Tuinkalender juli: Welke tuinklussen doe je in juli?

Het fijnste seizoen van het jaar is in volle bloei. Heerlijk, de zomer die eindelijk haar intrede heeft gedaan! Maar welke tuinklussen kun je in juli doen in de tuin of op het balkon? In dit artikel geeft Steck je 5 fijne tips om je buitenruimte optimaal te benutten deze zomer.

1. Maaien

Voor de gelukkigen onder ons met een gazon: je mag nog steeds aan de bak! Elke week het gras maaien, dat is jouw taak in de maand juli. Heb je geen idee wat je precies moet gebruiken, of ben je toe aan wat nieuw tuingereedschap? Bij Steck kun je terecht voor handmaaiers, maaimachines en trimmers. Je vindt er zowel hand-, als elektrisch gereedschap.

2. Zet hoge planten en klimplanten vast

Onze zomers zitten vol (weers)verrassingen. Van extreme hitte tot stormen met hoosbuien en zelfs hagel. Zet hoge planten en klimplanten daarom goed vast. Zo kunnen ze niet omknakken als er ineens een intense bui langskomt. 

3. Water, water, water

Met stijgende temperaturen, stijgt ook de hoeveelheid water die je tuin nodig heeft. Geef vooral extra aandacht aan de moestuin en kuipplanten, als je die hebt. Plant je nieuwe planten aan? Geef ze dan meer water dan je in een andere tijd van het jaar zou doen. Ze hebben het nodig! 
Lekker duurzaam: geef je tuin water uit de regenton en doe dit in de vroege ochtend of late avond om verdamping tegen te gaan. Heb je nog geen regenton en woon je in Utrecht? Dan krijg je nog tot eind oktober € 40,00 korting op een regenton bij Steck. Geen idee hoe je er een moet aansluiten? In dit blog leggen we het je uit.

4. Kamerplanten naar buiten

Heb je veel (grote) kamerplanten? Zet ze in de zomermaanden lekker buiten! Ze worden blij van de frisse buitenlucht en het extra licht. Geef ze ook een goede douche met de tuinslang: dan zijn alle bladeren meteen stofvrij. Win-win, toch?

Zet je kamerplanten op een warme, beschutte plek en niet meteen in de volle zon. Begin bijvoorbeeld op een dag met bewolking en laat de planten rustig wennen aan steeds meer zon en warmte. Houd ook rekening met de lichtbehoefte van je planten. Waar je ook op moet letten: dat de buitentemperatuur (vooral ‘s nachts) niet onder de 15 graden Celsius komt. Onder de 15 graden is het te koud voor de meeste kamerplanten. Zakt de buitentemperatuur te ver, dan kunnen deze planten zelfs bevriezen. Vergeet ze dus vooral niet op tijd weer naar binnen te halen. 

5. Zaaien

Wist je dat je ook in deze eerste zomermaand gewoon kunt zaaien? Zaadjes van groenten als radijs, rapen, pluksla, spinazie, tuinkers, rapen, wortels, andijvie, paksoi en Chinese kool kun je deze maand uitermate goed in de grond stoppen. Geef ze wel iets meer water dan je in een andere periode van het jaar zou doen, vanwege de warmte. Bekijk de zaaikalender van De Bolster om te zien welke groenten je nog meer kunt zaaien in juli. De biologische zaden van De Bolster vind je bij Steck. Kijk gerust ook bij De Voedseltuin bij Steck voor meer inspiratie.

In een notendop

Deze klussen pak je op in juni:

  • Maaien en de tuin goed onderhouden 
  • Hoge planten en klimplanten vastzetten
  • Veel water geven 
  • Kamerplanten lekker buiten neerzetten
  • Zaadjes zaaien in de moestuin 

En vergeet deze maand vooral niet extra te genieten van het buitenleven! Heb je zin in nieuwe tuinaccessoires, tips nodig over plantenvoeding of ben je toe aan een nieuwe tuinbank, parasol, tafel, of loungeset? Van kleine banken voor je geveltuin tot tafels en stoelen voor op je balkon: ook hiervoor kun je terecht bij Steck! Benieuwd naar ons hele assortiment? Neem gerust hier een kijkje.

Je planten verzorgen tijdens je vakantie

Je planten verzorgen tijdens je vakantie

5 tips om je planten water te geven terwijl je er niet bent

De vakantie komt er weer aan en oh, wat hebben we er zin in! Maar wat te doen met je planten? Hoe ga je ze van water voorzien als je een paar weken weg bent? We geven 5 tips om je planten water te geven tijdens je vakantie zonder dat je steeds op en neer hoeft. Kun jij tenminste écht genieten van je uitzicht op de zee/bergen/bossen/ondergaande zon. 

1. Vraag iemand uit de buurt (liefst iemand met ‘plantenervaring’)

Als je iemand kent die je planten wil verzorgen, dan is dat absoluut de makkelijkste optie. Zet de gieter en alle planten bij elkaar in het zicht, zodat je buurman of je zus er geen speurtocht van hoeft te maken. Bedenk ook of je buitenplanten aandacht nodig hebben, bijvoorbeeld als er weinig regen wordt voorspeld of als je planten hebt die onder een afdak staan. Potplanten hebben op zomerse dagen dagelijks water nodig. Bespreek dit met je plantenoppas. Als deze weinig ervaring heeft met groen, wees dan heel duidelijk over de hoeveelheid water per plant. Waarbij het aloude adagium geldt: beter te weinig dan te veel water.

2. Zet je planten bij elkaar

Planten vinden het over het algemeen heel fijn om dicht bij elkaar te staan. Samen creëren ze een microklimaat met meer luchtvochtigheid, omdat planten (als ze genoeg water krijgen) water uitwasemen via hun bladgroen, vooral als ze grote bladeren hebben. Planten profiteren zo van elkaars vocht. Ideaal! Belangrijk hierbij is dat ze niet op de tocht staan en niet in direct zonlicht.

Door je planten bij elkaar te zetten zorg je voor een gunstig microklimaat | Bron: Gruun

3. Zorg voor voldoende licht

Als je je rolluiken voor drie weken omlaag rolt, dan tref je bij thuiskomst geen happy jungle aan. Planten hebben licht nodig voor de fotosynthese, en zonder gaan ze dood. Maak het niet te donker voor ze tijdens je afwezigheid. Een beetje minder licht is overigens prima. Heb je lichte gordijnen, dan kun je die best dichttrekken. Heb je planten op een vensterbank waar de zon op staat? Zet die dan wat verder in de kamer: dan drogen ze minder snel uit.

4. Geef water voor je vertrekt, maar zéker niet te veel

De verleiding is groot om je planten extra veel water te geven voor je op vakantie gaat. Doe het niet! Natuurlijk moet je ze water geven, maar als er water onder in de pot blijft staan, dan is de kans groot dat de wortels van je plant gaan rotten. Planten houden nu eenmaal niet van natte voeten. En aarde die continu nat is, is een aantrekkelijke voedingsbodem voor rouwvliegjes. Daar zit je ook niet op te wachten als je terugkomt van vakantie. Gewoon water geven zoals je altijd doet dus.

5. Gebruik een watergeefsysteem

Voor je kamerplanten bestaan handige druppelaars die je planten voor langere tijd voorzien van water. Zoals de Aqua Care druppelaars van Elho. Deze zijn gemaakt van gerecycled plastic en hebben daardoor minder impact op het milieu. Voor je tuinplanten of je potplanten buiten zijn de druppelsystemen van Gardena een aanrader. Al deze producten vind je bij Steck! 

Ga je liever zelf aan de slag?  Je kunt ook zelf een watergeefsysteem in elkaar knutselen. Er zijn verschillende manieren, zoals PET-flesjes omtoveren tot druppelaars, minikasjes maken of een touwtjes in een emmer water hangen. Op WikiHow wordt elk systeem stap voor stap uitgelegd.

Zelfs met een simpele wijnfles kun je een ingenieus watergeefsysteem maken | Bron: Cnet

Tot slot

Tip 2 t/m 5 zijn óók handig als je een plantenoppas hebt. Als je die niet kunt vinden, helpen die tips ook om je planten wat langer zonder menselijke hulp te laten overleven. Maar als je langer weggaat dan anderhalf à twee weken, dan moet je toch écht even doorzoeken naar een oppas, of je planten tijdelijk verhuizen naar een plek waar ze verzorgd kunnen worden.  

We wensen jou en je planten veel plezier in de zomermaanden!

Zinderende zomer: 5 tips voor een hitteproof balkon

Met een boek en een drankje op je balkon. Kwetterende vogels, een stralend blauwe lucht. En de zwoele geur van bloemen. Hallo geluksgevoel! Maar met de steeds warmere zomers wordt je balkon – vooral als deze op het zuiden staat-, al snel te warm. Met deze 5 tips maak je van je balkon een walhalla voor jou en je planten.  

1. Kies de juiste planten

Niet ieder mens houdt van zonnebaden. Voor planten geldt hetzelfde. Staat je balkon op het zuiden en wil je daar een groene (of paarse, gele of roze) oase maken? Kies dan voor planten en struiken die goed tegen de zon kunnen. Planten uit mediterrane gebieden bijvoorbeeld. Met potten vol lavendel geef je je buitenplek een Franse ‘ambiance’. Of zet een knalroze bougainvillea neer op een plek uit de wind. Zij staat graag in the spotlight: hoe meer zonlicht op haar bladeren, hoe intenser haar kleur. Franse chansons op je playlist en je waant je in de Provence. 

2. Spice-it-up

Wat is er smaakvoller en verser dan kruiden op je balkon? Kies (bio)kruiden die de zon goed verdragen en niet veel water nodig hebben. Theeliefhebber? Marokkaanse munt woekert nogal snel, dus deze plant is ideaal om in een pot te houden. Houd je van spicy? Een rode peperplant is een warmteminnende smaakmaker. Of ga voor lavendel, salie, tijm, bonenkruid, citroenkruid of hyssop bijvoorbeeld. Ook rozemarijn en oregano doen het goed in de zon. Je plukt meteen de juiste hoeveelheid voor je lasagne. Rood-wit geblokt tafelkleedje op de tafel en buon appetito! 

3. Muurbloempjes voor schaduw en verkoeling

Handig als je weinig ruimte hebt op je balkon: werk verticaal. Hang (kruiden)plantjes aan een rek aan de muur en maak zo een geurige, groene wand. Of hang een paar hangplanten op. Houd je van klimplanten? Zet ze tegen de balkonmuur of tussenwand. Een groene gevel van bijvoorbeeld hedera of ezelsoor verkoelt de buitenlucht en zorgt voor schaduw. Help de klimmers eventueel hun weg omhoog te vinden met een klimplantrek. Bedenk ook goed hoe je de planten op de grond ten opzichte van elkaar neerzet. Laat grote planten die goed tegen de zon kunnen, de kleinere schaduw geven. Zo maak je een natuurlijke schaduwzone. Hier vind je instructies voor het maken van een plantenrek van een pallet.

4. Houd de grond in bloempotten gezond

In bloempotten droogt de aarde snel uit. Vooral als je balkon op het zuiden staat. Vinden je planten niet fijn. Geef ze daarom elke dag een scheut (regen)water. Liefst in de ochtend, nog voordat de zon schijnt. Zo voorkom je dat het water meteen verdampt door de warmte. Of leg een druppelsysteem aan. Zet de pot in de zomer altijd op een schotel. Hierdoor blijft het water even bewaard en neemt de plant het langzaam op. Pas op met watergeven: doseer en verdrink je planten niet. Kies potten met een gat waaruit overtollig water wegloopt. Ook handig: vertroetel je planten met potgrond speciaal voor terras- en balkonplanten. Deze grond houdt water beter vast én voedt de planten langere tijd. Meer weten? Lees dit blog voor meer tips over tuinieren in potten.

5. In de schaduw staan

Heb je een natuurlijke schaduw gecreëerd met planten en kruiden? En is je balkon nog te warm? Maak het dan nog wat koeler met een parasol, schaduwdoek of balkonscherm. Balkonschermen zijn er in allerlei materialen. Van bamboe tot riet. Je plaatst ze tegen de balkonrand of -als je die hebt- de glazen tussenwand. Sfeervol en je hebt meteen meer privacy. Vlonders op de vloer voelen lekker aan en gaan ook de warmte op je balkon tegen. Hang een lichtslinger op, leg een vloerkleedje neer en je hoeft alleen nog een drankje te pakken voor een heerlijke zomermiddag. 

Je balkon is nu klaar voor de zomer. Jij ook? Pak je zonnebrand en geniet van je kleine buitenplek. 

Bij Steck vind je alle benodigdheden om van je balkon een mediterraans paradijsje te maken. Van zonneminnende planten, potten in alle maten en soorten, watersystemen en meer. Kom gerust langs!

Zaden verzamelen: in 5 stappen oogsten en bewaren

Is het niet leuk om van één tomaat tot wel 30 tomatenplantjes te maken? We schreven al eerder over een manier om planten te vermeerderen: planten scheuren. Ook door zaden te oogsten kun je meer planten, bloemen of vruchten kweken. Hoe pak je dit aan? En hoe helpt een oude sok hierbij? We vroegen onze plantenexpert Frans van Oostveen het blauwe-Steck-hemd-van-zijn-lijf naar zijn gouden tips.

Een witte meloen. Daar begint Frans in 2016 zijn zadenverzameling mee. ‘Ik vond een compleet witte meloen in de supermarkt. Een Snow Leopard, ook wel Dino meloen of Ivory Gaya genaamd. Normaal gesproken heeft deze meloen wat groene vlekken of strepen op de schil. Maar dit exemplaar niet. Ik wilde kijken of de nakomelingen hiervan óók volledig wit zouden worden. Wat bleek? Een deel had geen vlekken, maar een ander deel wél.’

‘Als je een stekje hebt, komt daar altijd precies hetzelfde plantje uit. Maar bij zaden niet. Heb je bijvoorbeeld pepers gezaaid, dan kunnen de nieuwe pepers verschillen in de maat, kleur en hoe pittig ze zijn. Dat je niet precies weet wat je krijgt, is voor mij een van de redenen om uit zaadjes te kweken.’

Weten hoe je zaden oogst, welk moment hiervoor het beste is en of uit een elstar appel ook een elstar plant groeit? Lees de tips van Frans. 

1. Verzamel zaden op het juiste moment

Niet te vroeg en niet te laat: belangrijk is om zaden op het goede moment te oogsten. Frans: ‘Hoe rijper de vrucht, hoe kiemkrachtiger de zaden zijn op de lange termijn. Als je de zaden te vroeg oogst, dus uit een onrijpe vrucht haalt, missen ze een deel van hun ontwikkeling. Dat kan ervoor zorgen dat ze minder goed groeien als plantjes. De witte meloen bijvoorbeeld, is heel lang houdbaar, maar dat geldt niet voor alle meloenen. Deze heb ik eerst anderhalve maand in een kastje laten liggen. Toen was hij lekker rijp en haalde ik er 200 tot 300 zaden uit.’ 

Maar verzamel de zaden ook niet te laat. ‘Klaproos en akelei worden midden juli rijp. In augustus kun je deze zaden al niet meer verzamelen, dan zijn ze afgestorven. Ook basilicum bloeit in juli, de zaadjes beginnen eind juli af te rijpen. Tomaten rijpen ook al vanaf juli, dus dan kan je gaan oogsten. Verzamel zaden in elk geval op een droge dag, zodat ze niet nat zijn geregend.’

Nog een reden om het verzamelen van zaden goed te timen: sommige zaden springen ver weg. Frans: ‘Er zijn planten die zaden als het ware lanceren. Dat is met een reden. Ze werpen ze ver van zich af, zodat de zaadjes ergens terechtkomen waar ze meer kans hebben om te groeien. Zo gedijen ze bijvoorbeeld niet goed onder de moederplant, omdat daar al een grote plant staat. De ooievaarsbek is zo’n plant. Als je te lang wacht, liggen deze zaden wel drie meter verderop en vind je ze niet meer terug.’ De tip van Frans? ‘Bind een oude sok of panty eromheen en je hebt de zaden handig bij elkaar.’

2. Kies de juiste zaden

Niet alle planten, bloemen en vruchten zijn geschikte leveranciers van zaden. Hoe maak je een goede keuze? Frans: ‘In de eerste plaats: kies de planten die je mooi of lekker vindt. Maar kies ook planten die goed uit zaden groeien, zoals meloen, basilicum en tomaat. Zo’n 95% van de zaadjes hiervan ontkiemt normaal gesproken.’

Bij een klaproos gaat het verzamelen ook relatief makkelijk. ‘Een klaproos heeft een zaaddoosje waar alle zaadjes in zitten. Als dat kamertje open gaat, weet je dat de zaden rijp zijn. Zo gaat dat ook bij de akelei.’

Wat maakt een plant minder bruikbaar? ‘Je wilt niet dat een plant afsterft voordat de vrucht rijp is. Een vrucht moet echt rijp zijn om zaden te leveren die goed ontkiemen. Druiven bijvoorbeeld zijn niet zulke geschikte planten om zaden van te verzamelen. Het duurt relatief lang voordat de plant volwassen is. Ook een perzik is lastig, dat komt door de harde pit: daar kan het zaadje of de kiem die erin zit, niet goed doorheen breken. De perzikpit er goed uit krijgen, goed bewaren en ontkiemen is moeilijk.’

En hoe zit het met appels en kersen? ‘Frans: deze vruchten zijn qua genen nog vrij wild, dus dat is een ander verhaal: je weet niet wat je eruit krijgt. Als je een elstar zaadje hebt, krijg je er niet automatisch ook een elstar plant uit. Het kan zomaar een andere plant worden, zoals iets wat lijkt op een jonagold of granny smith.’

3. Drie methodes om de zaden te verzamelen

Zo veel zaden, zo veel methodes om ze te oogsten. Hieronder lees je er drie.

Zaaddoosjes maanzaadpapaver

Verzamelen van natte vruchten. Er zijn vruchten waarvan de zaadjes in een vloeistof of gelcoating zitten, zoals tomaten en meloenen. Frans: ‘Deze coating moet je verwijderen. Je doet het hele ‘papje’ in een schoon bakje of glas en laat het ongeveer een week staan. Roer iedere dag met een lepeltje, zo krijgen de schimmels meer zuurstof om de coating af te breken. Na een paar dagen tot een week zakken de zaadjes naar de bodem en vallen ze uit de coating. Belangrijk, want er zit dan niks meer aan het zaadje dat zou kunnen gaan schimmelen.’

‘Maar de gelcoating zelf schimmelt wél en gaat fermenteren. Zo wordt koolstofdioxide geproduceerd: hierdoor ontstaan kleine belletjes, waardoor de zaadjes en het organisch materiaal van elkaar worden gescheiden: de zaadjes liggen netjes op de bodem en de rest drijft boven door de belletjes die geproduceerd zijn. Je giet er dan water bij en alles wat je niet nodig hebt, wat verrot is, vloeit er langzaam uit. De zaden houd je over. Spoel ze voorzichtig een paar keer om en laat ze daarna drogen. Het resultaat: compleet schone zaadjes.’  

Verzamelen van droge zaadjes. Bij droge zaden werkt het verzamelen anders: ‘Laat je een basilicumplant doorgroeien, dan maakt hij een bloemsteel. Na een tot anderhalve maand bloeien, zitten er meestal hier en daar zaadjes in. Zeker als ‘ie buiten staat en bijtjes hem bestuiven. Na ongeveer anderhalve maand sterft de bloemsteel af en wordt deze langzaam bruin. Dát is het moment om te oogsten: je knipt het steeltje onderaan het onderste bloemetje af en laat dit een tot anderhalve week drogen.’

‘Als de steeltjes goed droog zijn, rits je voorzichtig de zaadhoofdjes ervanaf. Het makkelijkst is om dat boven een groot wit bord of dienblad te doen, dan zie je de zaadjes goed liggen. Je wrijft de steel met zaadhoofdjes voorzichtig tussen je handen heen en weer. Kleine donkerbruine tot zwarte zaadjes, iets groter dan een zandkorrel, vallen eruit op het bord. Blaas er dan zachtjes op: zo blaas je de bloemblaadjes weg en houd je alleen de zaden over. Die blijven liggen, omdat ze wat zwaarder zijn. Doe ze in een zakje en bewaar ze voor volgend jaar.’ 

Verzamelen van zaden uit zaaddoosjes. Bij de keurig verpakte zaden van de akelei en klaproos werkt het ook weer anders. ‘In zo’n zaaddoosje zitten wel 100 tot 150 zaden. Zijn de zaadjes rijp? Dan gaat er een ‘luikje’ open. Door de wind of doordat jij of je viervoeter er tegenaan loopt, worden de zaadjes dan vanzelf verspreid. Maar je kunt de zaaddoosjes dus ook afknippen en daarna leegschudden op een bord of papiertje.’ Zo heb je volgend jaar weer knalrode bloeiers in je tuin.

4. Laat de zaden goed drogen

Hoe lang zaden moeten drogen na het oogsten, hangt af van hun formaat. Maar hoe bepaal je nu of een zaadje klein of groot is? ‘Als een zaadje als zand aanvoelt, is het klein en is een weekje drogen genoeg. Voelen de zaadjes aan als hagelslag, dan is het een middelmaat en duurt het ongeveer twee weken tot ze gedroogd zijn. En als je het zaad niet tussen je vingers kunt wrijven, zoals een boon, is het groot: reken dan maar op drie weken voor het goed droog is.’

‘Het is handig om de zaden op keukenpapier te drogen. Dat is stevig en valt niet snel uit elkaar als het vochtig wordt. Zodra de zaden droog beginnen te worden, maak je ze voorzichtig los met bijvoorbeeld een vork. Zo droogt ook de andere kant van de zaden. En het voorkomt dat ze aan het papier vastplakken. Let erop dat je ze niet direct in zonlicht zet, want dan kunnen de zaden te snel uitdrogen.’

Zadenmix aan het drogen

5. Zo bewaar je de zaden

Al die kostbare zaadjes, wil je natuurlijk goed bewaren. Maar hoe doe je dat? Frans: ‘Belangrijk is dat de zaden echt goed droog zijn, dat voorkomt dat ze gaan broeien. En het meest belangrijk is dat ze koel blijven: dat zorgt ervoor dat de processen in het zaadje langzaam gaan. In de koelkast lijkt het voor de zaden een soort lange winterslaap en daar gedijen ze goed op. Als je zaadjes op kamertemperatuur houdt, kun je ze misschien maar twee jaar bewaren. Maar in de koelkast in een plastic grip- of stripzakje, gerust vijf tot tien jaar.’

Sommige planten hebben ook echt een koudeperiode nodig. Bij veel inheemse sierplanten, zoals akelei, is dit zo. Hoe dat zit? ‘In de zaden zitten chemicaliën of hormonen die de ontkieming remmen of stoppen. Na een paar weken in de koelkast is dit stofje dankzij de lage temperatuur afgebroken. Als je de zaden na zo’n vijf jaar uit de koelkast haalt, ontwaken ze uit hun winterslaap en kunnen ze gaan groeien.’

Weet je na deze blog nu alles over zaden verzamelen en bewaren? Helaas, dit is nog maar een greep uit alles wat Frans erover kan vertellen. Met zijn koelkast speciaal voor zaden is hij dan ook een echte kenner. Maar de relatie tussen de sok en de zaden? Die hebben we in elk geval opgehelderd. 

O ja, op vakantie in het buitenland zaden van die lekkere meloen of van of andere zaden, planten of bloemen mee naar Nederland nemen? Dat mag niet zomaar. Lees de regels op de website van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. 

6 verrassende redenen om je onkruid vooral níet te verwijderen

onkruid_niet_verwijderen_blog

Dat onkruid tot een van de grootste ergernissen behoort onder tuiniers, blijkt wel uit ons zoekgedrag op Google: Woordcombinaties als ‘onkruid verwijderen’, ‘onkruidbrander’ en ‘onkruidverdelger’ worden gemiddeld vele duizenden keren per maand ingetikt. ‘Onkruidbrander’ zelfs wel 27.000 keer! Maar waarom ergeren we ons zo aan onkruid? Het zijn per slot van rekening ook planten. Alleen groeien ze op een plek waar wij ze niet willen hebben. Het is tijd om op een andere manier naar onkruid te kijken. We geven hieronder zes redenen om onkruid – of beter: wilde planten – lekker te laten staan!

1. Onkruid vertelt je iets over de voedingswaarde van je tuin

Aan de planten die ongevraagd in je tuin naar boven komen, kun je zien hoe het staat met de voedingswaarde van de bodem. Heb je veel brandnetels en zevenblad in je tuin? Dat is een teken van een voedselrijke bodem. Groeit er kamille? Dan heb je waarschijnlijk te maken een kalkarme grond. Dit is heel handig om te weten als je planten gaat kopen! Daarnaast weet je meteen wat je grond eventueel tekortkomt. Bij kamille weet je dat je bijvoorbeeld kalk zou kunnen strooien om je bodem te verbeteren. Kijk hier voor meer bodemindicatoren van verschillende (on)kruiden.

2. Onkruid maakt de bodem vruchtbaarder

Verschillende wilde planten hebben stevige wortels die ver de grond in gaan, zoals heermoes, paardenbloem, distels en smeerwortel. Hiermee maken ze kleine tunneltjes in de grond, die de bodem losser maken. Regenwater krijgt zo de kans om dieper de grond in te gaan en het bodemleven krijgt letterlijk weer zuurstof. Daarnaast halen deze wilde planten nuttige mineralen uit de diepere grondlaag naar boven en slaan deze op. Om die voedingsstoffen beschikbaar te maken voor andere planten, kun je de wilde planten gebruiken als compost. Gebruik dan alleen de stengels en het blad, niet de wortels of bloemknoppen en -zaden. Je kunt er ook plantengier van maken.

Met brandnetels kun je ontzettend veel. Van het trekken van plantengier tot het maken van soep.

3. Veel onkruid is eetbaar

Brandnetels, zevenblad, madelief, hondsdraf, paardenbloem: het zijn een paar voorbeelden van de lange lijst van wilde planten die je kunt eten. Er zijn veel boeken over eetbare (wilde) planten, met vaak lekkere recepten erbij. Zorg wel dat je zeker weet dat een plant eetbaar is, voordat je er enthousiast thee van trekt: er zijn natuurlijk ook giftige soorten. Permacultuur Nederland geeft handige tips.

‘Dodelijk de tuin waar onkruid niet gedijen mag.’

Remco Campert, Luister goed naar wat ik verzwijg (1976)


4. Verschillende typen onkruid helpen bij kwaaltjes

Vroeger werden planten veel meer gebruikt tegen allerlei kwalen. Er waren ook veel meer mensen die wisten welke kruiden je voor welke problemen kon inzetten. Zo werd Robertskruid in de 17e eeuw gebruikt voor huiduitslag en oog- en mondontstekingen. En van kamille is het wetenschappelijk bewezen dat het helpt bij onder andere maagproblemen en het verlichten van stress.

5. Onkruid is goed voor de biodiversiteit

Bijen en vlinders hebben een grote diversiteit aan (wilde) planten nodig om te kunnen overleven. Rupsen zijn bijvoorbeeld bijzonder kieskeurig wat betreft hun voedsel! De planten die zij eten, worden waardplanten genoemd. Voorbeelden daarvan zijn brandnetels, zuring en distels. Op de website van de Vlinderstichting vind je een lijst van waardplanten die de rupsen in ons land nodig hebben om te kunnen ontpoppen tot prachtige vlinders. Bijen hebben weer andere planten nodig, drachtplanten genoemd. Door sommige wilde planten bewust te laten staan help je bijen en vlinders. En als je die helpt, dan help je ook weer andere organismen in het ecosysteem.

6. Onkruid is ook kruid

Tenslotte gaan we ook nog even op de filosofische toer: het idee dat een wilde plant ‘onkruid’ is, is op zichzelf een vreemd waardeoordeel van de mens. Alsof het geen planten van waarde zijn, omdat ze ons tuinplan in de weg staan. Gelukkig zijn er steeds meer mensen die door hebben dat tuinieren mét de natuur beter werkt dan tuinieren tegen de natuur. Die hoekjes creëren waar ze wilde planten lekker hun gang laten gaan. Het is namelijk niet voor niets dat deze planten vanzelf naar boven komen op kale plekken in je borders. Het is goed om hierbij stil te staan voordat je je lustig op het wieden stort!

Zo krijg je meer vogels in je tuin (en in de stad)

Een stad waar veel vogels zijn: daar wil je wonen. Vogels zijn een goede graadmeter voor de kwaliteit van de natuur in de stad. Gaat het goed met de vogels? Dan gaat het goed met het stedelijk groen. En daarmee ook met de mensen die er wonen, want mensen in een groene omgeving zijn over het algemeen gezonder. Helaas nemen veel vogelsoorten in steden nog altijd in aantal af. Ook in Utrecht.

Gelukkig is er steeds meer aandacht voor stedelijk groen. En ook jij kunt hierbij helpen! Met je tuin, je balkon, je dak en de gevel van je huis. Hoe groener, hoe beter. Haal tegels uit je tuin en plaats er verschillende (inheemse) planten in. Vervang schuttingen door hagen en struiken. Plant een boom. Hang nestkasten op. Gebruik geen chemische, maar natuurlijke bestrijdingsmiddelen in je tuin. Wil je het groter aanpakken? Schakel dan een tuinvogelconsulent van de Vogelbescherming in.

Hieronder vind je 7 vogels die graag rondhangen in Utrecht. Per soort lees je hoe je ze naar je tuin lokt. Vogel blij, jij blij, stad blij. 

1. Merel

Broedperiode: eind maart – juli
Bijna iedereen heeft weleens een merel in de tuin. Het is een van de vaakst getelde vogels bij de Nationale Tuinvogeltelling. Toch neemt ook hun aantal drastisch af. Merels eten besjes, fruit, wormen, bodemdieren en insecten. Een gezonde bodem in je tuin is dus heel belangrijk. Ruim je tuin niet te netjes op: hoopjes bladeren en takjes zijn fijne plekken voor insecten. Merels eten die met alle liefde voor je op! Leg een grasveldje aan en plaats bessenstruiken en fruitbomen voor nog meer voedsel. Merels maken hun nesten in dichte struiken of lage bomen. Hou je kat een beetje in de gaten, want die wil nog weleens een graai naar een jonge merel doen.

2. Tjiftjaf

Broedperiode: half april – eind juni
Is dit geen leuk vogeltje? Hij roept de hele dag zijn eigen naam! En het is een van de weinige soorten waar er juist méér van komen de laatste jaren. Dus dat is positief. Wil je die vrolijke fluiter naar je tuin lokken, zorg dan voor bomen en struiken in je tuin. Het liefst inheemse, zoals de meidoorn. De tjiftjaf eet insecten en larven, maar ook bessen en zaden, zoals bosbessen en vlierbessen. Hij verstopt zijn nest in lage, dichte beplanting.

3. Grote bonte specht

Broedperiode: april-mei
Deze prachtig gekleurde vogel spreekt tot de verbeelding met zijn geroffel op boomstammen en takken. Met dat geroffel communiceren ze met elkaar en hakken ze nestholtes uit in bomen. Voor een nest met spechten heb je dus minimaal een boom nodig in je tuin, met een stam van zacht hout, zoals een berk. In de winter vinden spechten het lastig om voedsel te vinden. Je helpt ze door vogelvoer in je tuin te hangen of te leggen. Vooral pinda’s, vetbollen en vogelpindakaas gaan er als zoete koek in.  

4. Pimpelmees

Broedperiode: eind maart-juli
Ook pimpelmezen maken dankbaar gebruik van de voedertafels in tuinen of op balkons. Zeker in de herfst of winter, als ze moeilijker aan hun geliefde bladluizen of spinnen kunnen komen. Ze houden vooral van pinda’s en vetbollen. Pimpelmezen worden vaak verward met koolmezen, maar je kunt ze uit elkaar houden door naar de kleur van hun ‘petje’ te kijken. Bij koolmezen is dit zwart (als kool) en bij pimpelmezen blauw-paars. In steden broeden pimpelmezen graag in nestkasten. Wil je pimpelmezen in je tuin, hang dan speciale mezenkasten op, pindasilo’s en mezenbollen. 

5. Zanglijster

Broedperiode: eind maart-juli
Als je last hebt van veel slakken in je tuin, dan is het de moeite waard om zanglijsters naar je tuin te lokken. Ze zijn dol op slakken! Met hun snavel slaan ze de slakkenhuisjes stuk op een steen en peuzelen het vlees eruit. Zanglijsters kunnen, zoals hun naam al doet vermoeden, ook nog eens prachtig zingen. Ze worden aangetrokken door tuinen met veel bomen, struiken en een gazon. Vooral dichte struiken vinden ze fijn om hun nest in te bouwen. Hun voedsel zoeken ze dicht op de grond. Ze lusten graag regenwormen, duizendpoten, insecten en pissebedden. En slakken dus! Leg wat platte stenen in een beschut hoekje, zodat ze een mooie werkplek hebben om de huisjes stuk te slaan.

6. Boomkruiper

Broedperiode: april-juni
Als je een klein bruin vogeltje cirkelend langs een boomstam omhoog ziet trippelen, dan heb je waarschijnlijk een boomkruiper in je vizier. Dit schattige vogeltje heeft een kromme snavel waarmee hij insecten uit de bast van de stam pikt. Voor voedertafels is de boomkruiper te schuw, maar je kunt hem wel helpen door in de winter wat zaden onder bomen en struiken te strooien. Verder houdt ie van rommelige tuinen en maakt ie zijn nesten in boomholtes. Er zijn speciale nestkasten voor boomkruipers: hang ze in een dikke boom, maar niet te dicht bij je huis op, want daar is deze kleine kruiper veel te verlegen voor. 

7. Huismus

Broedperiode: april – augustus
Huismussen zijn echte stadsvogels: ze maken hun nesten vooral onder dakpannen en in kieren en gaten van gebouwen. Maar omdat moderne dakpannen beter op elkaar aansluiten en we dol zijn op isoleren, zijn er de laatste jaren veel minder van die kieren te vinden in onze huizen. Het aantal huismussen is mede daarom sinds de jaren tachtig met de helft gedaald in Nederland. Om de mus te helpen kun je neststenen in je gevel laten inmetselen, of nestkasten plaatsen. Als je hiervoor kiest, plaats er dan meerdere vlak bij elkaar. Huismussen hebben hun vrienden graag dicht in de buurt. In de winter rusten huismussen uit in groenblijvende struiken, hagen en gevelbegroeiing, zoals meidoorn, liguster en klimop. Daarnaast houden ze van waterrijke plekken met riet. Ze eten graag besjes, zaden en bloemknoppen.

De vogels hierboven komen relatief veel voor in Utrecht. Toch verschilt het nog wat tussen de wijken. Wil je weten welke vogels er veel voorkomen bij jouw huis? De Vogelbescherming heeft een mooie website waarop je een postcodecheck kunt doen. Je krijgt dan een top tien van vogels, met bijbehorende tips voor verzorging. Heel handig!

Bij Steck vind je allerlei producten van de Vogelbescherming, zoals geschikt voer per vogelsoort, nestkasten, voederhuisjes en nog veel meer.

Hoe is Vaderdag ontstaan?

Op zondag 16 juni is het Vaderdag. Of je nu net vader bent geworden, iets voor je eigen vader wil doen of wil stilstaan bij een vader die er niet meer is: deze dag staat volledig in het teken van het vaderschap. De een viert het uitgebreid met een ontbijt op bed, een ander vindt het misschien maar onzin. Hoe dan ook: het is natuurlijk wél leuk om te weten waar Vaderdag vandaan komt (en waarom we bijvoorbeeld jarenlang asbakken moesten kleien). Net als bij Moederdag spelen een vleugje cultuur en een vleugje commercie een rol in het ontstaan van Vaderdag. Lees gerust verder!

Vaders eren

De eerste Vaderdag zoals wij die kennen, werd gevierd op 19 juni 1910 in de stad Spokane in Washington. Het initiatief hiervoor kwam van Sanora Smart Dodd, die op 16-jarige leeftijd haar moeder verloor. Samen met haar vijf jongere broers werd ze verder opgevoed door haar vader, een boer en veteraan uit de Amerikaanse Burgeroorlog. Toen Dodd in 1909 een kerkelijke ceremonie op Moederdag bijwoonde, was ze verontwaardigd over het feit dat alleen moeders werden geëerd voor hun opvoedkundige kwaliteiten. Haar eigen vader had zo hard gewerkt om haar en haar broers een goed leven te geven. Dodd maakte er meteen werk van. Een jaar later werd de eerste Vaderdag gevierd in de protestantse kerken van Spokane.

Officiële dag

Hoewel Moederdag al in 1914 werd uitgeroepen tot nationale feestdag, bleef Vaderdag nog jarenlang een feest in de marge. Uiteindelijk kwam er met de hulp van de kleding- en de tabaksindustrie steeds meer aandacht voor Vaderdag. In tegenstelling tot Anna Jarvis, die Moederdag had geïntroduceerd en de commerciële overname van die dag verafschuwde, vond Dodd het geen enkel probleem dat ‘haar’ dag werd aangewend voor de verkoop van stropdassen en sigaren. Pas in 1972 werd Vaderdag door president Nixon uitgeroepen tot officiële feestdag in Amerika.

Fruithandelaren en sigarenboeren

In Nederland werd de eerste Vaderdag officieel in 1937 gevierd. Dit is volledig te danken aan de inzet van winkeliers. Fruithandelaren probeerden de dag al begin jaren dertig van de grond te krijgen om zo hun producten aan de man te brengen, maar uiteindelijk wonnen de sigarenboeren deze slag om de commercie. Zij riepen de tweede zondag in oktober uit tot Vaderdag, waarop je je vader eens lekker kon trakteren op een doosje sigaren. Misschien dat we daarom allemaal tot ver in de vorige eeuw zo veel asbakken hebben gekleid voor onze vaders? Dat Vaderdag uiteindelijk is verplaatst naar de derde zondag in juni komt door de inbreng van de Nederlandse Bond van Herenmodedetaillisten. Zij vonden de datum in oktober te dicht bij het Sinterklaas- en Kerstfeest liggen en besloten de datum in 1948 gelijk te trekken met de Amerikaanse datum.

Religieuze oorsprong

Vaderdag heeft echter niet alleen maar een commerciële achtergrond. Al in middeleeuwen was er aandacht voor het vaderschap, in de vorm van de naamdag van Sint Jozef. Het feest van Jozef werd al in de negende eeuw op 19 maart in Midden-Europa gevierd en in de achttiende eeuw werd het verplicht voor alle rooms-katholieken. Jozef, de timmerman uit Nazareth, werd als pleegvader van Jezus en man van de heilige maagd Maria, gezien als ideaalbeeld voor vaders in het algemeen. Toen de commerciële Vaderdag kwam overwaaien uit de Verenigde Staten, besloten veel landen met een sterk katholieke traditie deze dag te laten samenvallen met de naamdag van Sint Jozef. In onder andere Italië, Portugal, Spanje (en Antwerpen!) wordt Vaderdag daarom nog altijd op 19 maart gevierd.

st. jozef

 

Doet Steck aan Vaderdag?

We vinden het een mooie gedachte om vaders in het zonnetje te zetten, op wat voor manier dan ook. Wil je je vader iets geven, dan hebben we van alles in de winkel dat hiervoor geschikt is: prachtige tuinplanten, kamerplanten, tuingereedschap en noem maar op! 
Deze week krijg je bovendien 20% korting op alle fruitbomen en -struiken van Fruithof en 20% korting op alle tuingereedschap van Gardena. Ook bij Oogst vind je mooie Vaderdagaanbiedingen. 

Planten waar slakken niet van houden

Slakken zijn over het algemeen erg nuttige dieren voor je tuin. Ze ruimen dode plantenresten op en ploegen de bodem om. Maar door de vele regen zijn er dit jaar wel erg veel slakken! Met veel geruïneerde planten als gevolg. Milieu Centraal geeft verschillende manieren om de slakken in je tuin weg te krijgen. Maar wat als je ze niet weg krijgt en je wil tóch nieuwe plantjes in je tuin? Kies dan voor planten waar slakken niet van houden. 

Slakken vermijden over het algemeen planten met harde, dikke of harige bladeren. Ze eten het liefst jonge, malse blaadjes. Planten die je als jonge scheuten in je tuin zet, hebben de grootste kans om te verdwijnen in de malende kaken van de eetgrage slak. Tip: Je hebt meer kans dat je plant het overleeft als je een wat groter exemplaar plant. Gelukkig zijn er planten die slakken niet lekker vinden. Hieronder vind je 10 planten waar slakken niet van houden

1. Varens

Voor schaduwrijke plekken in je tuin zijn varens een veilige én een mooie keuze. Afhankelijk van de soort worden ze 30 cm tot meer dan een meter hoog. Slakken houden er niet van vanwege hun taaie en vezelige bladeren. Die bladeren voegen juist zo’n mooie, weelderige uitstraling toe aan je tuin.

2. Lavendel

Wie houdt er niet van de mediterrane geur van lavendel? Nou, slakken dus. Ook van de olieachtige bladeren moeten ze niets hebben. Deze zonminnende plant gedijt het best in goed doorlatende grond en bereikt een hoogte van 30 tot 60 cm. Je kunt lavendel ook gebruiken in de keuken. Stel je voor, je kunt lavendel gebruiken om heerlijke gerechten te maken en tegelijkertijd slakken op afstand houden.

3. Salie (Salvia officinalis)

Deze zonaanbidder combineert goed met lavendel en wordt ongeveer even hoog. De sterke geur en smaak van salie houdt slakken op afstand. Het is een eetbaar kruid dat voor ons populair is in diverse gerechten. Een win-win situatie, toch?

4. Rozemarijn

Ook dit – voor mensen – populaire keukenkruid heeft vergelijkbare eigenschappen als lavendel en salie. Rozemarijn heeft prachtige paarse bloemetjes en geurt heerlijk op een zonnig plekje in je tuin. Slakken vinden die geur maar niets en laten de plant links liggen.

5. Gele dovenetel (Lamium galeobdolon)

Deze bodembedekker, die 20 tot 40 cm hoog wordt, heeft harige bladeren die slakken vermijden. De lieflijke gele bloemen, die bloeien in het voorjaar, zitten boordevol nektar voor bijen. Deze inheemse plant is ideaal voor schaduwrijke tot halfschaduwrijke plekken.

6. Siergrassen

Je hebt de keuze uit heel veel soorten siergrassen. En ze staan allemaal niet op de menukaart van de slak. Hun stugge, scherpe bladeren zijn onaantrekkelijk voor slakken, maar geven je tuin een prachtige structuur. Siergrassen variëren in hoogte van 30 cm tot 2 meter, afhankelijk van de soort. Ze staan graag op een zonnige tot halfschaduwrijke plek.

7. Klimop (Hedera helix)

Deze veelzijdige klimplant groeit zowel in de schaduw als in de zon. Het is een mooie bodem- of muurbedekker. De inheemse plant is een belangrijke voedselbron voor vogels, vlinders en bijen. Maar niet voor slakken, want die vinden de taaie, leerachtige bladeren niet lekker.

8. Sieruien (Allium)

De scherpe geur en smaak van sieruien werken als een natuurlijke afweer tegen slakken. Handig dus! De bolgewassen zijn ook nog eens een prachtige aanvulling voor je border met hun sierlijk lange stelen en bolvormige bloem. Sieruien houden van zonnige plekken en kunnen 30 tot 90 cm hoog worden.

9. Geraniums

Slakken worden niet blij van de textuur en de geur van geraniums. Dus jij des te meer! Je hebt veel keuze in kleuren en soorten. En het zijn ook nog eens heel gemakkelijke planten. Zo zijn ze niet gevoelig voor ziektes of plagen en ze zijn megasterk. Ze doen het goed op zowel zonnige als halfschaduwrijke plekken. 

10. Bieslook (Allium schoenoprasum)

Nog een alliumsoort die slakken op afstand houdt met zijn sterke geur en smaak. En wat is er nu beter dan vers bieslook uit je eigen tuin? Het is een heerlijke toevoeging aan allerhande gerechten in de keuken. Bieslook wordt zo’n 30 tot 50 cm hoog en bloeit met kleine paarse bolletjes. Je plant bieslook op een zonnige plek. 

De planten in deze blog zijn allemaal te koop bij Steck. Er zijn nog veel meer planten waar slakken niet van houden. Vraag het gerust aan een van onze medewerkers!

6 tips voor succesvol tuinieren in potten en bakken

Tuinieren alleen voor de volle grond? Zeker niet. Met potten en bakken creëer je je eigen groene oase op je balkon of dakterras, hoe klein dan ook. Vergeleken met tuinieren in de volle grond moet je bij potten iets meer je best doen om je planten succesvol te laten groeien en bloeien. In deze blog lees je 6 handige tips!

1. Zorg voor een goede waterhuishouding

Als je planten in de volle grond staan, kan het regenwater tijdens een plensbui vaak makkelijk de grond intrekken. Hierdoor staan planten niet te lang met hun wortels in het nat, wat het risico op wortelrot verkleint. Bij het bewateren van planten in potten moet je hier actief rekening mee houden. Geef je te veel, dan hoopt het water zich op bij de wortels. Geef je te weinig, dan verdrogen je planten. 

Kies bij het beplanten van je potten en bakken voor luchtige grond. Voeg eventueel wat perliet, rivierzand of grind toe aan je potgrond om de afwatering te bevorderen. 

Met potten en bakken voeg je al snel veel kleur en een zomerse vibe toe aan je balkon of dakterras

Gebruik altijd potten met een gat onderin. Hierdoor kan overtollig water makkelijk weglopen. Bij een pot zonder gat is het verstandig om een laag hydrokorrels op de bodem te leggen. Dit voorkomt dat water te lang bij de wortels van je plant blijft staan. Staan je planten juist (te) snel droog? Zet dan je pot (met gat) op een schotel met wat water zetten. Op deze manier kan de grond van onderaf water opnemen, zodra deze dreigt uit te drogen. 

2. Zorg voor genoeg bodemvoeding 

De eerste paar weken nadat je je planten in een pot hebt gezet, is er vaak nog weinig aan de hand. Maar na verloop van tijd worden veel planten slap, het blad wordt geel en de fut is er wel uit. De oorzaak? Een gebrek aan voeding en bodemleven. Iedere keer dat je water geeft, spoelen er nuttige voedingsstoffen weg uit de pot. Die moeten aangevuld worden.

Geef in de lente en zomer dan ook wekelijks ecologische plantenvoeding tijdens je gietbeurt. Kijk op de achterkant van de verpakking voor de aanbevolen dosering. Daarnaast kun je er ook voor kiezen om compost toe te voegen. Dit geeft een langzamere afgifte van voedingsstoffen aan je planten. Lees ook eens de voedingstips voor potten van De Tuin op Tafel.

3. Let (extra) op tijdens warme dagen 

De grond in potten verdampt snel, zeker op hete dagen. Dit komt doordat de wind vaak vrij spel heeft. Zorg ervoor dat de grond vochtig blijft op warme dagen. Geef je planten het liefst ‘s ochtends water. In de avond beregenen kan ook, maar dan is  de kans groter dat de planten de hele nacht in de natte grond staan, wat voor problemen kan zorgen. Snel ingrijpen terwijl de zon nog schijnt, mag natuurlijk ook. Verder zet je je planten het beste even uit de zon tijdens de warme middaguren. Zodra het weer wat afkoelt, kun je ze weer terugzetten in het zonnetje.

Wat goed helpt tegen verdroging, is het aanbrengen van een mulchlaag. Deze laag kan bestaan uit stro, cacaodoppen, vermalen gras. Ze houdt verdamping tegen waardoor de grond minder snel uitdroogt. Meer informatie over mulchen vind je op de handige pagina met tips van Velt.

Is je grond eenmaal uitgedroogd, dan neemt deze veel minder makkelijk water op. Je ziet dan vaak dat het water direct weer uit de pot loopt. Gebeurt dit, zet de pot dan een tijdlang op een schotel met water, zodat de aarde zich langzaam kan verzadigen.

Niet alleen standaard potten en bakken volstaan, je kunt zo creatief worden als je zelf wil. 🙂

 

4. Pas op met vorst

Niet alleen warme dagen kunnen uitdagend zijn, (plotselinge) winterse kou ook. De grond in potten koelt snel af en planten die niet winterhard zijn, lopen het risico om beschadigd te raken of erger. Ook hier kun je gelukkig wat aan doen. Met vliesdoek houd je de temperatuur net een paar graden hoger dan de buitenlucht. Een dikke mulchlaag van bijvoorbeeld stro kan ook helpen. Ook kun je vorstgevoelige planten laten overwinteren op een koele plek in huis, zoals een slaapkamer op het noorden. Zodra de kans op nachtvorst is geweken, zet je ze weer buiten. Doe dit wel geleidelijk. Meer weten over het beschermen van je planten tegen de vorst? IVN Natuureducatie schreef een blog vol met oplossingen.

5. Houd het schoon
Ongedierte en schimmels komen ook voor bij planten in pot. Helemaal voorkomen kun je het niet, maar gelukkig is er iets aan te doen. Je potten goed schoonmaken voordat je er nieuwe planten inzet bijvoorbeeld. Hierdoor kunnen achtergebleven schimmels, dode plantenresten en larven van plagen hun slag niet slaan bij je nieuwe planten. 

6. Experimenteer erop los 

Succesvol tuinieren in potten en bakken is soms een uitdaging, maar vooral erg leuk! Het voordeel van potten is dat je ze makkelijk kunt verschuiven. Experimenteer er dus lustig op los en verander je balkon of terras met de seizoenen mee. Combineer voorjaars- en najaarsbloeiers, bollen en eenjarigen. Ga helemaal los op mooie kleurcombinaties en speel met hoogte. Let er wel altijd op dat je je planten op de juiste standplaats zet. 

Bij Steck vind je alle benodigdheden om van jouw balkon een paradijsje te maken. 

Waarom je inheemse planten in je tuin wil zetten

Inheemse planten in Nederlandse tuin in Utrecht

Je hebt vast weleens van de term ‘inheemse planten’ gehoord, maar wat betekent dat nu eigenlijk? Inheemse planten (of heemplanten) zijn planten die van nature groeien in een bepaald gebied. Bekende inheemse planten in Nederland zijn bijvoorbeeld Hazelaar, Gele Kornoelje, Veldesdoorn en Kattenstaart. Dit soort planten zijn enorm belangrijk voor de biodiversiteit. Hoe dat precies zit, leggen we hieronder uit!


Wat is biodiversiteit?

Als er heel veel verschillende soorten (dieren, planten, schimmels, bacteriën) voorkomen in een gebied, dan heeft dat gebied een hoge biodiversiteit. En vaak geldt dat hoe hoger die biodiversiteit is, des te gezonder het ecosysteem. In de natuur staat alles in relatie met elkaar. De meeste planten zijn voor de voortplanting afhankelijk van insecten. Zowel die planten als de insecten worden gegeten door bijvoorbeeld kleine zoogdieren, die weer gegeten worden door grotere zoogdieren, enzovoort. Als er een soort wegvalt in het ecosysteem, dan heeft dat meteen gevolgen voor andere soorten in de kringloop van het leven. Gebieden met een lage biodiversiteit hebben vaak minder voedsel te bieden en zijn daarnaast ook vatbaarder voor plagen en pandemieën. Het natuurlijke evenwicht is weg, waardoor er van bepaalde soorten juist te véél kan ontstaan. Een voorbeeld daarvan is de eikenprocessierups die zomers al jaren hele gebieden in Nederland teistert.

Keizersmantel (vlinder) op braam
Keizersmantel (Argynnis paphia) op braam (Rubus fruticosus)

Afname insecten

Dat het niet goed gaat met de biodiversiteit, dat is inmiddels algemeen bekend. Wereldwijd is de insectenpopulatie de afgelopen dertig jaar bijvoorbeeld gemiddeld met een kwart afgenomen. Het aantal vlinders in Nederland is in die periode gehalveerd. Ecologen vermoeden dat door de afname van het aantal insecten ook bepaalde vogels zich nog maar weinig laten zien in ons land. De oorzaak van het uitsterven van insecten is divers: te veel stikstof, waardoor bepaalde planten uitsterven, verstedelijking, te veel maaien op boerenland, het gebruik van bestrijdingsmiddelen en noem maar op. Wat in elk geval duidelijk is, is dat insecten niet genoeg voedsel kunnen vinden en onvoldoende rust- of schuilplekken.

Inheemse planten in je tuin
En daar komen de inheemse planten om de hoek. De planten die al eeuwenlang in Nederland groeien, hebben zich in al die jaren aangepast aan de insecten die hier rondvliegen en andersom. Op elk potje past zogezegd een dekseltje, maar wel een heel specifiek dekseltje! In onze blog over plantenseks leggen we uit hoe dat zit. Rupsen zijn bijvoorbeeld hele kieskeurige eters: zij lusten vaak maar enkele plantensoorten. Als die er niet meer zijn, dan gaan de rupsen dood, en verdwijnt er (weer) een vlindersoort, die juist nuttig is voor de bestuiving van andere planten. Willen we voorkomen dat de insecten nog verder uitsterven, dan moeten we er op zijn minst voor zorgen dat er genoeg voedsel- en schuilplekjes voor hen te vinden zijn. En daar kun jij bij helpen door inheemse planten in je tuin te zetten!

Gelderse roos (Viburnum opulus)

Welke planten zijn inheems?

Er zijn een heleboel inheemse planten en bomen, hier noemen we er een aantal die je in elk geval bij Steck kunt kopen. Vrienden van Steck kunnen sparen voor een gratis exemplaar:

Gele Morgenster (Tragopogon pratensis)
Bosaardbei (Fragaria vesca)
Betonie (Stachys officinalis)
Wilde Marjolein (Origanum vulgare)
Veldsalie (Salvia pratensis)
Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea)
Grote tijm (Thymus pulegioides)
Groot kaasjeskruid (Malva sylvestris)
Oranje havikskruid (Hieracium aurantiacum)

Inheems en uitheems combineren
Het is overigens niet zo dat uitheemse planten níet goed zijn. Het merendeel van de uitheemse planten kun je prima in je tuin zetten en sommige insecten zullen daar ook wat van smikkelen. Let alleen wel op dat je uitheemse planten niet té succesvol zijn. Er zijn namelijk enkele invasieve soorten die, als je even niet oplet, je hele tuin overnemen en inheemse planten verdringen. De Japanse Duizendknoop is een van de bekendste voorbeelden hiervan. Wil je echt iets doen voor de biodiversiteit, zorg dan dat je in elk geval inheemse planten in je tuin hebt staan. Dat kan heel goed in combinatie met (niet-invasieve) uitheemse soorten.