Kamerplanten verzorgen in de lente en de zomer

Tussen maart en oktober groeien je kamerplanten het hardst, want dan is er het meeste zonlicht. In dit groeiseizoen hebben je planten andere verzorging nodig dan in de winter. Meer water en voeding bijvoorbeeld. Door je kamerplanten goed te verzorgen, hou je ze gezond en sterk. Lees hieronder de 7 tips om dit voor elkaar te krijgen.

1. Zorg voor voldoende licht

Misschien heb je je kamerplanten in de winter op een lichtere plek gezet. Of heb je je cactussen verplaatst naar een koelere kamer, waar het zonlicht anders valt. In maart is het tijd om deze planten terug te zetten op hun vertrouwde plek. Elke plant heeft een eigen lichtbehoefte. Zoek deze op en hou je eraan. Een raam op het zuiden is in de zomer voor bijna alle planten problematisch. Zelfs vetplanten kunnen verbranden door een te felle, aanhoudende zon. Zet je planten in de warme zomermaanden daarom verder van het raam af. Of zorg dat er bijvoorbeeld vitrage tussen de zon en de plant in zit. De hele dag je gordijnen dicht houden tegen de zon, is ook niet fijn voor je planten. Ze hebben het (indirecte) zonlicht echt nodig om gezond te blijven.

Verschillende kamerplanten staan voor een raam

2. Verpot op tijd

De lente is de ideale tijd om je planten te verpotten. Een plant heeft een grotere pot nodig als zijn wortels niet meer goed in zijn huidige pot passen. Als de wortels rond de buitenkant van de kluit groeien, dan is het tijd om te verpotten! Kies een pot met een diameter die 10 tot 15 cm groter is dan de oude pot. Vul de pot met verse, biologische potgrond. Hiermee geef je je plant meteen wat extra voeding.

Op een tafel staat een Monstera Deliciosa, een meisje dat in een tuinbroek aan tafel zit houdt een blad voor haar gezicht

3. Bemest je planten

Om te groeien hebben planten water, licht en voedingsstoffen nodig. De voedingsstoffen in de potgrond raken na verloop van tijd op. Die moet je daarom regelmatig aanvullen. Geef je planten daarom van begin maart tot eind september regelmatig een beetje (liefst biologische) voeding. Dat kan in vloeibare vorm, gemengd met je gietwater, of in de vorm van korrels of staafjes die je rechtstreeks in de grond steekt. Voor sommige planten bestaat speciale voeding, zoals voor cactussen, vetplanten en orchidee√ęn. Hou je aan de aanbevolen hoeveelheid en frequentie op de verpakking.

Iemand geeft met een witte gieter een kamerplant water

4. Verhoog je gietbeurten

In de lente begin je voorzichtig met wat meer water geven aan je planten. Cactussen haal je uit hun winterslaap door ze nu voor het eerst weer een slok water te geven. Andere planten willen nu misschien meer dan één keer per week water. Voordat je enthousiast gaat gieten, voel éérst hoe nat de grond nog is. Dat doe je door je vinger een of twee kootjes in de aarde te steken. Voelt het nog nat? Wacht dan even met water geven. Planten hebben in dit seizoen meer water nodig, maar het risico op overbewatering blijft. Je kunt dit eventueel voorkomen door hydrokorrels onder in de pot te doen. Of gebruik een terracotta pot met een schoteltje eronder. In de hete zomermaanden hebben je planten misschien nóg meer dorst. Hou dat goed in de gaten.

Met een roze gieter worden verschillende planten in een vensterbank water gegeven

5.  Let op de luchtvochtigheid

Als de verwarming uitgaat, wordt de lucht in huis automatisch een stuk vochtiger. Dat vinden je planten heerlijk! Ze gedijen het best in een luchtvochtigheid van 40-60%. Dit meet je met een hygrometer. Heb je in de warme zomermaanden een airco aan? Dan wordt de lucht weer droger. Overweeg een luchtbevochtiger of plaats schoteltjes water in de buurt van je planten. Daarmee hou je de luchtvochtigheid op peil.

Iemand besproeit een kamerplant

6. Controleer op ziektes en plagen

Warmere temperaturen kunnen beestjes in je plant aantrekken. Inspecteer je planten regelmatig en handel snel bij de eerste tekenen van plagen. Zet de besmette plant in elk geval ergens in quarantaine, zodat andere planten niet besmet worden. Lees hier bijvoorbeeld wat je kunt doen bij rouwvliegjes.

In een kamerplant is een gele plantensteker helemaal bedekt met rouwvliegjes

7. Geef je planten af en toe een douchebeurt

Net als de meubels in je huis vangen je planten stof op hun blad. Los van dat het er weinig feestelijk uitziet, belemmert veel stof op het blad de fotosynthese. Zet je planten daarom af en toe buiten als het regent. Daar knappen ze helemaal van op! Het blad afsproeien onder de douche kan ook, maar regenwater is beter, omdat er geen kalk in zit. En het is nog gratis ook. De meeste planten kunnen overigens alleen naar buiten als de temperatuur boven de 15 graden is.

Met deze 7 tips kun je aan de slag om je kamerplanten zo goed mogelijk te verzorgen. Op naar een urban jungle vol gezonde, sterke planten! En als het oktober wordt, dan lees je hier hoe je je planten verzorgt in de winter. Succes!