het antwoord)

Zelf bloemen of planten zaaien is superleuk en leerzaam. Het geeft veel voldoening om een complete plant te zien opkomen uit zo’n minuscuul zaadje. In de natuur gebeurt dit om de haverklap, maar wil je gericht plantjes zaaien voor je eigen tuin, dan is jouw eigen rol heel belangrijk. Wie voor het eerst aan de slag gaat met zaaien kan ontzettend veel informatie vinden op internet. Misschien wel té veel! In deze blog nemen we je stap voor stap mee in de zaaiwereld aan de hand van 6 veel voorkomende vragen over zaaien.

1. Welke planten kun je zaaien?

Alle planten met bloemen kunnen gezaaid worden, maar… niet elke plant laat zich gemakkelijk zaaien. Van nature groeien planten op de plek die het meest geschikt voor ze is. Zaadjes ontkiemen als de omstandigheden goed zijn: ze hebben een voorkeur voor een bepaalde grondsoort, temperatuur en voeding en een bepaalde hoeveelheid licht en vocht. Over het algemeen geldt dat planten die behoefte hebben aan een hoge temperatuur, moeilijker te zaaien zijn in Nederland.

Sommige planten kun je binnen voorzaaien (zie punt 4) en vanaf half mei in de volle grond zetten. Dit is na IJsheiligen als de kans op vorst nihil is en je planten niet meer kapot kunnen vriezen. Vaak zijn eenjarige planten gemakkelijker te zaaien dan vaste planten, heesters en bomen. Eenjarige planten zijn erop voorbereid dat ze alles in één jaar moeten doen: kiemen, groeien, bloeien en voortplanten. Het zijn planten die er echt zin in hebben! In dit filmpje wordt het verschil tussen eenjarige, tweejarige en vaste (eetbare) planten goed uitgelegd.

2. Met welke zaadjes kan ik het beste beginnen?

Je kiest natuurlijk de zaadjes van de planten die je graag in je tuin of op je balkon wil laten groeien. Relatief eenvoudige bloemen zijn: Goudsbloem, Korenbloem en Oost-Indische Kers. Deze zijn ook nog eens eetbaar! Andere makkelijk te kweken eetbare planten zijn bijvoorbeeld sla, wortel, koriander en radijs. Hou rekening met de zaaitijd: die staat altijd aangegeven op het zakje zaden dat je in de winkel koopt. Koop je zaden los (op een plantenmarkt of iets dergelijks)? Vraag er dan expliciet naar. Of google even op ‘zaaikalender’.

Kijk hier voor 10 eetbare planten die je vroeg in het jaar kunt zaaien.

3. Hoe weet je of de zaadjes nog goed zijn?

Het toverwoord is: kiemkracht. Hoe hoger de kiemkracht, des te meer kans dat de zaadjes ontkiemen (bij de juiste omstandigheden). Verse zaadjes hebben een hoge kiemkracht. Dat zijn bijvoorbeeld zaadjes die iemand het afgelopen seizoen zelf heeft verzameld uit eigen tuin. Die moeten in de tussentijd wel goed zijn bewaard: op een droge, koele plek. Zaadjes uit een zakje hebben vaak een houdbaarheidsdatum. Meestal wordt de kiemkracht van de zaden gegarandeerd tot twee jaar na aankoop, bij een dicht en goed bewaard zakje. Daarna kunnen ze het gerust ook nog doen, maar de kans dat ze niet ontkiemen wordt met het verstrijken van de tijd groter. Niets remt je om het toch te proberen. Je ziet het snel genoeg of de zaadjes uitkomen.

4. Welke planten moet je voorzaaien en hoe werkt dat?

De meeste planten kun je gewoon in de volle grond zaaien. Je zou ze ook binnen kunnen voorzaaien, omdat je dat leuk lijkt of omdat je je planten eerder wil oogsten. Maar het hóeft niet. Voorzaaien betekent dat je de zaadjes laat ontkiemen in potjes of zaaitrays op je vensterbank of in een kas. Zomergroenten als tomaat, courgette, komkommer en pompoen móet je rond april binnen zaaien, als je er in de zomer van wil eten. Ze hebben een lange periode van warmte en licht nodig om vruchten te kunnen maken. Jelle van de Makkelijke Moestuin legt uit hoe voorzaaien in zijn werk gaat (en waarom hij zo min mogelijk voorzaait).

5. Waar moet ik op letten bij het zaaien in mijn moestuin?

De meeste planten kun je meteen zaaien op de plek waar je ze wil hebben: in een bak op je balkon of in de volle grond in je tuin. Als je een zakje koopt, dan staat op het zakje hoe het moet. Het is belangrijk om je aan de beschrijving te houden, dus bestudeer deze goed! Bedenk vooraf hoeveel je gaat zaaien. Dertig kroppen sla krijg je waarschijnlijk niet in een week opgegeten, dus het is slimmer om niet dertig zaadjes in één keer in de grond te stoppen, maar bijvoorbeeld vijf tot tien, waarbij je er rekening mee houdt dat sommige zaadjes niet zullen ontkiemen.
Als je een moestuinbak hebt, dan kun je met je vinger gaatjes prikken op de aanbevolen zaaiafstand. Dat hoeft niet te diep te zijn: je zaait ongeveer twee keer zo diep als de grootte van het zaadje. Bij kleine zaadjes kun je een paar zaadjes per gaatje zaaien, dan is de kans groot dat er op die plek iets gaat groeien. Als er meerdere zaailingen verschijnen, dan hou je de sterkste over, de rest haal je weg. Daarna doe je een klein beetje aarde over de zaadjes en geef je voorzichtig water. Bij moestuinieren in de volle grond kun je werken met ondiepe geultjes om in te zaaien in plaats van gaatjes. Hou wel altijd de aanbevolen zaaiafstand aan!

IVN heeft hele goede moestuintips voor zaaien, inclusief het maken van een moestuinplan.

6. Hoe zaai ik bloemen in mijn border?

Vanaf half april kun je de meeste eenjarige bloemen rechtstreeks in je tuin zaaien. Om lang te kunnen genieten van je bloemen, kun je het beste op drie verschillende momenten zaaien. Als de ene set bloemen is uitgebloeid, komt de volgende bloemenpracht erachteraan! Maak je grond onkruidvrij en schoffel de aarde een beetje los. Strooi niet te veel zaadjes op een plek, maar zaai breeduit. Je kunt gerust verschillende bloemen door elkaar zaaien, als je dat mooi vindt. Als er te veel zaailingen opkomen, is het ook hier slim om de boel een beetje uit te dunnen. Op de website van Bolster zaden vind je handige tips voor het zaaien van bloemen, ook over grondsoorten waarmee je rekening moet houden.

Bij Steck vind je alles wat je nodig hebt voor je moestuin en je bloemenborders, waaronder biologisch zaaigoed van Bolster, en Buzzy. Onze medewerkers geven je graag advies!


 

10 Groenten en kruiden om aan het begin van de lente te zaaien

Niets zo lekker als de eerste zonnestralen van het jaar op je gezicht te voelen! Krokussen, narcissen en bloesem in de bomen brengen weer wat kleur in tuinen, parken en velden. Heb je ook zo’n zin om weer lekker aan de slag te gaan in de tuin? Je kunt nu al beginnen met het zaaien van allerlei groenten en kruiden. Maar: de nachtvorst is nog niet helemaal verdwenen en voor allerlei zaadjes is het nog veel te koud. Wat kan dan wel? Hieronder vind je 10 groenten en kruiden die je al vroeg in het jaar kunt zaaien.

1. (Mei)raap (en raapstelen)

De raap is een oudhollandse groente die je tegenwoordig niet zo vaak op je bord vindt. Toch is het een heerlijke knol met een scherpe, radijsachtige smaak. Vanwege de grote hoeveelheid vitamine C, kalium, vitamine K en mangaan kun je het gerust een supergroente noemen! Je kunt meiraap al in maart in je tuin zaaien en 6-8 weken later kun je ervan eten. Het mooie van deze groente is dat je de blaadjes ook kunt eten: dat zijn de welbekende raapstelen. Als het blad zo’n 30 cm hoog is, kun je het oogsten. Dat is meestal na zo’n 6 weken. Het is een gemakkelijke plant om te telen, dus perfect voor een beginnende moestuinierder.

2. Spruit

Spruitjes hebben begin maart nog graag een glazen dak boven hun hoofd als je ze zaait in de volle grond, maar eind maart doen ze het ook prima zonder. Als je de zaadjes in maart de grond in doet, dan kun je aan het einde van de herfst (eind november) genieten van je eigen spruitjes. Er zijn verschillende soorten spruiten, zorg dus wel dat je de frühsorten te pakken krijgt. Die zijn speciaal om in de lente gezaaid te worden. De spruit heeft veel ruimte nodig en de teeltduur is lang (5-6 maanden), maar het wachten wordt beloond: een plant vol spruiten levert een grote oogst op.

3. Radijs

De radijs is familie van de (bloem)kool. Het is een van de makkelijkst te kweken gewassen voor de beginnende moestuinier. Ze houden niet zo van vrieskou, maar in de vroege lente kun je ze prima zaaien in een pot. Tijdens koude nachten haal je ze even naar binnen. Zaai ze wel gelijk op de plek waar je ze oogst, want zaailingen verplanten werkt niet bij radijzen. Na ongeveer 7 weken zitten je eigen gekweekte radijsjes in je frisse salade.

4. Wortel

Ook worteltjes zijn heel geschikt voor beginnende moestuiniers. Je kunt ze vanaf maart in de volle grond zaaien en dan liggen ze in juni op het bord. Het duurt zo’n 1-2 weken voor de kiemblaadjes van de wortel de grond uit piepen. Na 3 weken is het verstandig om ze uit te dunnen, zodat iedere wortel genoeg ruimte heeft om te groeien. Net als bij radijzen werkt voorzaaien niet goed bij wortels, dus laat dat maar achterwege.

5. Snijbiet

Deze prachtige groente heeft een mooi palet aan kleuren en spreidt zijn bladeren als een soort van pauwenstaart. Ook dit zaadje kan in maart al de grond in. Het leuke is dat het blad steeds opnieuw aangroeit. Als de bladeren zo’n 10 cm zijn, dan kun je ze oogsten. Haal je een blad weg, dan groeit er een nieuw blad voor terug.

6. Peultjes

Peultjes: ook een makkelijke groente! Ze hebben weinig last van ziekten en plagen. En met een klein beetje humus groeien ze als een malle. Het zijn vrolijke klimmers, dus je moet ze wel opbinden, zodat ze de lengte in kunnen. Je kunt ze direct zaaien in de volle grond vanaf maart. Zorg wel dat je ze diep genoeg plant: zo’n 3-4 cm. De vogels lusten namelijk wel pap van deze zaadjes. Peultjes zijn ook weer zo’n twee-in-één groente. De peul is namelijk het hoesje van de doperwt. Je kunt deze vroeg oogsten als er nog geen erwtjes in zitten. Zodra er erwtjes bevatten wordt de peul minder smakelijk om te eten. Ga je juist voor de erwtjes, dan wacht je gewoon wat langer.

7. Prei

Prei is een plant voor de ervaren kweker. Je hebt er veel liefde, tijd en geduld voor nodig. Als beginnende moestuinierder kun je het beste beginnen met herfst- of zomerprei. Deze zaai je al in februari en maart. Ze kunnen goed tegen vorst. Net als spruitjes kun je prei pas in de herfst oogsten, maar zo kun je je vast verheugen op de heerlijkste maaltijden in het najaar!

8.  Knoflook

Knoflook is een stuk gemakkelijker dan prei. Deze smaakmaker ‘zaai’ je niet, maar ‘poot’ je. Voor de hoogste productie knoflook kun je ze het beste in de herfst poten, maar het kan ook nog tussen eind februari en begin april. Het grootste voordeel van deze makkelijk te kweken knol is dat het goede buren zijn voor aardbeien, wortelen, tomaten en aardappelen. Ze zullen elkaars groei versterken en knoflook beschermt de andere gewassen tegen plagen.

9.  Tomaten (op je vensterbank)

Tomaten zijn echte zomergroenten, maar ze hebben ongeveer vier maanden nodig om van zaad naar tomaat te gaan. Daarom moet je tomaten in Nederland binnen voorzaaien. En dat doe je het liefst rond eind maart. Als de vorst uit de grond is, kun je de voorgekweekte planten verhuizen naar de volle grond. Andere zomergroenten, zoals courgette, komkommer en pompoenen hoef je pas begin mei voor te zaaien.

10. Kruiden

Tuinkers, salie en peterselie zijn perfecte kruiden om vroeg in het jaar mee te beginnen. Tuinkers ontkiemt heel snel, dus je hoeft niet lang te wachten op resultaat. Je zaait het liefst tussen half februari en half april. Salie en peterselie kun je voorzaaien vanaf maart en in april in de grond zetten. Na 6-8 weken kun je ervan oogsten. Het zijn beide fijne smaakmakers en salie is ook nog eens lekker als thee.

Tot slot een bonustip voor mensen met fruitgewassen in hun tuin: Zaai vanaf half maart wat eetbare bloemen en kruiden in de buurt. Buiten dat het er leuk uitziet en weinig onderhoud vraagt, helpt het ook bijen te lokken. Die zorgen voor extra bevruchting en dus meer fruit in het najaar!

Lees hier waarop je moet letten als je gaat zaaien.



Tillandsia’s, luchtplantjes: hoe verzorg je ze?

Waarschijnlijk ken je ze onder de naam luchtplantjes, maar officieel heten ze Tillandsia’s. We hebben het over die grillig gevormde, exotische plantjes die geen aarde nodig hebben om te leven. In het wild groeien ze op rotsen en muren of op planten en bomen. Ze hebben amper wortels. Vocht en voedsel nemen ze op via de schubben op hun blad. In huis kun je ze ophangen aan een touwtje of los neerleggen op een bord of een stuk hout. 

Soorten

Er zijn meer dan 700 verschillende soorten Tillandsia’s. Ze behoren tot de Bromeliafamilie. Ze groeien in Midden- en Zuid-Amerika en in het zuiden van de Verenigde Staten. Veruit de meeste luchtplantjes die je in Nederland koopt, zijn epifyten. Deze groeien in het wild in regenwouden op andere bomen of planten, zonder dat ze zich eraan voeden. Sommige soorten krijgen prachtige bloemen. Hoe verzorg je deze buitenaards mooie plantjes? 

Licht en lucht

Tillandsia’s houden van licht, maar ze kunnen niet zo goed tegen direct zonlicht. Zeker niet in de zomer! Zet of hang ze bij een raam waar de zon niet de hele dag op staat. Ventilatie is ook belangrijk voor luchtplantjes. In de zomer kun je ze prima buiten neerzetten of hangen, zo lang ze maar niet in de volle zon staan.

Sproeien

Omdat de Tillandsia’s in onze huizen normaal gesproken in het regenwoud groeien, hebben ze behoefte aan een hoge luchtvochtigheid. Hang ze in de winter daarom niet dicht bij de verwarming. Als je badkamer voldoende daglicht heeft, dan is dat een perfecte plek voor een luchtplant. Besproei ze in de winter een keer in de twee weken met water. In de lente en de zomer doe je dit wekelijks. Regenwater is het beste water, omdat hier weinig mineralen in zitten die op het blad achter kunnen blijven. Dat in tegenstelling tot ‘hard’ kraanwater. 

Dompelbadje

Geef je Tillandsia af en toe ook eens een badje in plaats van een sproeibeurt. Dat vinden ze heerlijk! Dompel ze zo’n tien tot vijftien minuten onder in een badje met regenwater. Daarna hang je ze op een plek met lekker veel ventilatie, zodat ze goed opdrogen. Natte oksels vinden luchtplantjes helemaal niet fijn. Daar kunnen ze van gaan rotten.

Stekken

De meeste Tillandsia’s groeien niet zo snel. Als je ze hun gang laat gaan, dan krijgen ze steeds mooiere vormen. Wil je je luchtplantje vermeerderen, dan kun je een van de stekjes die aan de plant groeien eraf halen. Doe dat wel pas als deze minstens half zo groot is als de rest van je plantje. Dan heeft ie de grootste overlevingskans. 

Bij Steck zijn heel veel verschillende soorten Tillandsia’s te koop. Kom je een keer kijken? 

Hoe ontwerp je een mooie border?

Een goed ontworpen border is het hele jaar door een lust voor het oog. Bovendien scheelt het je een boel onkruid wieden. Maar hoe krijg je zo’n mooie border? Er zijn boeken en websites met kant-en-klare beplantingsplannen. Het voordeel daarvan is dat iemand al heeft uitgezocht welke planten goed combineren. Maar het leukst is om zelf een ontwerp te maken. Ben je onzeker over het zelf ontwerpen van een border? Begin dan met een kleine border of een deel van een border. Je zult zien dat je na een jaar al heel veel geleerd hebt!

Wat voor soort border wil je?

Je staat op het punt om een levend kunstwerk te creëren, met ontzettend veel mogelijkheden. Denk eerst na over hoe je border er globaal uit moet komen te zien. Welke kleuren en vormen moeten erin terugkomen? Vind je het belangrijk dat er in de winter ook nog wat groens te zien is? Wil je een of meerdere bomen in je border (en is daar ruimte voor)? De vorm van je border maakt ook uit: als je de randen laat golven, dan ziet het er natuurlijker uit. Of misschien hou je juist van een lekker strak design, dan maak je een hoekige border.

Bestaande border aanpassen

Je kunt een geheel nieuwe border maken, maar je kunt ook een bestaande border aanpassen. Als je daarvoor planten moet verplanten, dan kun je dat het beste in de rustperiode van de planten doen, als het niet vriest. Dat betekent in maart of april, of juist in de herfst. Onderzoek ook welke grondsoort je hebt. En kijk hoeveel zonlicht er door de dag heen op de border valt. Dat moet je weten bij het uitkiezen van de planten. 

Plattegrond tekenen

Voor het maken van een overzichtelijke plattegrond zijn allerlei onlineprogramma’s, maar het kan ook prima met potlood en (ruitjes)papier. Teken op schaal een plattegrond van de border. Je hoeft nog niet te weten welke planten je precies wilt planten. Als je dat al wél weet, dan kun je bij het tekenen uitgaan van de botanische kenmerken van deze planten. Die vind je op de plantenlabels, en in allerlei (online) plantenencyclopedieën. Verderop komen we hierop terug.

In dit voorbeeld gaan we ervan uit dat je nog niet zo veel planten kent. Je begint met een ontwerp op basis van gewenste grootte en vorm en daar ga je later de planten bij zoeken. Met een passer (of uit de losse hand) maak je cirkels die de grootte van de planten aangeven. Je gaat hierbij uit van de plant in volgroeide staat.

Eerst teken je de struiken en de bomen in, waarmee je de infrastructuur van je border aangeeft. Vaak is het handig om die achterin te plaatsen, maar een boom of een wat hogere struik voorin kan juist zorgen voor een speelser ontwerp. Vervolgens teken je hoge planten in die niet heel breed uitwaaieren, zoals bepaalde grassen. Die zou je als kegels kunnen tekenen omdat ze echte blikvangers zijn in je tuin. Daarna teken je planten die niet groter worden dan 1,5 meter, daarna planten tot 1 meter, planten tot 50 cm en tenslotte de bodembedekkers. Zorg dat alle planten samen in volgroeide staat de hele bodem bedekken. Dat ziet er mooi uit en je zult minder hoeven schoffelen.

Kleuren en vormen uitkiezen

Op je plattegrond zie je nu hoeveel planten je nodig hebt van welke grootte. Nu kun je kleur gaan inbrengen in je ontwerp. Geef de cirkels de kleuren die jij bij elkaar vindt passen. Vaak werkt het goed om met grote kleurvlakken te werken. Ook is het mooi om te spelen met verschillende vormen: wissel schermbloemen als venkel of ribzaad af met aarvormige bloemen als kattenstaart en Salvia nemorosa. Er zijn ook bolvormige bloemen (sierui en kogeldistel), pluimbloemen (Astilbe) en margrietachtige bloemen. Door te variëren in kleur, hoogte en vorm kun je prachtige plantcombinaties maken. Zeker bij de wat lagere planten is het mooi om meerdere exemplaren van een bepaalde plant bij elkaar te zetten. En om groepjes planten op andere plekken in je border terug te laten komen. 

Bloeitijd

Als je het hele jaar wilt genieten van een bloeiende tuin, let dan op de bloeiperiode van de planten. De meeste planten bloeien tussen juni en augustus, dus kijk specifiek uit naar planten die het bloeiseizoen rekken. Er zijn zelfs planten die al in januari bloeien, zoals bepaalde soorten van de kerstroos (Helleborus) en sneeuwklokjes.

Planten uitkiezen

Het uitkiezen van de planten is uiteindelijk het meeste werk, omdat je rekening moet houden met heel wat factoren: kleur, vorm, hoogte, bloeitijd. Er zijn heel veel boeken met plantenlijsten, waarin je alle nodige kenmerken terugvindt, zoals de zeer uitgebreide Tuinplantenencyclopedie op kleur van Modeste Herwig. Ook de online plantenencylopedie van de Tuinen van Appeltern is heel handig. Je kunt hier onder andere selecteren op plantkleur, standplaats en bloeiperiode.  Als je border in de (half)schaduw ligt, dan kun je de lijsten met zonneminnende planten links laten liggen en andersom. Dat scheelt! Hou er ook rekening mee dat de planten die je uitkiest het goed doen op de grondsoort in je tuin.

Inheemse planten

Wil je de natuur in Nederland een handje helpen? Zorg er dan ook voor dat je inheemse planten in je border zet. Dat zijn planten als bosrank, maagdenpalm en kamperfoelie, die van nature veel in ons land voorkomen. Insecten en vlinders hebben deze planten nodig om te kunnen overleven. In deze blog leggen we het belang van inheemse planten uit.

Zoek je inspiratie voor je ontwerp? De Tuinen van Appeltern en VT Wonen hebben veel voorbeelden van mooie borders op hun site staan. Hou je van vaste planten? Volg dan @pietoudolf op Instagram. Hij is een van de beste Nederlandse tuinontwerpers.

Hoe gaat het met de Voedseltuin?

Radijsjes en peultjes en een paardebloem

Twee jaar geleden werd het kale asfalt naast de kassen van Steck omgetoverd tot een prachtige moestuin. Inmiddels werken er vrijwilligers uit Overvecht, die in ruil voor hun inzet een deel van de oogst mee naar huis nemen.

Maar de groente vinden ook hun weg naar jouw bord. Als je hebt geluncht in ons tuincafe heb je waarschijnlijk ook Voedseltuingroenten gegeten. Tuincafé Noordertuin maakt namelijk dankbaar gebruik van een deel van de oogst. Dit is een mooie ontwikkeling: vrijwilligers en bezoekers kunnen hun eten direct zien groeien, zo lokaal als het maar kan. Zelfs nu, in de winter, kan er geoogst worden. Met name palmkool en boerenkool staan op het menu.

boerenkool in de voedseltuin met de noordertuin op de achtergrond
Boerenkool in de Voedseltuin

Plannen voor de toekomst

Maar Mark Verhoef, de coördinator van de Voedseltuin, wil meer. ‘Het idee van de oprichting van de Voedseltuin was altijd al met in ons achterhoofd: een Overvechts netwerk oprichten, zodat zoveel mogelijk groente de weg naar de wijk kan vinden. Daarom ben ik nu met mijn collega Caro op zoek naar allerlei initiatieven, groepen en organisaties die daaraan bij kunnen dragen.’

Nieuwe uitdagingen

Mark wil graag de hele wijk Overvecht van gezond voedsel voorzien. Dat kan direct afkomstig zijn uit een van de drie Voedseltuinen, maar in de toekomst misschien ook wel van lokale boeren of andere moestuinen die oogst opleveren. Om te zorgen dat die oogst zo veel mogelijk mensen kan bereiken, is hij in gesprek met verschillende locaties in Overvecht waar buurtbewoners mee kunnen eten. Uit die gesprekken blijkt enorm veel interesse voor een lokale oogst, maar ook nieuwe uitdagingen. Want een lokale oogst betekent ook een wisselend aanbod in groente. 

‘Zo zijn we bijvoorbeeld in gesprek met Buurttafels in Overvecht, over de manier waarop ze meer gebruik kunnen maken van seizoensgroenten,’ vertelt Mark. ‘Alleen de afhankelijkheid van seizoensgroente zorgt voor wisselende oogst en dat vergt best wat creativiteit van de koks die daar werken. Om koken met seizoensgroente makkelijker te maken, is bijvoorbeeld het idee ontstaan om een “‘wijk-kookboek’” maken met recepten die bij het seizoensaanbod passen.’

Vrijwilligers hard aan het werk in de Voedseltuin bij Steck
Vrijwilligers hard aan het werk in de Voedseltuin bij Steck

Een voedselnetwerk in Overvecht

Om ervoor te zorgen dat gezond, vers, duurzaam en lokaal voedsel voor iedereen toegankelijk is, is het belangrijk dat lokale partijen samenwerken. Zodat biologisch voedsel uit de buurt bijvoorbeeld niet alleen te koop is bij duurdere winkels, maar juist ook beschikbaar is voor mensen met een kleinere portemonnee.

Daarom spreken Mark en Caro met lokale horecaondernemers, boeren, moestuineigenaren en diverse inwoners uit Overvecht om te kijken waar ruimte is voor samenwerking. ‘Aan het einde van de verkenning willen we de voedselstromen binnen de wijk zo veel mogelijk in kaart te brengen,’ zegt Mark. 

Voedsel in de toekomst

Mark droomt van het oprichten van een coöperatieve supermarkt. Eentje die beheerd wordt door bewoners en lokale ondernemers en bevoorraad door lokale leveranciers. Door dat lokale beheer dient zo’n supermarkt niet de doelen van zo veel mogelijk geld verdienen, maar die van de wijk zo gezond mogelijk houden.

‘Het zou moeten gaan om een groter verhaal dan “wij verkopen eten omdat jij een lunch nodig hebt”,’ vertelt Mark. ‘Dat grotere verhaal moet zijn: ik verkoop lokaal eten uit Overvecht en omgeving rekening houdend met de wijk, de mensen, biodiversiteit en gezondheid.’

Meer weten of bijdragen?

Ben jij nou een creatieve kok, handige harry, of groene ondernemer met een hart voor duurzaam, lokaal en sociaal ondernemen? Of denk je op een andere manier bij te kunnen dragen aan een Overvechts voedselnetwerk, bijvoorbeeld door kennisdeling, donaties of arbeid? Laat het Mark en Caro weten! Mail naar info@voedseltuinovervecht.nl

Het werk in de Voedseltuin gaat ondertussen gewoon door. Nu het winter is, zie je daar nog niet zoveel groeien, maar straks in de lente explodeert het smakelijke groen de tuin uit.

Een ode aan de kamerplant: wat een plant voor je kan betekenen

een mooie caladium, kamerplant

Er zijn zoveel mooie planten op de wereld! Een deel daarvan doet het goed in je huiskamer. Planten zijn niet alleen mooi, ze hebben ook veel andere bijzondere eigenschappen waar je je voordeel mee kan doen. Lees hier waarom het een goed idee is om die groene schepsels in huis te halen.

Planten zijn prachtig om naar te kijken

Planten zijn gewoon erg mooi! Diepgroen, wijnrood, gespikkeld of gestreept: er zijn prachtige bladeren, stengels en stelen in de plantenwereld die je huis net dat extra’s geven. Of je nou een smalle, hoge plek hebt of een brede, lege plank: voor elk plekje is een plant(je).

Door je plant te combineren met een mooie pot kun je je persoonlijkheid laten spreken. Je kunt alle kanten op.

Planten zorgen voor (gezonde) lucht

Planten maken zuurstof, essentieel voor alle levende wezens op aarde. Dat doen ze ook nog eens op basis van een gas waar wij niks aan hebben: CO2. Kan het nog geweldiger? Ja! Planten kunnen ook nog eens schadelijke stoffen uit de lucht halen, ontdekte NASA. Planten zuiveren onder andere benzeen of formaldehyde uit de lucht, stoffen die bijvoorbeeld uit de lijm van meubilair kunnen ontsnappen.

Het is moeilijk te zeggen hoeveel planten je precies moet hebben om alle lucht in je huis te zuiveren. Elke huiskamer is uniek, en ook de hoeveelheid ventilatie (open ramen en deuren) heeft invloed op de luchtkwaliteit. Wil je het luchtzuiverende effect van planten vergroten? Haal dan vooral veel kamerplanten in huis, blijkt uit onderzoek van de Keuringsdienst van waarde

Planten laten je altijd iets nieuws zien 

Je hebt een tijdje je planten niet goed bekeken, en wat blijkt? Je plant is opeens twee keer zo groot geworden, is tegen de muur op gaan klimmen of heeft een prachtig nieuw blad gemaakt. Verrassing!

Ook als je planten schijnbaar stil lijken te staan, kan het goed zijn dat er in de pot van alles gebeurt, zoals de aanmaak van nieuwe wortels. Planten zijn levende wezens die constant in beweging zijn. In de winter doen de meeste planten het wat rustiger aan. Zodra de dagen weer langer worden zie je dat planten ook langzaam weer wakker worden. Opeens zit er een knop aan je orchidee of een nieuwe scheut aan je gatenplant.

Sommige planten kan je zelfs zien bewegen. Planten als de Marantha (bidplant), Calathea en Oxalis klappen ‘s nachts hun blaadjes op en klappen ze overdag weer open. Zoals je kan zien in dit filmpje.

Planten leren je van alles over de natuur

Planten zijn een weerspiegeling van hun natuurlijke habitat. Haal je een plant in huis, dan komt ook de natuurlijke habitat van die plant mee! Zo zijn de scherpe stekels van de cactus bedoeld om zijn waardevolle wateropslag te beschermen tegen dorstige dieren in een droge woestijn. En kunnen behaarde blaadjes van planten een teken zijn dat ze in het wild op winderige plekken groeien (de haartjes vormen dan een barrière waardoor water minder snel uit het blad verdampt).

En ken je de gaten in de blad van de gatenplant Monstera Deliciosa? In een dichtbegroeid oerwoud waar het vochtig en warm is, is er een constante strijd tussen planten om genoeg licht op te vangen. De gaten van de Monstera zijn er waarschijnlijk zodat de plant optimaal licht kan opvangen zónder daarvoor een groter bladoppervlak te hoeven maken (wat veel energie kost en kwetsbaar is). 

Planten kun je delen

Van de meeste planten kan je er ook makkelijk meer maken door het nemen van stekjes, of het opdelen van de plant. Op die manier kun je je favoriete plant ruilen of weggeven. Zo maak je ook een ander blij, zonder dat je je hele plant weg moet geven. En daarna groeit ‘ie gewoon weer door!

De graslelie is bij uitstek geschikt om te delen: ze maken super snel nieuwe stekjes, zijn makkelijk te verzorgen én groeien als een tierelier.

Planten zorgen ervoor dat je je beter voelt

Doordat de mens vroeger constant in de natuur was, voordat we met zijn allen in grote steden gingen wonen, zijn we helemaal aangepast op het leven in het groen. We hebben dus een soort aangeboren liefde voor de natuur. ‘Biophilia’ heet dat. Doordat planten ons in contact brengen met onze ‘natuurlijke habitat’ van vroeger, voelen we ons thuis en prettig tussen planten.

Benieuwd welke plant het beste bij jou past? Kom langs bij Steck voor uitgebreid plantenadvies. Als je op zoek bent naar een kamerplant voor in de schaduw, kun je alvast de blog lezen over ‘kamerplanten voor donkere hoekjes’.

7 tips om je orchidee weer tot bloei te brengen

phalaenopsis orchidee in bloei

Je kent het wel: je valt als een blok voor een orchidee. Een paar weken geniet je elke dag van de kleurenpracht, maar op een dag beginnen de bloemetjes een voor een uit te vallen. Wat overblijft, is een zielige verzameling bladeren met een droog takje in het midden. Sommige mensen gooien de plant op dat moment weg, maar dat is helemaal niet nodig! In deze blog leer je alles over orchideeën, zodat je straks alleen nog maar bloeiende orchideeën om je heen hebt. Dit zijn 7 belangrijke tips om je orchidee te laten bloeien:

1. Ken de naam van je orchidee

Er zijn heel veel soorten orchideeën, een stuk of 28.000. En elke soort heeft haar eigen gebruiksaanwijzing. De orchidee die je het meest tegenkomt in tuincentra en supermarkten, is de Phalaenopsis. De tips in deze blog zijn vooral van toepassing op deze soort. Heb je een andere orchidee? Neem dan eens een kijkje op het Youtube kanaal van MissOrchidGirl voor meer tips.

2. Houd rekening met de seizoenen

De meeste orchideeën bloeien maar 1 of 2 keer per jaar. Als jouw orchidee net is uitgebloeid, kan het even duren voordat ze weer opnieuw bloeit. Het voordeel is wel dat als ze bloeit, je ook meteen meerdere weken, en soms maanden, van de bloemen kan genieten.

3. Knip de oude bloemstelen helemaal onderaan af

Sommige mensen raden je aan om een uitgebloeide steel af te knippen tot boven het 3e ‘oogje’. Op die manier stimuleer je de orchidee om opnieuw te gaan bloeien. Vaak lukt dat inderdaad. Het kost de orchidee alleen wel veel energie om meteen na de vorige bloei nieuwe bloemen te maken. Als je de orchidee ‘dwingt’ om nog een keer te gaan bloeien, houdt ze minder energie over voor het maken van bladeren en wortels. En die zijn nou juist belangrijk voor een gezonde plant én voor de volgende bloei! Daarom kun je beter de oude bloemstengel helemaal onderaan afknippen. Zo weet de orchidee dat het tijd is om energie te steken in de bladeren en wortels.

4. Zorg voor genoeg licht

Ook al groeien orchideeën in de schaduw van andere planten, ze bloeien het mooist als ze genoeg licht krijgen. Te weinig licht en je krijgt weinig of geen bloemen. Dat betekent niet dat je orchidee elke dag moet bakken in de zon, maar een beetje direct zonlicht gedurende de dag geeft de orchidee energie om bloemen te maken. Een plekje waar in de ochtend of de namiddag zon op valt is perfect.

Orchideeen in het wild
De natuurlijke habitat van de orchidee: op boomstammen, tussen het mos en varens

5. Niet te weinig, en niet te veel water

Orchideeën groeien in het wild op boomstammen. Daar ‘plakken’ ze met hun wortels tegenaan en vangen het water op dat langs de bomen naar beneden sijpelt. De boom heeft  geen last van de orchidee. De wortels van een orchidee groeien niet in de aarde en staan in direct contact met de lucht. Door die ventilatie drogen de wortels relatief makkelijk op.

Voor jouw orchidee betekent dat dat ze het liefst niet te nat staat. Als je twijfelt: liever wat te droog dan te nat. Zie je dat de bladeren gaan rimpelen en slap worden? Dan is het tijd voor een slokje water. Je orchidee extra verwennen (en verleiden tot meer bloemen)? Voeg in de lente en zomer wat orchideeënvoeding toe aan het water, die voeding kan je bij Steck vinden op de meststoffen afdeling.

6. Gezonde wortels doen wonderen

Benieuwd of je orchidee bloemen gaat geven? Check de wortels! Gezonde wortels zijn zilver als ze droog zijn en groen als ze nat zijn. Ze voelen stevig aan als je er in knijpt. Wortels die actief aan het groeien zijn, hebben groene of rozige groeipunten. Hoe meer wortelgroei, hoe waarschijnlijker het is dat je orchidee blij is en bloemen kan geven. Ook als je orchidee nog niet in bloei is, heb je dus iets om naar uit te kijken. Gezonde wortels zijn een voorbode van mooie bloemen!

Te veel water en een potgrond die niet luchtig genoeg is, resulteert al snel in wortelrot. De wortels worden dan grijs of zwart, en voelen hol aan. Zet een orchidee daarom nooit in normale potgrond, dat bevat veel te weinig lucht en blijft te lang nat. Om het ons makkelijker te maken bestaat er speciale potgrond voor orchideeën, dat is vaak een mix van boombast en luchtige vezels. Die potgrond vind je bij Steck op de potgrond afdeling. Je kunt ook uitsluitend boombast gebruiken.

Een bloeiende orchidee in het wild met gezonde wortels
Een wilde orchidee op een boomstam. Met gezonde, groene wortels

7. Zorg voor de juiste temperatuur

De meeste orchideeën groeien actief in de zomer. Dan maken ze nieuwe bladeren en wortels. Zodra het een tijdje wat kouder is, gaan orchideeën over tot het maken van bloemen. Tussen het verschijnen van een nieuwe bloemstengel en het uitkomen van de bloemen kan zo een maand of 3 zitten, je moet dus best wat geduld hebben.

Heb je een huis met een vrij constante temperatuur door het jaar heen? Probeer dan je orchidee in de herfst een tijdje op een wat koelere plek te zetten. Een plekje op de vensterbank, bij het raam, is soms wat koeler. Of misschien in een kamer die je in de winter minder verwarmt. Laat de orchidee daar staan tot je het begin van een bloemstengel ziet verschijnen. Op dat moment kun je de orchidee weer in een warmere kamer zetten. Let op dat de temperatuur niet veel lager dan 15 graden is, dat is voor een orchidee iets te koud.

Het verschil tussen een bloemstengel en wortels van een orchidee
Op deze afbeelding zie je een nieuwe bloemstengel (groen) en gezonde wortels (zilverkleurig).

Bloeiende orchideeën vind je het hele jaar door. Dat komt doordat de kweker de temperatuur in de kassen verlaagt, daardoor denkt de orchidee dat het tijd is om te bloeien. Het kan zijn dat je nieuwe orchidee daarom een beetje in de war is met de seizoenen; waar ze eigenlijk hoort te bloeien in het voorjaar, bloeit ze misschien al in het najaar. Dat is helemaal niet erg, je zal zien dat als je de orchidee wat langer hebt, ze zich langzaam aanpast aan de seizoenen.

Denk je nou: “jeetje, wat duurt het lang voordat mijn orchidee weer bloeit”? Zorg dan voor een paar ‘gezelschapsplanten’. Die zet je naast of om je orchidee heen, zodat je orchidee wat aantrekkelijker is om naar te kijken wanneer er geen bloemen zijn. Én tegelijk zorgt een groepje planten ervoor dat de luchtvochtigheid wat hoger is rondom de orchidee, dat kan ze erg waarderen!

Bij Steck vind je altijd Phalaenopsis orchideeën, van de klassieke witte tot mini’s. Daarnaast hebben we een wisselend aanbod, bijvoorbeeld een van onze favorieten: de geurende Phalaenopsis. Ook hebben we vaak Oncidiums, Cattleya’s, Jewel orchids, Cymbidiums, Dendrobiums, venusschoentjes (Paphiopedilum) en andere soorten.

Een uitgebloeide Phalaenopsis orchidee tussen kamerplanten
Een uitgebloeide Phalaenopsis orchidee tussen gezelschapsplanten

Rouwvliegjes bestrijden

Iedereen met planten in huis krijgt er weleens mee te maken: van die vervelende, kleine vliegjes rond je planten. Ze lijken op fruitvliegjes, maar dan kleiner. Als je niet oplet, worden het er al snel een heleboel! Wat te doen? Hieronder vind je een aantal tips.

Wat is een rouwvliegje?

Een rouwvliegje lijkt dan wel op een vlieg, maar het is eigenlijk een mug. Een mini-mug. Die niet steekt. En hij houdt ook al niet van vliegen. Daarom zie je ze vaak een beetje rondlummelen ergens. Ze wandelen wat en dan vliegen ze een kort stukje. Ze komen niet specifiek op fruitafval af. Vaak zitten ze op of rond je plant. Als je water geeft, vliegen ze op. De officiële naam van deze beestjes is varenrouwmug en ze zijn heel goed in zich voortplanten. Ze leggen wel 200 eitjes per keer. De larven voeden zich voornamelijk met dood organisch materiaal. Over het algemeen hebben gezonde planten daar niet veel last van, behalve als ze nog jong zijn. Daarnaast zijn die vliegjes in je huis (en in je gezicht) niet bepaald prettig.

Rouwvliegjes voorkomen

Vaak komen rouwvliegjes of hun larven je huis binnen via nieuwe planten die al geïnfecteerd zijn of via verse potgrond. Aangezien je dit op het eerste oog meestal niet ziet, kun je het niet altijd voorkomen dat de vliegjes ook jouw huis aandoen. Als je vliegjes ontdekt bij een bepaalde plant is het slim om deze plant zo snel mogelijk te isoleren. Rouwvliegjes verspreiden zich maar al te graag over meerdere planten(potten). 

Een vliegje op het blad van een ‘vetblad’ (Pinguicula)

Niet te veel water

Rouwvliegjes leggen hun eitjes in vochtige aarde. Hoe natter je potgrond, des te aantrekkelijker deze is voor rouwvliegjes. Let er dus op dat je je planten niet te veel water geeft. Dat is ook niet goed voor je plant, want daardoor kunnen de wortels gaan rotten. Als je je plant per ongeluk te veel water hebt gegeven, giet er dan zo veel mogelijk water uit (voor zover mogelijk) en laat de aarde uitdrogen. Kijk hoe ver je kunt gaan, zonder dat je plant er te veel last van heeft. De ene plant kan hier beter tegen dan de ander.

Aarde (deels) vervangen

Bij een ernstige infectie kun je ervoor kiezen om de aarde te vervangen door nieuwe potgrond. Wees voorzichtig met de wortels en spoel ze goed af. Let op: deze optie is nogal stressvol voor je plant en de kans dat je larven mist, is aanzienlijk. Omdat de larven in de bovenste laag potgrond zitten, kun je ook de bovenste vijf centimeter aarde tijdelijk vervangen door een laag zand. Doordat zand zo fijn is, komt er geen zuurstof doorheen. Hierdoor sterven de larven af. Bovendien zitten er geen voedingsstoffen in, waardoor het niet aantrekkelijk is voor rouwvliegjes. Haal het zand na een paar weken weer weg, want anders krijgt je plant te weinig zuurstof.

Aaltjes

De meest beproefde, natuurlijke methode voor het bestrijden van rouwvliegjes is het inzetten van aaltjes. Dit zijn minuscule rondwormen, die de larven van de rouwvliegjes binnendringen en infecteren met een bacterie. De larven gaan hierdoor dood. De aaltjes koop je in een zakje en meng je met je gietwater. Als de aaltjes geen larven meer kunnen vinden, dan gaan ze zelf ook dood. Je plant merkt verder niets van dit proces. 

Pinguicula’s inzetten

Aaltjes maken korte metten met de larven, maar intussen vliegen de volwassen rouwvliegjes nog rond. Die kun je bijvoorbeeld vangen door een Pinguicula (of: vetblad) bij de geïnfecteerde plant te zetten. Op de bladeren van deze vleesetende plant zitten kleine, klevende dauwdruppels die lekker ruiken voor insecten. Kleine insecten als de rouwvlieg blijven plakken aan het blad en worden uiteindelijk ‘geconsumeerd’ door de plant. Pinguicula’s krijgen prachtige paarse bloemetjes, waardoor ze niet alleen nuttig maar ook nog eens heel charmant zijn. 

Pinguicula in bloei

Plakstrips

Wil je geen pinguicula in huis halen, maar wil je wel graag dat de volwassen rouwvliegjes ergens op blijven plakken? Dan zijn er ook handige plakstrips die je in je planten kan hangen of in de aarde kan steken. Zodra het vliegje daarop landt, plakt ie vast aan de strip (zoals je kan zien op de foto bovenaan deze pagina).

Gezonde planten

Het beste algemene advies om plantenplagen te voorkomen is om je planten zo gezond mogelijk te houden. Zet ze op de juiste plek, geef ze voldoende water en voeding. Sterke planten zijn beter bestand tegen plagen. En áls ze geïnfecteerd worden, dan kunnen ze beter weerstand bieden.