Het ontstaan van bloemen - Steck Utrecht
hummel-3609080

Het ontstaan van bloemen

Het is moeilijk om je een voorstelling te maken van een wereld zonder bloemen. We zijn zo gewend aan al die prachtige kleuren en vormen om ons heen. Bloemen: die zijn er ‘gewoon’. Maar is dat wel zo gewoon? Bloemplanten (ofwel: bedektzadigen) bestaan ‘pas’ 140 miljoen jaar. In de tijd van de dinosauriërs waren er ze er nog helemaal niet. Hoe zijn de eerste bloemsoorten dan ontstaan? Dat hebben we voor je uitgezocht!

Het hoe en waarom rond het ontstaan van de eerste bloemsoorten houdt wetenschappers al eeuwen bezig. Nog lang niet elk mysterie is opgelost, maar inmiddels is er een aardig beeld ontstaan van hoe de bloem de wereld veroverd heeft. Zeker is dat de vroege aarde bedekt was met de meest uiteenlopende tinten groen en bruin. Lange tijd was er in dat landschap geen bloem te bekennen. Verspreiding van soorten ging via sporen die zich lieten meevoeren door de wind, zoals bij varens, of via zaden (maar nog zonder vruchten). Dit waren de naaktzadigen, denk hierbij aan coniferen en planten als de Pinus. Naturalis schreef een interessant artikel over hoe de bloemloze periode er op aarde uitgezien moet hebben.

Een dennenappel is een mooi voorbeeld van een naaktzadige. De zaden zitten tussen de schubben van de kegels en zijn niet volledig bedekt. De bladeren van naaktzadigen zijn meestal naald- of schubvormig.

Gelukkig toeval

Dat we nu een vaas met bloemen op tafel kunnen zetten, is helemaal niet zo vanzelfsprekend. De evolutie van zaadplanten van naaktzadig naar bedektzadig blijkt op puur toeval te berusten. NEMO Kennislink schrijft dat het ontstaan van kroonbladeren, de kenmerkende eigenschap die bloemen hun herkenbare uiterlijk geven, heeft plaatsgevonden door een genetisch ‘foutje’. De kroonblaadjes zouden eigenlijk mislukte meeldraden zijn. Bij veel plantensoorten is de evolutie van de kroonblaadjes duidelijk zichtbaar als je de primitieve soorten vergelijkt met de moderne mutanten.

Vroege bestuiving

De eerste bloemplanten werden bestoven door kevers. Het stuifmeel dat deze planten te bieden hadden, diende als voedsel voor deze diertjes. Door zich van bloem tot bloem te verplaatsen vond er bestuiving plaats. Na jaren van onderzoek denken wetenschappers nu een beeld te hebben van hoe deze allereerste bloemsoort eruit moet hebben gezien: een bloem die was opgebouwd uit setjes van drie bladeren die iets gedraaid op elkaar lagen met zowel mannelijke als vrouwelijke geslachtsorganen. 

Zo zou de eerste bloemsoort er ongeveer uit hebben gezien. | Bron: Scientias

Verspreiding

Een volgend mysterie, waarover wetenschappers zich nog het hoofd breken, heeft te maken met hoe de eerste bloemsoort zich verspreid heeft over de wereld en hoe deze is geëvolueerd tot de ruim 300.000 bedektzadigen die we anno 2021 (er)kennen. Lang werd gedacht dat deze reis heel geleidelijk was zijn gegaan, maar recent onderzoek heeft aangetoond dat er kort na het ontstaan van de eerste bloemsoort al bijzonder veel variaties zijn ontstaan. 

Onder wetenschappers vind je nog altijd verschillende theorieën over hoe de eerste bloemsoorten zich zo snel konden ontwikkelen en verspreiden. Lange tijd dacht men dat bloemplanten en bestuivende insecten tegelijkertijd zijn geëvolueerd en zich telkens aan elkaar hebben aangepast. Na de kevers ontstonden bladwespen, daaruit evolueerden bijen met wespkenmerken en tenslotte de bijen, die we nu nog kennen. Tijdens dit proces zouden ook de bloemsoorten zijn mee-ontwikkeld. Inmiddels lijkt deze theorie niet volledig te kloppen: de eerste bloemsoorten waren helemaal niet zo aantrekkelijk voor insecten. En toen er al veel soorten bestuivende insecten waren, liep de diversiteit aan bloemsoorten ver voor op die van de insecten. 

Overzicht met wanneer planten en insecten die belangrijk zijn voor bestuiving zijn ontstaan. Bron: Naturalis

Een andere theorie is dat de bladeren van de bedektzadigen steeds meer nerven kregen in relatief korte tijd, waardoor er meer water beschikbaar kwam voor fotosynthese. Hierdoor konden de planten sneller groeien. Dit heeft wellicht ook bijgedragen aan de snelle verspreiding en ontwikkeling van bloemplanten.

Conclusie

Plantwetenschappers gaan er voorzichtigheidshalve vanuit dat een combinatie van factoren een rol heeft gespeeld bij het ontstaan van het bloemenrijk. Omdat er helaas weinig fossiele resten uit de beginperiode van de bloemplanten bewaard zijn gebleven, blijft het vinden van antwoorden lastig, ondanks de steeds geavanceerdere (micro)technologieën. Het ontstaan van al die mooie bloemen om ons heen blijft dus omgeven met mysteries, maar misschien worden ze daardoor juist nóg mooier. Hier kun je ook lezen waarom en hóe planten bloeien.

Op andere inspirerende wijzen kennismaken met bloemen? Bekijk dan ons eigen augustus programma, met daarin o.a. de fotoserie Hemicrania-Disambiguation van Carole Rey die vanaf 28 augustus bij Steck te zien is. 

Volg Steck via de nieuwsbrief of sociale media