5 kamerplanten voor donkere hoekjes

mos-kamerplant voor schaduw

Alle planten hebben licht nodig om te groeien. Groeien doen ze door middel van fotosynthese. Licht is superbelangrijk voor een blije plant. Maar welke plant moet je kiezen als er niet zoveel licht beschikbaar is?

Gelukkig voor ons zijn er veel soorten kamerplanten die genoegen nemen met weinig licht. Planten die in de natuur ook al op een schaduwrijke bosgrond groeien, voelen zich in jouw donkere hoekje prima thuis. Hieronder stellen we 5 kamerplanten aan je voor die maar weinig licht nodig hebben.

Asplenium of ‘nestvaren’

1. Varens

Varens zijn de koning(inn)en van de schemer. In het wild groeien ze vaak op de met mos bedekte bodem van dichtbegroeide bossen. Hier vangen ze weinig licht. Ze komen voor in vele soorten en maten: van mini-varentjes in de vorm van hartjes tot gigantische groene toeven. Sommigen hebben net wat meer licht nodig dan anderen. De varen die echt het beste tegen weinig licht kan, is de Asplenium.

Varens vinden het absoluut niet fijn om uit te drogen. Als je een varen in huis haalt, let er dan op dat deze genoeg water krijgt. Niet alleen houden ze van een licht vochtige bodem, ook gedijen ze een stuk beter in een vochtige omgeving. Zet een varen dus niet in de buurt van je verwarming en zorg voor een goede luchtvochtigheid. Zéker in de winter. Het kan zijn dat ze na aankoop even moeten wennen aan je huis. Dat komt omdat de lucht vaak wat droger is dan in de bossen waar ze oorspronkelijk groeien. Als je zorgt dat ze nooit uitdrogen, passen ze zich meestal vanzelf weer aan.

2. Sansevieria’s

Sansevieria’s zijn makkelijke planten. Ze vinden het niet erg om in een donker hoekje te groeien. Ze leven in het wild op droge, steenachtige grond. In hun vlezige bladeren slaan ze water op. Ze vergeven je als je ze per ongeluk een keertje overslaat bij het watergeven. Sterker nog, als je je Sansevieria op een donker plekje hebt staan, hebben ze echt maar weinig water nodig. Op het moment dat de bladeren een beetje beginnen te rimpelen, en de grond helemaal droog is, voeg je weer een scheutje toe. 

Sansevieria’s bestaan in allerlei verschillende patronen en kleuren. Van melkachtig wit tot fel gestreepte bladeren. Als je er eenmaal eentje hebt, wil je ze allemaal sparen!

3. ZZ-plant

Ook de Zamioculcas Zamiifolia – ZZ plant voor vrienden en bekenden – kan het allemaal hebben: donkere hoekjes en vergeten waterbeurten. In het wild vind je de ZZ-plant in Oost Afrika onder hele diverse omstandigheden: van schaduwrijke bossen tot rotsachtige bergen. Daardoor kan ze ook goed tegen verschillende omstandigheden, waaronder schaduw en droogte.

Beginnen de bladeren van de ZZ plant een beetje dof te worden, spoel haar dan even af onder de douche. Daarna kan je weer lang genieten van de mooie, glimmende bladeren. De ZZ-plant is normaal gesproken diepgroen, maar als je iets speciaals zoekt: er bestaat ook een zwarte variant (echt!). 

Verschillende Sansevieria’s, de glimmende ZZ-plant en Scindapsus Trebie

4. Scindapsus

Zoek je een hangende plant voor een schaduwrijk plekje? Dan is de Scindapsus jouw plant. Of wil je juist een klimmende plant? Dat kan de Scindapsus ook! Als je jouw Scindapsus laat hangen, blijven de blaadjes wat kleiner. En als de Scindapsus ergens tegenaan kan klimmen, worden haar bladeren juist groter. In het wild groeien ze vaak in vochtige bossen tegen een boomstam aan, op weg naar het licht. Als het regent, loopt het water langs de boomstam en blijft het niet lang liggen. De Scindapsus houdt daarom niet van natte voeten, beter iets te droog dan te nat. Geef pas water als de blaadjes een beetje beginnen te krullen, dan zit je goed.

Er zijn verschillende soorten Scindapsus. De meest voorkomende zijn de Scindapsus Pictus, Scindapsus Trebie en Scindapsus Moonlight. Die hebben allemaal net even een andere zilveren tekening op hun bladeren.

5. Mos

Mos houdt erg van donkere, vochtige plekjes. Denk aan vochtige bosbodems en schaduwrijke stenen en stammen, daar voelt mos zich helemaal thuis. In de meeste huizen is het alleen niet vochtig genoeg voor mos. Niet getreurd! Met een kleine aanpassing groei je mooi ‘kamermos’. Bewaar een lege pindakaaspot, of een andere glazen pot die af te sluiten is, en maak ‘m goed schoon. Leg een beetje aarde op de bodem, het mos erbovenop, druk het mos lichtjes op de aarde. Zorg dat het geheel licht vochtig is, zeker niet te nat! Bij twijfel: beter wat te droog dan te nat. Sluit daarna de deksel en voilà: je hebt een klein mos-biotoopje gecreëerd!  

In de winter vertraagt de groei van planten. Ook van planten die niet zoveel licht nodig hebben. Daarom hebben ze minder water en geen meststoffen nodig. Meer weten? Bestudeer hoe je jouw planten het beste kunt verzorgen in de winter. Er zijn nog veel meer planten die ook op een donkerder plekje kunnen groeien, zoals de Aspidistra, de Chamaedorea en de Dracaena. Benieuwd welke zorg die nodig hebben? Kom vooral langs bij Steck voor meer donkere hoekjes advies!

De Chamaedorea (of Mexicaanse Dwergpalm)

Zo maak je een bloembollenlasagne

Bij een bloembollenlasagne maak je gebruik van de verschillende bloeiperioden van bloembollen. Op die manier heb je op een relatief klein oppervlak zo lang mogelijk bloemenpracht! Zo maak je een geslaagde bloembollenlasagne:

1. Selecteer de bloembollen op basis van hun bloeiperiode
Kies bloembollen uit die opeenvolgende bloeiperioden hebben. Die info vind je op de verpakking van de bloembol.

2. Kies een mooie plek uit
Regel een mooi pot of bak (of een plekje in je tuin) waar je de lasagne gaat maken.

3. Plant de bollen in de goede volgorde
Wissel laagjes aarde en laagjes bloembollen met elkaar af, plant de bollen die het laatst bloeien onderop, en de bollen die het vroegst bloeien bovenop.






Let op! Ook als je je bloembollenlasagne tot in de puntjes hebt uitgedacht, kan het resultaat soms anders zijn dan verwacht. Het moment van planten heeft bijvoorbeeld invloed op hoe vroeg de bollen uitkomen. Ook de temperatuur in het voorjaar bepaalt de bloeiperiode van je bollen.

Zet je je bollen pas in december in de grond, en hebben we een koud voorjaar? Dan kan het zijn dat de bollen pas laat uitkomen. Is het voorjaar juist warm en zet je de bollen in september al in de grond? Dan kan het zijn dat (sommigen) juist eerder uitkomen.

Kom je er zelf niet uit en wil je toch een mooie (en lekkere) lasagne op (tuin)tafel zetten? Spreek tijdens het bloembollenshoppen een Steck-medewerker aan, die helpt je graag aan een goed recept! Of bekijk de tips in deze blog van GroenVandaag.

5 dingen over Pasen die je je waarschijnlijk elk jaar afvraagt

Gekleurde eieren, de paashaas en een fiks ontbijt: Pasen is een van de leukste feesten die we hebben, maar met al zijn symbolen is het ook een beetje een warboel. Waar komt deze traditie vandaan en hoe past Jezus in het paasverhaal? We zetten de 5 meest voorkomende vragen over Pasen op een rij en zochten het antwoord voor je uit. Vrolijk Pasen!  

1. Wat vieren we met Pasen?

Pasen is van oorsprong een van de belangrijkste feestdagen in het christendom. Volgens de Bijbel stierf Jezus op Goede Vrijdag aan het kruis. Twee dagen later herrees hij uit de dood. Deze herrijzenis vieren we met Pasen. In de christelijke traditie wordt er vooraf 46 dagen gevast (eigenlijk 40 dagen, want op zondag hoef je niet te vasten). Dat is de periode tussen carnaval en Pasen. Na wekenlang afzien mag met Pasen dan eindelijk weer (heerlijk) gegeten worden. Aan dat fenomeen danken we onze hedendaagse paasonbijtjes en -brunches.

2. Kun je Pasen ook vieren als je niet gelovig bent?

Jazeker! Net als Kerst is Pasen gekoppeld aan het christelijke geloof. Maar voor het merendeel van de mensen hebben beide feesten geen religieus tintje (meer). Pasen is voor hen vooral een moment om gezellig samen te zijn met familie en/of vrienden.

Voor de opkomst van het christendom vierden mensen al lentefeesten. Die hadden te maken met de lente-equinox op 20 of 21 maart: de aarde staat dan zodanig ten opzichte van de zon dat de dag precies even lang duurt als de nacht. Daarna zijn de dagen weer langer dan de nachten. Er is weer meer daglicht en zo komt ook de natuur tot leven. Een belangrijk moment in het jaar, waarin de aarde ons van voedsel voorziet. Nu kan er weer volop gezaaid worden. Een reden voor een feestje, vonden ook de Germanen.

3. Waarom is Pasen elk jaar op een andere datum?

Pasen valt elk jaar op een zondag tussen 22 maart en 25 april. Maar als dit samenhangt met de kruisiging en wederopstanding van Jezus, waarom verandert de datum dan? Dat komt doordat verschillende geschriften andere dingen beweren over dit belangrijke moment in de christelijke traditie. In de 8ste eeuw werd hier heel wat over gediscussieerd. 

Volgens de ene traditie werd Christus gekruisigd op de 14e dag na de eerste volle maan van de lente. Twee dagen daarna ontwaakte hij uit de dood. Pasen zou 16 dagen na de eerste volle maan van de lente moeten worden gevierd. Een andere stroming zei juist dat de kruisiging van Jezus op een zondag in de lente had plaatsgevonden. Uiteindelijk werd het een combinatie van die twee: Pasen valt tegenwoordig altijd op de eerste zondag na de eerste volle maan van de lente.

4. Waar komen die paaseieren en de paashaas vandaan?

Het Paasfeest kreeg er in de loop der tijd elementen bij die weinig of niets te maken hebben met de christelijke traditie. Zo verstopt de paashaas gekleurde eieren. Wat hiervan precies de herkomst is, is niet echt bewezen. 

Er zijn verschillende verhalen. Een theorie vertelt dat de haas en eieren uit een Germaans sprookje komen. Dit sprookje was onderdeel van het feest dat de Germanen vierden aan het begin van de lente. Godin Ostara veranderde volgens dit verhaal een gewonde vogel in een haas die gekleurde eieren kon leggen. Christenen zouden het Paasfeest ‘over’ dit Germaanse feest hebben gelegd: zo zouden ze mensen gemakkelijker kunnen bekeren.

Een andere verklaring voor het belang van het paasei is dat er na de vastentijd veel eieren over waren: de kippen bleven immers eieren leggen. Zodra het weer mocht, aten mensen deze met Pasen op. Ook staat het ei symbool voor wedergeboorte: een verwijzing naar de wederopstanding van Jezus. In de vroegere lentefeesten stond een ei ook voor nieuw leven en vruchtbaarheid, wat weer verwijst naar de lente en de vruchtbare aarde.

5. En hoe zit het met paastakken en ander ‘paasgroen’?

Zoals je kon lezen, vierden onze voorouders al lentefeesten om het nieuwe begin van het leven te vieren. Met Pasen gebruiken we elementen die dit nieuwe leven symboliseren: kuikentjes en takken van planten die al vroeg in het jaar een teken van leven geven. Een prachtig symbool van opgekropte levenslust. In de lente komt deze energie onder invloed van het lentezonnetje vrij en staat de natuur vol met een kleurrijke explosie van krokusbloemen en narcissen. Pasen is een en al Lentelust.

Hoe gaat het met de Voedseltuin?

Radijsjes en peultjes en een paardebloem

Twee jaar geleden werd het kale asfalt naast de kassen van Steck omgetoverd tot een prachtige moestuin. Inmiddels werken er vrijwilligers uit Overvecht, die in ruil voor hun inzet een deel van de oogst mee naar huis nemen.

Maar de groente vinden ook hun weg naar jouw bord. Als je hebt geluncht in ons tuincafe heb je waarschijnlijk ook Voedseltuingroenten gegeten. Tuincafé Noordertuin maakt namelijk dankbaar gebruik van een deel van de oogst. Dit is een mooie ontwikkeling: vrijwilligers en bezoekers kunnen hun eten direct zien groeien, zo lokaal als het maar kan. Zelfs nu, in de winter, kan er geoogst worden. Met name palmkool en boerenkool staan op het menu.

boerenkool in de voedseltuin met de noordertuin op de achtergrond
Boerenkool in de Voedseltuin

Plannen voor de toekomst

Maar Mark Verhoef, de coördinator van de Voedseltuin, wil meer. ‘Het idee van de oprichting van de Voedseltuin was altijd al met in ons achterhoofd: een Overvechts netwerk oprichten, zodat zoveel mogelijk groente de weg naar de wijk kan vinden. Daarom ben ik nu met mijn collega Caro op zoek naar allerlei initiatieven, groepen en organisaties die daaraan bij kunnen dragen.’

Nieuwe uitdagingen

Mark wil graag de hele wijk Overvecht van gezond voedsel voorzien. Dat kan direct afkomstig zijn uit een van de drie Voedseltuinen, maar in de toekomst misschien ook wel van lokale boeren of andere moestuinen die oogst opleveren. Om te zorgen dat die oogst zo veel mogelijk mensen kan bereiken, is hij in gesprek met verschillende locaties in Overvecht waar buurtbewoners mee kunnen eten. Uit die gesprekken blijkt enorm veel interesse voor een lokale oogst, maar ook nieuwe uitdagingen. Want een lokale oogst betekent ook een wisselend aanbod in groente. 

‘Zo zijn we bijvoorbeeld in gesprek met Buurttafels in Overvecht, over de manier waarop ze meer gebruik kunnen maken van seizoensgroenten,’ vertelt Mark. ‘Alleen de afhankelijkheid van seizoensgroente zorgt voor wisselende oogst en dat vergt best wat creativiteit van de koks die daar werken. Om koken met seizoensgroente makkelijker te maken, is bijvoorbeeld het idee ontstaan om een “‘wijk-kookboek’” maken met recepten die bij het seizoensaanbod passen.’

Vrijwilligers hard aan het werk in de Voedseltuin bij Steck
Vrijwilligers hard aan het werk in de Voedseltuin bij Steck

Een voedselnetwerk in Overvecht

Om ervoor te zorgen dat gezond, vers, duurzaam en lokaal voedsel voor iedereen toegankelijk is, is het belangrijk dat lokale partijen samenwerken. Zodat biologisch voedsel uit de buurt bijvoorbeeld niet alleen te koop is bij duurdere winkels, maar juist ook beschikbaar is voor mensen met een kleinere portemonnee.

Daarom spreken Mark en Caro met lokale horecaondernemers, boeren, moestuineigenaren en diverse inwoners uit Overvecht om te kijken waar ruimte is voor samenwerking. ‘Aan het einde van de verkenning willen we de voedselstromen binnen de wijk zo veel mogelijk in kaart te brengen,’ zegt Mark. 

Voedsel in de toekomst

Mark droomt van het oprichten van een coöperatieve supermarkt. Eentje die beheerd wordt door bewoners en lokale ondernemers en bevoorraad door lokale leveranciers. Door dat lokale beheer dient zo’n supermarkt niet de doelen van zo veel mogelijk geld verdienen, maar die van de wijk zo gezond mogelijk houden.

‘Het zou moeten gaan om een groter verhaal dan “wij verkopen eten omdat jij een lunch nodig hebt”,’ vertelt Mark. ‘Dat grotere verhaal moet zijn: ik verkoop lokaal eten uit Overvecht en omgeving rekening houdend met de wijk, de mensen, biodiversiteit en gezondheid.’

Meer weten of bijdragen?

Ben jij nou een creatieve kok, handige harry, of groene ondernemer met een hart voor duurzaam, lokaal en sociaal ondernemen? Of denk je op een andere manier bij te kunnen dragen aan een Overvechts voedselnetwerk, bijvoorbeeld door kennisdeling, donaties of arbeid? Laat het Mark en Caro weten! Mail naar info@voedseltuinovervecht.nl

Het werk in de Voedseltuin gaat ondertussen gewoon door. Nu het winter is, zie je daar nog niet zoveel groeien, maar straks in de lente explodeert het smakelijke groen de tuin uit.

Steck groeit verder: onze plannen dit voorjaar

Verbouwing Steck

En groene stadsoase, dat word je niet in één dag. Met de huidige partners van de Noordertuin, de Clique, Kwekerij Stekkers, de Voedseltuin en de Glitter Gladiool hebben we de eerste stappen gezet. Maar we zijn nog niet klaar! Komend voorjaar breiden we ons winkelaanbod uit met een duurzaamheidslabel, een dierenafdeling en een groente- en fruitwinkel. Ook de ingang moet eraan geloven, die wordt straks zo aantrekkelijk dat niemand voorbij kan fietsen zonder naar binnen te willen!

Duurzaamheidslabel Ympa

Met de komst van het label ‘Ympa’ naar Steck, is het straks heel makkelijk om verantwoord planten te kopen. Alle planten met het Ympa-label moeten aan bepaalde duurzaamheidseisen voldoen, bijvoorbeeld de afwezigheid van pesticiden, turfvrij substraat en plasticvrije verpakking. Het Ympa-label vind je vanaf het het voorjaar bij onze buiten- en kamerplanten.

Steck Dier

Na veel vraag komt ‘ie er dan echt: Stecks eigen dierenafdeling! Niet met levende dieren, maar wel met alles voor het verzorgen van je huisdier. Voer, speeltjes, manden en snoepjes: je vindt het straks allemaal op de plek waar nu nog de bbq’s en zijdebloemen staan. We willen zorgen dat iedereen bij de dierenafdeling terechtkan, bewuste huisdierenbaasjes en mensen met een kleinere portemonnee. Langs de ‘groene winkelroute’ vind je het duurzame aanbod.

Verse groente en fruit van boeren uit de buurt

De groente- en fruitkraam van De Boer Op, die tot voor kort bij de uitgang van de winkel stond, wordt gepromoveerd tot een eigen winkel binnen Steck. Onder de naam ‘Oogst Utrecht’ vind je de winkelruimte straks in het gebied naast de kassa’s. Op dit moment zijn de verbouwingen hiervoor bezig en kun je even geen groente en fruit bij ons kopen. Bij Oogst Utrecht kun je straks terecht voor fruit en groente die zo veel mogelijk afkomstig zijn van boeren uit de omgeving.

Vernieuwde entree

Aan de entree wordt ook gesleuteld, maar hoe het precies eruit komt te zien is nog een een verrassing! Dat is namelijk in grote mate afhankelijk van welke restmaterialen het team op de kop kan tikken. Daarmee wordt de ingang vervolgens helemaal verbouwd, met allerlei kleine holletjes voor vogels en insecten om zich in te verstoppen.

Wil je op de hoogte blijven van deze verbouwing? In onze nieuwsbrief delen we alle nieuwe ontwikkelingen, schrijf je hier in.

Een ode aan de kamerplant: wat een plant voor je kan betekenen

een mooie caladium, kamerplant

Er zijn zoveel mooie planten op de wereld! Een deel daarvan doet het goed in je huiskamer. Planten zijn niet alleen mooi, ze hebben ook veel andere bijzondere eigenschappen waar je je voordeel mee kan doen. Lees hier waarom het een goed idee is om die groene schepsels in huis te halen.

Planten zijn prachtig om naar te kijken

Planten zijn gewoon erg mooi! Diepgroen, wijnrood, gespikkeld of gestreept: er zijn prachtige bladeren, stengels en stelen in de plantenwereld die je huis net dat extra’s geven. Of je nou een smalle, hoge plek hebt of een brede, lege plank: voor elk plekje is een plant(je).

Door je plant te combineren met een mooie pot kun je je persoonlijkheid laten spreken. Je kunt alle kanten op.

Planten zorgen voor (gezonde) lucht

Planten maken zuurstof, essentieel voor alle levende wezens op aarde. Dat doen ze ook nog eens op basis van een gas waar wij niks aan hebben: CO2. Kan het nog geweldiger? Ja! Planten kunnen ook nog eens schadelijke stoffen uit de lucht halen, ontdekte NASA. Planten zuiveren onder andere benzeen of formaldehyde uit de lucht, stoffen die bijvoorbeeld uit de lijm van meubilair kunnen ontsnappen.

Het is moeilijk te zeggen hoeveel planten je precies moet hebben om alle lucht in je huis te zuiveren. Elke huiskamer is uniek, en ook de hoeveelheid ventilatie (open ramen en deuren) heeft invloed op de luchtkwaliteit. Wil je het luchtzuiverende effect van planten vergroten? Haal dan vooral veel kamerplanten in huis, blijkt uit onderzoek van de Keuringsdienst van waarde

Planten laten je altijd iets nieuws zien 

Je hebt een tijdje je planten niet goed bekeken, en wat blijkt? Je plant is opeens twee keer zo groot geworden, is tegen de muur op gaan klimmen of heeft een prachtig nieuw blad gemaakt. Verrassing!

Ook als je planten schijnbaar stil lijken te staan, kan het goed zijn dat er in de pot van alles gebeurt, zoals de aanmaak van nieuwe wortels. Planten zijn levende wezens die constant in beweging zijn. In de winter doen de meeste planten het wat rustiger aan. Zodra de dagen weer langer worden zie je dat planten ook langzaam weer wakker worden. Opeens zit er een knop aan je orchidee of een nieuwe scheut aan je gatenplant.

Sommige planten kan je zelfs zien bewegen. Planten als de Marantha (bidplant), Calathea en Oxalis klappen ‘s nachts hun blaadjes op en klappen ze overdag weer open. Zoals je kan zien in dit filmpje.

Planten leren je van alles over de natuur

Planten zijn een weerspiegeling van hun natuurlijke habitat. Haal je een plant in huis, dan komt ook de natuurlijke habitat van die plant mee! Zo zijn de scherpe stekels van de cactus bedoeld om zijn waardevolle wateropslag te beschermen tegen dorstige dieren in een droge woestijn. En kunnen behaarde blaadjes van planten een teken zijn dat ze in het wild op winderige plekken groeien (de haartjes vormen dan een barrière waardoor water minder snel uit het blad verdampt).

En ken je de gaten in de blad van de gatenplant Monstera Deliciosa? In een dichtbegroeid oerwoud waar het vochtig en warm is, is er een constante strijd tussen planten om genoeg licht op te vangen. De gaten van de Monstera zijn er waarschijnlijk zodat de plant optimaal licht kan opvangen zónder daarvoor een groter bladoppervlak te hoeven maken (wat veel energie kost en kwetsbaar is). 

Planten kun je delen

Van de meeste planten kan je er ook makkelijk meer maken door het nemen van stekjes, of het opdelen van de plant. Op die manier kun je je favoriete plant ruilen of weggeven. Zo maak je ook een ander blij, zonder dat je je hele plant weg moet geven. En daarna groeit ‘ie gewoon weer door!

De graslelie is bij uitstek geschikt om te delen: ze maken super snel nieuwe stekjes, zijn makkelijk te verzorgen én groeien als een tierelier.

Planten zorgen ervoor dat je je beter voelt

Doordat de mens vroeger constant in de natuur was, voordat we met zijn allen in grote steden gingen wonen, zijn we helemaal aangepast op het leven in het groen. We hebben dus een soort aangeboren liefde voor de natuur. ‘Biophilia’ heet dat. Doordat planten ons in contact brengen met onze ‘natuurlijke habitat’ van vroeger, voelen we ons thuis en prettig tussen planten.

Benieuwd welke plant het beste bij jou past? Kom langs bij Steck voor uitgebreid plantenadvies. Als je op zoek bent naar een kamerplant voor in de schaduw, kun je alvast de blog lezen over ‘kamerplanten voor donkere hoekjes’.

7 tips om je orchidee weer tot bloei te brengen

phalaenopsis orchidee in bloei

Je kent het wel: je valt als een blok voor een orchidee. Een paar weken geniet je elke dag van de kleurenpracht, maar op een dag beginnen de bloemetjes een voor een uit te vallen. Wat overblijft, is een zielige verzameling bladeren met een droog takje in het midden. Sommige mensen gooien de plant op dat moment weg, maar dat is helemaal niet nodig! In deze blog leer je alles over orchideeën, zodat je straks alleen nog maar bloeiende orchideeën om je heen hebt. Dit zijn 7 belangrijke tips om je orchidee te laten bloeien:

1. Ken de naam van je orchidee

Er zijn heel veel soorten orchideeën, een stuk of 28.000. En elke soort heeft haar eigen gebruiksaanwijzing. De orchidee die je het meest tegenkomt in tuincentra en supermarkten, is de Phalaenopsis. De tips in deze blog zijn vooral van toepassing op deze soort. Heb je een andere orchidee? Neem dan eens een kijkje op het Youtube kanaal van MissOrchidGirl voor meer tips.

2. Houd rekening met de seizoenen

De meeste orchideeën bloeien maar 1 of 2 keer per jaar. Als jouw orchidee net is uitgebloeid, kan het even duren voordat ze weer opnieuw bloeit. Het voordeel is wel dat als ze bloeit, je ook meteen meerdere weken, en soms maanden, van de bloemen kan genieten.

3. Knip de oude bloemstelen helemaal onderaan af

Sommige mensen raden je aan om een uitgebloeide steel af te knippen tot boven het 3e ‘oogje’. Op die manier stimuleer je de orchidee om opnieuw te gaan bloeien. Vaak lukt dat inderdaad. Het kost de orchidee alleen wel veel energie om meteen na de vorige bloei nieuwe bloemen te maken. Als je de orchidee ‘dwingt’ om nog een keer te gaan bloeien, houdt ze minder energie over voor het maken van bladeren en wortels. En die zijn nou juist belangrijk voor een gezonde plant én voor de volgende bloei! Daarom kun je beter de oude bloemstengel helemaal onderaan afknippen. Zo weet de orchidee dat het tijd is om energie te steken in de bladeren en wortels.

4. Zorg voor genoeg licht

Ook al groeien orchideeën in de schaduw van andere planten, ze bloeien het mooist als ze genoeg licht krijgen. Te weinig licht en je krijgt weinig of geen bloemen. Dat betekent niet dat je orchidee elke dag moet bakken in de zon, maar een beetje direct zonlicht gedurende de dag geeft de orchidee energie om bloemen te maken. Een plekje waar in de ochtend of de namiddag zon op valt is perfect.

Orchideeen in het wild
De natuurlijke habitat van de orchidee: op boomstammen, tussen het mos en varens

5. Niet te weinig, en niet te veel water

Orchideeën groeien in het wild op boomstammen. Daar ‘plakken’ ze met hun wortels tegenaan en vangen het water op dat langs de bomen naar beneden sijpelt. De boom heeft  geen last van de orchidee. De wortels van een orchidee groeien niet in de aarde en staan in direct contact met de lucht. Door die ventilatie drogen de wortels relatief makkelijk op.

Voor jouw orchidee betekent dat dat ze het liefst niet te nat staat. Als je twijfelt: liever wat te droog dan te nat. Zie je dat de bladeren gaan rimpelen en slap worden? Dan is het tijd voor een slokje water. Je orchidee extra verwennen (en verleiden tot meer bloemen)? Voeg in de lente en zomer wat orchideeënvoeding toe aan het water, die voeding kan je bij Steck vinden op de meststoffen afdeling.

6. Gezonde wortels doen wonderen

Benieuwd of je orchidee bloemen gaat geven? Check de wortels! Gezonde wortels zijn zilver als ze droog zijn en groen als ze nat zijn. Ze voelen stevig aan als je er in knijpt. Wortels die actief aan het groeien zijn, hebben groene of rozige groeipunten. Hoe meer wortelgroei, hoe waarschijnlijker het is dat je orchidee blij is en bloemen kan geven. Ook als je orchidee nog niet in bloei is, heb je dus iets om naar uit te kijken. Gezonde wortels zijn een voorbode van mooie bloemen!

Te veel water en een potgrond die niet luchtig genoeg is, resulteert al snel in wortelrot. De wortels worden dan grijs of zwart, en voelen hol aan. Zet een orchidee daarom nooit in normale potgrond, dat bevat veel te weinig lucht en blijft te lang nat. Om het ons makkelijker te maken bestaat er speciale potgrond voor orchideeën, dat is vaak een mix van boombast en luchtige vezels. Die potgrond vind je bij Steck op de potgrond afdeling. Je kunt ook uitsluitend boombast gebruiken.

Een bloeiende orchidee in het wild met gezonde wortels
Een wilde orchidee op een boomstam. Met gezonde, groene wortels

7. Zorg voor de juiste temperatuur

De meeste orchideeën groeien actief in de zomer. Dan maken ze nieuwe bladeren en wortels. Zodra het een tijdje wat kouder is, gaan orchideeën over tot het maken van bloemen. Tussen het verschijnen van een nieuwe bloemstengel en het uitkomen van de bloemen kan zo een maand of 3 zitten, je moet dus best wat geduld hebben.

Heb je een huis met een vrij constante temperatuur door het jaar heen? Probeer dan je orchidee in de herfst een tijdje op een wat koelere plek te zetten. Een plekje op de vensterbank, bij het raam, is soms wat koeler. Of misschien in een kamer die je in de winter minder verwarmt. Laat de orchidee daar staan tot je het begin van een bloemstengel ziet verschijnen. Op dat moment kun je de orchidee weer in een warmere kamer zetten. Let op dat de temperatuur niet veel lager dan 15 graden is, dat is voor een orchidee iets te koud.

Het verschil tussen een bloemstengel en wortels van een orchidee
Op deze afbeelding zie je een nieuwe bloemstengel (groen) en gezonde wortels (zilverkleurig).

Bloeiende orchideeën vind je het hele jaar door. Dat komt doordat de kweker de temperatuur in de kassen verlaagt, daardoor denkt de orchidee dat het tijd is om te bloeien. Het kan zijn dat je nieuwe orchidee daarom een beetje in de war is met de seizoenen; waar ze eigenlijk hoort te bloeien in het voorjaar, bloeit ze misschien al in het najaar. Dat is helemaal niet erg, je zal zien dat als je de orchidee wat langer hebt, ze zich langzaam aanpast aan de seizoenen.

Denk je nou: “jeetje, wat duurt het lang voordat mijn orchidee weer bloeit”? Zorg dan voor een paar ‘gezelschapsplanten’. Die zet je naast of om je orchidee heen, zodat je orchidee wat aantrekkelijker is om naar te kijken wanneer er geen bloemen zijn. Én tegelijk zorgt een groepje planten ervoor dat de luchtvochtigheid wat hoger is rondom de orchidee, dat kan ze erg waarderen!

Bij Steck vind je altijd Phalaenopsis orchideeën, van de klassieke witte tot mini’s. Daarnaast hebben we een wisselend aanbod, bijvoorbeeld een van onze favorieten: de geurende Phalaenopsis. Ook hebben we vaak Oncidiums, Cattleya’s, Jewel orchids, Cymbidiums, Dendrobiums, venusschoentjes (Paphiopedilum) en andere soorten.

Een uitgebloeide Phalaenopsis orchidee tussen kamerplanten
Een uitgebloeide Phalaenopsis orchidee tussen gezelschapsplanten