Kamerplanten stekken: zo laat je stekjes van (bijna) elke plant goed groeien

Monstera’s, bananenplanten of pannenkoekplanten stekken? Of wil je babyplantjes van die ene mooie cactus of aloë vera? Voor het stekken van kamerplanten zijn er verschillende manieren. In deze blog lees je over kopstekken, stengelstekken en bladstekken. Klaar om je huis om te toveren tot een plantenwalhalla? 

Deze kamerplanten kun je stekken

In principe kun je elke kamerplant stekken, als de plant maar gezond is. Leef je uit! Maar let op: de manier waarop je stekken maakt, hangt af van de plant. Van de Rhipsalis, Monstera, Schefflera, Philodendron, Dracaena en Peperomia bijvoorbeeld laat je de kop, het topje dus, wortelen. En van het Kaaps viooltje, de bladbegonia, Sansevieria en Peperomia stek je het blad. Stengelstekken kun je doen bij de Ceropegia, Epipremnum, Hedera en Tradescantia. 

Hoe werkt stekken?

Hieronder lees je stap voor stap hoe je van moederplantjes prachtige nakomelingen maakt.  

In de winkel van Steck Utrecht vind je handige instructieboekjes voor alle verschillende manieren om te stekken

Kopstekken

Een van de meest bekende én makkelijkste manieren om te stekken is kopstekken. Je knipt of snijdt dan de bovenkant van de plant, de kop, af. Zoek bij een gezonde plant naar een scheut van ongeveer 10 centimeter met een paar blaadjes eraan. Snijd deze net onder een bladknop af. Dit is het plekje waar een nieuw blaadje uit zou groeien. Je hebt nu een stengel met een topje en wat blad eraan. Haal de onderste blaadjes weg. Doop de stek eventueel in een beetje stekpoeder en steek hem in een potje met stekgrond. Geef een scheut (regen)water. Dek eventueel het potje af met folie of een plastic zakje. Zo houd je de luchtvochtigheid op peil. Als de stekjes geworteld zijn, kun je ze na ongeveer vier weken verpotten in grotere potjes met gewone potgrond.

Stengelstekken

Bij stengelstekken maak je meerdere stekjes uit één plantenstengel. Zo krijg je er lekker veel. De stekjes hebben geen ‘kop’. Zo werkt het: snijd een lange, volgroeide stengel met veel blaadjes eraan af, net onder de bladknop. Snijd de stengel in verschillende stukken. Zorg daarbij dat elke stek minstens één blad heeft en een bladknop waaruit de wortels zich kunnen ontwikkelen. Doop de stekjes eventueel in een beetje stekpoeder en steek ze in aparte potjes met stekgrond. Geef een scheut (regen)water en voorkom dat de stekjes de komende weken uitdrogen. Dek eventueel de potjes af met een plastic zakje of zet ze in een kweekkasje. Als ze geworteld zijn, verpot je ze na ongeveer vier weken in grotere potjes met gewone potgrond.

Bladstekken

Van sommige planten kun je het blad stekken. Dit kan op twee manieren: mét of zonder steel.

Zonder steel: Snijd een blad van een gezonde plant. Maak aan de onderkant overdwars inkepingen in de nerven. Leg het blad met de inkepingen onder plat in een pot met potgrond. Zorg dat het blad de aarde goed raakt (leg er bijvoorbeeld steentjes op). Dóór het blad heen zullen nieuwe plantjes verschijnen. Als deze ongeveer 5 cm zijn, zet je ze voorzichtig in een nieuw potje. 

Met steel: Snijd een blad met steel van een gezonde plant. Doop de steel eventueel in wat stekpoeder. Steek de steel in een potje met stekgrond. Je kunt meerdere stekjes in één potje zetten. De plantjes die opkomen, zet je in een eigen potje.

Wanneer kun je het beste stekken

De beste periode om planten te stekken is het voorjaar. In de lente is er voldoende licht voor de stek om zich te ontwikkelen. Vermijd wel direct zonlicht.

Stekjes kopen en ruilen in Utrecht

Wil je eerst beginnen met een kant-en-klare stek? Check je lokale plantenbieb of vraag rond bij familie, buren en vrienden. Of sluit je aan bij een stekjesruilplatform, ruil met andere plantenliefhebbers of kom langs bij Steck. Hier vind je ook stekgrond, vloeibare plantenvoeding en stekpoeder, dat de groei van planten stimuleert. 

Met deze tips móet het lukken om een weelderige plantencollectie te laten groeien!